H are Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare, Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare."
...

H are Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare, Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare." U kent het vast ook, het lijflied dat Krishna-volgelingen met hun kaalgeschoren hoofden en oranje gewaden zingen tijdens optochten door het centrum van de stad. Na een dagje feestvieren met adepten van Krishna in Antwerpen, zeurt de melodie voortdurend door mijn hoofd. Op 2 maart herdacht de Hare Krishna-gemeenschap de 513de verjaardag van de geboorte van yogi Chaitanya, een van de grote leermeesters van de bhakti-traditie: de traditie die de hindoe-god Krishna vereert door extatische dans en het zingen van gewijde zangen en mantra's. Samen met de verjaardag van de geboorte van Krishna is deze Gaura Purnima het belangrijkste feest op de Krishna-kalender. Het is voor de Krishna-toegewijden meteen ook het nieuwjaarsfeest: vorige week begon het 513de jaar van hun jaartelling. Rond twee uur 's middags bel ik aan op de Amerikalei 184: een gewoon herenhuis met blauwgeschilderde ramen en voordeur. In een ruitje boven de deur staat in sierlijke letters "Hare Krishna" gegrift. Hier bevindt zich een van de twee Krishna-tempels in België - de andere is de tempel van Radhadesh, gehuisvest in het prachtige Château de Petite Somme nabij het Waalse stadje Durbuy. De festiviteiten voor de Gaura Purnima beginnen met een harinam, een processie door de Antwerpse binnenstad. DE HIEL VAN GOD OP HET VOORHOOFDVoor de stoet vertrekt, maak ik al even kennis met Tarunyamrita dasi ("dienares van de nectar van de eeuwige jeugd"), een Nederlandse vrouw van in de veertig, die dertien jaar geleden samen met haar man de Antwerpse Krishna-tempel heeft gesticht. Zij verzorgt de public relations van de Antwerpse Krishna-toegewijden. Ze is druk bezig met de Nieuwsbrief voor Krishna-sympathisanten. Tussendoor wijdt ze me in enkele grondbeginselen van de Krishna-leer in. "Wij leven volgens vier grote principes: wij eten geen vlees, vis of eieren; we nemen geen toxische stoffen zoals alcohol, sigaretten, koffie, zwarte thee; we gokken niet en doen niet mee aan kansspelen; en we hebben geen ongeoorloofde seksuele omgang - enkel binnen het huwelijk mag het, en voor geestelijken ook dan maar een keer per maand om een kindje te verwekken. Deze principes zijn geen doel op zich maar helpen ons de vier geestelijke kwaliteiten boetvaardigheid, reinheid, compassie en waarheidslievendheid te bereiken. Krishna-toegewijd zijn is vooral een mentaliteit, een manier van in het leven staan. Wij behandelen alles en iedereen met het grootste respect. Een mens heeft geen eigendomsrecht. God is eigenaar van alles en wij moeten met zorg omspringen met zijn bezittingen." Vijf mannen in schitterende rode, blauwe, gouden en witte pakken, met belletjes aan hun broekspijpen, tulbanden op het hoofd, oorbellen aan en bloemenkransen om leiden de harinam. "Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna..." Zingend en dansend gaan ze op weg. Een tiental toegewijden, meer niet, volgt. Bijna niemand draagt typische Krishna-kleren. Wel hebben de meesten met heilige klei een tilak op hun voorhoofd geschilderd: een teken dat de hiel van God symboliseert en erop wijst dat het lichaam de tempel van God is. Passanten kijken het groepje enthousiastelingen met een geamuseerd - of is het een meewarig? - glimlachje na; van de zelfgemaakte kokoskoekjes die de Krishna's uitdelen, willen de meesten wel eens proeven. Maar echt feestelijk is de processie niet. Integendeel. In de aanhoudende druilregen zien de vijf voorgangers in hun kleurrijke tenues er wat zielig uit. EEN SPECIAAL BORD VOOR