Draaien ze er eindelijk eens een in de nor, is het toch de verkeerde zeker. Fabrice is namelijk volkomen onschuldig. Je zal het altijd zien.
...

Draaien ze er eindelijk eens een in de nor, is het toch de verkeerde zeker. Fabrice is namelijk volkomen onschuldig. Je zal het altijd zien. "Een sympathieke jongen die geen vlieg kwaad doet. Een fervent supporter, maar zeker geen herrieschopper. Het was vóór Lyon-Club Brugge, in november voor de Uefacup. Fabrice maakte deel uit van vijftig Clubsupporters. In alle rust een pintje gaan drinken, u kent dat, en plots aangevallen door een kudde Lyonfans. Drie politieagenten erbij die er met de matrak op los mepten, vooral op de Bruggelingen."Enfin, om kort te gaan: "Twee agenten sloegen op de vlucht en de derde werd in elkaar getimmerd. Maar niet door Fabrice. Die stond op meters afstand van de schermutseling rustig op het voetpad. Aan het stadion werden de Brugse supporters ingesloten door de politie, twee verdachten werden eruit gelicht, onder wie Fabrice. Achttien maanden cel, waarvan negen effectief. En hij is onschuldig, zegt moeder Myriam. Het enige wat volgens haar gebeurd kan zijn, is dat Fabrice zich verzet heeft toen hij werd opgepakt, en dat hij daarbij een paar agenten verwondde. Maar toch geen vier." Alzo berichtte Het Laatste Nieuws. Tja, het kan natuurlijk. Achttien maanden cel, waarvan de helft effectief, lijkt nochtans een aanbevelenswaardige straf voor wie in zijn dronken agressie meent dat hem alles is toegelaten. Maar dan moet je natuurlijk wel de juiste eruit pikken. En voetbalgeweld wordt doorgaans in bende gepleegd. Hoe identificeer je de dader? En wat heeft hij precies misdaan? Dat is het knelpunt in de bestrijding van het voetbalgeweld. "Liever tien schuldigen die vrij rondlopen, dan één onschuldige in de cel", zegt ook Jan Peeters, secretaris-generaal van de Belgische voetbalbond, en jeugdrechter met rust. Met hem proberen we het koetervlaams van de nieuwe voetbalwet in mensentaal om te zetten. DE AMBTENAAR STRAFTDe Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden van 21 december 1998, is het wapen waarmee de minister van Binnenlandse Zaken en de leiders van de voetbalbond een zoveelste poging doen om het hooliganisme in te dijken. Alvast rond het veld - op het veld is een knellender paar mouwen. Voor het eerst wordt het voetbalgeweld als dusdanig in een wet omschreven, en wordt aan een speciaal daartoe aangestelde ambtenaar de kans geboden ertegen op te treden. En dit buiten de gangbare gerechtelijke procedures om, die tijdrovend en ondoelmatig zijn gebleken. Concreet: wie voorwerpen gooit of schiet naar het veld of in de tribunes, wie ondanks een stadionverbod een stadion betreedt, wie over de afsluiting klimt of op het veld loopt, wie door zijn gedrag (alleen of in groep) het verloop van een voetbalwedstrijd verstoort door het aanzetten tot slagen en verwondingen of haat en woede ten opzichte van één of meer personen in het stadion, kan een administratieve geldboete oplopen van tienduizend tot tweehonderdduizend frank en een administratief stadionverbod voor de duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd. Administratief wil zeggen dat er geen veroordeling door een rechtbank voor nodig is. De sancties worden opgelegd door een door de koning aangewezen ambtenaar. Dat hoeft geen magistraat te zijn. Inbreuken worden in een proces-verbaal vastgelegd door een politieambtenaar. Dat kan na betrapping op heterdaad, of na raadpleging van de beelden gemaakt door de bewakingscamera's. De politie stuurt dat pv door naar de speciale ambtenaar, met een afschrift naar de procureur des konings. Want die behoudt te allen tijde het recht om een vervolging in te stellen. De sanctie wordt per aangetekende brief aan de overtreder meegedeeld. Die krijgt het recht op verweer, als hij dat wil met bijstand van een advocaat. Als hij niet akkoord gaat met de beslissing van de speciale ambtenaar, kan hij beroep aantekenen bij de politierechtbank. Met alle risico's van dien, want dankzij deze wet kan nu ook de