'Rafa Benitez is een voetbaldenker. Zijn teams zijn niet de leukste om te bekijken. Voor het eerst in vijftig jaar is er in de coachingstaf van FC Liverpool niemand met rode roots. Dat is een trendbreuk met het verleden. We staan opnieuw aan de Europese top, zij het zonder onze bruisende pass & move-stijl . Maar we nemen het voor lief, want het succes smaakt zoet. Hard times are over.'
...

'Rafa Benitez is een voetbaldenker. Zijn teams zijn niet de leukste om te bekijken. Voor het eerst in vijftig jaar is er in de coachingstaf van FC Liverpool niemand met rode roots. Dat is een trendbreuk met het verleden. We staan opnieuw aan de Europese top, zij het zonder onze bruisende pass & move-stijl . Maar we nemen het voor lief, want het succes smaakt zoet. Hard times are over.' John Williams (49) tracht de roes vast te houden. Ik ontmoet hem in Matthew Street. De beroemdste straat van Liverpool is één bruine kroeg. De tijd krijgt geen greep op dansende, zingende en drinkende mensen van alle leeftijden. The Cavern Pub kondigt de jaarlijkse internationale Beatlesweek aan. Hier voelt John Williams zich thuis. De directeur van het Centrefor Sociology of Sport in Leicester noemt zichzelf een lifelong Liverpoolfan. Hij is auteur van The Liverpool Way of Football en het pas verschenen The Miracle of Istanbul.Liverpool kent elke twintig jaar een golfbeweging. In 1965 barstte de havenstad open en veroverde Europa met de Beatles en de Kop: vrijheid blijheid, voetbal en muziek. De tragedie van 1985 op de Heizel viel samen met het economische verval: armoede, depressie en werkloosheid. Vandaag heerst gematigd optimisme: 750.000 feestende mensen stroomden eind mei samen na de Champions Leaguewinst in Istanbul tegen AC Milan, en in 2008 draagt de Merseyside de titel van 'culturele hoofdstad van Europa'. Liverpool staat bekend om zijn emotionele voetbalpassie, zijn muzikale creativiteit, en zijn syndicalisme met een liberale ondertoon. Deze drie stromingen kronkelden in de jaren zestig als levensaders door Anfield Road, het stadion van The Reds. Rebellerende jongeren en dokwerkers koesterden hun nieuwe coach Bill Shankly als hun Messias. De popmuziek van de Merseysound vond haar weg naar de beroemde Kop. Liverpool is de meest on-Engelse stad van het Verenigd Koninkrijk, profileert zich voortdurend tegen Londen, is zeer gericht op de onbevattelijke combinatie zelfspot-melancholie-opstandigheid van de celtic culture, en voelt zich verwant met de Amerikaanse vrijheidsgedachte. Vandaar de muzikale smeltkroes: jazz, r&b, Ierse folk en Britse rock. In de geboortestad van het links-liberalisme vormen de LiberalDemocrats vandaag de belangrijkste politieke stroming. Intussen tracht de traditieclub zich moeizaam aan te passen aan het nieuwe tijdperk van het voetbal. De cultuur van music & fun, het collectieve voetbalethos van Shankly, en het historische besef van strijd voor sociale rechten, worden gelinkt aan de hedendaagse commerciële stijl. Via supportersdemocratie, strijd tegen racisme en 'communitywerking'. Het draagt in ruime mate bij tot het behoud van de Liverpool Way of Football. 