"Vijftien maanden geleden was Rwanda het dichtst bevolkte land in Afrika. Nu zag het werk van de moordenaars eruit zoals zij het bedoeld hadden: onzichtbaar," schrijft de Amerikaanse journalist Philip Gourevitch in zijn postgenocide boek "We Wish to Inform You That Tomorrow We Will Be Killed With Our Families". De "onzichtbaarheid" van de brutale massamoorden die in het voorjaar van 1994 in het "land van duizend heuvels" werden voltrokken, was voor de Luikse theatergroep Groupov de aanleiding om de productie "Rwanda 1994" op te zetten. Hun verontwaardiging over het feit dat de machetes en masu's, de wreedheden, de meer dan 800.000 doden vijf jaar na datum volledig uit de publieke belangstelling verdwenen zijn, leverde de aanzet voor een voorstelling die de herinnering aan de monsterlijke collectieve uitroeiing levendig moet houden. Een beklijvende voorstelling die nu op de affiche staat van de 53ste editie van het Festival van Avignon en die volgend jaar in ons land te zien is in het kader van Brussel 2000.
...

"Vijftien maanden geleden was Rwanda het dichtst bevolkte land in Afrika. Nu zag het werk van de moordenaars eruit zoals zij het bedoeld hadden: onzichtbaar," schrijft de Amerikaanse journalist Philip Gourevitch in zijn postgenocide boek "We Wish to Inform You That Tomorrow We Will Be Killed With Our Families". De "onzichtbaarheid" van de brutale massamoorden die in het voorjaar van 1994 in het "land van duizend heuvels" werden voltrokken, was voor de Luikse theatergroep Groupov de aanleiding om de productie "Rwanda 1994" op te zetten. Hun verontwaardiging over het feit dat de machetes en masu's, de wreedheden, de meer dan 800.000 doden vijf jaar na datum volledig uit de publieke belangstelling verdwenen zijn, leverde de aanzet voor een voorstelling die de herinnering aan de monsterlijke collectieve uitroeiing levendig moet houden. Een beklijvende voorstelling die nu op de affiche staat van de 53ste editie van het Festival van Avignon en die volgend jaar in ons land te zien is in het kader van Brussel 2000. De voorbereidingen voor deze mastodontproductie hebben ruim vier jaar aangesleept. De Franse regisseur Jacques Delcuvellerie, de geestelijke vader van het collectief, en zijn troupe hebben er een periode van intensieve research, analyses, debatten, bezoeken aan de voormalige Belgische kolonie en try-outs op zitten. Het project heeft vele fases doorlopen en kadert dan ook in een breder theateronderzoek naar noties als "waarheid" en "het menselijke lijden". Delcuvellerie: Aan deze voorstelling is een lange voorgeschiedenis verbonden. Groupov is in 1980 van start gegaan als een experimenteel ensemble dat voortborduurde op de performancetraditie. Zij voelden zich even verwant met fenomenen als Fluxus in de beeldende kunst als met bijvoorbeeld de Wooster Group. Dit paratheatrale aspect is lang blijven doorwerken en nu organiseren wij nog altijd een hele reeks activiteiten die in het verlengde liggen van het werk van de Pool Jerzy Grotowski, meer bepaald van de laboratoriumexperimenten uit de periode die hijzelf "actieve cultuur" noemde. Begin jaren '90 zijn wij onder invloed van wat er zich op politiek vlak afspeelt, van de oorlog die zich niet langer ver van ons bed afspeelt, van het opkomende neofacisme en het lijden dat in onze eigen samenleving almaar prominenter wordt (extreme armoede, sociale uitsluiting, migratie) gestart met een cyclus voorstellingen voor het grote plateau. Theater is altijd en automatisch een vorm van representatie van de wereld, en wij vroegen ons af of er in de jaren negentig nog perspectieven waren van waaruit wij op de scène een voorstelling van de