Op dinsdag 3 september rond acht uur 's morgens staat schooldirectrice Renilde Vansina van het Heilig Hartinstituut Heverlee met de auto in de file op de Naamsesteenweg aan het voorlopige verkeerslicht richting Leuven. Op die plek zijn al sinds ongeveer twee maanden werken aan de gang. Het autoverkeer moet er beurtelings over één rijstrook en dat wordt door voorlopige verkeerslichten geregeld. Op die plek dwarst een bosweg, populair bij fietsers, de Naamsesteenweg. Maar niemand heeft kennelijk gedacht aan een verkeerslicht voor de fietsers, laat staan aan een oversteekplaats.
...

Op dinsdag 3 september rond acht uur 's morgens staat schooldirectrice Renilde Vansina van het Heilig Hartinstituut Heverlee met de auto in de file op de Naamsesteenweg aan het voorlopige verkeerslicht richting Leuven. Op die plek zijn al sinds ongeveer twee maanden werken aan de gang. Het autoverkeer moet er beurtelings over één rijstrook en dat wordt door voorlopige verkeerslichten geregeld. Op die plek dwarst een bosweg, populair bij fietsers, de Naamsesteenweg. Maar niemand heeft kennelijk gedacht aan een verkeerslicht voor de fietsers, laat staan aan een oversteekplaats. Voor Pieter (12) uit Bertem is het zijn tweede schooldag op het Heilig Hartinstituut. Hij komt uit de bosweg gefietst en ziet vermoedelijk de auto's stilstaan in de richting van Leuven. Op het moment dat hij de steenweg oversteekt, wordt hij gegrepen door een auto uit de richting Leuven, bestuurd door een 43-jarige vrouw. Renilde Vansina ziet het voor haar ogen gebeuren. 'De jongen is opgeschept door de auto, hoog in de lucht gekatapulteerd en neergevallen op een van de auto's voor mij. Alles gebeurde in een fractie van een seconde.' De vrouw die Pieter schepte is net daarvoor door het voorlopige verkeerslicht gereden dat op groen stond. De vrouw stopt na de aanrijding niet en vervolgt haar weg. 'Ik heb geen remsporen gezien op de plaats van de aanrijding', bevestigt een politie-inspecteur die na het ongeluk ter plaatse kwam. Wat later komt de vrouw teruggereden, volgens een getuige van het ongeval na te zijn achtervolgd en tegengehouden door een andere getuige. Nauwelijks een minuut nadat Pieter was omvergereden, komt algemeen directeur van de Fietsersbond Jan Treunen voorbij, net als elke werkdag met de fiets op weg naar het station van Leuven. Treunen had al herhaaldelijk melding gemaakt van de steeds veranderende verkeerssituatie op die plek, die volgens hem bijzonder gevaarlijk was voor fietsers. Op 26 juli stuurde hij een mail naar de Vlaamse Fietsmanager: 'Mijn bezorgdheid is dat er eerst een ongeval moet gebeuren vooraleer op een efficiënte wijze aandacht wordt geschonken aan de fietser tijdens de werken.' Treunen verstuurde een drietal meldingen via het Meldpunt Fietspaden, en mailde herhaaldelijk met de afdeling Wegen Vlaams Brabant en met de Fietsmanager. 'Er werd altijd wel iets met mijn meldingen gedaan', zegt hij. 'Maar telkens als de werf heringericht werd, gebeurde dat vanuit het autodenken. Omdat ik vond dat ik te weinig gehoor kreeg, heb ik ook met de Fietsmanager contact opgenomen. Ik maakte me namelijk ernstig zorgen omdat het op die plek alleen maar drukker zou worden aan het begin van het schooljaar.' De avond van de derde september reed schooldirectrice Renilde Vansina terug naar de plaats van het ongeluk. 'De signalisatie was op het moment van het ongeluk echt niet oké, maar 's avonds was de situatie al verbeterd. Er stond nu wel een bord 'Fietsers hier oversteken'. De voorlopige verkeerslichten waren van plaats veranderd, zodat de auto's niet langer op de rijstrook komen op de plek waar ook de fietsers op de rijweg komen.' Jan Treunen had, helaas voor het jonge slachtoffer, gelijk gekregen: er moest een ongeval gebeuren voor er op deze gevaarlijke plek vanuit de fietser werd gedacht. Drie dagen later, op vrijdagavond, waren de werken afgelopen. Wegenwerken kunnen soms best wel snel verlopen. Als het te laat is. Pieter heeft inmiddels de afdeling Intensieve Zorg mogen verlaten. Maar er wacht hem nog een lang herstel.