29 september 1981 is een historische dag in de geschiedenis van de club. Bill Shankly (1913) is dood. Het nationale congres van de Labour Party vraagt een minuut stilte 'om een man te herdenken die altijd een socialist is geweest'. In Liverpool hangen duizenden rode vlaggen halfstok. Met de legendarische coach, op de bank van 1959 tot 1974, sterft een stuk van de stad aan de Merseyrivier. JOHN WILLIAMS: Shankly is het begin en het einde van 'The Liverpool Way of Football'. He made the people happy. Het is de slogan onder zijn standbeeld voor Anfield Road: een klein, oud mannetje, altijd in hetzelfde grijze werkmanspak, met een rode sjaal rond zijn nek. Hij steekt zijn armen in de lucht. Zoals hij destijds voor de Kop deed. De beroemdste staantribune ter wereld, vol swingende sixtiesjongens met Beatleslook en Buddy Hollybrilletjes, beantwoordde dan zijn gebaar met driemaal 'Shanklee' te zingen, op de tonen van Amazing Grace. Hij arriveerde in Liverpool op het ogenblik dat de stad zou uitbarsten op de golven van de sixties. Hij groeide op in een gezin van tien kinderen, in een typische Schotse mijnwerkersgemeenschap. Daar ontkiemde zijn liefde voor de simpele saamhorigheidsgedachte én de gezelligheid van de Schotse sociaal-democratie. Shankly noemde zichzelf een socialist van de straat. WILLIAMS: U zegt het. Zo ontstond het Shanklyisme: een hitsige cocktail van emosocialisme, voetbalhartstocht, music & fun. Hij wordt tot vandaag onsterfelijk gemaakt in graffiti, op shirts en nog steeds, meer dan twintig jaar na zijn dood, in gezangen van de fans. Hij roemde de gewone mensen van Liverpool zowel om hun strijdlust als om hun typische humor. Ze deelden hetzelfde karakter: bizar en subversief. Hij verwoordde hun gedachten, sprak hun taal, en begreep dat hij de typische sentimenten van de stad in het stadion kon manipuleren. Samen met zijn door hem geknede opvolger Bob Paisley opende hij de beroemde bootroom, letterlijk een kaal kamertje met versleten voetbalschoenen, waar ze tijdens het drinken van Schotse whisky urenlang over voetbal doorboomden. Shankly formeerde er zijn staf, werkmensen met slechts één obsessie: voetbal. Na zijn totaal onverwachte vertrek in 1974 stroomden ze door naar een topfunctie bij de club. Hij zei over zijn ontslag: 'Het was alsof ik naar de elektrische stoel ging.' De bootroom boetseerde de befaamde struggle for simplicity. Zo roemde Shankly zijn collectieve voetbalethos met ruimte voor de individuele actie. Zijn simpele devies: ' Pass & Move, Pass &Move!' Hij schreeuwde het uit en demonstreerde het gesticulerend van op de bank. Een tot twee keer raken, de one touch, en dan passeren naar de vrije maat in de vijf-tegen-vijfoefening op training. Een simpele strategie: 'Speel de bal naar een ander rood shirt.' Daarnaast was hij de geboren entertainer. Hij liet de stadionsuppoost een pak met wc-rollen afgeven aan de tegenstander. Met deze grollen overtuigde hij zijn team dat het beter was dan de concurrentie. De Kop zette het in de jaren negentig op het ritme van de rap: 'Pass & Move, It's the Liverpool groove!'De zwijgzame Paisley nam in 1974 over van zijn leermeester, hanteerde dezelfde principes, maar een volkomen andere stijl. Hij leidde The Reds naar de internationale top tussen 1976 en 1984. Paisley verhinderde wél, samen met de top van de club, Shankly's terugkeer. Die kon een leven zonder voetbal niet aan en kwijnde weg. Hij stierf aan een gebroken hart. WILLIAMS: De Kop bood een warm toevluchtsoord voor de duizenden lost boys. Ze raakten onder invloed van de muzikale psychedelica van de jaren zestig, en van het onderlinge kameradengevoel. Voetbal en rock-'n-roll waren voor arme, jonge Liverpudlians de enige ontsnappingsroutes uit de achterbuurten. Voor wie naast de spotlights van de stadions en de rocktempels greep, was de Kop the place to be. Daar kon men zijn verloren dromen en onverwerkte frustraties ongeremd de vrije loop laten. De jonge fans bedachten spontaan nieuwe teksten op hits van The Beatles, Cilla Black of Gerry and the Pacemakers. De