politierechter strenger optreden dan vroeger. Toen moest hij, of zijn correctionele collega, zich behelpen met de strafwet, die geen specifieke bepalingen over hooliganisme bevat. Wie over een hek klom en het veld opliep, was misschien een vervelende lastpost, maar geen enkele procureur zou het in zijn hoofd halen om voor een zo miniem vergrijp een vervolging in te stellen. Laat staan dat een rechter een veroordeling zou uitspreken. Dat kan nu dus wel, al blijft het afwachten of het gerecht inderdaad streng zal optreden. De minister van Justitie kan via zijn positief injunctierecht en via het college van procureurs-generaal alvast enige druk uitoefenen. In de nieuwe wet worden ook gevangenisstraffen van zes maanden tot drie jaar klaargelegd, voor wie op de zwarte markt tickets verkoopt. Vooral met het oog op Euro 2000 is dat belangrijk. Net als de bepaling dat de speciale ambtenaar de onmiddellijke heffing van de administratieve boete, met een maximum van tienduizend frank, kan eisen van een overtreder die niet in België woont. Kan of wil die niet betalen, dan wordt hij overgedragen aan het parket. Ook als hij wel betaalt blijft vervolging door de procureur mogelijk.NIET KIJKEN VANUIT DE KANTINEVoor de voetbalbond zit er een addertje onder het gras van artikel 11, dat de bond verplicht om deel te nemen aan de coördinatie en de organisatie van de veiligheid in de stadions. Dat slaat op het geven van voorlichting en, indien nodig, het ter beschikking stellen van de nodige middelen. Maar een rechter met een beetje fantasie kan dit artikel gebruiken om de bond aansprakelijk te stellen voor een gebrek aan voorzorgen van een club. Met de veroordeling van wijlen Albert Roossens in het Heizeldrama in het achterhoofd, een gevaarlijke bepaling. Maar afgezien daarvan, kan met deze wet eindelijk een flinke stap voorwaarts worden gezet in de bestrijding van het hooliganisme. Op voorwaarde uiteraard dat hij wordt toegepast. De camera's zouden voldoende scherpe beelden opleveren om wandaden vast te stellen en de daders ervan te identificeren. Aangevuld met de klassieke processen-verbaal, kan de bevoegde ambtenaar automatisch boetes of stadionverbod opleggen. Dat laatste controleren is een ander probleem. De vermaledijde fancard kan daarbij een hulp zijn, zij het een verre van waterdichte. Meldingsplicht in een politiekantoor levert te veel complicaties op. De grootste lacune van deze wet is dat de omschreven vergrijpen enkel gelden in de stadions. Voor wat in de straten rondom gebeurt, is nog altijd de gewone strafwet van kracht. In theorie biedt die voldoende munitie: slagen en verwondingen, vandalisme, geweld gepleegd in bende, weerspannigheid, ordeverstoring, noem maar op. Maar de praktijk heeft geleerd dat die artikels ontoereikend zijn om het hooliganisme uit te roeien. De rechtbank ziet zich immers geconfronteerd met het eeuwige probleem: correcte identificatie van de individuele dader en de bewijslast tegen hem. En het feit dat veel wandaden van de hooligans op zichzelf geen zware misdrijven zijn. Het geheel van het geweld is erger dan de som van de delen. Discussie zal er zeker nog zijn over de uitvoeringsbesluiten van Binnenlandse Zaken, die de voetbalclubs alweer gedetailleerde veiligheidsmaatregelen opleggen. Onder meer de verplichting om vooraf een akkoord te sluiten met de hulpdiensten en de bestuurlijke overheden, om een veiligheidsverantwoordelijke aan te stellen, om een bepaald aantal stewards op te leiden en in te zetten, en om in sommige gevallen een lokale adviesraad op te richten. Ook andere, op het eerste gezicht onbenullige voorschriften, hebben heel wat implicaties. Zoals de berekening van een minimum aantal heren- en damestoiletten. En de vreemde bepaling dat nieuwe kantines geen uitzicht op het speelveld meer mogen bieden. Het welslagen van deze wet hangt af van een efficiënte identificatie van de daders. En voor de rest zijn we een keer benieuwd zie. Want de zwakke plek blijft dezelfde van vroeger: als justitie niet mee wil, is het al boter aan de galg.Koen Meulenaere