Het tijdschrift dat u in de hand houdt, kost 120 Belgische frank of precies 2,9747 euro. Want we hebben nu in de praktijk voor enkele jaren twee munten - we krijgen tot begin 2002 de tijd om anders te leren tellen. Zaak is die euro in de vingers te krijgen, om hem straks, wanneer de nieuwe bankbriefjes en muntjes er aankomen, met hetzelfde gevoel van waarde te kunnen besteden als dat vandaag met de frank het geval is.
...

Het tijdschrift dat u in de hand houdt, kost 120 Belgische frank of precies 2,9747 euro. Want we hebben nu in de praktijk voor enkele jaren twee munten - we krijgen tot begin 2002 de tijd om anders te leren tellen. Zaak is die euro in de vingers te krijgen, om hem straks, wanneer de nieuwe bankbriefjes en muntjes er aankomen, met hetzelfde gevoel van waarde te kunnen besteden als dat vandaag met de frank het geval is. Het eurobedrag aan het eind van de rekening in het grootwarenhuis blijft tot dan een abstract gegeven, een curiositeit, net zo exotisch als de prijs van dat énige jakje op die zuiderse markt tijdens de vakantie. Het staat er een beetje verloren tussen het bedrag dat met echt geld te betalen valt en de spaarpunten die met de aankopen weer zijn verzameld. De euro blijft alsnog iets voor in de boekhouding, waar bankiers mee bezig zijn, beleggers en multinationale ondernemingen. De wereld van de grote getallen, waarover sowieso een waas van geheimzinnigheid hangt. Nu dwingt de nieuwsgierigheid ons nog van even te kijken hoeveel dit of dat in euro heeft gekost, over enkele weken doen we dat toch weer niet meer. Geld is pas echt als je een verfrommeld briefje vindt in die jeans, net voor hij de was ingaat. Het gevoel dan, van even rijk te zijn. Het risico bestaat dat we daardoor het belang van die eenheidsmunt onderschatten. Meer misschien nog dan de ondertekening van het Verdrag van Rome, waarbij in de jaren vijftig de Europese Economische Gemeenschap werd opgericht, houdt ze de belofte in dat de landen die er aan participeren geen toekomst meer zien zonder elkaar. De introductie van de euro is het voorlopige eindpunt van een proces dat begon op een moment dat Europa aan de grond zat. Een geschiedenis vol oorlogen had Duitsland, Frankrijk en ook Engeland gedegradeerd tot pionnen op het schaakbord van de nieuwe grootmachten, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Het verval van de oude wereld leek niet te stuiten, het versnipperde Europa kreeg ook economisch in het beste geval de rol van toeschouwer aangemeten in de strijd die Amerika daarna begon met de reus in het Oosten, Japan. Integratie was het enig mogelijke Europese antwoord daarop en de euro is een nieuw wapen in de heropstanding van het continent, die enkele jaren geleden werd ingezet met de creatie van de eenheidsmarkt. Het is geen toeval dat de internationale geldmachines hun verwoestende speculatiegolven nu al enige tijd niet meer tegen Europese munten richten maar hun gewin elders zoeken. De gewone burger van zijn kant heeft met dat macro-economische spel weinig te maken. Hij betaalt er meestal slechts de rekening voor. Europa was voor hem vaak dan ook een wereldvreemde constructie, die z'n pet ver te boven ging. Iets met chique salons en dure ambtenaren, ingewikkelde reglementen en veel verbodsbepalingen. Brussel was en is in veel andere hoofdsteden een vies woord, de plek waar de regelneven wonen. Het duurt wel een kleine generatie, maar als de euro een keer ingeburgerd is, zal hij grenzen doen vervagen. De eenheidsmunt zal politieke leiders verplichten om na te denken over een gezamelijke sociale politiek en een harmonisering van de fiscaliteit. Europa zal, met andere woorden, politiek meer karakter moeten krijgen. De afstand tussen de beslissingsmacht en de kiezer zal op den duur noodgedwongen kleiner moeten worden. Dat zijn allemaal punten die bij overtuigde voorstanders van een verenigd Europa al langer hoog op de agenda staan, omdat ze de Europese constructie ook een andere dan een louter economische onderbouw geven. Er is vorige week veelvuldig herinnerd aan de verdiensten van de vaders van dit project. Van Jean Monnet en Robert Schuman tot, recenter, François Mitterrand en Helmut Kohl. De Belgische minister van Financiën, de PSC'er Jean-Jacques Viseur, voegde er één aan toe: de man in de straat, die de saneringen en besparingen heeft ondergaan die nodig waren om de verschillende economieën op elkaar af te stemmen. Die beseft het nu nog niet, omdat hij die euro nog niet in zijn zakken hoort rinkelen. Maar het aanschijn van zijn wereld is vorige vrijdagochtend echt veranderd. En daar heeft hij zijn steentje toe bijgedragen.Hubert van Humbeeck