T he survival of the fittest (meestal niet helemaal correct vertaald als de overleving van de sterkste) is het basiselement van de natuurlijke selectie die de evolutie stuurt. De best aangepasten overleven het langst en geven, in principe, de meeste genen door aan de volgende generatie. Minder goed aangepasten gaan er onverbiddelijk uit.
...

T he survival of the fittest (meestal niet helemaal correct vertaald als de overleving van de sterkste) is het basiselement van de natuurlijke selectie die de evolutie stuurt. De best aangepasten overleven het langst en geven, in principe, de meeste genen door aan de volgende generatie. Minder goed aangepasten gaan er onverbiddelijk uit. We kunnen ons afvragen of de menselijke evolutie niet stopt, als gevolg van de medische ontwikkelingen. Die zorgen ervoor dat in onze hoogtechnologische maatschappij ook de minder goed aangepasten in leven blijven en zich voortplanten. We slagen er terzelfder tijd in onze leefomgeving veel constanter te houden dan vroeger, zodat we minder met veranderingen geconfronteerd worden. Zijn wij dan gedoemd om te blijven zoals we nu zijn? Het wetenschappelijke topvakblad Science wijdde een bladzijdenlang artikel aan deze prangende vraag. Dat draaide finaal rond de kwestie: wat wordt er precies bedoeld met evolutie? Het nogal banale antwoord luidde: zolang niet alle mensen evenveel kinderen krijgen, moet er onvermijdelijk evolutie in het spel zijn. Zo verschuift de vraag naar de drijfveren van de evolutie. Is survival of the fittest nog wel aan de orde, of spelen er ondertussen andere elementen? Ziekten blijven een bepalende rol spelen in de evolutie, vooral in de ontwikkelingslanden. Aids en malaria sturen het genetische materiaal van de mens ongetwijfeld bij. Iets vergelijkbaars geldt mogelijk voor problemen als een te hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte. Ook technologie kan de evolutie sturen. Dat wij minder zware kaken hebben dan onze voorouders heeft alles te maken met het feit dat we minder intens op ons voedsel moeten kauwen omdat we het hebben leren koken. Dat we beter eten dan vroeger maakt ons groter. We hebben ook geleerd melk te drinken. De vraag dringt zich nu op of ons lichaam zich ook zal aanpassen aan het feit dat we veel meer weten dan vroeger. Of ons hoofd groter zal worden om nog meer kennis op te stapelen. Waarschijnlijk een overbodige vraag. Ons hoofd kan helaas niet veel groter worden dan het nu is, omdat onze kinderen dan niet meer geboren zouden kunnen worden. Tenzij ze, gestuurd door technologische ontwikkelingen, prematuur uit het moederlichaam gehaald kunnen worden. Niet al onze lichaamsdelen zijn zo plooibaar als onze hersenen. Dat is -we moeten daar eerlijk in durven zijn - een geruststellende gedachte. Dirk DraulansNiet alle aspecten van onze biologie zijn zo plooibaar als onze hersenen.