Tate Modern, Millbank, Londen, tot 9.10.05. Open zo-do 10-18 u. Vr-za van 10.15 tot 22 u. Eurostar-treinen tussen Brussel-Zuid en Londen-Waterloo (2 u. 20'). www. eurostar. com
...

Tate Modern, Millbank, Londen, tot 9.10.05. Open zo-do 10-18 u. Vr-za van 10.15 tot 22 u. Eurostar-treinen tussen Brussel-Zuid en Londen-Waterloo (2 u. 20'). www. eurostar. comIn alles wilde ze Mexicaanser dan Mexicaans zijn. Maar alvast haar artistieke aanleg had Frida Kahlo niet van haar ingeboren moeder. Vader Guillermo Kahlo, fotograaf, leerde haar kijken. Aanvankelijk heette hij Wilhelm, zoon van in Duitsland levende joden van Hongaarse origine. Hij was de deur uit geschopt en had in Mexico een bestaan opgebouwd. In opdracht van de staat bracht hij land en volk op de gevoelige plaat. Het uitbreken van de Mexicaanse Revolutie in 1910 gooide roet in het eten. De boeren eisten land en het volk was de pro-Europese dictatuur van de oude Porfirio Diaz beu. In de rangen van de revolutionairen streden helden en bandieten. Tot ontsteltenis van de brave katholieke moeder Matilde schuilden ze al eens bij de Kahlo's. Dat was in het huis dat Guillermo met eigen handen gebouwd had in Coyoacan, een voorstad van Mexico City. De Casa Azul bestaat nog. Toen zijn talentvolste dochter er in 1954 stierf, werd alles intact gelaten om er het Frida Kahlo Museum te kunnen van maken. Op haar zesde kreeg ze kinderverlamming waardoor haar rechterbeen dunner bleef dan het andere. Ze verstopte het onder kleurrijke Tijuana-kostuums en verloor er haar levenslust niet bij. Als een van 34 meisjes op 2000 jongens volgde ze les aan een nationale eliteschool om zich op een studie in de geneeskunde voor te bereiden. Het noodlot besliste anders. Een trolleytram doorboorde de overvolle bus waarin ze met Alejandro, haar eerste vaste lief, een plaatsje had gevonden. Zware verwondingen - een stang had Frida's lichaam doorboord - maakten een lange revalidatie nodig. De immobiliteit bracht haar op ideeën. Ze begon te tekenen en te schilderen. We schreven het jaar 1925, ze was achttien. Veel meer dan 200 schilderijen heeft ze niet gemaakt, maar de meeste zijn zo authentiek dat men zou zweren dat er alleen intens beleefde ervaringen en visioenen aan ten grondslag liggen. Ze verleiden meteen door de originaliteit van hun beelding en de eenvoud in de formulering. Het koloriet varieert van giftig koel tot bedwelmend exotisch. Bij compositie en stijl komen naïeve en volkse kunsttechnieken kijken, naast Europese invloeden van de late Middeleeuwen tot het vroeg-modernisme. De woekerende symboliek put uit precolumbiaanse, postkoloniaal-christelijke, actueel politieke en zeer persoonlijke bronnen. De sterk visionaire elementen treffen we bijvoorbeeld ook in (Mexicaanse) ex voto-schilderijtjes en (Europese) surrealistische werken aan. Frida gebruikte dit arsenaal om vorm te geven aan een scherp zelfbewustzijn als sterk geëmancipeerde en geëngageerde, verleidelijke en uiterst kwetsbare vrouw. Met beide voeten geworteld in de Indiaanse tradities van haar continent, zonder er de conservatieve kanten van te omarmen. Bezield met de behoefte om op engelenvleugels de wereld te verlaten, maar met open ogen de rauwe realiteit - van Mexico als van haarzelf - te lijf gaand. Om echt sterk te staan wilde ze man en vrouw tegelijk zijn. In de constructie van een door het feminisme nog altijd geapprecieerde androgyne identiteit, was Frida Kahlo een baanbrekende figuur. In leven als in werken. Haar zichtbare snorretje en zware, boven de neusbrug samengroeiende wenkbrauwen droeg ze als sieraden. In Europese collecties zit niets van haar, op twee kleine zelfportretten in Parijs na. De tentoonstelling met meer dan tachtig werken (waaronder enkele aquarellen en tekeningen) in het Londense Tate Modern museum is een unieke kans om ze te zien. De grootste uitlener, het Dolores Olmedo Patino museum in Mexico City, kwam met 23 werken over de brug. In ruil leenden de Tate Galleries sculpturen van Henry Moore en een curator uit voor een retrospectieve van de Britse sculpteur in Mexico. Olmedo Patina (1908-2002) was een zakenvrouw, filantrope en verwoed verzamelaarster van het werk van Diego Rivera. Op diens verzoek kocht ze de dertig schilderijen van Kahlo uit de verzameling van Eduardo Morillo