De oppositie ondergraaft gestaag het gezag van de Servische president Milosevic. Hoe reageren de jeugd en de vrije radio op de vrij explosieve toestand in de hoofdstad ?
...

De oppositie ondergraaft gestaag het gezag van de Servische president Milosevic. Hoe reageren de jeugd en de vrije radio op de vrij explosieve toestand in de hoofdstad ?EEN BERICHT UIT BELGRADODe film maalt door. Sinds november komt de stad dagelijks op straat en iedere week verschuiven de accenten. De sequenties kregen al allerlei soorten inslag : hard, ludiek, bangelijk, vindingrijk, gevaarlijk, cynisch, feestelijk... De betogers eisen de erkenning van de zege van de oppositie in stedelijke gebieden bij de gemeentelijke verkiezingen. Maar eigenlijk willen ze de kop van de Servische president Slobodan Milosevic. Die beoefent inmiddels het schaduwboksen. Hij trok al aan alle touwtjes van zijn poppenkast om opposanten, studenten en malcontenten van straat te krijgen. Iedere dag leek daardoor goed om leger en/of politiemacht hard te zien toeslaan, na provocaties. Het gebruikelijke recept. Toch was 24 december een bijzonder gevaarlijke dag. We spoelen de film terug. Een gevaarlijke sequentie als aanknopingspunt voor vandaag en morgen. Het is bijtend koud in de Servische hoofdstad. De wind snijdt door de brede lanen, de stuifsneeuw maakt blind. Het openbaar vervoer geraakt niet door de gelederen van de oprukkende aanhangers van Milosevic. Ze scanderen de naam van de vozd, de leider. Zijn portret is gemonteerd op stokken, die als wapen dienst kunnen doen. De meute bestaat uit duizenden armoedig geklede mensen die vanop het platteland met busjes en treinen naar de grote stad zijn getransporteerd. Om steun te komen betuigen aan de president krijgen ze vijftig dinar, 300 frank, en als het meezit ook een warme maaltijd. Sommigen hebben een paar honderd kilometer afgelegd. Een andere keuze dan demonstreren hebben ze niet. TWEE DODEN IN DE CONFRONTATIEDe onafhankelijke, kleine vakbond Nezavisnost (80.000 leden) had eerder al bekritiseerd dat de betogers uit de provincie, vooral arbeiders en boeren, onder dwang, want op straffe van ontslag, naar Belgrado moesten. De arbeidersklasse was ooit de trots van Josip Broz ?Tito?, de vader van het vergane Joegoslavië. Nu is ze verworden tot een soort lompenproletariaat. Sociologen noemen de paar honderdduizend arbeiders om wie het gaat polutani, pendelaars, die 's ochtends in de fabriek werken en 's namiddags op het land de varkensstallen uitmesten. Aan de andere kant van het politiecordon rond het trechtervormige stadscentrum, het Terazije-plein, organiseren de sympathisanten van de belangrijkste drie oppositiepartijen een fluitconcert tegen de lopovi, de ?dieven? rond Milosevic. Waarmee wordt verwezen naar het annuleren van de stembuszege die de oppositiebeweging Zajedno (?Samen?) op 17 november behaalde in belangrijke steden en, vooral, in negen van de dertien districten van Belgrado. De hoofdstedelingen schreeuwen dat de betogers die het opnemen voor Milosevic moeten terugkeren naar hun dorp. Een Serviër uit de provincie Kosovo schiet oppositielid Ivica Lazovic in het hoofd. Milosevic-aanhangers gaan er met knuppels tegenaan. Ze takelen leraar Predrag Starcevic zodanig toe, dat hij aan zijn verwondingen overlijdt. De oproerpolitie deelt rake klappen uit. Toch blijkt ze haar best te doen om te verhinderen dat de twee groepen met elkaar slaags zouden raken. Er duiken mannen op met kappen over hun hoofd. Ze slaan met knuppels op de tegenbetogers in en verdwijnen. Die knokploegen heten ?de vuile honden van Milosevic?. Ze worden het meest van al gevreesd. Ze worden in staat geacht een straat- of zelfs een stadsoorlog te provoceren. Later, op de begrafenis van Starcevic, zal een van de vele duizenden rouwenden zijn overtuiging luchten : ?Milosevic heeft een grens overschreden. Hij gebruikt criminelen om zijn doel te bereiken. Daardoor wordt aangetoond hoe sterk zijn banden met de onderwereld zijn.? Het is een indruk die steeds meer overheerst : Servië wordt geregeerd door een vulgaire gangsterbende. De betogingen van 24 december hebben 250.000 mensen op de been gebracht, van wie 40.000 sympathisanten van de president. De staatstelevisie, die de demonstranten van de oppositie voortdurend vandalen en hooligans noemt, beweert in het avondnieuws dat een massa van een half miljoen zijn steun aan het heersende regime tot uitdrukking bracht. BELGRADO IS DE WERELD?Zie ik er zo vreemd en gevaarlijk uit ?? vraagt Mira, een studente architectuur. Ze reageert daarmee op een reportage uit The New York Times. In het stuk staat te lezen dat het studentenprotest tegen het regime door nationalistische aanvoerders is genaast. En dat de betogende meisjesstudenten gedwongen worden de traditionele Servisch klederdracht te dragen. ?Onlangs was ik in Duitsland. Ik was geschokt omdat sommige mensen niet met me wilden praten, alleen omdat ik uit Servië kwam. Ik ben het beu dat Servië in het buitenland altijd wordt voorgesteld als een land van grimmige en oorlogszuchtige schurken. Al is het wel waar dat er hier niet veel reden tot vreugde is. Ik zou weer glimlachende mensen in de straten van onze stad willen zien.? We drinken een glas in ?Cool Jazz Café?, een gelegenheid die is ondergebracht in de gebouwen van de Filosofische Faculteit, het bolwerk van het studentenverzet. Hier deelde student Boris Karaicic op 23 november de eerste vijftig pamfletten uit waarin geprotesteerd werd tegen de vervalsing van de verkiezingsuitslagen. Spontaan sloten zesduizend medestudenten zich aan bij het protest. Elke dag werden het er meer. In vlekkeloos Engels vertelt Mira dat de Filosofische Faculteit al decennia een centrum is van anticommunistisch en antinationalistisch verzet. Aan de ingang van het faculteitsgebouw hangen spotprenten die Slobo-Saddam Milosevic en zijn gehate vrouw Mirjana Markovic op de korrel nemen. De sfeer is hier allerminst benepen. In ?Cool Jazz Café? hebben tot laat in de nacht verhitte discussies plaats. Op de gelijkvloerse verdieping bevindt zich ?Plato?, een van de best voorziene boekhandels in Belgrado. En in het souterrain is ?Industria? ondergebracht, een club waar ze techno-muziek spelen. Dj's uit Londen, Chicago en New York zijn er aan het werk. Belgrado is hier een swingende stad. Belgrado is de wereld meldt een spandoek. Geregeld komen Servische prominenten de studenten aanmoedigen. Trots worden telegrammen getoond met steunbetuigingen van beroemdheden als basketter Vlade Divac of filmregisseur Emir Kusturica. Een vlek op het beeld zijn echter de argwanende jongeren, die de toegang tot het faculteitsgebouw bewaken. Ze zijn onvriendelijk en zwaaien met vervaarlijke knuppels. ?Eigenlijk heb ik geen belangstelling voor politiek,? vervolgt Mira. ?Toch ben ik er fier op dat ik elke dag aan de demonstraties deelneem. Ik betoog omdat ik in dit land, waarvan ik hou, op het eind van deze eeuw wil leven zoals de meeste mensen in West-Europa. Sedert 1992 heb ik veel vrienden en vriendinnen zien vertrekken naar alle delen van de wereld, tot in Nieuw-Zeeland en Canada, omdat ze meenden dat ze hier geen toekomst meer hadden.? DE HELDEN WACHTEN AFEr bestaan geen statistieken over, maar ruw geschat zouden 200.000 tot 400.000 jonge mensen Servië hebben verlaten sinds de oorlog in Kroatië en Bosnië uitbrak (1991-'92). Een lawine van hersenvlucht in een deelstaat met 10 miljoen inwoners. Sandra, de vriendin van Mira : ?We weten dat we in het buitenland niet welkom zijn. En ik heb geen zin om daar om werk of sociale bijstand te gaan bedelen.? De twee zijn voorzichtig in de beoordeling van