Het moet met frisse tegenzin geweest zijn, maar Zwitserland en Andorra ondertekenden de voorbije maand na twee jaar onderhandelen een bilateraal akkoord met de Europese Unie over de Europese spaarrichtlijn. Het had iets van heiligschennis, want het beruchte bankgeheim wordt er onherroepelijk (toch minstens een heel klein beetje) door aangetast. En dat dreigen ook de Belgen met geld in Zwitserland te voelen.
...

Het moet met frisse tegenzin geweest zijn, maar Zwitserland en Andorra ondertekenden de voorbije maand na twee jaar onderhandelen een bilateraal akkoord met de Europese Unie over de Europese spaarrichtlijn. Het had iets van heiligschennis, want het beruchte bankgeheim wordt er onherroepelijk (toch minstens een heel klein beetje) door aangetast. En dat dreigen ook de Belgen met geld in Zwitserland te voelen. De Zwitserse bankiers zullen nog altijd niet aan de Belgische fiscus vertellen wié er in hun land een rekening aanhoudt, maar ze zullen vanaf medio 2005, het moment waarop de Europese spaarrichtlijn in werking treedt, wel een forse bronheffing innen voor elke Belg die zich achter de discretie van het Zwitserse bankwezen wil verschuilen. Symbolisch kan die bescheiden versoepeling van het Zwitserse bankgeheim al tellen. Maar ook op het juridische en politieke vlak: het akkoord schept immers een stevig precedent - het is een schoolvoorbeeld van wat juristen 'opgedrongen verdragen' noemen. De richtlijn verplicht banken in Nederland, Frankrijk of Duitsland bijvoorbeeld gegevens over Belgische rekeninghouders (natuurlijke personen, géén bedrijven) door te spelen aan de Belgische fiscus. Haar hoofdddoel: de uitroeiing van de Belgian dentist - de gegoede burger die geld op een buitenlandse rekening buiten het zicht van de eigen fiscus houdt. Pikant detail: België heeft samen met Luxemburg en Oostenrijk voor zichzelf een uitzonderingsmaatregel op de richtlijn bedongen: onze banken zullen net als de Zwitsers geen gegevens doorspelen, maar wel een forse bronheffing op buitenlandse rekeningen en beleggingen introduceren. Tegen 2010 zal die oplopen tot 35 procent. De Unie was op verschillende niveaus al een jaar of twintig op een dergelijke richtlijn aan het broeden, maar ze werd uiteindelijk pas medio 2003 op een drafje door de Europese ministerraad gedrukt - net op tijd om ze aan het acquis européen toe te voegen, de verzameling wetten die de tien nieuwe lidstaten begin dit jaar verplicht moesten overnemen. Maar tussen de goedkeuring van de Europese ministers en de uitvoering van de richtlijn gaapte een diepe kloof, in de vorm van artikel 17 van de spaarrichtlijn. Dat artikel was vooral onder druk van Luxemburg het stukje Europese wetgeving binnengeslopen. Het stipuleerde dat de richtlijn pas van kracht zou worden nadat de Zwitsers, maar ook Andorra, Liechtenstein, San Marino en Monaco een wetgeving zouden stemmen 'met voorwaarden gelijkwaardig aan deze die de Europese Unie aan zijn lidstaten oplegt in de Europese spaarrichtlijn'. Het akkoord van vijf niet-EU-landen was met andere woorden cruciaal voor de geldigheid van de Europese regelgeving. En nu mag Zwitserland volgens bepaalde juristen 'de beste lidstaat van de Europese Unie' zijn - de Zwitsers zijn geen lid, maar ze hebben wel een ministerie dat hun wetgeving op de Europese regels moet afstemmen - tornen aan hun bankgeheim is toch wel andere koek. Toch hebben de Zwitsers een blauwdruk van wetgeving aangenomen. Die moet nu nog door het parlement worden bekrachtigd en heeft geen prioriteit gekregen, waardoor de definitieve implementatie nog een tijdje op zich zal laten wachten. En een leger topjuristen is al druk op zoek naar gaten in de richtlijn, om onder meer Belgische klanten van Zwitserse banken aan die forse voorheffing te kunnen laten ontsnappen. Maar het bilateraal akkoord heeft niettemin de allure van een stevige knieval van Zwitserland voor Europa. Een voorteken? Een bewijs dat de macht van Europa zich ook buiten de grenzen van de Unie laat voelen? Ja en neen. Landen als Zwitserland, maar ook Noorwegen, ondervinden inderdaad steeds meer druk om zichzelf via bilaterale akkoorden aan de geldende wetgeving van de Europese Unie te onderwerpen. Anderzijds lijkt het er sterk op dat de Zwitsers in de onderhandelingen over de spaarrichtlijn een aantal aardige voordelen voor zichzelf hebben bedongen. Zoals de nauwere associatie met de ruimte van Schengen; of de incorporatie van Zwitserland in de Dublin-akkoorden, waardoor asielzoekers die op Zwitserse bodem belanden, ook vanuit Zürich doorgestuurd kunnen worden naar het land in de EU waar ze naartoe zijn gesmokkeld. Maar de grootste overwinning is wellicht de bepaling die vastlegt dat het 'concept' fiscale fraude bepaald wordt door de lidstaat waar de rekening zich bevindt. En aangezien belastingontduiking in Zwitserland pas strafbaar wordt als er een misdrijf - valsheid in geschrifte bijvoorbeeld - of een misdaad - drugshandel - mee gemoeid is, zullen de namen van Europese belastingfraudeurs met rekeningen in Zwitserland nog tot in lengte van dagen voor de Europese belastingcontroleurs verborgen blijven. Waardoor de Belgische houders van een Zwitserse rekening toch nog een tijdje op beide oren kunnen slapen. Ook als ze niet op de EBA-trein van minister van Financiën Didier Reynders (MR) willen springen. Frank Demets