Gelukkig maken niet alle nationale ministers het zo bont als Freya Van den Bossche. De toenmalige excellentie oogstte ooit applaus met een forse uitbreiding van het ouderschapsverlof. Ze deed alsof de verdienste haar toekwam, terwijl België eigenlijk door Europese instanties in gebreke was gesteld omdat de minister de maatregel veel te lang in de la had laten liggen.
...

Gelukkig maken niet alle nationale ministers het zo bont als Freya Van den Bossche. De toenmalige excellentie oogstte ooit applaus met een forse uitbreiding van het ouderschapsverlof. Ze deed alsof de verdienste haar toekwam, terwijl België eigenlijk door Europese instanties in gebreke was gesteld omdat de minister de maatregel veel te lang in de la had laten liggen. Nationale regeringen doen graag alsof ze de leuke Europese regelingen zelf hebben bedacht, terwijl meer zure maatregelen systematisch op de rug van de Europese Unie worden geschoven. Omdat die houding de geloofwaardigheid van Europa ondermijnt, schreven professor Hendrik Vos en VRT-journalist Rob Heirbaut een helder boek over de manier waarop de Unie ingrijpt in ons dagelijkse leven ( Hoe Europa ons leven beïnvloedt, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 255 blz., 14,10 euro). Ze opperen daarin onder meer de opmerkelijke gedachte dat Europees nieuws meer op de lokale pagina's van de krant thuishoort dan verborgen tussen berichten uit Mali en Pakistan. Niet alleen omdat het in onze eigen hoofdstad wordt gemaakt, maar vooral omdat het vaak meer op het leven weegt dan alle demarches in de Wetstraat bij elkaar. Het voorbeeld van het ouderschapsverlof laat al zien dat het niet helemaal klopt dat Europa op sociaal vlak volstrekt harteloos is. Veel maatregelen die de werkvloer veiliger willen maken, zijn van Europese makelij. Dat er vanuit Brussel geen krachtig werkgelegenheidsbeleid wordt gevoerd, komt ook omdat lidstaten gewoon niet willen dat de Unie zich daarmee bemoeit. Het belang van de EU wordt nog het best aangetoond met het voorbeeld van Ierland. Toen Ierland in 1973 lid werd, was het nauwelijks meer dan een ontwikkelingsland. Vandaag is het een van de rijkste landen van de wereld. Zonder de Unie was dat niet mogelijk geweest. Toch houdt Dublin het nieuwe, broodnodige verdrag van Lissabon tegen dat erop gericht is de Unie democratischer en transparanter te maken. Precies wat de Ieren zelf willen. Op dezelfde manier is te weinig bekend dat de begroting voor duurzame ontwikkeling stilaan groter is dan die voor landbouw. Geld dat wordt uitgetrokken voor projecten die de kloof tussen arme en rijke lidstaten minder diep moeten maken. Dat geld komt dikwijls de nieuwe lidstaten in Centraal- en Oost-Europa ten goede, die de inspanning van de Unie politiek niet altijd naar waarde schatten. Het belangrijkste probleem van de Unie is het verschil in visie over hoe het verder moet. Er zijn lidstaten die naar meer integratie streven. Er zijn er die vinden dat Europa nauwelijks meer moet zijn dan een flinke, eengemaakte markt. Dat verschil van mening maakt dat het hele proces vaak zo moeizaam verloopt. Maar voor wie eraan zou twijfelen: de operatie van de regeringen van de Benelux om Fortis boven water te houden, was niet mogelijk zonder de euro en zonder de steun van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank. Vos en Heirbaut konden het niet weten toen ze hun boek schreven, maar bij wijze van invloed op het dagelijkse leven van honderdduizenden burgers kan dat tellen. Misschien moet de Unie nu ook eens kijken hoe ze kan voorkomen dat internationale financiële groepen de spaarcenten en de banen van al die mensen zo argeloos in gevaar brengen. door Hubert van Humbeeck