S inds de 57-jarige George Brown in juni 2007 partijgenoot Tony Blair opvolgde als premier van het Verenigd Koninkrijk, werd zijn politieke requiem al verscheidene malen opgetekend. Eind augustus had Labour in de opiniepeilingen een achterstand van meer dan 12 procent op de tory's van David Cameron. In de eigen fractie nam het aantal dissidente partijleden met de dag toe. De vraag was niet of, maar wanneer de voormalige minister van Financiën zou worden opzijgeschoven.
...

S inds de 57-jarige George Brown in juni 2007 partijgenoot Tony Blair opvolgde als premier van het Verenigd Koninkrijk, werd zijn politieke requiem al verscheidene malen opgetekend. Eind augustus had Labour in de opiniepeilingen een achterstand van meer dan 12 procent op de tory's van David Cameron. In de eigen fractie nam het aantal dissidente partijleden met de dag toe. De vraag was niet of, maar wanneer de voormalige minister van Financiën zou worden opzijgeschoven. Amper drie maanden later heeft diezelfde Brown de achterstand in de polls volledig weggewerkt, en binnen de eigen partij loopt iedereen braaf in de pas. Oorzaak van dit wonder? De credit crunch. De regering-Brown toonde tijdens de kredietcrisis veel daadkracht en heeft met nationaliseringen en enorme kapitaalinjecties de kwakkelende financiële instellingen van het bankroet gered. De kredietcrisis zorgde niet alleen voor een boost van Browns populariteit, ze gaf het centrale gezag in Londen ook het ideale argument om de roep naar meer autonomie in Schotland te counteren, 'want een zelfstandig Schotland is ook een kwetsbaar Schotland'. Die boodschap bleek begin november aan te slaan. Brown beleefde in Glenrothes, hart-je Schotland, zijn ' finest hour'. In dit kiesdistrict wisten de Schotse socialisten tot verrassing van alle politieke waarnemers de regerende Scottish Nationalist Party (SNP) van de overwinning te houden. Voor Brown, zelf een Schot, een opsteker van formaat. Hij had in de weken voor de verkiezing actief campagne gevoerd in het kiesdistrict. En voor de eerste keer bleek hij het verschil te kunnen maken. Meteen werd een einde gemaakt aan de haast eindeloze zegereeks van de Schotse nationalisten. De wraak smaakte zoet. Twee maanden eerder hadden Labour en Brown de zeker geachte districtszetel in Oost-Glasgow verloren aan de SNP. Een nederlaag die toen Browns val leek in te luiden, maar intussen al tot de politieke prehistorie behoort, want daterend van voor de kredietcrisis. De SNP lijkt door de kredietcrisis het 'momentum' te zijn kwijtgespeeld. De links-nationalistische partij was de voorbije jaren nochtans aan een opmars bezig. Sinds de historische overwinning in de parlementsverkiezingen van 2007 bepaalden de Schotse nationalisten de politieke agenda in Edinburgh. Met de combinatie van een sociaal beleid en een radicaal Schots discours wist de partij 32 procent van het electoraat te overtuigen. De zelfverzekerde Schotse premier Alex Salmond zette het streven naar een onafhankelijk Schotland steeds hoger op de politieke agenda. Zijn streefdatum voor de scheiding met het Britse rijk: uiterlijk in 2017, liefst nog vroeger. Salmond wil al in 2010 een referendum over onafhankelijkheid organiseren, maar moet daarvoor eerst nog een meerderheid vinden in het Schotse parlement. De Schotse First Minister wijst in zijn pleidooi voor zelfbeschikking graag naar het succes van de relatief kleine, maar welvarende naburige Noord-Atlantische staten. Zo verklaarde hij eerder dit jaar: 'Een onafhankelijk Schotland moet in de voetsporen treden van onze buurlanden Ierland, Noorwegen en... IJsland.' Vooral de laatste vergelijking klinkt tegenwoordig erg ongelukkig. Zeker omdat de grootste twee Schotse banken, de Royal Bank of Scotland en HBOS, met Brits belastinggeld van het faillissement werden gered. Volgens sommige economen was het Schotse banksysteem, in navolging van het IJslandse bankwezen, zonder de noodingrepen van Londen als een pudding in elkaar gezakt. De bemoeienissen en arrogantie van de Londense beleidsmakers mogen de modale Schot dan een doorn in het oog zijn, de huidige crisis doet hem toch kanttekeningen plaatsen