Na de consommé van zeevis en gevuld konijntje komt als dessert eerst een mooi verhaal, en wel uit de tijd dat Matteo Renzi zijn politieke loopbaan begon. Aan het woord is Fabio Picchi, een topkok in Florence. Hij vertelt over een voormalige viceburgemeester van de stad, die in de jaren negentig de ambitieuze, katholieke en aankomende politicus Renzi leerde kennen. Hij begon hem te volgen, te steunen, te bewonderen. En op het einde voorspelde hij: 'Als deze kerel niet in de cel eindigt, dan wordt hij ofwel paus, ofwel premier van Italië.'
...

Na de consommé van zeevis en gevuld konijntje komt als dessert eerst een mooi verhaal, en wel uit de tijd dat Matteo Renzi zijn politieke loopbaan begon. Aan het woord is Fabio Picchi, een topkok in Florence. Hij vertelt over een voormalige viceburgemeester van de stad, die in de jaren negentig de ambitieuze, katholieke en aankomende politicus Renzi leerde kennen. Hij begon hem te volgen, te steunen, te bewonderen. En op het einde voorspelde hij: 'Als deze kerel niet in de cel eindigt, dan wordt hij ofwel paus, ofwel premier van Italië.' En kijk nu eens, zegt de superkok, het is uitgekomen. Matteo Renzi, de man voor wie Picchi al jaren kookt, de jonge en rusteloze politicus die behalve aardappelpuree eigenlijk alles lust, is nu premier. Urenlang al zendt de openbare omroep op deze dinsdag 25 februari live uit vanuit het parlement in Rome. Renzi, tot nu toe burgemeester van Florence en stamgast van Picchi, verschijnt in het huis van afgevaardigden voor zijn eerste optreden als regeringsleider. Hij komt zelfverzekerd en kordaat over, net als de dag tevoren. Toen zei hij tegen de senatoren, die voor de vertrouwensstemming waren samengekomen, dat volksvertegenwoordigers zoals zij in dit 'vastgeroeste, verloederde, geketende' land eigenlijk nergens meer voor dienden. 'Er is leeuwenmoed nodig om de Italiaanse senatoren uit te nodigen om zichzelf per stemming af te schaffen', zegt Picchi. Maar anderen, vooral degenen die niet in Florence wonen, vragen zich af: Renzi heeft inderdaad vijf jaar in de stad van Machiavelli en Dante geregeerd. Hij heeft die taak met moed, lef en onmiskenbaar ook met trots vervuld, maar betekent dit nu ook dat hij over voldoende bagage beschikt om de opgaven die zich inmiddels opgehoopt hebben aan te pakken? De 39-jarige Matteo Renzi is sinds 22 februari de regeringsleider van de op twee na sterkste economische macht van de eurozone. Maar buiten Florence heeft hij nog geen politiek ambt uitgeoefend. Hij is niet vertrouwd met het parlement en de senaat in Rome, om maar te zwijgen van de EU-organen in Brussel. Toen hij in het verleden EU-raad en Europese Raad door elkaar haspelde, viel dat nauwelijks op. Intussen staat Renzi onder toezicht: als premier van een land dat de zwaarste economische crisis van zijn naoorlogse geschiedenis doormaakt. Italië heeft meer dan twee jaar recessie op rij achter zich. De schuldenlast bedraagt inmiddels 133 procent van het bbp. Onder de EU-staten maakt alleen Griekenland een nog slechtere beurt. Zelfs bij Italiaanse bedrijven heeft de staat ten minste 70 miljard euro aan schulden openstaan. Ondernemers klagen bovendien over de verpletterende belastingdruk. Het nationale werkloosheidscijfer is sinds 2007 verdubbeld. De Italiaanse volksvertegenwoordigers, die over een maandelijks netto-inkomen beschikken dat kan oplopen tot 12.000 euro, kennen de moeilijkheden waarin hun landgenoten verkeren. Maar ze delen ze niet. Renzi treedt daarom op als de advocaat van het volk. Over de hoofden van de volksvertegenwoordigers heen kijkt hij trefzeker in de televisiecamera's en zegt: 'Italië kan een leidende positie in de wereld veroveren, op voorwaarde dat het beschikt over een politieke klasse die niet als in de bioscoop alleen maar kijkt naar de gebeurtenissen op het doek.' Hij ziet zichzelf als vaandeldrager van de nieuwe politieke klasse: een bescheiden levensstijl, populair, altijd in touw. Tussen de beëdiging door president Giorgio Napolitano en een telefoongesprek met Angela Merkel spoedde hij zich nog naar zijn vrouw en drie kinderen in Pontassieve, in de buurt van Florence. Dat Renzi en zijn echtgenote Agnese, een lerares, een hele tijd veel minder verdienden dan een gemiddelde volksvertegenwoordiger, hebben de kiezers te gepasten tijde vernomen. Net als het feit dat de drie kinderen van de Renzi's op de dag dat hun vader in Rome de eed aflegde groen, wit en rood droegen: de kleuren van de