KRISHNANee, dan het avondfeest in de Krishna-tempel. Tegen zessen stromen de feestvierders toe. Volgens Tarunyamrita dasi zijn er in België ongeveer honderd "ingewijden": Krishna-gelovigen die religieuze geloften hebben afgelegd. Zij dragen oranje gewaden, als ze monnik zijn, of witte als ze gehuwd zijn; vrouwen mogen allerlei kleuren dragen. Maar naast de ingewijden, stelt de priesteres, zijn er wel enkele duizenden "toegewijden", gewone gelovigen, en sympathisanten van de Krishna-beweging. Vanavond zijn ze in Antwerpen met een dertigtal om de abisheka bij te wonen: het ritueel baden van de murti's, twee beeldjes die Chaitanya en zijn metgezel Nityananda voorstellen. De beeldjes zijn van het weelderig versierde altaartje in de woonkamer van het herenhuis gehaald en op een sobere tafel gezet. Naast de beeldjes staan enkele kommen: met yoghurt, honing, geklaarde boter, rozenwater. Een voor een komen de toegewijden naar voren. De vrouwen knielen voor de murti's, de mannen gaan even uitgestrekt op de grond liggen. Daarna gieten ze met een grote schelp de reinigende vloeistoffen over de goddelijke beeldjes. De andere gelovigen kijken toe, zittend op kussens. Een priesteres uit Torhout speelt op een harmonium en zingt voor. De toegewijden beantwoorden haar gezang, jawel met het Hare Krishna-lied. De belangrijkste boodschap die Chaitanya bracht, was dat de Maha Mantra ("Grote Mantra") opnieuw moest worden gezongen en gebeden, verklaren twee toegewijden de centrale rol van het lied. Door de naam van God te aanroepen zuivert de mens zich geestelijk. Het chanten van deze mantra, waarvan de tekst zou terug te vinden zijn in de veda's, oeroude oosterse spirituele geschriften, is de enige weg om tot "verlichting", tot "Krishna-bewustzijn" te komen. Na de abisheka, die afgesloten wordt met een litanie van heilige plaatsen en personen, volgt het tweede en laatste hoogtepunt van de dag: de prasadam of feestmaaltijd. De grote goeroe van deHare Krishna-beweging, Bhaktivedanta Swami Prabhupada, noemde zijn geloof zelf ooit de kitchen religion. "Eten en eten geven zijn voor ons heel belangrijk. Het is een van de gemakkelijkste manieren om mensen te dienen en te plezieren", zegt Tarunyamrita dasi. Ze verwijst naar het Food for Life-programma van de Hare Krishna: in meer dan zestig landen van de wereld deelt de beweging gratis vegetarisch voedsel uit. Ook de Antwerpse Krishna's doen dat iedere zaterdag. De prasadam wordt opgediend in een gewone keuken, met houten tafel, stoelen en kasten. Op het menu staan aardappelen met zure room, spinazie met kaas, vegetarische kroepoek en nectardrank (aangelengd vruchtensap met wei en rietsuiker). Krishna-volgelingen zijn verstokte vegetariërs: vlees, vis en eieren zijn taboe. Een toegewijde eet geen rottende lijken van geslachte dieren en geaborteerde kippenembryo's of "kippenmaandstonden". Het vegetarische eten wordt klaargemaakt in een aparte keuken aan Krishna gewijd (Schoenen uit! Geen borden en bestek van gewone stervelingen in de buurt!) en aan Krishna geofferd vooraleer het genuttigd wordt. Door het voedsel te offeren - van alle spijzen wordt een beetje op een speciaal bord voor Krishna gelegd - wordt het karmavrij gemaakt: wie het opeet zal niet de gevolgen van de wet van karma moeten ondergaan. Volgens die wet oogst eenieder wat hij zelf gezaaid heeft. Iemand die geweld heeft gebruikt, bijvoorbeeld door het doden van mensen, dieren of ook planten, zal dus zelf slachtoffer worden van geweld. Door het offerritueel wordt deze kettingreactie opgeheven. Het eten van gewijd voedsel maakt de mens gezond, gelukkig en vredig. Wat een veilig gevoel, te weten dat ik voor donkere dagen een pot karmavrije honing in de kast heb staan.Christine Albers