Vandaag dringen de camera's door tot in de slaapkamers van ministers, tot in de holen van al-Qaeda. We zouden alles moeten weten. Toch zegt 16 procent van de Vlamingen geen vertrouwen te hebben in wat de media hen elke dag vertellen. Nooit eerder probeerden media zo dicht bij de bevolking te staan, nooit eerder kwam de camera zo dicht op de huid _ Iedereen moet op téévéé _, nooit eerder geloofden zovelen zo weinig van wat ze zien, horen of lezen.
...

Vandaag dringen de camera's door tot in de slaapkamers van ministers, tot in de holen van al-Qaeda. We zouden alles moeten weten. Toch zegt 16 procent van de Vlamingen geen vertrouwen te hebben in wat de media hen elke dag vertellen. Nooit eerder probeerden media zo dicht bij de bevolking te staan, nooit eerder kwam de camera zo dicht op de huid _ Iedereen moet op téévéé _, nooit eerder geloofden zovelen zo weinig van wat ze zien, horen of lezen. 'Dat is een paradox van jewelste', zegt Walter Zinzen, senior van de VRT-nieuwsredactie, drie decennia in het vak. 'Toen journalisten nog geen journalisten maar microfoonsjouwers waren, was het vertrouwen van het publiek in de media blijkbaar groter dan nu. Terwijl die media dat vertrouwen niet waard waren. Elk medium stond in dienst van een politieke boodschap. En onze openbare omroep stond in dienst van alle partijen tegelijkertijd. Editorialen en hoofdartikels waren doorgaans gecodeerde boodschappen onder politici. Ook de huidige commentaarschrijvers proberen die traditie trouwens voort te zetten, doch dit geheel ter zijde.Toen De Morgen begon was het revolutionair dat daar ook niét-socialistische politici werden geïnterviewd. Vandaag is dat algemeen aanvaard. Toch was de krant toen nog een meneer. Mensen lazen de krant van hun eigen zuil, de katholieken konden zelfs tussen verschillende titels kiezen. En omdat die krant van hen was, geloofden ze blindelings wat daar in verkondigd werd. De vijand had ook een gezicht. Nu is dat allemaal een beetje flou geworden. Waar staat een krant als De Standaard nog voor: is dat een paars-groene of een oppositiekrant?' Walter Zinzen: Nee, natuurlijk niet. Ik vind het zelfs goed dat er geen duidelijke politieke lijn meer in de kranten zit. Maar blijkbaar zijn er toch nog mensen die zo'n houvast willen. Al heeft het kwakkelend vertrouwen zeker niet alleen met de politieke berichtgeving te maken. Die mag zelfs uitmuntend zijn, je bereikt er nooit een groot publiek mee. Hoe zit het met onze geloofwaardigheid als het over sociaal-economische onderwerpen gaat? Of over criminaliteit? Over het rapport van Marion Van San ( over allochtonen en criminaliteit) is zeer genuanceerd bericht. Maar dan krijg je strijk en zet als reactie van het publiek: 'Jullie zijn bevooroordeeld, pro allochtonen, jullie weten niet wat wij meemaken.' Tien of twintig jaar geleden negeerde ik dat soort opmerkingen. Ik vond ze misschien wel begrijpelijk, maar ik vond dat die mensen het algemeen inzicht ontbeerden. En dat je hen met rationele argumenten wel van hun 'vergissing' kon overtuigen. Quod non. In de tijd van de zuilen was er de ideologische onverdraagzaamheid, maar daar viel mee te leven. Met het soort onverdraagzaamheid dat we vandaag kennen, valt niet meer te leven. Het volstaat niet meer om te zeggen: 'mensen, kijk naar de feiten' _ zeker niet als je je geloofwaardigheid al kwijt bent. Ik heb allerlei boeken gelezen, en ik steek mijn handen omhoog: Ik weet het niet meer. En ik ben niet beschaamd om dat te zeggen. Ik weet niet hoe je die vertrouwenskloof