Het zijn dagen van feestelijkheden en ceremoniën in de joodse gemeenschap. De festiviteiten voor de vijftigste verjaardag van de onafhankelijke staat Israël zijn overal in de wereld van start gegaan. Ook in Brussel vorige week op het stadhuis.
...

Het zijn dagen van feestelijkheden en ceremoniën in de joodse gemeenschap. De festiviteiten voor de vijftigste verjaardag van de onafhankelijke staat Israël zijn overal in de wereld van start gegaan. Ook in Brussel vorige week op het stadhuis. Bijna op hetzelfde ogenblik vinden nu plechtigheden plaats ter herdenking van de shoah, de nazi-moord op de joden in de Tweede Wereldoorlog die ook aan meer dan 28.000 joden in België het leven kostte. Hier hield de synagoge Beth Hillel, van de "liberale" joodse gemeenschap, op 23 april een plechtige ceremonie in Brussel om, volgens de joodse kalender, de 27ste nissan te vieren als "shoa-dag", waarbij de namen voorgelezen werden van de uit België gedeporteerden. De achtste mei viert de hele joodse gemeenschap samen met officieel België de "dag van de overwinning en bevrijding, van de democratie en van herdenking van de genocide", en rekent erop dat voortaan elk jaar te doen. Twee oude vrouwen moeten er dit jaar onderscheiden worden, één van hen voor het redden van 81 joodse kinderen. De joodse gemeenschap in België komt sinds enkele jaren openlijker naar buiten met aandacht en erkentelijkheid voor niet-joden in dit land die tijdens de Duitse bezetting vervolgde joden hielpen zich te verstoppen, onder te duiken of te ontsnappen, soms "op zijn Belgisch", soms ook in gewapende acties van het verzet. Ook toen vorig jaar aan de Belgiëlei in Antwerpen een monumentje ter herinnering aan de gedeporteerden werd opgericht - gemaakt door de kunstenaar Willem Bierwerts -, kwam dat ter sprake. Een man die hier al jaren mee bezig was, is de uit Antwerpen afkomstige Israëli Sylvain Brachfeld, die al een paar boeken op zijn actief heeft over de joodse gemeenschap in Antwerpen, en over de relaties tussen België en Israël. Brachfeld zit in Israël in de "Commissie voor de erkenning van de Rechtvaardigen", de mensen die in de shoa joden hebben gered. Die Rechtvaardigen hebben een erepark in het holocaust-monument Yad Vashem in Israël, en onder hen telde men, tot mei 1997, 983 Belgen. Achter in zijn jongste boek, "Ze hebben het overleefd", geeft Sylvain Brachfeld voor het eerst de complete lijst. DE KINDEREN VAN DE WEESHUIZENHet boek is het dossier dat Brachfeld heeft willen maken over de concrete realiteit van de deportatie in België onder de Duitse bezetting. Het ontloopt de emotionele overtonen niet die zijn gruwelijke onderwerp van nature met zich brengt. Daar staat tegenover dat de auteur de periode zelf meemaakte als kind, ondergedoken leefde bij een echtpaar in Wallonië en in een klooster in Verviers, en zo perfect weet waarover hij het heeft. Het had dus een persoonlijk, autobiografisch relaas kunnen worden, en ten dele is het dat ook. Maar op een eenvoudige - en overtuigende - manier gaat het verder dan dat. Brachfeld begint weer helemaal bij het begin: vertellen over de jodenvervolging in België tijdens de Duitse bezetting. "Als een van de Belgische overlevenden van de shoa, voel ik mij sinds de Bevrijding verplicht het verhaal van mijn overleven en van het overleven van andere joodse kinderen en volwassenen, te vertellen. Zoals je verder zal kunnen lezen, is dit overleven enkel mogelijk geweest dankzij de hulp van burgers, die daarbij grote risico's genomen hebben.(...) Over de kampen in Oost-Europa is er al heel veel geschreven; over de redding van de joden in West-Europa erg weinig. Dit onderdeel van de geschiedenis van de shoa is vooral belangrijk omdat de plaatselijke, niet-joodse, bevolking hier rechtstreeks bij betrokken was. Het bewijst dat, met de hulp van anderen, talrijke joden konden overleven." Over die hulp gaat het dan. Maar eerst moet een en ander uitgelegd, en Brachfeld doet dat. Hij vertelt over de toestand in 1940 in de joodse gemeenschap in België, en op welke manier - met welke middelen - die toestand tijdens de bezetting veranderde. De anti-joodse wetten, Breendonk, de Dossin-kazerne in Mechelen, de deportatie. En dan de noodzaak voor de joden om onder te duiken, te vluchten, van identiteit te veranderen, de hulp die ze daarbij nodig hadden. Hij vertelt dit alles op een eenvoudige, bevattelijke manier: veel dingen zijn in een sterk veranderde wereld, verre van vanzelfsprekend geworden. En als concreet voorbeeld komt hij met het verhaal van de joodse weeshuizen, hoe meer dan honderd kinderen via een onwaarschijnlijk vertakt complot van niet-joodse, vaak katholieke, Belgen, heel de bezetting door gesmokkeld werden, naar de bevrijding, en het ten slotte overleefden. Als centraal voorbeeld om het argument van zijn boek te illustreren, is het een prachtig en veel te weinig bekend verhaal. Maar het is niet alleen om dit verhaal dat "Ze hebben het overleefd" een nuttig boek is, maar zeker omdat het een logische plaats krijgt in een bij fragmenten bijna vergeten geheel. Sylvain Brachfeld, "Ze hebben het overleefd", VUBPRESS, Brussel, 290 blz.Sus van Elzen