Safa, een Mexicaans diplomaat, agronoom en vriend van de kunstenares. In het Olmedo-pak zitten nogal wat sleutelwerken. In het vroege De Bus (1927) schildert ze de klassenmaatschappij op een kluitje, tegen een decor van fabrieksschoorstenen en akkers. Henry Ford Kliniek (1932) laat een bed in een open landschap zien met de naakte, bloedende Frida. Ze is door rode, op aders lijkende linten verbonden met zes objecten die haar miskraam symboliseren. Op Mijn voedster en ik (1937) is Frida afgebeeld met een volwassen kop in een kinderlichaampje. Ze krijgt borstvoeding van een kolossale Indiaanse in een nachtelijke wildernis waarin het melk regent. De kunstenares zelf vond het een van haar beste werken. Haar biografe Hayden Herrera duidt het als 'een belijdenis van haar geloof in de continuïteit van de Mexicaanse cultuur, in de idee dat Mexico's antieke erfgoed in elke generatie herboren wordt, en dat Frida, als een volwassen kunstenaar, gevoed blijft worden door haar Indiaanse voorgeslacht'. (Bloomsbury paperbackeditie 2003, blz. 219). Het bloedstollende De Gebroken Zuil (1944), geschilderd na een ingrijpende operatie aan haar rug, is de synthese van haar martelaarschap. In de opengereten torso steekt een gebroken Ionische zuil op de plaats van de ruggengraat. Het prachtige lijf, bijeengehouden door een stalen korset, is doorboord met spijkers. Hoewel dikke tranen uit haar ogen biggelen, blijft haar gezicht onbewogen, als altijd, zoals bij de figuur van de lijdende Christus op een middeleeuws paneelschilderijtje. Ook de bekende zangeres Madonna deed een duit in het zakje. Uit haar collectie komt Mijn geboorte (1932), het meest onthutsende lijdenswerk van Kahlo, des te meer omdat het zo kaal en compact en zo klein is. (Het drama comprimeren was een van haar geliefkoosde technieken, maar alles kaal laten, deed ze anders nooit.) Kahlo laat Mijn geboorte (1932) exploderen in het gezicht van de kijker. Haar kop, uit de schoot van haar moeder tevoorschijn komend, ligt in een bloedplas op het witte laken van het bed in een lege kamer. Hetzelfde laken bedekt het hoofd en het bovenlichaam van de moeder, onder een portret van een wenende Madonna. Aangevat na weer een miskraam, voltooid vlak na het overlijden van haar moeder, wijst het werk in zijn symboliek op een verwarrende verwisseling van het leven met de dood. Vier jaar eerder, in 1928, had René Magritte De symmetrische list geschilderd, een vrouwenprofiel met naakt onderlichaam en een door een witte doek bedekt bovenlijf; in hetzelfde jaar bedekte hij de koppen van De geliefden en van de figuur in Het centrale verhaal met een witte doek. Dit motief is weleens in verband gebracht met de zelfmoord van zijn moeder, die in 1912 naakt uit de Samber gevist werd, het hoofd gewikkeld in haar witte nachthemd. Had Kahlo een van die Magrittes gezien? Men mag haar beslist niet onderschatten. Omgekeerd kan het moeilijk anders of de schilder Francis Bacon moet vertrouwd geweest zijn met Mijn geboorte van Kahlo: gesloten kamersituatie, dreigende waanzin, vertrokken fysiek. In vorm en opbouw is dit alleszins Kahlo's modernste werk. Van haar kapitale werken ontbreken er twee op de tentoonstelling. Gelukkig staan ze in de catalogus afgebeeld. Wat het water me gaf (1938, privé-collectie), deed surrealistenpaus André Breton watertanden. In het donkere sop van een badkuip als in een zee, drijven kleine personages, een Tehuana-kleed, exotische planten, een dode vogel, een zeilschip en een actieve vulkaan waaruit een wolkenkrabber verrijst. Al bijna met een loep kunnen nog kleinere wezens ontwaard worden in dit badlandschap met uitzicht op de twee grote voeten van Frida. Minder driest dan de hallucinaties van Salvador Dali, even nauwgezet opgebouwd als het enigmatische universum van Jheronimus Bosch, gaat dit werk naar het zeggen van de kunstenares over de tijd die voorbijgaat, over kinderspelletjes en over de droefheid die over haar leven gevallen was. Wegdromen in bad, omringd door speeltjes, bleef ze haar leven lang doen. Het was een therapie. Jammer ook dat het Zelfportret met afgesneden haar (1940, Moma, New York) er niet is. Ongelukkig gescheiden van haar echtgenoot en grootste fan, de befaamde muurschilder Diego Rivera, beeldt ze zichzelf af op een manier die hem zeker deed