Kop was de focus van een nieuwe jeugdcultuur, werd een popgroep op zichzelf. WILLIAMS: Good old John Peel! Sinds de jaren zestig tussenpersoon voor The Beatles en Bill Shankly, voor voetbal en muziek. Hij gaf een eerste radiopodium aan onder meer Velvet Underground, Pink Floyd, The Clash en The Smiths. En vooral: The Undertones! Met de punkhymne uit 1976 Teenage Kicks en de onverslijtbare versregel: 'Teenage Dreams, So hard to beat'. Hij stuurde de song twee keer na elkaar de ether in en barstte in snikken uit. De BBC draaide de openingsriff om zijn overlijden aan te kondigen. Zijn begrafenis bereikte een emotioneel hoogtepunt toen de tonen van de Kops versie van You'll Never Walk Alone overvloeiden in Teenage Kicks. Vrienden in rode shirts droegen zijn kist. Hij keerde zich ook nadrukkelijk tegen het Thatcherisme, net als de rest van Liverpool in de jaren tachtig, omdat de Iron Lady de stad in 'armoede onderdompelde'. Hij gaf zijn kinderen als tweede naam Shankly, Anfield, Paisley, en Dalglish mee. You'll never walk alone heeft sinds 1965 op Anfield Road een cultstatus. Pink Floyd inviteerde het koor van de Kop zelfs op zijn experimentele elpee Meddle. In Istanbul zongen 40.000 fans zeven versies van You'll Never Walk Alone. Afhankelijk van het spelverloop. Verwachting, hoop, inspiratie, treurnis, ondergang, vreugde, trots: van 3-0 naar 3-3 en winst na strafschoppen! Een emotie voor het leven, samengebald in een lenteavond tussen wanhoop en roes. Ian Mc Culloch van Echo & The Bunnymen pikte de muzikale draad op in de jaren tachtig. Hij is een typische luidruchtige Scouser, een oer-Liverpudlian, met Ierse roots en wilde haartooi. Het elitaire muziekmilieu keek aanvankelijk neer op het te volkse voetbal. Hij schoffeerde hen met zijn uitspraak: 'Ik ben de eerste bastaard die durft zeggen dat hij van muziek én van voetbal houdt.' Mc Culloch beëindigt zijn optredens steeds met een hommage aan Shankly en Paisley. WILLIAMS: Elvis Costello's wortels liggen aan de Mersey. Met Painting the town red, de tune van de populaire televisieserie Scully, een Eastenders-variant op Liverpool, deed hij een aanklacht tegen de verloedering van de stad onder het beleid van Margaret Thatcher, en verried hij zijn voetbalvoorkeur. Tijdens de finale tegen AC Milan trad hij op in Norwich. Hij volgde de gebeurtenissen van op het podium. Bij 3-2 liet hij zijn band improviseren en trok zich terug in de kleedkamer en keek tot na de strafschoppen. Zestien mensen vroegen hun geld terug. Costello antwoordde: 'Gedurende deze twee uren was voetbal zeker belangrijker dan rock-'n-roll.' Twee gebeurtenissen maakten in de jaren tachtig de band tussen voetbal en pop op Anfield Road nog intenser. De zware economische crisis onder de regering-Thatcher deed tussen 1979 en 1984 de helft van de fabrieken op de fles gaan. Het regende faillissementen en er kwam niets in de plaats. Tenzij de muziek. Door het drama van Hillsborough in 1989, waar zesennegentig Liverpoolfans stierven door verstikking in een te volgepropt vak, stonden overal in de stad spontane footballbands op voor benefietoptredens. De invloed van het fenomeen Shankly op muzikanten is merkwaardig. Sommigen noemen hem de belangrijkste man van de muziekindustrie aan de Mersey. WILLIAMS: Het Engelse supportersgeweld in de periode 1975-1990 was racistisch en rechts-radicaal. Met invloeden van het British National Front, vooral in Leeds en Londen. Niet in Liverpool. In tegenstelling tot vele andere terraces was de Kop destijds een veilige haven voor vaders en hun zonen. Met veel sociale controle. Steeds