'Als we klaar zijn,' beloofde de Israë-lische chef-staf, generaal Dan Harel, op 29 december, 'zal in heel Gaza geen gebouw van Hamas nog overeind staan.' Bij de Israëlische luchtaanvallen van de voorbije week en het daaropvolgende grondoffensief kwamen in-tussen al meer dan 500 Palestijnen om het leven. De schattingen over het aantal burgerslachtoffers lopen uiteen van 10 procent (de officiële versie van de Israëliërs) tot 40 procent (Palestijnse mensenrechtenorganisaties). De Verenigde Naties houden het op een kwart. Zowel de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, als de Franse president Nicolas Sarkozy sprak van 'disproportioneel geweld'.
...

'Als we klaar zijn,' beloofde de Israë-lische chef-staf, generaal Dan Harel, op 29 december, 'zal in heel Gaza geen gebouw van Hamas nog overeind staan.' Bij de Israëlische luchtaanvallen van de voorbije week en het daaropvolgende grondoffensief kwamen in-tussen al meer dan 500 Palestijnen om het leven. De schattingen over het aantal burgerslachtoffers lopen uiteen van 10 procent (de officiële versie van de Israëliërs) tot 40 procent (Palestijnse mensenrechtenorganisaties). De Verenigde Naties houden het op een kwart. Zowel de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, als de Franse president Nicolas Sarkozy sprak van 'disproportioneel geweld'. Israël beroept zich op het recht op zelfverdediging. Sinds Israël drie jaar geleden zijn soldaten en kolonisten uit de Gazastrook terugtrok, hebben Palestijnse milities vanuit Gaza duizenden primitieve raketten en mortiergranaten op Israël afgevuurd. Die beschietingen waren niet altijd even efficiënt: aan Israëlische zijde viel 'amper' een dozijn doden, terwijl Israëlische raids op Gaza in diezelfde periode een veelvoud aan slachtoffers maakten. Maar het is natuurlijk geen kwestie van simpele rekenkunde. Toen Barack Obama in juli 2008 als Amerikaans presidentskandidaat op bezoek was in het Israëlische stadje Sderot, zei hij: 'Als iemand raketten zou afvuren op mijn huis waar mijn twee dochters sliepen, dan zou ik alles doen om dat te stoppen. En ik zou verwachten dat de Is-raëliërs hetzelfde doen.' Bovendien heeft Hamas in de voorbije maanden nieuwe raketten aangevoerd met een groter bereik, waardoor ook het Israëlische havenstadje Ashdod - 30 kilometer benoorden de Gazastrook - onder vuur kwam te liggen. Niet alleen in de islamitische wereld maar ook in Europese hoofdsteden werd de voorbije dagen massaal gedemonstreerd tegen het Israëlische offensief. Die wereldwijde golf van verontwaardiging zou de Is-raëliërs niet mogen verbazen. Want ook Hamas kan zich beroepen op het recht op zelfverdediging. De levensomstandigheden in Gaza - een zanderige kuststrook van 10 bij 40 kilometer, waar anderhalf miljoen Palestijnen opeengepakt zitten - zijn als gevolg van de door Israël ingestelde economische blokkade ondraaglijk geworden. De enclave is hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Zelfs humanitaire hulp wordt maar mondjesmaat toegelaten. De weigering van Israël om de blokkade op te heffen was voor Hamas de directe aanleiding om het wankele bestand met Israël, dat op 19 december afliep, niet te verlengen. Minister van Defensie Ehud Barak heeft intussen toegegeven dat het Israëlische offensief (codenaam: Operation Cast Lead) al maanden voor het verstrijken van het bestand gepland was. Het politieke doel is het stoppen of in ieder geval drastisch verminderen van de raketaanvallen op Israël - zoals dat ook al het geval was in de maandenlange oorlog die Israël in de zomer van 2006 uitvocht met Hezbollah in Libanon. De Israëlische premier Ehud Olmert hoopte toen met luchtaanvallen de raketlanceerinstallaties van Hezbollah te kunnen uitschakelen. Het gevolg was dat in een groot deel van Israël het openbare leven tot stilstand kwam, want de door Iran aan Hezbollah geleverde raketten waren veel doeltreffender dan de projectielen die Hamas in elkaar knutselt. Na drie weken besloten de Israëliërs tot een grondoffensief, dat meer dan honderd Israëlische militairen het leven zou kosten. Toen het eindelijk tot een staakt-het-vuren kwam, eiste Hezbollah de overwinning op, terwijl in Israël politici en generaals elkaar de schuld gaven voor het debacle. Het is nauwelijks denkbaar dat Israël de les van de oorlog in Libanon al vergeten is. Met hun zaterdagavond begonnen grondoffensief in Gaza nemen de Israëliërs een groot maar berekend risico. Waar het echt om gaat, is het herstellen van de Israëlische afschrikkingsmacht. Geconfronteerd met de dreiging van een Iraans kernwapen en de groeiende invloed van Iran in Libanon en Gaza, wil Israël zijn vijanden eraan herinneren dat de Joodse staat nog altijd een oorlog kan winnen. Ehud Barak waarschuwt weliswaar dat de strijd 'niet kort of gemakkelijk zal zijn', maar een hernieuwde, langdurige bezetting van de Gazastrook is geen optie. Met tanks en bulldozers win je geen stadsguerrilla en in man-tegen-mangevechten helpt een verpletterende militaire overmacht maar weinig. Niet voor niets waarschuwde een Is-raëlische generaal 'dat het ergste nog moet komen'. Zoals in alle vorige oorlogen voert Is-raël ook nu weer een strijd tegen de klok. Israëlische diplomaten zeggen dat ze het gevoel hebben dat het Israëlische offensief in veel westerse hoofdsteden en zelfs bij een aantal gematigde Arabische regeringen op - stilzwijgend - begrip kan rekenen. Maar dat kan snel omslaan als de dodentol blijft oplopen en de hartverscheurende televisiebeelden van de verwoestingen in Gaza verder de wereld rondgaan. De Verenigde Staten houden zich voorlopig nog op de vlakte: het wachten is op president Obama. George W. Bush heeft laten weten nog altijd vierkant achter Is-raël te staan, maar van hem zijn geen diplomatieke initiatieven meer te verwachten. Het Israëlische offensief kan intussen niet los worden gezien van de parlementsverkiezingen die op 10 februari in Israël worden gehouden. De door corruptieschandalen geplaagde premier Ehud Olmert is geen kandidaat om zichzelf op te volgen en heeft het leiderschap van de Kadimapartij moeten afstaan aan zijn minister van Buitenlandse Zaken, Tzipi Livni. Die heeft in de peilingen een flinke voorsprong op de Arbeiderspartij van Ehud Barak. Barak moet bovendien afrekenen met de concurrentie van de rechtse Likoedpartij van oppositieleider en voormalig premier Benjamin ('Bibi') Netanyahu. Hij heeft er dus alle belang bij met zijn spierballen te rollen. In een campagne op billboards en op het internet noemde de minister van Defensie zichzelf 'niet aardig' en 'niet schattig'. Als hij erin slaagt om, al was het maar tijdelijk, de beschietingen vanuit Gaza te doen stoppen, zouden de Israëlische kiezers die kwaliteiten wel eens kunnen appreciëren. © The Economist