kunt dichten. Ik vrees dat die kloof er deels is gekomen omdat we met z'n allen wat zijn afgedwaald van wat ik dacht dat de primaire doelstelling van de journalistiek was: het vervullen van een bij uitstek democratische rol, door de kijker of lezer zo goed en zo volledig mogelijk te informeren. De journalistiek is de media niet. Uitgevers en bazen van kranten, radio- en televisiestations proberen een product aan de man te brengen. En als de behoefte om te behagen belangrijker wordt dan die om te informeren, betaalt de journalistiek het gelag. Ik denk dat mensen dat ook voelen. Zinzen: Natuurlijk niet. Duiding is de essentie van het informeren. Vroeger heette duiding trouwens achtergrondinformatie, een term die mij liever is. Zinzen: Absoluut. Hoewel TerZake ook niet slecht is (lacht). Duiden betekent dat je verbanden legt, verborgen agenda's laat zien. Dat is kortom kritische journalistiek, een begrip waar nogal wat verwarring over bestaat. Een tiental jaar geleden was kritische journalistiek in dit land vrijwel onbestaand, nu noemt iedereen zichzelf kritisch. Vaak wordt gedacht dat het volstaat om een neerbuigend stukje te schrijven over politici of politiek. Maar dat heeft natuurlijk niets met kritiek te maken. Mijn ouderwetse reflex zegt dat je het vertrouwen van het publiek alleen maar kunt herstellen door naar het fundament terug te keren. En dat je vooral niet in het wilde weg moet slaan. Zinzen: Ik wil niet als een ouweheer gaan zitten zeuren over de jongere generaties, maar doordat er almaar meer journalisten komen om almaar meer producten te maken, zijn de beroepskennis en -ethos in de verdrukking geraakt. Je kunt geen krant openslaan of je krijgt vox pop. Je stelt een aantal vragen aan mensen, rijgt de antwoorden aan elkaar en klaar is kees. Dat is het gemakkelijkst, die personalisering van het nieuws. Je hoeft er geen studiewerk voor te doen. Waar blijft de analyse van de journalist? Die vind je misschien in een stuk van een collega op een andere bladzijde, maar niet van de verslaggever ter plaatse. Dat is iets wat ze van de televisie hebben overgenomen. Het is geen verwijt aan jongere collega's, integendeel. Je kúnt geen grondig studiewerk meer doen omdat je voortdurend met almaar kortere deadlines te maken hebt. Dat staat reflectie in de weg. Beginnende journalisten hebben veel minder kans om zich grondig in een aantal onderwerpen in te werken. En daar komen dus fouten van. Als ze journalisten bovendien niet meer goed wensen te betalen, krijg je ook niet meer de besten.Zinzen: Mijn vriend en medestander Tieleman weet dat ik het daar niet mee eens ben. Al begrijp ik wel waarom hij dat zegt: het begrip objectiviteit, zoals het in onze 'jonge' tijd gehanteerd werd, was al te vaak een alibi voor luie journalistiek. Je moest gewoon bij welk onderwerp dan ook alle betrokken partijen een gelijk aantal minuten aan het woord laten. Iedere heilige moest zijn kaarsje hebben en wie daartegen zondigde, kreeg herrie. Met name Dirk Tieleman heeft daar zijn deel van gehad. Dus volg ik hem wel. In één uitzending hoeft niet altijd alles van alle kanten te worden belicht. Alleen kun je ook dan nog objectief of onbevangen blijven. Je mag nooit iets vertekenen om het onderwerp toegankelijk te maken. Zinzen: Ach, al dat gepeil, dat is toch je reinste Willem Elsschot? Dat is toch het Wereldtijdschrift, Lijmen/Het Been, gebakken lucht? Ik neem daar een heel geïsoleerde positie over in, ook binnen mijn eigen nieuwsdienst. (Met gepijnigde blik) 'Maar zie', zeggen ze dan. 