meer jongeren ruilden die in hun ogen vervelende Kop in voor de Anny Road End aan de overkant van het stadion. Ze gingen op zoek naar actie. Deze versplintering wordt door insiders omschreven als de langzame aftakeling van de Kop, de vernietigende slingerbeweging van humoristisch en optimistisch naar onverdraagzaam en soms gevaarlijk. De economische depressie versterkte het negatieve zelfbeeld van deze jongeren, die al met één voet in de marginaliteit stonden. De status van de Kopite, in het verleden zeer hoog, betekende op dat ogenblik niets voor de lads. Ze hadden nood aan nieuwe uitdagingen. Hooguit honderd jongens verlieten de Kop. Het generatieconflict voltrok de splitsing. Het werd uncool om met je vader naar de wedstrijd te gaan. WILLIAMS: Precies. Het Heizeldrama viel totaal uit de lucht en bracht de stad in shock. Voor ons was het een absolute nachtmerrie. Rome 1984 verhardde de geesten. Na onze Europacupzege tegen AS Roma kregen onze fans na de match de volle laag van Romeinse supporters met Mussolinisympathieën. Ook vrouwen en kinderen werden gemolesteerd. Zonder dat de politie ingreep. WILLIAMS: Vermoedelijk speelde de nare herinnering aan Rome onze aanhang parten in de aanloop naar de vechtpartijen. Feit is dat de club niet anders kan dan de tragedie van de Heizel als onderdeel van haar geschiedenis beschouwen. Dat heeft ons veel tijd en moeite gekost. De Kop kwam pas met zichzelf in het reine na de prachtige choreografische boodschappen van medeleven en vriendschap, 'Amizia-Friendship', voor de kwartfinale tegen Juventus. Op Anfield keerden sommige Italiaanse fans zich met de rug naar het veld en in Turijn droegen ze een spandoek: 'You're more ugly than Camilla.' Die humor spreekt ons wel aan. WILLIAMS: Hij doet een oproep om racisme te bestrijden in stadion en samenleving. 'Als je op de tribune racistische uitlatingen hoort, reageer er dan tegen.' Barnes vergelijkt het verzet tegen het racisme met de Civil Rights Movement van Martin Luther King. De club is heel duidelijk. In haar supporterscharter staat: 'Racisme hoort niet thuis bij FC Liverpool. We zijn groter dan dat.' Onze spelers trekken de scholen in om kinderen te overtuigen. Elk jaar brengen we een prachtig moment op Anfield: 'Kick Racism out of Football!' Schop het racisme eruit. WILLIAMS: We willen de macht van het voetbal gebruiken om een betere wereld te maken. In de sessie Dads & Lads worden vaders en zonen uitgenodigd in het trainingscomplex. Met als bedoeling hen dichter bij elkaar te brengen. Het voetbal staat centraal, maar we weven er praatsessies over communicatie, zelfvertrouwen, discipline en leiderschap rond. De After School Clubs is een samenwerkingsverband met scholen uit de buurt van het stadion of in 'moeilijke wijken' zoals Toxteth. Twee tot zes coachingsessies per week. En ons studiecentrum Reducate op Anfield wordt gebruikt door duizenden schoolkinderen. Vrijdags staat Reducate open voor zogenaamde 'Special Needs Schools', of bijzonder onderwijs. Voetbal is een deel van het antwoord op de frustratie, de onderontwikkeling en de achterstelling. De band met onze supporters is cruciaal voor ons. Open communicatie en dingen teruggeven aan de mensen. En zingen! Wij droegen in Istanbul fier de vlag met ons mantra: 'The Reds. My passion. My love. My life. You'll never walk alone.'Bill Shankly is onze spirituele leider. That's the Liverpool Way of Football. Door Raf Willems'Voetbal en rock-'n-roll waren de enige ontsnappingsroutes.''Bill Shankly voerde een "struggle for simplicity". Zijn simpele devies: "Pass & Move, Pass & Move".'