Cyriel Verschaeve aan het IJzerfront in 1914-18 : die Vlaming is, moet Vlaming zijn.
...

Cyriel Verschaeve aan het IJzerfront in 1914-18 : die Vlaming is, moet Vlaming zijn.?WAS HABEN DIE Deutschen uns angetan !? klaagde de kapelaan Cyriel Verschaeve bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Want de Duitsers beschouwde hij als het broedervolk van de Vlamingen en nu kwamen deze stamgenoten in 1914 als vijanden over de grens, om het land te bezetten. Bovendien zou België zo nog sterker in de armen worden gedrukt van zijn bondgenoot, Vlaanderens erfvijand Frankrijk. De snelle en succesvolle Duitse invasie van augustus 1914 stokte echter na enige tijd en een klein stuk België, verschanst achter de IJzer, bleef onbezet. Daar begon een loopgravenoorlog die vier jaar lang zou duren. En in dat stukje vrij België, grotendeels een gemilitariseerd gebied, lag ook het Alveringem van de toen al als een ?ziener? beschouwde Cyriel Verschaeve. Aan dat IJzerfront ontstond al snel de zogeheten Frontbeweging, waarin Verschaeve haast vanzelf een rol als geestelijk leidsman ging spelen. De Frontbeweging wordt traditioneel beschouwd als de eerste manifestatie van het Vlaams-nationalisme. De ?fronters? vergenoegden zich namelijk niet langer met het stellen van taaleisen zoals de klassieke Vlaamse beweging, maar kwamen op voor Vlaams ?zelfbestuur? hoewel nooit geheel duidelijk werd wat daarmee precies werd bedoeld (daar wordt vandaag nog altijd ruzie over gemaakt). Parallel daarmee ontstond in bezet gebied het activisme, dat een soortgelijke evolutie doormaakte, maar daarbij openlijk rekende op de bescherming van de Duitse bezetter. BESTE HELFT.Hoe cruciaal de episode ten tijde van (en kort na) de Eerste Wereldoorlog ook is geweest voor de Vlaamse beweging, toch is ze nooit goed bestudeerd. Pas enkele jaren geleden verscheen de eerste ernstige, globale studie over het activisme, geschreven door Daniël Vanacker, journalist bij De Gentenaar. Het lag dus in zekere zin voor de hand dat Vanacker zich ook op de Frontbeweging zou storten. Binnenkort publiceert hij daartoe zijn eerste bijdrage in boekvorm, een zeshonderd bladzijden tellende publicatie van Verschaeves Oorlogsindrukken. Deze kronieken verschenen aanvankelijk in een krant, daarna werden ze in handschrift of als pamflet verspreid. Ze zijn vooral van belang omdat ze een beeld geven van het ontstaan en de evolutie van het flamingantisme aan het IJzerfront. Dat deze teksten tot nu toe wat onderbelicht bleven, komt doordat de bezorgers van Verschaeves Verzameld Werk ze blijken te hebben ?gekuist?. Dat gebeurde, zo bleek enkele jaren geleden, ook (en in nog veel ergere mate) met Verschaeves dagboek uit de Tweede Wereldoorlog, dat zelfs kortweg werd vervalst. Een bizarre gewoonte, die het ergste laat vermoeden over de manier waarop Verschaeves nalatenschap is beheerd. Een kwart van Vanackers boek bestaat uit een forse en allerminst overbodige inleiding, waarin Verschaeves Oorlogskronieken in de context van hun tijd worden geplaatst. Opvallend is de snelle evolutie van Verschaeves denken. Dat steunde altijd op een romantisch ideaalbeeld van een door God gewild katholiek Vlaanderen, dat een plaats had gekregen binnen de Belgische staat, waarvan het, dixit Verschaeve, de ?beste helft? vormde. GRUWEL.In 1914 meende de kapelaan bijgevolg dat strijden voor België neerkwam op vechten voor Vlaanderen. Maar al een jaar later bleek hij ervan overtuigd dat de belangen van België niet langer dezelfde waren als de Vlaamse. Zo groeide in zijn ogen een belangenconflict, dat geleidelijk steeds meer politiek-nationalistische vormen aannam. Aan het eind van de oorlog stond Verschaeve op één lijn met de collaborateurs van het activisme, die meenden dat enige Vlaamse zelfstandigheid alleen via een pact met de bezetter kon worden gerealiseerd. Die opmerkelijke radicalisering vloeit ongetwijfeld voort uit de hooggespannen verwachtingen van het begin van de oorlog : België zou Vlaanderen belonen voor zijn oorlogsinspanning. Maar de oorlog duurde te lang. De ellende van de loopgravenoorlog woog het zwaarst op hen die een meer gesoigneerd bestaan gewend waren en dus het minst bestand bleken tegen de ruwheid van de loopgraven en de gruwel van de oorlog, de studenten en intellectuelen onder de soldaten. Zij projecteerden hun ongenoegen in de aloude taalgrieven, want, inderdaad, het waren vrijwel altijd eentalig-Franstalige en niet altijd katholieke officieren die hen bevalen en in wier opdracht zij verzocht werden om hun leven te riskeren. Zo radicaliseerde het flamingantisme in de Frontbeweging. Deze ?bewuste? flaminganten voelden zich duidelijk een aparte groep, een elite, want ?de gewone volksjongens? gaven in hun ogen te weinig blijk van Vlaams bewustzijn. Bovendien bestond een opmerkelijke vrees voor het zedenverval dat de soldaten nog verder van het katholiek-Vlaamse ideaal dreigde te vervreemden : ?Duizenden jongemannen in de jaren zijnde waar de natuurstuwing het hevigst is, in de onmogelijkheid gesteld aan die natuurstuwing op wettige wijze haar gang te laten gaan en zo tot zedeloosheid gedreven, zedeloosheid die daarbij nog werd aangewakkerd.? De sprong vooruit naar de Vlaamse autonomie, zo nodig onder Duitse protectie, leek dan de voor de hand liggende oplossing, zo valt uit Verschaeves teksten te begrijpen. M.R. Cyriel Verschaeve, ?Oorlogsindrukken?, ca. 600 blz., verschijnt in oktober en wordt in eigen beheer gepubliceerd door Daniël Vanacker, Bagattenstraat 60, 9000 Gent. Intekenprijs : 1150 frank (op rekening 446-0001581-72) ; in de boekhandel : 1450 frank. Heldenhulde voor gevallen soldaten : als er geld over was, kon er ook een af voor gewone volksjongens.