Italiaanse tricolore. En dat de nieuwe regeringsleider van Italië kort daarop in zijn geboortedorp de mis bijwoonde, waarbij de priester uit het evangelie volgens Mattheus ('Matteo') voorlas, met name de passage met de aanbeveling je vijanden je andere wang aan te bieden, indien nodig. Een wenk vanaf de kansel? Tot nu toe lag het niet in Renzi's aard om deemoedig te incasseren. Hij deelt liever de klappen uit. Kijk maar naar de manier waarop hij in december na zijn verkiezing tot leider van de sociaaldemocratische Partito Democratico zijn partijvriend Enrico Letta als regeringschef aanviel. Dat leek bijna op een verzoek om in het pantheon van de koningsmoordenaars opgenomen te worden. Wat Rome en de rest van Europa van Renzi mogen verwachten, weten ze in Florence het best. In de renaissancestad staan vlammende pleitbezorgers en harde critici van de ex-burgemeester tegenover elkaar. Op enkele punten zijn ze het met elkaar eens: Renzi is een begenadigd communicator, hij is een toonbeeld van vlijt en lijkt een geboren alfaman. Renzi was altijd nummer één, eerst als leider van een padvindersgroep, later als partijsecretaris, daarna, op zijn 29e, als president van de provincie Florence en nog wat later als burgemeester, op zijn 34e. Wie hem dwarsboomt, moet op zijn tellen passen. Zo ging Renzi eens zonder commentaar maar wel opzettelijk op de tenen staan van een hardnekkige reporter, die in de vipzone van het stadion van Fiorentina was geslopen om een portret van de burgemeester te maken. Zijn geheugen voor onvriendelijke persartikels is legendarisch. Aan prominente pleitbezorgers heeft Renzi geen gebrek. De beroemdste onder hen zitten in de buurt van het Florentijnse stadhuis, met vertegenwoordigingen van hun firma's aan de voet van de kathedraal: de modeontwerpers Ferruccio Ferragamo en Roberto Cavalli, de schoenenfabrikant Diego della Valle van Tod's en Oscar Farinetti, de eigenaar van de gourmetketen Eataly. Matteo Renzi heeft veel voor Italië gedaan, zegt Ferragamo, maar het belangrijkste is: 'Hij heeft de Florentijnen hun zelfvertrouwen teruggegeven en weer leven in de stad gebracht.' Die multimiljonairs en miljardairs hebben intussen allemaal ingezet op Renzi, die een goed jaar geleden tijdens de verkiezingsstrijd in zijn partij nog duidelijk het onderspit moest delven voor de ex-communist Pier Luigi Bersani. Dat zegt veel over de verwoestingen die in het Italiaanse partijlandschap zijn aangericht, over de puinhoop na twintig jaar Silvio Berlusconi, en vooral over de vertwijfeling die zich van de succesvolste Italianen meester heeft gemaakt. Volgens de betere Florentijnse kringen bevindt het onderwijs- en vormingssysteem zich in zo'n vreselijke toestand 'dat het al moeilijk geworden is om in het land nog geschoolde krachten te vinden'. Renzi, die volgens zijn eigen woorden als 'sloper' van de oude elites is gestart, weet dat hij als regeringsleider heel snel op zijn daden zal worden beoordeeld. Van zijn plannen voor een economische en morele kentering in Italië staat tot nu toe alleen vast dat ze ambitieus zijn. Nog voor de start van het Italiaanse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie op 1 juli 2014, moet iedere maand een groot project in de steigers worden gezet: naast een nieuwe kieswetgeving vooral de hervormingen van de arbeidsmarkt, van het openbaar bestuur en van het belastingsysteem. 'In drie maanden drie dingen waarop we al 30 jaar wachten? Wel, veel geluk ermee!' schreef de Corriere della Sera spottend. Misschien heeft Renzi over het hoofd gezien dat het Italiaanse moeras waarover hij zozeer lamenteert niet alleen bevolkt wordt door 'reigers en flamingo's, maar ook door padden, adders en krokodillen'. In alle duidelijkheid: niet alleen Silvio Berlusconi en Beppe Grillo, de aanvoerders van de twee sterkste oppositiepartijen, zouden Renzi, wiens coalitie slechts met een flinterdunne meerderheid regeert, stokken in de wielen kunnen steken. Er dreigen ook problemen met de eigen partij zodra het zal gaan om verworvenheden die niemand wil prijsgeven. En zodra de kwestie rijst hoe al die opbloeiende, getwitterte Renzi-ideeën ('Duizend bouwwerven voor duizend scholen') gerealiseerd en gefinancierd moeten worden. Voorlopig verheugt Renzi zich nog over het feit dat zijn inzichten - 'Europa's stabiliteit is belangrijk. De stabiliteit van de klaslokalen van onze kinderen is belangrijker' - bij partijvrienden en kiezers goed aankomen. Net als de successen van