'Het helpt toch.' Want als een programma goed gescreend is door al die onderzoeken, en het heeft ook succes in de kijkcijfers, is het nut ervan bewezen. Dat is toch de slang die in zijn staart bijt, niet? Zinzen:(lachje) Als er een gebrek aan vertrouwen zou moeten zijn, dan veeleer in al die onderzoeksbureaus. Hoe komen ze er toch bij om te denken dat de interesse van het publiek groter wordt naarmate de zaken worden versimpeld? Zinzen: Er is minder buitenlandberichtgeving en ze wordt dan ook nog beperkt tot het spectaculaire en sensationele. Of er moet een link met België zijn. Toen ik dertig jaar geleden begon, was onze opdracht ook al: zoek de Vlamingen in het buitenland. Dat had een nutsreden, want dan hoefde je niet te gaan vertalen. Daar is toen door de journalisten van onze redactie fel tegen geprotesteerd. Wij vonden dat je de mensen over hun eigen land moet laten vertellen. Je moet in China naar de Chinezen gaan. Dat deden we ook. Nadien is dat als een boemerang teruggekeerd. Nu doen ze het opnieuw: zoek de Belgen. Omwille van de 'toegankelijkheid', nog zo'n woord dat zo vaak fout gehanteerd wordt. Want uiteraard moet al dat moeilijke buitenland, en ook het moeilijke binnenland overigens, op zo'n manier worden gebracht dat het interesse wekt. Dat is een evidentie, maar als je sommigen hoort, is het de ontdekking van het jongste half jaar. Zinzen: Precies. Dat heeft niet alleen met toegankelijkheid, maar ook met verkoopsargumenten te maken. We gaan ervan uit dat de herkenbaarheid dan groter is, en de empathie ook. En ik vrees dat dit niet zo is. Journalistiek moet terugkeren naar zijn roots: informeren. Het spijt me zeer, maar er zijn nu eenmaal miljarden mensen méér op deze wereld dan de zes miljoen Vlamingen. De wereld is zo groot dat je het toch niet kunt maken daar niét _ of laat me nuanceren: onvoldoende _ over te berichten. Ik denk niet dat een Belg bij een aardbeving waar dan ook beter dan de slachtoffers kan vertellen wat er aan de hand is. De buitenlandberichtgeving wordt overal teruggeschroefd. De Standaard heeft zijn buitenlandse correspondenten teruggeroepen. Waarom? Omdat we denken dat 'het publiek' het niet meer wil horen of zien. Ik vind het een capitulatie om je daarbij neer te leggen. Het is aan ons om interesse te wekken. Zinzen: Nee. We moeten informeren. Wie zijn de professionals van de informatie? Dat zijn wij. Ieder zijn beroep. Moet een loodgieter eerst aan zijn klant vragen hoe hij zijn buizen gelegd wil zien? Hij vraagt hoogstens waar ze moeten komen, maar de loodgieterij zelf is zijn werk en niet dat van de klant. Dat geldt dus ook voor ons. Je mag er toch van uitgaan dat wij, als gevolg van onze vakkennis, ongeveer weten wat er in de wereld belangrijk is en wat niet. Je moet het publiek op z'n minst de gelegenheid geven om kennis te nemen van wat er is. Als je al van tevoren zegt dat het ze toch niet zal interesseren, kunnen ze ook geen blijk meer geven van het tegendeel. En een publiek dat niet geïnformeerd is over wat er in de wereld gebeurt, is een gevaar voor de democratie. Wat is na 11 september de grote schok van de Verenigde Staten geweest? Dat ze niet beseften hoezeer ze door sommige mensen in de wereld werden gehaat. Eén van de bazen van CNN zelf heeft gezegd dat het een schande is hoe de networks de berichtgeving over het buitenland hebben verwaarloosd. Ik bevind me dus in goed gezelschap. Zinzen: Die stelling is achterhaald. Het argument wordt wel nog vaak oneigenlijk gebruikt als excuus om iets niet te moeten doen. 