Om de tien jaar voeren de dorpelingen van Oberammergau het lijdensverhaal van Jezus Christus op. Ze hebben daartoe een eigen theaterzaal gebouwd met een scène die in de open lucht staat. Rondom staan de Beierse Alpen. Het opgevoerde spel dat meer dan zeven uur duurt, komt niet alleen overeen met het evangelie maar ook met de gemoedsgesteldheid van een Germaans volk in de bergen: vroom, stoer, bijgelovig, vervuld van nationalistische trots en een vleug antisemitisme. In 1634 opgezet als vervulling van een gelofte door de met pest besmette Oberammergauers, is het Passionsspiel een volkse versie van een der grootste verhalen van de mensheid.
...

Om de tien jaar voeren de dorpelingen van Oberammergau het lijdensverhaal van Jezus Christus op. Ze hebben daartoe een eigen theaterzaal gebouwd met een scène die in de open lucht staat. Rondom staan de Beierse Alpen. Het opgevoerde spel dat meer dan zeven uur duurt, komt niet alleen overeen met het evangelie maar ook met de gemoedsgesteldheid van een Germaans volk in de bergen: vroom, stoer, bijgelovig, vervuld van nationalistische trots en een vleug antisemitisme. In 1634 opgezet als vervulling van een gelofte door de met pest besmette Oberammergauers, is het Passionsspiel een volkse versie van een der grootste verhalen van de mensheid. Wat een collectief van mensen met haar cultuurgeschiedenis heeft, vormt een regelmatig weerkerende grondlaag in de schilderijen van Luc Tuymans (40). De concentratiekampen ("Our New Quarters"), de Vlaamse iconen (dorpsgezicht, IJzertoren, Ernest Claes) en nu "The Passion". Het zijn twaalf schilderijen en twee objecten, als een afgerond geheel gepresenteerd in galerie Zeno X. Zo tweedegraads puur als Oberammergau zijn Lijdensverhaal op de scène zet, zo onrein is de versie Tuymans. Vooreerst krioelt het van dubieuze iconografische referenties. Echo's van de Passie volgens Vermeer-vervalser Han van Meegeren doen erover nadenken hoe een meesterwerk, een vervalsing en een dubbelzinnige versie Tuymans tegenover elkaar staan. Vervolgens is er de Oberammergau-inbreng in de aankleding van de jaren zeventig, en ook het evangelie volgens cineast Pier Paolo Pasolini. Tuymans weeft twee bijkomende motieven door zijn verhaal. De aanwezigheid van de Geest, gewoonlijk voorgesteld in de gedaante van een duif, doet zich voelen als een door het licht van een artificiële geest op zijn tak gefusilleerde kanarie. En het geheel gaat lichtjes zweven door de zwarte ballon met de paarse fries waarop het strenge Passietheatergebouw in de Alpen staat. Hij zweeft de bezoeker van de tentoonstelling bij het binnenkomen als een onontkoombaar theater van de wereld voor ogen. Eenduidig interpreteren voert nergens heen, zoveel is duidelijk. ONREINE KLEURENEn toch slaat elk schilderij in als een kleine bom: één beeld, één gefocaliseerde blik die tijdens het kijken verstrikt geraakt in de ongelijk uitgestreken verfvlekken, smoezelige of juist kort aangebonden penseelstreken, onreine kleuren, vreemde schaduwen of overbelichte partijen, slecht te ontcijferen details. Dat geeft het geheel een abstract, bijna irreëel aspect. De kijker verliest gaandeweg het gevoel voor de juiste afstand of invalshoek tegenover het werk. Na verloop van tijd staat zijn zo zelfverzekerde beginblik op losse schroeven. Het besef, niet in het reine te komen met wat hij ziet, wordt acuut wanneer de meespelende inhoudelijke gelaagdheden gaan strijden om de voorrang. Zo slaat een pertinent beeld om in een enigmatische, bedachtzaam gedeconstrueerde icoon die de niveaus van de Passie terugvoert naar een aarzelende, soms bijna stamelend geformuleerde vraagstelling naar de relevantie van het religieuze schilderen vandaag. Hoe doorstaat dat schilderen de impact van de getheatraliseerde volksverbeelding, zelf ook alweer vervormd door de blik van de kunstenaar die het Passieverhaal onder de vorm van fotodocumenten analyseert en bruikbaar maakt voor het schilderen? Het overleeft. Omdat het in handen is van een meester die naar de bron van het religieuze schilderen gedoken is. Hij is de stroom gevolgd doorheen zijn loop in de geschiedenis, de sporen van toenemende vervreemding koel registrerend. De ooit machtigste icoon van de westerse wereld is nu een opgezet fantoom, verschijnend in een bewasemde spiegel. Maar door god weet welk wonder smeult iets van het heilig menselijke wat vanaf Giotto ooit in kunst gelegd werd, verder in deze werken, naast een schimmige leegte. Wanneer verzonk het geïnstitutionaliseerde christendom in goud en macht? Yves Klein en zieners van zijn soort koppelden het goud weer aan het edelste in de mens ( "Monogold"), en goten het uit over al wat in de wereld ontheiligd was, door macht en streven. Hun schat werd aan kunstenaars als Luc Tuymans doorgegeven. Ze zetten het grote werk van bewaring en vernieuwing verder. Tot 27.3, Zeno X, Leopold de Waelplaats 16, Antwerpen. Open van woe. tot za. van 14 tot 16 u.Jan Braet