Berlusconi en van de komiek Grillo steunt het succes van Renzi op een gemeenschappelijke noemer, zegt het rechtse parlementslid Achille Totaro uit Florence: 'De Italianen willen vermaakt worden en kiezen daarom helaas voor zeventig procent voor politici aan wie kiezers in de rest van Europa nauwelijks hun stem zouden geven.' Dat Matteo Renzi nu nog de reputatie heeft dat het hem meer 'om de rook dan om het gebraad' te doen is, eerder om het effect dan om de substantie, is slechts één kant van de zaak. Aan de andere kant heeft hij tot nog toe alle belangrijke verkiezingen haast in zijn eentje gewonnen, tegen de wil van de partijbonzen in. David Allegranti, reporter bij de Corriere Fiorentino in Florence en auteur van de eerste Renzi-biografie, verklaart dat zo: 'Matteo is in staat om een olifantenkerkhof in een fonkelend circus om te toveren. Hij concentreert zich op projecten die hij gemakkelijk kan verkopen omdat iedereen ze begrijpt. En hij is zich in machiavellistische zin van zijn macht bewust, in zekere zin is hij een postmoderne vorst met een uitgesproken neiging tot koningsmoord.' Wie Renzi en zijn verstoorde relatie met heel wat intellectuelen in Florence wil begrijpen, hoeft alleen maar de beruchtste zin van Renzi te onthouden, zegt Allegranti: 'Deze stad heeft geen burgemeester, wel een marketingman nodig.' Hoe dan ook, voor het huidige Italië, dat door intriges en belangenconflicten verlamd wordt, komt iemand als Renzi misschien wel als geroepen, aldus Allegranti: 'Want in Rome maakt hij de indruk van een marsmannetje, als iemand die van een heel ander continent afkomstig is, uit Florence, en die niet vergrijsd en verlamd is, maar jong en snel.' Misschien slaagt Renzi er wel in zijn land uit zijn doornroosjesslaap te wekken - precies omdat hij zo populair is, omdat hij een goed contact met de jeugd heeft en omdat hij niet bang is de confrontatie aan te gaan met problemen die veel groter zijn dan hijzelf, zoals de karikaturist Sergio Staino eens heeft gezegd. Renzi's 'mix van een sympathiek voorkomen en oppervlakkigheid, van fijne voelsprieten en gebrekkige kennis' betekent niet noodzakelijk dat hij gedoemd is om te mislukken. Niet onbelangrijk maar toch in de minderheid zijn de stemmen van Renzi's critici in Florence, van de inwoners die de ex-burgemeester verwijten dat hij zijn stad in een soort van 'Matteolandia', in een mondiaal verkoopbaar merk heeft willen veranderen. En dat ter wille van eigen eer en glorie. Neem nu Claudio Fantoni, ex-schepen van Financiën, die intussen weer zijn hoofdberoep als bariton aan het theater uitoefent. Fantoni schreef in een brief aan Renzi dat voor serieuze gesprekken over het stedelijk budget juist nog 'dat ene minuutje waarin je je tanden hebt gepoetst' overgebleven zou zijn - veel minder tijd dan voor een facebookbericht. Het Rekenhof laakte 'herhaaldelijke onregelmatigheden' in het financieel gedrag van de stad Florence. De schuld van de stad was binnen een jaar duidelijk gestegen en overschreed in 2012 de 750 miljoen euro. Haast logischerwijze heeft Renzi nu verklaard dat hij de deficitdrempel van drie procent, die door de EU-Commissie is opgelegd, wil overschrijden mocht dat nodig zijn om zijn nationale hervormingen te realiseren. Tijdens de regeringsvorming werd ex-minister Fabrizio Barca, een partijvriend van Renzi, opgebeld door iemand met satirische bedoelingen: de beller bood Barca aan om het ministerie van Economische Zaken over te nemen. Maar Barca gaf zich helemaal bloot toen hij zei dat hij al die slogans en die hele zaak met de nieuwe regering niet meer kon verdragen: 'Daarachter schuilt geen enkele idee, alleen een overdaad aan avonturisme.' 'Ach God,' zegt Fabio Picchi, Renzi's vertrouweling en lievelingskok in Florence, daarop, 'het zou beter zijn om daar allemaal wat meer ontspannen mee om te gaan.' En Picchi beklemtoont wat vooral in het voordeel van zijn vriend Matteo pleit: 'Hij houdt noch van geld noch van macht. Hij wil alleen maar heel graag alles zelf bepalen. In dat opzicht is hij zijn hele leven padvinder gebleven.' En anders dan Berlusconi, zegt Picchi, houdt Matteo er hoe dan ook over uiterlijk acht jaar mee op. Want zijn biechtvader zou hem al op het hart gedrukt hebben dat hij deemoedig moet zijn. Die biechtvader zei hem ooit eens: 'God bestaat, maar jij bent het niet - dus relax.' DOOR WALTER MAYR - © Der Spiegel'Matteo is in staat om een olifantenkerkhof in een fonkelend circus om te toveren.'