'Er is geen beeld van, dus brengen we het niet.' De paradox is dat het vandaag technisch gesproken mogelijk is om van over heel de wereld live verslag uit te brengen, en dat we dat toch hoe langer hoe minder doen. Omdat het te duur is, natuurlijk. Maar vooral omdat we denken dat het publiek er geen belangstelling voor heeft. De televisie zou de wereld in de huiskamer brengen, dachten wij in onze jonge tijd. Wel, vroeger konden we het niet en nu we het wel kunnen, doen we het niet omdat we niet meer willen. Luc Leysen zei het tien jaar geleden al, toen hij op zijn Afrikaanse observatiepost zat: 'De journalisten die ik hier pas zie toekomen, doen hun verslag met het gezicht naar de camera en de rug naar de gebeurtenissen.' Zinzen: Het is omgekeerd: televisie is geklets geworden, de impact van het beeld wordt almaar kleiner. Als je op 11 september naar de televisiezenders keek, zag je niets anders dan pratende mensen. Talking heads. Op alle zenders, behalve één: BBC World, toch een verademing voor wie CNN gewend is. Ook wij, Europese zenders, hebben vooral veel beschreven en weinig laten zien. De televisie is zijn logheid aan het verliezen door de technologische vooruitgang, en dat gaat ten nadele van het medium televisie. Want televisie is, meer nog dan fotografie, het medium bij uitstek om mensen bij de gebeurtenissen te betrekken, ze getuige te laten zijn. En je merkt steeds meer het omgekeerde: men heeft geen tijd om de camera zijn werk te laten doen en het achteraf behoorlijk te monteren. Het beeld neemt af, het woord toe. Men stuurt verslaggevers uit en vraagt hen vanuit Brussel hoe 'de sfeer daar' is, wat ze 'gezien hebben'. Ik wil niet horen wat je gezien hebt, ik wil het zelf ook zien. De mensen zijn die praatjes stilaan moe. Er begint bij een deel van het publiek een honger te ontstaan naar de goed gemaakte documentaire die wat afstand neemt van de waan van de dag. Dat leid ik af uit wat ik zelf hoor en uit het succes van Panorama sinds 11 september. ( Met dat fijne Zinzen-lachje) Als de kijkcijfers ons in onze stelling bevestigen, geloven we er uiteraard ook in. De reportage over de Arabische televisiezender al-Jazeera lag al drie jaar in de kast. Zinzen: Ongetwijfeld, en ik ben ervan overtuigd dat het ook terugkomt. Je zult zien dat de professioneel gemaakte reportage wind in de zeilen krijgt. Het zal niet meer de Panorama van onze tijd zijn, zoals die van ons ook niet die van onze voorgangers was, maar dat geeft niet, dat is ook goed. Het grote, brede, goed gefilmde verhaal komt terug. Het is nog pril, maar de tekenen zijn onmiskenbaar. Als het te simpel wordt en er wordt te veel gekletst, voelen de mensen het ook. Zinzen: Dat is Goebbels. Dan heb je het niet meer over informatie, maar over propaganda. Het is niet nieuw natuurlijk. De oorlog in Vietnam is ook zo begonnen. Na verloop van tijd is dat beeld in de media gecorrigeerd, maar het heeft wel erg lang geduurd. Wat Fox doet, is natuurlijk het Gesundenes Volksempfinden achterna hollen. Als je maar goed op de vijand inhakt, volgt de meute wel. Ik zeg niet dat je moorddadige aanslagen moet verdedigen, maar je kunt er op zijn minst toch genuanceerd over berichten. Je zult toch altijd weer dat heel ingewikkelde verhaal van het Midden-Oosten, de islamitische wereld en de oliebelangen moeten vertellen. CNN had aanvankelijk ook geen aandacht voor de economische gevolgen van 11 september. Ze hebben dat na enkele dagen ook bijgestuurd. Zinzen: Het is niet de taak van een journalist om de wereld