De bal rolt dus weer. Maar het nieuwe voetbalseizoen begint op de manier waarop het vorige eindigde: met grote onzekerheid over de toekomst van enkele clubs en met kletterende ruzie tussen vertegenwoordigers van groot en klein. Als de rechtbank Sporting Charleroi straks failliet verklaart, dreigt een herhaling van vorig seizoen, toen onderweg twee clubs afhaakten. Met alle menselijke en sportieve ellende van dien.
...

De bal rolt dus weer. Maar het nieuwe voetbalseizoen begint op de manier waarop het vorige eindigde: met grote onzekerheid over de toekomst van enkele clubs en met kletterende ruzie tussen vertegenwoordigers van groot en klein. Als de rechtbank Sporting Charleroi straks failliet verklaart, dreigt een herhaling van vorig seizoen, toen onderweg twee clubs afhaakten. Met alle menselijke en sportieve ellende van dien. Ivan De Witte is voorzitter van AA Gent en chief executive officer van De Witte & Morel, een bedrijf dat advies verstrekt op het vlak van human resources. Het bedrijf boert meer dan goed. Het draait een omzet van ruim 22 miljoen euro en heeft 200 mensen in dienst. Bij de club werkt hij al vier jaar aan de afbouw van een enorme schuld. Wie met voetbal bezig is, leert rijden en omzien. Zoals dat gaat bij een bedrijfstak in crisis. ivan DE WITTE: Het woord bedrijfstak bevalt me. Het voetbal was lang een uit de hand gelopen vrijetijdsbesteding, het heeft zich maar traag tot een bedrijfstak ontwikkeld. Ik heb zelf lang in lagere afdelingen gespeeld, voor een enveloppe met kleine inhoud en een paar consumptiebonnen. Maar eigenlijk ging het in eerste klasse nauwelijks anders toe. Het eerste ingrijpende moment was de tussenkomst van onderzoeksrechter Guy Bellemans. De tweede schok was het Bosman-arrest. Exploitatietekorten konden plotseling niet meer worden goedgemaakt door elk jaar een speler of twee te verkopen. Met de invoering van de licenties zijn we nu in de derde fase beland. Dat zijn de ankerpunten. DE WITTE: De praktijk is niet uitgeroeid, maar de toestand is verbeterd. Ze zijn voorzichtiger geworden. DE WITTE: In de lagere afdelingen: ja. In de hoogste afdeling verdwijnt het langzaam maar zeker. In vergelijking met vijf jaar geleden is er veel veranderd. DE WITTE: Ik ben geen klikspaan! Ik wil een bedrijfstak die de principes van corporate governance toepast. Voetbal krijgt niet alleen veel aandacht, het doet ook een beroep op middelen uit de samenleving. Al was het maar voor veiligheid en omkadering. Dat schept verplichtingen inzake transparantie en bestuur. In Frankrijk worden voetbalclubs nog niet toegelaten op de beurs: blijkbaar vinden beursinstanties de sector nog niet clean genoeg. Ik wil een positieve evolutie op gang brengen, zonder iemand te verklikken. Maar ondertussen blijft het aanmodderen, met 18 clubs in eerste klasse. Wie zijn exploitatie niet rond krijgt, zal altijd de neiging hebben om zich met een beetje zwart geld te behelpen. DE WITTE: Ja, omdat het geld dat tevoren naar transfers ging van toen af aan salarissen werd besteed. Spelers gingen steeds hogere eisen stellen en managers trokken het laken naar zich toe. De clubs antwoordden daarop met langlopende contracten voor hun spelers, maar omdat er elk jaar toch enkele spelers bij komen, hadden ze vlug veel te veel dure spelers onder contract. DE WITTE: Het voetbal is een kleine wereld. Je wordt gedwongen om een eind met de anderen mee te lopen. Je mag ook geen degradatie riskeren, want dan hou je plotseling nog veel minder inkomsten over en dreigt het faillissement. We hebben nu vier jaar geen exploitatietekort meer omdat we erin geslaagd zijn om een aantal goeie jonge spelers te rekruteren en die op tijd met een meerwaarde weer te laten vertrekken. DE WITTE: Toen ik vier jaar geleden voorzitter werd, had AA Gent een opeisbare schuld van om en bij de 20 miljoen euro. Tegelijk kregen we van de burgemeester een slopingsbevel voor onze tribunes. En vorig jaar viel er een navordering van de belastingen uit 1980 in de bus. Ik denk dat wij de enige club zijn die de hele Bellemansschuld