'De Kyoto-doelstelling voor België is een mission impossible, een onmogelijke opdracht.' Tijdens het interview gooit hij meermaals de handen in de lucht. Onderzoeksdirecteur Jan Kretzschmar van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (Vito) begrijpt niet hoe de politiek toch zó kortzichtig kan zijn. 'De uitstap uit kernenergie? Die creëert meer problemen dan hij oplost.'
...

'De Kyoto-doelstelling voor België is een mission impossible, een onmogelijke opdracht.' Tijdens het interview gooit hij meermaals de handen in de lucht. Onderzoeksdirecteur Jan Kretzschmar van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (Vito) begrijpt niet hoe de politiek toch zó kortzichtig kan zijn. 'De uitstap uit kernenergie? Die creëert meer problemen dan hij oplost.' JAN KRETZSCHMAR: Er is de jongste tijd een contradictie ontstaan tussen de verschillende beleidsdoelstellingen in dit land. In 1998 hebben we het Kyoto- protocol ondertekend, dat zegt dat we onze uitstoot van broeikasgassen tegen 2008-2012 met 7,5 procent moeten verminderen ten opzichte van 1990. We kampen nu al met een stijging met 7,5 procent. En toch besliste de regering onlangs om tussen 2014 en 2025 al onze kerncentrales te sluiten. Nochtans hebben we behalve kernenergie geen enkele valabele stroombron die geen CO2 uitstoot. Stel dat we onze nucleaire installaties zouden stilleggen en vervangen door moderne aardgascentrales, dan blazen we meteen 16 miljoen ton CO2 extra de lucht in. Dat is meer dan tien procent van het huidige jaartotaal. Dezelfde oefening voor steenkoolcentrales resulteert zelfs in een stijging met bijna 25 procent. KRETZSCHMAR: Massaal overschakelen op hernieuwbare energie zou zo een optie kunnen zijn. Maar het potentieel van de hernieuwbare bronnen is op middellange termijn beperkt tot zo'n 10 procent van onze energiebehoefte. We zouden ook alle energie kunnen invoeren uit het buitenland. Maar dan schuif je het probleem door. Eén land zal alle andere op basis van kernenergie of van klassieke brandstoffen van energie moeten voorzien. Als we toch met aardgas en steenkool verder moeten, zouden we het CO2 uit de vrijkomende rookgassen kunnen halen en neutraliseren door het onder de grond te pompen of onder de zee, en het daar te laten reageren met andere materialen. Die technieken bestaan al, maar voorlopig zijn ze nog te duur. KRETZSCHMAR: Nu is ze dat voor België zeker niet meer. Al in 1991 stelde de toenmalige regering een daling van de CO2-uitstoot met vijf procent voorop, wat in 1994 nog herbevestigd werd. Hoewel de uitstoot bleef stijgen, lieten de politici zich in 1998 verleiden tot een daling van 7,5 procent. En dat is veel te optimistisch. KRETZSCHMAR: Dat klopt, maar het is een schrale troost. Bijna elk land dat in de problemen zit, is op zoek naar vluchtroutes. De Britten halen hun norm waarschijnlijk wel. Omdat ze toevallig op een grote voorraad aardgas in de Noordzee gestuit zijn en daardoor minder afhankelijk zijn van steenkoolcentrales. Ook de Duitsers zitten op schema. Door het noodzakelijk moderniseren van Oost-Duitsland is hun industrie nu al voor een stuk CO2-vriendelijker. KRETZSCHMAR: Je kunt je afvragen wat de impact is van de kleine daling die Kyoto inhoudt. Sommige gassen blijven tussen de 75 en de 200 jaar in de atmos-feer. Het is niet die lichte afname nu die de situatie zal omkeren. Kyoto heeft in die zin eerder een voorbeeldfunctie. Het kan een aantal landen aan het nadenken zetten. Vergeet niet dat een groot deel van de wereldbevolking op dit moment nog bijna geen CO2-uitstoot produceert. Als de wereldbevolking verder blijft toenemen, en zowat de hele wereld naar hetzelfde welvaartsniveau groeit als het Westen, moéten we wel iets doen. Maar zelfs wanneer iederéén het Kyoto-protocol zou ondertekenen, dan nog zouden we nog maar één stap in de goede richting hebben gezet. Daarna moeten we het proces versnellen. De exponentieel stijgende wereldbevolking vormt daarbij een extra hindernis. G.M. / I.V.D.