De centrale tentoonstelling van Europalia 1998 Tsjechië, in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, ging over de art nouveau in Praag. Omstreeks 1900 vond daar, net als in Brussel, Parijs en Wenen, een relevante vernieuwing in de kunsten plaats, vooral in de decoratieve kunst. Maar in die periode was er op de artistieke Praagse scène nog meer aan de hand. Dat wordt nu duidelijk gemaakt in een expositie in Amsterdam: Praag 1900. Poëzie en extase. De...

De centrale tentoonstelling van Europalia 1998 Tsjechië, in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, ging over de art nouveau in Praag. Omstreeks 1900 vond daar, net als in Brussel, Parijs en Wenen, een relevante vernieuwing in de kunsten plaats, vooral in de decoratieve kunst. Maar in die periode was er op de artistieke Praagse scène nog meer aan de hand. Dat wordt nu duidelijk gemaakt in een expositie in Amsterdam: Praag 1900. Poëzie en extase. De nadruk ligt er veeleer op de schilder- en de beeldhouwkunst dan op de decoratieve kunsten, al komen ook die aan bod. Praag maakte aan het eind van de vorige eeuw deel uit van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, met Wenen als hoofdstad. Onder Rudolf II was Praag ooit nog hoofdstad geweest, maar dat was lang geleden. Een zeker heimwee naar grandeur was wel blijven hangen. De Tsjechen hielden vast aan hun eigenheid, maar in tegenstelling tot de Hongaren waren zij er niet in geslaagd een apart statuut te verwerven binnen het Habsburgse rijk. De cultuursteden van dat ogenblik - Wenen, München en Parijs - trokken talrijke Tsjechische kunstenaars aan. De meesten keerden na een kennismaking evenwel terug naar huis. Alfons Mucha was de uitzondering, maar toen die na zijn jarenlang verblijf in Parijs terugkeerde, vonden de Pragenaars zijn werk te oppervlakkig. Want op dat moment was de kunst in Praag gekenmerkt door een zacht, flou kleurgebruik en wat meer inhoudelijke diepgang. Vele landschappen kregen een symbolische geladenheid door het ontbreken van personages. Het ging meer om de sfeer. Een schilder als Jan Preisler wist 'buitenlandse' invloeden als impressionisme, symbolisme en later expressionisme perfect te absorberen, om er een eigen versie van te brengen. De beeldhouwer Josef Maratka werkte een tijdje in het atelier van Auguste Rodin in Parijs, maar terug thuis maakte hij een aantal extatische bronzen, die nog wel aan Rodin herinnerden, maar net dat 'ietsje meer' hadden, waardoor zij een eigen 'gezicht' kregen. Die 'poëzie en extase', dat vreemde kleurgebruik en die exuberantie komen telkens terug, ook in de vele affiches en boekenillustraties en in de foto's van Frantisek Drtikol. De expositie is in die mate een revelatie, dat zij Praag 1900 wat loskoppelt van het strakke Jugendstilbeeld, al wordt dat ook niet doodgezwegen.'Praag 1900. Poëzie en extase'. In het Van Gogh Museum in Amsterdam. Tot 26 maart.Paul Dossche