wereld konden maken. Vanuit die vraag zijn we teruggekeerd naar het repertoire, naar teksten van Paul Claudel en Bertolt Brecht. Auteurs die een heel sterke, geprononceerde visie hadden op de wereld en die tegelijkertijd grote dichters en dramaturgen zijn van wie de creativiteit niet verpletterd werd door hun meningen en standpunten. We waren het niet altijd eens met hun maatschappijvisie, maar we probeerden hun antwoord op de vraag naar het menselijke lijden te begrijpen en te interpreteren." EXTREME GEBEURTENISTussen 1991 en 1995 werkte het multidisciplinaire Groupov aan een trilogie, waarin de vraag naar het "menselijke lijden" centraal stond. De cyclus opende met een enscenering van "L'annonce faite à Marie" van de Franse, rooms-katholieke dichter en toneelschrijver Paul Claudel. Vervolgens werd op basis van een nieuwe tekst over terrorisme, dood, geweld en erotiek, geschreven door de Franstalige videaste en auteur Marie-France Collard, de voorstelling "Trash: a lonley prayer" gelanceerd. De theatertriptiek werd voorlopig afgesloten met een eigenzinnige versie van het didactische toneelstuk "Die Mutter", dat Brecht in 1931 schreef, geïnspireerd door Maxim Gorki's tendensroman "Matj". Delcuvellerie: Nadat we deze weg hadden afgelegd, werden we geconfronteerd met de vraag of wij, ondanks het feit dat we geen genieën zijn zoals Brecht, iets naar voren konden brengen dat direct in verband stond met een actueel gegeven, dat inspeelt op de realiteit waarmee we dagelijks worden geconfronteerd. De keuze voor extreme gebeurtenissen als de massale slachtingen in Rwanda, de derde genocide in de twintigste eeuw die in die hoedanigheid erkend werd door de internationale gemeenschap, werd ingegeven door onze afschuw van wat zich daar heeft afgespeeld en onze ontzetting over de totale onverschilligheid waarop de liquidatie van een hele bevolkingsgroep is onthaald. Bovendien is Rwanda voor ons een hysterische manifestatie van een meer algemene, universele relatie tussen de arme en de rijke landen, van een soort permanente maar latente genocide die vandaag de dag overal in de wereld aan de gang is." De koppeling kunst en engagement is niet evident, het politieke theater is door de jaren heen een uiterst problematisch genre geworden. Voorstellingen die op dit soort materie inspelen, dreigen al gauw te verzanden in holle propaganda en sloganeske retoriek.Delcuvellerie: Tot de jaren vijftig waren kunstenaars niet bang om te interveniëren, het was voor hen heel normaal om met hun werk in de wereld in te grijpen. Na de jaren '60 was er een soort algemene "ontmoediging" en een terugkeer naar een meer narcistische en individualistische, esthetische en technologisch erg geavanceerde kunst die heel ver van de werkelijkheid lijkt te staan. Nu zijn kunstenaars vaak erg gespleten, ze hebben een opinie over de wereld, ze tekenen petities en zo, maar in hun eigen werk komt dat niet tot uiting. Hoe kun je op zo'n dubbele manier leven? Voor ons was het een soort plicht om dit soort hedendaagse kwesties aan te kaarten. Er zijn op ongeveer drie maanden tijd een miljoen mensen vermoord, iedereen wist het en er werd niets gedaan. Integendeel, bepaalde landen ondersteunden de moordenaars en hebben hen achteraf beschermd. Sindsdien zijn er een aantal vonnissen geveld, maar de vraag naar het waarom en het feit dat het elk moment kan herbeginnen, en niet alleen in Afrika, wordt niet vaak gesteld. Als kunstenaars is het een beetje onze taak om datgene waar mensen niet bijzonder veel aandacht aan besteden "tastbaar" en "gevoelig" te maken. Ik denk dan altijd aan het citaat: "Le poète est celui qui vous fait voir les choses