heeft betaald. Voor anderen was er altijd wel op een of andere manier amnestie. Had ik het allemaal vooraf geweten, ik was er wellicht nooit aan begonnen. DE WITTE: Een volwaardig stadion kost al snel 15 miljoen euro. Ons stadion behoort nu tot de beste van het land. Mag ik er op wijzen dat veel clubs hun stadion niet zelf hebben moeten betalen? Club Brugge kreeg het van de overheid cadeau. Genk profiteerde nog van de projecten van Thyl Gheyselinck, na de sluiting van de mijnen - maar die hebben ook 15 miljoen euro uit eigen zak geïnvesteerd. Afgezien daarvan hebben we zelf ook exploitatietekorten opgebouwd. Op een bepaald moment geraak je in een vicieuze cirkel. DE WITTE: Ik stond zeker dicht bij Van Milders, maar alleen op het sportieve vlak. Ik was geen lid van het directiecomité. We hebben de schuld nu in vier jaar tot ongeveer een derde teruggebracht. Ons credo is: geen exploitatietekorten meer. Maar tegelijk wil je toch sportief blijven meetellen. Dat is niet eenvoudig, want je kunt niet alles in één keer willen. DE WITTE: Onderschat de gemiddelde supporter niet. Als je goed uitlegt waar je mee bezig bent, juichen ze dat toe. Ze willen niet de weg opgaan van Lommel, Mechelen of Charleroi. DE WITTE: In mijn ogen wel. De uitslagen van Lommel zijn zonder meer geschrapt. Dat kun je niet zomaar doen. DE WITTE: De bond zegt dat de reglementen niet toelaten dat er wordt opgetreden. Als dat zo is, dan moeten die reglementen worden veranderd. Dit is te gemakkelijk. Maar zowel bij de voetbalbond als in de Profliga zijn de kleinere clubs de baas, omdat ze met meer zijn. De macht van het getal. Kleinere clubs zullen zich blijven verzetten tegen maatregelen die het moeilijker maken om naar hogere afdelingen te promoveren. Het kan best dat er juridisch geen mogelijkheid is om iets aan de situatie met Charleroi te doen, maar ik vind dat een bestuur krachtdadig moet optreden. Doe een beroep op de Europese of de wereldvoetbalbond of op de overheid. Of verander in ijltempo de reglementen. DE WITTE: De overheid is betrokken partij. Al was het maar door de ordehandhaving en de veiligheid. De overheid zou een aantal voorwaarden moeten opleggen. Het probleem is dat sport een gewestelijke materie is, zodat er altijd verschillen dreigen tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Er zou op federaal niveau een staatssecretaris of een regeringscommissaris voor topsport moeten komen. Om orde op zaken te stellen. DE WITTE: Voor mijn part spelen we in eerste klasse met twintig clubs - op voorwaarde dat de economische ruimte aanwezig is om die allemaal in leven te houden. In Frankrijk wordt nu gezegd dat twintig clubs te veel is voor een land met 60 miljoen inwoners. Er is in België plaats voor hooguit 12 of 14 clubs in de hoogste afdeling. We zijn tenslotte maar met 10 miljoen. DE WITTE: Ik ken de toestand van die club onvoldoende om er mij over uit te spreken. Maar ik vrees wel dat er ook dit jaar inderdaad weer clubs in vereffening gaan. Charleroi komt nu het meest in beeld, omdat er een uitspraak van de rechtbank voor de deur staat. Maar Charleroi ligt ook in Wallonië. Het zou me niet verbazen als er toch nog een konijn uit een hoed wordt getoverd. DE WITTE: Het is geen kwestie van veel of weinig, die zaken moeten worden geregeld. Nu is er sprake van concurrentievervalsing. Ik zou er niets op tegen hebben als de overheid, zoals in Frankrijk, meebetaalt aan infrastructuur en jeugdwerking. Of als clubs zoals Gent en Lokeren in hetzelfde stadion zouden spelen. Het lijkt me ook efficiënter als Charleroi, Bergen en La Louvière een stadion zouden delen. Zo'n stadion kost te veel geld om het maar één keer om de twee weken te gebruiken. DE WITTE: Nee, ik heb er geen geld in gestopt. Mij motiveert het managen zelf. Als in 2006 blijkt dat ik van AA Gent een gezond bedrijf heb gemaakt, zal mij dat net zoveel voldoening schenken als een Europees ticket of zelfs een kampioenstitel. Ik vind het gevaarlijk als mensen veel geld in een club pompen. Dat is nooit een structurele oplossing. Als