Bestaat een tumor pas als de chirurg hem bij het snijden tegenkomt? Was het gezwel al niet ontdekt op de scans? Wetenschapskringen hanteren het principe dat iets pas bestaat als het voor honderd procent materieel bewezen is soms als een verlammend dogma. Of als een excuus om het onderzoek van collega's mee onderuit te halen. Met zulke bedoelingen wordt het principe in de journalistiek gehanteerd: een ontdekking, gebracht door een ander nieuwsmedium, staat er in een wip mee op de helling. Het gebeurde met Knacks coververhaal van vorige week (Knack nr. 35) ove...

Bestaat een tumor pas als de chirurg hem bij het snijden tegenkomt? Was het gezwel al niet ontdekt op de scans? Wetenschapskringen hanteren het principe dat iets pas bestaat als het voor honderd procent materieel bewezen is soms als een verlammend dogma. Of als een excuus om het onderzoek van collega's mee onderuit te halen. Met zulke bedoelingen wordt het principe in de journalistiek gehanteerd: een ontdekking, gebracht door een ander nieuwsmedium, staat er in een wip mee op de helling. Het gebeurde met Knacks coververhaal van vorige week (Knack nr. 35) over de ontdekking van het labyrint bij de piramide van Hawara - een vervolg op het in de lente verschenen stuk over de queeste van Louis De Cordier naar het door Herodotus 2400 jaar geleden bezochte labyrint. Tot vorige week achtte De Standaard de queeste geen woord waardig, en de krant was de enige niet. Maar nu Egyptische geofysici de resultaten van hun scanning publiceerden - met overtuigende indicaties die overeenstemmen met de beschrijving door Herodotus - gooide de krant het over een andere boeg. Onderbouwd met één enkele, contextloze uitspraak van een Vlaamse geograaf, zaaide een artikel twijfel over het sérieux van de vondst. Dat de geograaf niet direct betrokken was bij het onderzoek, niet de juiste vakcompetentie bezit, zal elke leek ontgaan zijn. Zijn statement diende alleen om het ontbreken van het ultieme bewijs te signaleren. En om de redacteur carte blanche te geven voor het geringschatten van het geofysische rapport en de visionaire bijdrage van een Vlaamse kunstenaar. En dan die smalende omschrijvingen. Van 'een indrukwekkende reeks professoren met Egyptisch aandoende namen', 'de laatste oogst uit de komkommertijd' tot 'de redactie was te klein. (...) Een Belg had (...) een labyrint gevonden. Hét labyrint! Daar waren we al eeuwen naar op zoek.' Eeuwen naar op zoek, pardon. Het was van 1888 geleden dat een archeoloog er nog eens naar omgekeken had. Flinders Petrie stootte er op een plaat die hij als het fundament van het volgens hem gesloopte labyrint beschouwde. Dat het alleen om het dak kan gaan, is vandaag wel duidelijk. Het archeologengild dat nu zo stoer wacht op het honderd-procent-zeker-bewijs (waar het zelf voor zal moeten zorgen), heeft het meer dan honderd jaar niet de moeite gevonden om eens onder Petries plaat te kijken. De Gentse universiteit veroorloofde zich zelfs de luxe om de jongste expeditie te patroneren als een louter kunstproject. Misschien logisch, aangezien de UGent geen archeologische expertise in Egypte bezit. 'Als ooit het labyrint gevonden wordt, hebben we pech gehad', klonk het daar. Pech gehad, zo is het. Door toedoen van de zelf ingezette kunstenaar nog wel. Over het vervolg moet niemand zich in Vlaanderen verder opwinden. Het onderzoek komt in machtiger handen, het exclusieve beeldmateriaal evenzo. Dag nog. http://www.knack.be/nieuws/wetenschapdoor Jan Braet