comme pour la première fois". Kortom, de kunstenaar is iemand die ervoor zorgt dat je een vrouw, een landschap, een sociale realiteit met verwondering bekijkt. Brecht zou spreken van het vervreemdingseffect: de theatermaker die ervoor zorgt dat iets dat dagelijks gebeurt plots niet meer zo evident en normaal lijkt. Wij hebben gezocht naar een manier waarop we dit voor Rwanda konden doen en daarvoor zijn we erg ver moeten teruggaan, ook in de theatergeschiedenis. Theater is er niet om verklaringen te geven, maar een voorstelling moet ook de droge constatering van de feiten, zoals dat gebeurt in een politieverslag, overstijgen. We waren daar aanvankelijk niet toe in staat omdat we volledig het contact verloren hadden met de dramaturgie én ensceneringen van regisseurs als Erwin Piscator, de ensceneringen van groepen als Living Theatre en Bread and Puppet, en werk van andere grote auteurs zoals Peter Weiss. Die slaagden erin om als kunstenaars een confrontatie aan te gaan met de meest gewelddadige, actuele realiteit zonder daarbij journalisten of militanten te worden." CHRISTUS EN FRANCOIS MITTERRANDHet uiteindelijke en moeilijk te catalogeren resultaat van dit zoeken en tasten naar een aangepaste vorm, is een merkwaardige en atmosferische, multimediale kruisbestuiving tussen documentaire en fictie. Een schare auteurs - Jean-Marie Piemme, Marie-France Collard, theaterbeest Matthias Simons en Delcuvellerie zelf - schreef een plotloze basistekst in verschillende etappes en op basis van eigen ervaringen, getuigenissen van Tutsi's en Hutu's, de publicaties van African Rights en andere secundaire literatuur een plotloze basistekst. Een aaneenschakeling van monologen, cantates en wat Delcuvellerie "des formes chorales" in de traditie van Aeschylus' Griekse tragedie "De Perzen" noemt. Feit en fictie, droom en realiteit vloeien in elkaar over. Aan het hartverscheurende verhaal van een vrouw die het bloedbad overleefde, worden de droombeelden gekoppeld van een integere televisiejournaliste die in haar meest zwarte nachtmerries niet alleen de geest van ex-president François Mitterrand ontmoet, maar ook geconfronteerd wordt met een autochtone bisschop en Christus op weg naar de Kalvarieberg. Geluidsbanden, archiefbeelden, fragmenten uit televisie-uitzendingen en elektrische "spoken" sluiten naadloos aan bij de indringende klaagzangen van de Rwandese muzikant Jean-Marie Muyango en de hedendaagse composities die de Amerikaanse toondichter Garrett List in opdracht van Groupov realiseerde. Hoewel de cast voornamelijk uit "Mzungu's" bestaat, heeft Groupov voor de uiteindelijke realisatie van het stuk Afrikaanse acteurs aangetrokken. Professionelen als Tharcisse Kalisa Rugan en de Senegalese Younoussa Diallo, maar ook mensen als Yolande Mukagasana en Dorcy Rugamba, overlevenden die in de Rwandese holocaust geliefden en familieleden hebben verloren en nooit eerder op de planken hebben gestaan. Zij zijn niet vertrouwd met de verworvenheden van het westerse theater en worden geconfronteerd met de opdracht om keer op keer in het openbaar te praten over hun ongetwijfeld traumatiserende ervaringen. Delcuvellerie: Het theater zoals wij het beoefenen sinds de Grieken, is geen onderdeel van de Rwandese cultuur die meer gericht is op de orale traditie, het epos, de pastorale en oorlogspoëzie, zang en dans. We moesten dus zoeken naar nieuwe manieren om samen te werken en dat lukt omdat deze acteurs evenveel zin hebben om dit soort stuk te realiseren als wij. Ze hebben zo sterk de indruk dat ze vergeten zijn door de wereld en zijn heel erg passioneel over het soort theaterstuk dat de tragedie weer op de voorgrond