de mecenas verdwijnt, verdwijnt de club. Denk aan Mechelen. Ik heb me vaak afgevraagd: waarom zoveel centen in een club steken, als je er al belasting op betaald hebt? Het is, zacht gezegd, niet altijd even transparant. DE WITTE: Ik denk dat ik duidelijk genoeg ben. DE WITTE: Ik ben daar een voorstander van, op voorwaarde dat ze niet in dezelfde reeks spelen. Dan wordt het een ander verhaal. Hoe je het ook draait of keert: beïnvloeding is dan mogelijk. De situatie met Genk en Heusden-Zolder, allebei in eerste klasse, is niet gezond - ik heb dat ook tegen mijn collega Jos Vaessen van Genk gezegd. Maar ik heb geen probleem met het principe, en ik denk dat het voorbeeld navolging zal krijgen. Wij kunnen samenwerken met Deinze of Zulte-Waregem, bijvoorbeeld. Anderlecht met Strombeek. Standard en KV Mechelen staan dicht bij elkaar. Dat moet goed worden geregeld. Kijk wie er dit jaar naar eerste zijn gepromoveerd: twee clubs die in een goed uitgerust stadion spelen. Cercle Brugge en Heusden-Zolder, dat zijn thuiswedstrijden in Genk afwerkt. DE WITTE: Normaal gesproken, is daar niets mis mee. Een makelaar zoekt een spits of een doelman voor een voetbalclub en strijkt daarvoor een vergoeding op. Zoals De Witte & Morel personeel rekruteert voor bedrijven. Alleen proberen makelaars tegenwoordig een soort eigendomsrecht te verwerven over spelers. Ze proberen een soort van afhankelijkheid te creëren, die in het menselijke verkeer ongezond is. Het gebeurt nu dat een speler weigert een contract te tekenen, omdat de makelaarscommissie niet geregeld is. Hoe je dat moet oplossen, weet ik niet. Het is ook zo'n kleine wereld. Vergelijk het met een impresario, die een stel artiesten onder contract heeft. Het is een probleem van schaarste. DE WITTE: De wereld van de voetballerij staat mij niet altijd aan. Ik heb al een paar keer met de idee gespeeld om eruit te stappen. Maar dat zou misschien te gemakkelijk zijn. DE WITTE: Als u goed luistert, zult u merken dat ik voortdurend pleit voor meer regulering en transparantie. DE WITTE: Ik pleit niet voor meer overheid, maar voor een verstandige overheid. DE WITTE: Ja, vier jaar geleden. Met trainer Trond Sollied. DE WITTE: Economische wetten zijn wat ze zijn. Toen ik vier jaar geleden voorzitter werd, was mijn eerste opdracht om zoveel mogelijk activa te valoriseren om de eerste nood te lenigen. Wat waren mijn activa? Het stadion en een aantal spelers. Dus zijn Sandy Martens, Pieter Collen, Cédric Roussel, Günther Vanhandenhoven en Laurent Delorge verkocht. Dat heeft bij elkaar zo'n 200 miljoen Belgische frank opgeleverd. Vervolgens zijn we goedkopere spelers gaan zoeken waar we ze konden vinden. Nogal wat mensen voorspelden dat we zouden degraderen, maar we werden derde - omdat we met Sollied een hele goede trainer hadden. DE WITTE: Wij besteden daar veel aandacht aan. Eerst Sollied, daarna Patrick Rémy en nu Jan Olde Riekerink waren geen voor de hand liggende keuzes. Ze zijn alledrie didactisch geschoold en ze besteden veel aandacht aan opleiding. We zoeken niet alleen een voetballer, maar ook een coach, een mensenkenner, een communicator, een man met visie. Er kan in België nog veel aan de trainingsmethodes worden verbeterd. DE WITTE: Die kritiek is terecht. Maar we zijn ook een club met weinig geld. We zijn beperkt in onze keuze. DE WITTE: Het lukt nog niet volledig, maar we streven ernaar. Mijn droom is om over vier jaar in een nieuw stadion te spelen met een bijna volledig Belgisch elftal. Je mag het voetbal niet losmaken van zijn roots. DE WITTE: Maar die vergelijking gaat toch niet op! Je kunt voetballers toch niet vergelijken met sikhs die in Sint-Truiden appelen plukken. Voetbaltalent is schaars. U hebt er toch ook geen probleem mee als een Sloveense tenor een aria zingt in de Muntschouwburg? Ook daar geldt dat talent schaars is. DE WITTE: Het rekruteren van mensen is er een deel van. Dat gaat van het heel snel aanbieden van personeel tot de aanwerving van iemand zoals Karel Vinck voor de NMBS. Daarnaast zijn we bezig met alles wat