?Wijsheid en Liefde?, inzicht in het Tibetaanse boeddhisme via de kunst.
...

?Wijsheid en Liefde?, inzicht in het Tibetaanse boeddhisme via de kunst.VIER TIBETAANSE monniken van de Namgyal-kloosteruniversiteit van Dharamsala in India waren begin juni een zand-mandala aan het strooien in de Kunst- und Ausstellungshalle in Bonn. Ze deden dat uiterst behoedzaam, want het is een delicate opdracht. Eerst werd het grondplan uitgetekend en op die tekening werd dan het kleurige zand gestrooid. Dat gebeurde met twee kokervormige metalen instrumentjes die op een punt uitlopen. Over een deel van de lengte van de kokertjes zijn ribbeltjes aangebracht. Het ene kokertje wordt met zand gevuld en met het andere wrijven de kunstenaars over de ribbeltjes zodat het zand uit het kokertje loopt, precies waar zij het wensen. De Kalachakra-mandala die zij strooiden is de meest complexe van de Tibetaanse traditie. Er worden niet minder dan 722 godheden in verwerkt. Een mandala stelt een heilige ruimte voor die heilzaam inwerkt op de samenleving. Het strooien of schilderen van een mandala is op zich ook al een weldaad voor de mensheid. Althans zo wil het de Tibetaanse boeddhistische traditie. Meer, veel meer over die traditie kom je te weten in de imposante tentoonstelling ?Weisheit und Liebe. 1000 Jahre Kunst des Tibetischen Buddhismus? in Bonn, een initiatief van het door de Dalai Lama gepatroneerde Tibet House New York. Medestichters van het Tibet House zijn onder meer Philip Glass en Richard Gere. De expositie was al te zien in San Francisco en in New York en gaat later nog naar Barcelona en Japan. In Bonn zijn de oorspronkelijke 160 voorwerpen nog aangevuld met 81 stukken, zodat een indrukwekkend ensemble ontstond van rolschilderingen (thangka's), sculpturen in zilver, brons en messing, enkele tapijten en kleinere beeldjes in ivoor, hout en steen. Alles wordt getoond met veel gevoel voor ruimte, in een sober decor in geel en roodbruin, de kleuren van de pijen van de monniken. De voorwerpen overspannen een periode van de negende tot de negentiende eeuw en komen allemaal uit musea en privé-verzamelingen. Dat mag de bezoeker niet doen vergeten dat al de voorwerpen ooit een religieuze functie hadden binnen het Tibetaanse boeddhisme. De basis van die Tibetaanse variant werd al gelegd in de zevende eeuw na Christus. Mede door de afgezonderde ligging van Tibet, op het Dak van de Wereld, verwierf het Tibetaanse boeddhisme een eigen traditie die later ook uitgevoerd werd naar de buurlanden, Mongolië, Nepal, Kasjmir. Ook in Europa en Amerika is het doorgedrongen, zeker na de bezetting en annexatie van Tibet door China, eind jaren vijftig. Het is bekend dat de Chinezen er lelijk te keer zijn gegaan. Veel monniken werden gedood en honderden eeuwenoude tempels gesloopt. Niettemin wisten de monniken stand te houden. Misschien hielpen de twee kernbegrippen van hun esoterische leer hen daarbij : Weisheit und Liebe, niet toevallig de titel van de tentoonstelling. RECHTERHAND.Wijsheid staat hier voor het begrijpen van de realiteit, en liefde moet worden verstaan als medeleven. Een wijs mens is iemand die niet zichzelf in het middelpunt van de belangstelling plaatst, maar die zich bekommert om de anderen en hen probeert te helpen. Als beschermer van de tentoonstelling werd een beroep gedaan op een boddhisattva, een geestelijke held op de weg naar de Verlichting. Vairapani, in casu, is een machtige beschermheer, die allerlei hindernissen op de weg naar de volmaaktheid weet op te ruimen. In zijn rechterhand houdt hij een ?vajra?, de scepter met de Kracht van het Medevoelen, en zijn linkerhand is in een betekenisvolle dreigende geste gestileerd. Het indrukwekkende manshoge beeld van verguld messing, versierd met lakwerk, pigment en gesteenten stamt uit Chakar, Binnen-Mongolië en dateert van omstreeks 1700. Het staat aan de ingang van de tentoonstelling, nog voor de lichtkoepel waaronder de monniken hun mandala strooiden. Met een dergelijke stevige steun in de rug kan de bezoeker verder gaan op het grillige pad van het Tibetaans boeddhisme. In die esoterische leer is een boeddha een wezen, dat zowel god als mens is, man zowel als vrouw. Hij/zij is uit de Onwetendheid ontwaakt, heeft alle onheil overwonnen en is tot de Verlichting gekomen. Dat ideaal werd voor het eerst bereikt door Siddharta Gautama in de zesde eeuw vóór Christus. Siddharta was een kroonprins uit het Indische Shakya-geslacht. Toen hij 28 was, keerde hij het wereldse leven de rug toe. Hij ging bij verschillende leraren kennis maken met allerlei filosofische systemen en praktijken zoals meditatie, yoga en ascese. Op een dag, toen hij onder een boom zat te mediteren, bereikte hij plotseling de Verlichting. Dat Hoogste Inzicht zou hij voor de rest van zijn leven uitwerken in wat hij noemde de ?Vier Edele Waarheden?, om ten slotte binnen te treden in het nirwana. De figuur van boeddha Shakyamuni en scènes uit zijn vroegere leven worden