bij een mogelijke onafhankelijkheid. Ian Sheppard, een Glasgowse ondernemer en SNP-kiezer: 'Vroeger klonk het paternalistisch en arrogant als de Engelsen ons voor de zoveelste maal uitlegden dat we met onze vijf miljoen inwoners te klein waren om onafhankelijkheid na te streven, nu begin ik te twijfelen. Als zelfstandige staat zijn we kwetsbaarder. Kijk maar naar wat er in IJsland gebeurd is.' Parlementslid Angus MacNeil van de SNP is het daar niet mee eens: 'De kwetsbaarheid van kleinere staten wordt overdreven. Het Internationaal Monetair Fonds voorspelt dat onafhankelijke staten als Noorwegen, Finland en Zweden ook in 2009 een economische groei zullen meemaken. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dit voor een onafhankelijk Schotland niet het geval zou zijn. Een Schots beleid is de beste garantie voor welvaart en stabiliteit.' Schotland heeft binnen het Verenigd Koninkrijk altijd al de positie van buitenbeentje ingenomen. Sinds de Act of Union van 1707 maakt de noordelijke regio integraal deel uit van Groot-Brittannië. De roep om zelfbeschikking bleef weerklinken, maar het was pas onder het premierschap van Tony Blair dat de zogenaamde Devolution Act (decentralisatiewet) van toepassing werd. Door de Devolution Act verschoof een deel van de politieke macht in Schotland van Londen naar het nieuwe parlement in Edinburgh. Voor de Scottish National Party een eerste stap in de richting van het uiteindelijke doel: de onafhankelijkheid van hun regio. In Wales, de andere Keltische regio in het westen van Groot-Brittannië, keken ze de afgelopen jaren met een zekere afgunst naar het Schotse succesverhaal. De Welshe Assembly kreeg in de jaren negentig dan wel bevoegdheden als cultuur en landbouw toegewezen, maar de autonomie gaat een pak minder ver dan in Schotland. Ondanks de goede verkiezingsresultaten van de links-nationalisten van Plaid Cymru (Partij van Wales) bleef het in Wales lange tijd taboe om openlijk over onafhankelijkheid te spreken, aldus Tomos Livingstone, journalist bij de Welshe Western Mail: 'De successen van de Schotse nationalisten hebben het nationale bewustzijn in Wales versterkt. Vroeger vreesde Plaid Cymru dat een te nationalistische koers het electoraat zou afschrikken. Het was not done om met je Welshe identiteit te koop te lopen. Nu Plaid Cymru aan de macht is, in een coalitie met Labour, durft de partij openlijk onafhankelijkheid te bepleiten.' Wat niet betekent dat een onafhankelijk Wales een realistisch scenario is. Tomos Livingstone: 'Zo'n 10 à 15 procent van de drie miljoen Welshmen wil een onafhankelijke republiek. Ik betwijfel of het ooit zo'n vaart zal lopen. Zeker is wel dat de verschuiving van de politieke macht van Londen naar de regionale centra zich zal voortzetten. Met of zonder kredietcrisis.' Terwijl ze in Schotland en Wales het eigen parlement als het begin van meer beschouwen, verlangen andere regio's naar een soortgelijk apart statuut. Zo'n regio is Cornwall, in het uiterste zuidwesten van Groot-Brittannië. Net als in Schotland en Wales beschouwen de Cornishmen hun regio als een apart Keltisch gebied. Mede als gevolg van de verpaupering - Cornwall geldt als een van de armste regio's in het Verenigd Koninkrijk - klinkt de roep om autonomie er steeds luider. In 2002 werd het Cornish dan wel erkend als minderheidstaal, de Britse regering weigert nog steeds om de Cornishmen als minderheid te erkennen. Tot onvrede van Dick Cole, voorzitter van Mebyon Kernow (Zonen van Cornwall), een groene regionalistische partij: 'In Londen begrijpen ze onze noden niet. Dat heeft geleid tot de dramatische economische situatie waarin onze regio zich nu bevindt. Cornwall heeft behoefte aan meer zelfbeschikking en autonomie, opdat we zelf onze problemen kunnen aanpakken. Let op, wij zijn in tegenstelling tot de SNP en Plaid Cymru géén nationalisten. We willen deel blijven uitmaken van het Britse Rijk, maar ook loskomen van de Londense bemoeienis. In Londen beschouwen ze onze streek als een charmante, feeërieke toeristische bestemming. Een Britse Rivièra, maar van een mooi uitzicht alleen kun je niet eten.' DOOR MATTIAS APERS