te verbeteren. Dan wordt hij beter welzijnswerker, om Jan Blokker te parafraseren. Maar als het over democratische waarden gaat, moet een journalist wél geëngageerd zijn. Op journalistieke wijze dan wel: niet alleen door de feiten te geven zoals ze zijn, maar ook door ze te verklaren. Op aantrekkelijke wijze, ludiek desnoods, maar in elk geval met respect voor de feiten. En ik voel me daarin gesterkt door de nota De VRT in een democratische samenleving. Die verwijst naar besluiten van de Raad van Europa en naar onze eigen decreten waarin zeer expliciet staat dat het de taak van de openbare omroep is om de democratische waarden te verdedigen. Ik hoop dat die passage uit de VRT-nota tot deontologische code voor álle media wordt verheven, want het verdedigen van de democratische samenleving is niet alleen de taak van de openbare omroep. Het is de taak van iedereen die met informatie bezig is om níét allerlei racistische vooroordelen te steunen. En dan kom je natuurlijk tot de conclusie dat een partij die de megafoon is van het Gesundenes Volksempfinden geen forum verdient. Zinzen: Dat vind ik ook, ja. Een veeg teken. Een programma zoals ik er één maak, bestaat honderdvoudig in alle ons omringende landen. Je zou niet moeten worden beloond voor wat evident is. En dat geldt ook voor die VRT-nota. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat hij er niet zou gekomen zijn als het Vlaams Blok niet eerst de VRT had aangevallen. Het Blok heeft de VRT als het ware gedwongen om zich over zijn positie te beraden. Dat had natuurlijk tien jaar eerder al moeten gebeuren, maar onder het oude regime van de politisering zou het ondenkbaar zijn geweest dat de openbare omroep zich zo duidelijk engageerde. En dat vind ik toch wel een vooruitgang. Het merkwaardige is: vroeger werd objectiviteit geïnterpreteerd als het zich conformeren aan de opvattingen van de toenmalige leiding. En nu krijg je van de nieuwe leiding de vraag tot engagement! Ze vragen nu _ niet alleen van mij, maar ook van collega's, zeker op Canvas _ een kritische houding. Daar word je nu voor geprezen, terwijl je er vroeger voor veroordeeld werd. Zinzen: Het is niet gemakkelijk. De actieve welvaartsstaat heeft kennelijk nog niet de journalistiek bereikt. Het is treurig om te zien hoe oudere journalisten her en der aan de deur worden gezet omdat ze te duur zijn. Het is doodzonde dat mensen met ervaring worden gedumpt. Ik besef dat ik een uitzondering ben. Een bofkont. Zinzen: Kunst! De heer Eddy Boutmans (Agalev), staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, heeft een jaar geleden een vzw opgericht: Africalia. Hij wil daarmee op grootschalige wijze Afrikaanse kunst en cultuur promoten, zowel in België als in Afrika zelf. Ik heb de eer en het genoegen om de raad van bestuur te mogen voorzitten. En als ik met pensioen ben, ga ik daar onbezoldigd aan de slag. Zinzen: Mijn eerste betrekking was in Congo, inderdaad, in 1963 als leraar. Daar had ik nu eenmaal voor doorgeleerd. Zinzen: Grappig dat u dat zegt, want het is precies dat beeld van Afrikaanse kunst dat we willen doorprikken. We willen laten zien wat er leeft aan actuele kunst en cultuur in Afrika. En ik schrik er zelf van hoeveel meer dat is dan houtsnijwerk en maskers. Zinzen:Pas avec Tonton, hein!Piet Piryns - Filip RogiersFilip Rogiers'Met het soort onverdraagzaamheid dat we vandaag kennen, valt niet meer te leven.''Hoe komen ze er toch bij om te denken dat de interesse van het publiek groter wordt naarmate de zaken worden versimpeld?'