in Bonn een tiental keer afgebeeld, zowel in sculpturen als in thangka's (gouache op katoen). De boeddha is te herkennen aan zijn rechterhand die naar de aarde wijst. Hoe geïnspireerd zijn leer ook moge zijn, de band met de realiteit wordt nooit verbroken. Een ander kenmerk is de ronde of kegelvormige uitstulping op zijn hoofd, het symbool van de Verlichting. Kunsthistorisch gezien is het belangrijkste kenmerk van de Tibetaanse kunst, in al zijn varianten en ook in de afbeeldingen af te lezen, de combinatie van realisme met formalisme en abstractie. Wolken of water bijvoorbeeld kunnen zowel heel realistisch als heel gestileerd worden weergegeven. Die artistieke kenmerken vinden we ook terug in een uitgebreide reeks portretten en beelden van arhats, boddhisattva's, grote filosofen en meesters en van de Dharma-koningen. Een arhat, bijvoorbeeld, is een heilige uit het vroegste boeddhisme, een soort apostel van de eerste boeddha. Het Tibetaans boeddhisme kent zestien plus twee arhats, elk met hun eigen kenmerken en attributen. In de loop van de volgende eeuwen werd de leer van de boeddha door talrijke filosofen en ?lama's? verder verfijnd en geformaliseerd tot een samenhangende leer met bijhorende praktijk, die neergelegd werd in honderden boeken. Van al die figuren (een beetje te vergelijken met de christelijke heiligen) werden afbeeldingen gemaakt, voorwerpen van meditatie en verering. MYSTICI.De Dharma-koningen, zowel historische als mythische figuren, waren op hun beurt de politieke beschermers van de leer. Koning Trisang Detsen bijvoorbeeld, die regeerde van 755 tot 797, was de beschermheer van het eerste boeddhistische klooster in Centraal-Tibet. Hij maakte het boeddhisme ook tot de officiële religie van zijn rijk. In het tweede grote deel van de tentoonstelling wordt aandacht besteed aan de vier grote scholen van de Tibetaanse traditie : Nyingma (de ouden), Sakya (naar de naam van een klooster), Kagyii (mondelinge overlevering) en Gelug (de Deugd-traditie). Alle vier de scholen baseerden zich op de ?Drie Voertuigen? van het boeddhisme, het Monastieke, het Universele en het Apocalyptische Voertuig. De vier scholen werden tussen de achtste en de veertiende eeuw gesticht. Als er ooit al conflicten waren tussen die scholen, hadden die niet zozeer filosofische of religieuze dan wel politieke en regionale achtergronden. Je zou het kunnen vergelijken met de schisma's in het Christendom. De betekenis en de filosofieën van de vier grote orden worden verduidelijkt aan de hand van portretten van stichters van kloosters, abten, mystici en van de belangrijkste godheden die werden vereerd. Neem nu de Kagyii-orde, die in de elfde eeuw gesticht werd door de vertaler Marpa en de dichter yogi en heilige Milarepa. De orde is vooral bekend om haar yoga-traditie en om het charisma van haar meesters. Milarepa is één van de meest geliefde heiligen van Tibet. Hij werd dan ook veelvuldig afgebeeld, liefst in een lieflijk landschap. Hij is herkenbaar aan zijn rechterhand die hij aan zijn oor houdt, alsof hij de dichter naar de stem van de inspiratie luistert. In deze afdeling vind je ook de meest realistische portretten van bekende lama's, erotische vader-moeder beelden en veelkoppige en veelarmige goden. Het laatste deel van de tentoonstelling is gewijd aan de ?Volmaakte Werelden?, het Tibetaans boeddhistisch Paradijs als het ware. De term slaat niet noodzakelijk alleen op landschappen, maar ook op ?kosmische boeddha's? en boddhisattva's, figuren die de Volmaaktheid weerspiegelen. Een knap staaltje van die volmaaktheid zowel op het vlak van de idee als van de technische uitwerking vormt de duizendkoppige, duizendarmige en duizendbenige Ushnishasitatapatra, een bijzondere vorm van de godin Tara. Het beeld dat getoond wordt, is meer dan een meter hoog en dateert van het midden van de achttiende eeuw. Het is gedreven in messing, deels verguld, geciseleerd, met pigment beschilderd en ingelegd met turkooizen, koraal en email. Volgens specialisten werden inderdaad duizend armen, duizend koppen en duizend benen afgebeeld, alhoewel de meeste slechts schematisch. De ?Volmaaktheid? wordt er wel in benaderd. Het bijzonder fraaie beeld wordt bewaard in het Hermitagemuseum van Sint-Petersburg en behoort daar tot de verzameling van ene vorst Uchtomskij die in 1905 werd geïnventariseerd. In de tentoonstelling zijn nog andere beelden en beeldjes uit deze verzameling te zien, allemaal even gaaf. Een openbaring. Paul Dossche ?Weisheit und Liebe. 1000 Jahre Kunst des tibetische Buddhismus?, in de Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschlands in Bonn, tot 25/8. Ushnishasitatapatra, Tibet-China, midden 18de eeuw, gedreven messing, deels verguld, geciseleerd met pigment, turkoois, koraal en email, 102 cm. : volmaaktheid.De grote vertaler Rinchen Zangpo, Centraal- of West-Tibet, late 11de tot eerste helft 12de eeuw, Thangka, 84x70 cm. : combinatie van realisme met formalisme en abstractie.