assessment is. Meer en meer bedrijven voeren geen enkele beweging met hun personeel meer uit, zonder dat ze om een second opinion vragen. En die bezorgen wij dan. Dat is geen evangelie, maar met een goed onderbouwde second opinion kom je toch al een heel eind. En dan doen we nog aan coachen, het individueel begeleiden van mensen, en zo meer. DE WITTE: Nee. Maar wat zijn nieuwe jobs? Als er reële banen worden bedoeld - voltijds, niet gesubsidieerd en op een normale wijze betaald - dan geloof ik niet dat de regering haar doelstelling haalt. In de jaren '70 werd een deel van de werkloosheid nog in het vangnet van de overheid opgevangen, maar die uitweg is er nu niet meer. Volgens een recente studie zijn er ook 20 tot 30 procent ambtenaren te veel. DE WITTE: Ze zal haar heil zoeken in gesubsidieerde jobs, flexibele werktijden, deeltijdse arbeid. Ik begrijp die uitspraak over die 200.000 banen politiek wel. Maar als ze niet uitkijkt, zal de regering daarop worden afgerekend. Ik zou de helft al een succes vinden. DE WITTE: We moeten die internationale tendens noodgedwongen volgen. U mag de starheid van de Belgische of de Europese cultuur niet onderschatten. U hebt er geen idee van hoe vastgeroest we hier zijn. Flexibilisering is onvermijdelijk, maar het zal langer duren dan vier jaar voor we zover zijn. DE WITTE: Het wordt beter, maar het blijft toch nog altijd een beetje: petit pays, petit esprit. Ik heb de indruk dat Algerijnen of Togolezen in Frankrijk toch gemakkelijker in het circuit geïntegreerd geraken. DE WITTE: Het is hetzelfde verhaal als bij voetballers: talent is schaars. Er zijn er ook in het bedrijfsleven niet veel die echt top zijn. Ik denk dat een loonspanning van 1 tot 5 te klein is, maar van 1 tot 20 overdreven. Ze zou rond 10 à 15 moeten liggen. Laten we zeggen, dat als een arbeider gemiddeld 2000 euro bruto per maand verdient, een topman dan goed mag zijn voor 20- à 25.000 euro per maand. Nu is het vaak veel meer. DE WITTE: Ministers mogen meer verdienen en de voorzitters van de nieuwe federale departementen mogen ook topsalarissen krijgen. De burgers zouden daar blij moeten om zijn. Goed bestuur is uiteindelijk goed voor iedereen. Maar als het getouwtrek tussen de kabinetten en de administratie nu weer van voor af aan begint, was de hele hervorming van de administratie natuurlijk een lege doos. DE WITTE: Ik wil me daar nog niet over uitspreken. Als ik de teksten goed lees, blijft de essentie nog altijd overeind. Het hangt ervan af hoe het verder gaat. Wij hebben het assessment voor de topambtenaren verzorgd - Luc Van den Bossche is daar heel correct en consequent in geweest. Het probleem was: er waren niet altijd genoeg kandidaten van buiten de kabinetswereld om goed te kunnen kiezen. Maar u mag het ook zo niet voorstellen alsof kabinetschefs vanzelf minder bekwaam zouden zijn. Het tegendeel is waar. DE WITTE: Ten eerste omdat politici het er vaak moeilijk mee hebben om die bedrijven echt los te laten. Ten tweede begrijpen mensen die uit het bedrijfsleven komen de mentaliteit van statutair personeel niet altijd goed. Daarom was Karel Vinck zo'n goede oplossing voor de NMBS: een man van 64 die niets meer moet bewijzen en dus nergens bang moet voor zijn. Hij heeft bovendien zijn startvoorwaarden goed onderhandeld. Als ik mensen die van het bedrijfsleven naar de overheid overstappen één raad mag geven, is het deze: negotieer de startvoorwaarden verdomd goed. En dan heb ik het niet over het salaris - zo'n stap zet je niet voor het salaris, maar voor het prestige. DE WITTE: Nee, maar het hangt af van de leeftijd. Je moet ze zoeken bij diegenen die het zich kunnen veroorloven en die er nog een uitdaging in zien. Die als het ware iets willen terug doen voor de maatschappij. DE WITTE: Ja. Maar het is dat u nu die vraag stelt. Ik zit er niet op te wachten, hoor. En het is mijn ambitie niet. Piet Piryns'De kleine clubs zijn de baas, door de simpele macht van het getal: ze zijn met meer.''De kleine clubs zijn de baas, door de simpele macht van het getal: ze zijn met meer.'