plaatst. In de Rwandese vluchtelingengemeeschap hier in Europa en onder de bevolking daarginds zijn er veel mensen die niet willen praten, die te veel geleden hebben en hun verhaal al veel te vaak verteld hebben. We werken alleen met mensen, zoals Yolande Mukagasana, die willen getuigen, die het hart op de tong hebben. Natuurlijk is dat niet evident. Conferenties geven en een boek schrijven over wat je hebt meegemaakt, is uiteraard niet hetzelfde als op een podium staan. Ik heb hen ook met dat probleem geconfronteerd en gevraagd of ze in staat zijn om hun verhaal elke avond opnieuw te beleven. Dat gaat met ups en downs. Vreemd genoeg is het vaak zo dat de herinnering naarmate de tijd verstrijkt niet vager wordt, maar juist acuter en pijnlijker." EEN EUROCENTRISCH PERSPECTIEF?Ondanks de inbreng van de Rwandese acteurs, ligt het gevaar altijd op de loer dat de gebeurtenissen vanuit een eenduidig Eurocentrisch perspectief worden voorgesteld. Kan een Belgisch gezelschap de Afrikaanse realiteit op een geloofwaardige manier naar voren brengen?Delcuvellerie: Wij pretenderen niet dat we de geschiedenis van de Rwandezen in hun plaats schrijven. Zij hebben hun eigen werk te verrichten op dat terrein en wij nemen hun rol niet over. "Rwanda 1994" is in hoofdzaak een Europees stuk dat gericht is op een Europees publiek. Het gaat in essentie over de manier waarop wij in de hele zaak geïmpliceerd zijn. In die drie verschrikkelijke maanden in 1994 hebben Afrikanen, Afrikanen uitgemoord, maar wij hebben dat land gedurende een eeuw bezet en gekoloniseerd. Je moet de vraag van de "verantwoordelijkheid" durven aanboren, de extreem complexe vraag van de voorgeschiedenis onder ogen durven zien. Wat zich heeft afgespeeld tussen 1894, toen de eerste Duitse ontdekkingsreiziger voet aan land zette, en het moment waarop Belgen en Fransen honderden miljoenen financiële steun gegeven hebben aan een regering die een genocide heeft georkestreerd." Met "Rwanda 1994" reageert Groupov, zo blijkt ook uit de vele geschreven voorstudies, tegen de non-interventie van de UNO en de onverschilligheid van de internationale gemeenschap, tegen de fatalistische idee dat oorsprong en oorzaak van deze uitbarsting van geweld niet te verklaren zijn. In de eerste plaats echter leveren zij een harde kritiek op de onachtzaamheid waarmee velen de genocide hebben afgedaan als een primitieve "stammenoorlog", een typisch Afrikaanse etnische kwestie en hekelen zij de media die dit soort desinformatie in de hand hebben gewerkt.Delcuvellerie: Het voornaamste nevenpersonage in deze productie is de televisie, want wie vandaag over politiek en noties als collectief geweten en schuld praat, heeft het automatisch ook over de verspreiding van informatie. Het feit dat Kosovo voor een groot deel van de bevolking een levende realiteit was, heeft te maken met de ontelbare televisiebeelden die keer op keer werden uitgezonden. Het feit dat de moord op een miljoen zwarten in Rwanda minder belang heeft gehad dan de dood van tien blauwhelmen is eveneens te herleiden tot de impact van televisie. Het televisiebeeld roept, zelfs als het geënsceneerd of getrukeerd is, de idee van waarheid op, wat je ziet is echt en waar, ook al werd de informatie gemanipuleerd." "Rwanda 1994" op 21, 24 en 26 juli op het Festival van Avignon, Gymnase Aubanel. Info en reservatie 00.33.490.27.66.50. Meer info over het volledige festivalprogramma (tot 31/7) op http://www.festival-avignon.com. De voorstelling is te zien in het kader van Brussel 2000, van 20-25 maart in Théâtre de la Place in Luik, van 31 maart-7 april in Théâtre National in Brussel. Info Groupov: 04/253.61.23.Ann Demeester