gruwen: haar lange, zwarte haren verspreid op de vloer, haar uitdossing een mannenpak op de grote maat van Diego, in plaats van het kleurrijke Tijuna-kostuum waarin hij haar zo graag zag. Een prangend beeld waarin strijdbaarheid het zeker niet haalt op de eenzaamheid. Ze zit dan ook in een lege ruimte op een Mexicaans stoeltje dat verdacht veel lijkt op het lege stoeltje waarmee Vincent van Gogh zichzelf (1888) en zijn ontreddering karakteriseerde. Dat was na het mislukken van de intense samenwerking met Paul Gauguin voor wie hij tegelijk een karakteristieke armstoel schilderde. Net als Frida trouwens was Vincent een kunstenaar die in extreme zelfconfrontatie een diepe bron van creativiteit aanboorde. Frida Kahlo moet zo haar redenen hebben gehad om aan Van Gogh en Gauguin te denken. In het nooit gerealiseerde project van beide schilders om een atelier van de Tropen op te richten, waarin het primitieve en het onbedorvene zouden worden gehuldigd, herkende Kahlo wellicht iets van het ideaal dat zij en Diego nastreefden: de Mexicanidad, de cultus van de oude Indiaanse natuurwaarden. In twee wél geëxposeerde zelfportretten uit 1938 en 1942 (het ene met aapje, het andere met aapje en papegaai) doet haar gezichtsuitdrukking en het lichtende, hoge voorhoofd onder strak weggetrokken haren enigszins denken aan Van Goghs zelfportret 'als bonze' (1888). Dezelfde gestrengheid in de priemende blik en een extase die beide kunstenaars bereikten door op te gaan in de pure primitiviteit, het lichtende zuiden en het boeddhistische oosten (voor Kahlo ook Indië en het hindoeïsme). Gauguin, die zelf een beetje Indiaans bloed in de aderen had, zocht in zijn eentje het mythische paradijs en vond er een flauwe afspiegeling van op Tahiti. De geest van het 'primitieve' werk dat hij daar maakte, verdraagt zich niet zo slecht met de 'exotische' zelfportretten van Kahlo, die evenwel een veel explicietere symboliek hanteerde. De slingerapen of bosduivels waarmee zij zich meer dan eens afbeeldde, worden geassocieerd met seksuele lust, zondeval en ketterij. Door ze met linten aan haar lijf verbonden af te schilderen, stelde Kahlo in deze erg menselijk overkomende apen misschien de kinderen voor die ze nooit kon krijgen. Slingerapen, ook wel bosduivels genoemd, hield ze altijd als huisdieren. Te evident om over het hoofd te zien ten slotte is de stijlverwantschap met de 'naïeve' schilder Henri 'le Douanier' Rousseau, op wiens werk ze zeer gesteld was. Enkele van diens meer exotische werken ( La Bohémienne endormie) hebben Kahlo zelfs direct geïnspireerd. Minder bekend is dat Rousseau de leugen verspreidde dat hij als Frans soldaat aan de expeditie naar Mexico deelgenomen had. In zijn dromen alleszins, en daarom eerde de dichter Guillaume Appolinaire hem met een vers: 'Tu te souviens, Rousseau, du paysage astèque, / Des forêts où poussaient la mangue et l'ananas / Des singes répandant tout le sang des pastèques, / Et du blond empereur qu'on fusilla là-bas. / Les tableaux que tu peins, tu les vis au Mexique'. Rousseau stierf eenzaam in 1910 in een kliniek na een operatie aan het been. Ook Frida Kahlo kwam de amputatie van haar wegterende rechterbeen nooit meer te boven. Om de psychische en fysieke pijn te verbijten nam ze te veel geneesmiddelen, en stierf officieel aan een longembolie in juli 1954. Met meer dan één mislukte zelfmoordpoging op haar actief, kan de doodsoorzaak ook in die richting worden gezocht. Op haar schildersezel werd een onvoltooid portret van Jozef Stalin aangetroffen, een teken dat ze in haar laatste dagen steun kan hebben gezocht in haar politieke overtuiging. In betere tijden had ze een kortstondige affaire gehad met een andere communist, de in Mexico vermoorde balling Leo Trotski. Haar communisme was wel zeer links-nationalistisch gekleurd, in de geest van de Mexicaanse Revolutie. Daaraan had ook haar levensvriend Diego Rivera, met wie ze voor de tweede keer getrouwd was, zijn hart verpand. Het is een niet onbelangrijk hoofdstuk uit haar leven dat slechts impliciet op de tentoonstelling aan bod komt, omdat ze er in haar schilderijen weinig of niets mee deed. Dat liet ze graag aan Rivera over. Door Jan BraetZe gaf vorm aan een scherp zelfbewustzijn als geëmancipeerde, verleidelijke en uiterst kwetsbare vrouw.