de politieke oppositie die zich democratisch noemt. Mira denkt dat ze samenvat wat de meeste studenten er zijn er 65.000 in Belgrado over de situatie denken : ?Het regime is niet bij machte om onze oogmerken te realiseren. Of de oppositie dat kan, weet ik niet. We zullen moeten afwachten wat ze er later van terecht brengt.? In geen geval willen de twee vrouwen op de foto. Mira : ?Ik ben geen held. In de demonstraties loop ik niet in de eerste rij. Ik wil niet dat ze me later komen zeggen jij was er ook bij, en me ontslaan of in de gevangenis stoppen. Ik ben er haast zeker van dat we aan de winnende hand zijn, maar toch blijf ik voorzichtig.? Het begint al te schemeren. De colporteurs van de oppositiekrant ?Demokratia? springen op en neer in de knarpende sneeuw om zich warm te houden. Het blad mag van staatswege niet via de gebruikelijke kanalen worden verspreid en is dus niet in de kiosken te vinden. De autoritaire greep van het regime op de media is een doorn in het oog van de tegenstanders van Milosevic. Daar weten ze bij Radio B92, vijf hoog in het Huis van de Jeugd, van mee te spreken. Op 3 december werd B92, het enige vrije radiostation in de stad, een tweetal dagen gestoord. ?Dat was het werk van de kliek rond Milosevic,? vertelt Aleksandar Vasovic, verantwoordelijk redacteur buitenland. Omdat B92 in deze kritieke dagen onderbemand is, trekt hij mee de straat op om betogingen en toespraken voor de radio te verslaan. Na twee dagen was B92 weer in de lucht. Omdat het protesten regende, ook vanuit het buitenland, moest de regering terugkrabbelen. ?Ze verontschuldigde zich voor de storing,? lacht Vasovic. ?Ze liet ons weten dat het uitvallen van de radio te wijten was aan een overstroming die ergens in een kelder een kabel beschadigd had. Om aan geloofwaardigheid te winnen, werd de minister van Informatie wandelen gestuurd.? Dat achterbakse optreden typeert de methodes van het regime. Een tijdlang liet de Servische regering de Amerikaanse ambassade in Belgrado door de oproerpolitie bewaken, zogezegd om ze te beschermen tegen de demonstranten. Tot de Amerikaanse ambassadeur zelf aan Milosevic vroeg om de troep weg te halen. Want de Amerikanen in de ambassade voelden zich helemaal niet bedreigd door het studentenprotest. MILOSEVIC RAAKT GEISOLEERDTerug naar B92. In werkelijkheid haalde het regime de radio in december met stoorzenders uit de lucht. Vasovic schat dat meer dan drie miljoen mensen naar B92 luisteren, in Belgrado zelf en in een straal van 75 kilometer om de hoofdstad. Hij speelt een cruciale rol in de kritische verslaggeving. ?Drie jaar eerder werden we ook een paar dagen uit de ether gehaald. Toen werkten we gewoon door en hingen we luidsprekers uit de ramen, zodat de mensen onze uitzendingen op straat konden blijven beluisteren. Daarna had de radio voor Milosevic een tijdlang een alibifunctie. De president kon op het bestaan van B92 wijzen om zich te verdedigen tegen het verwijt dat vrije nieuwsgaring en -verspreiding in Servië gekortwiekt werden. Dat B92 nu opnieuw werd gestoord, bewijst dat er paniek heerst in de gelederen van de Socialistische Partij (SPS). Nu hebben Milosevic en de zijnen veel minder speelruimte dan drie jaar geleden. Stilaan raakt Milosevic geïsoleerd en beginnen zijn vroegere vrienden hem in de steek te laten.? B92 heeft dertien verslaggevers in dienst die alleen 's nachts nog een privé-leven hebben, zegt Vasovic. Ze zijn de hele dag in touw, op straat. De radio haalt prominente gasten in de studio, die op de officiële televisie wel eens verschijnen, maar daar nooit aan het woord komen, diplomaten zoals internationaal gezant Carl Bildt en Richard Holbrooke, de Amerikaanse architect van het vredesakkoord voor Bosnië. B92 simuleerde ooit dat de zender door de voorstanders van Milosevic was ingepikt. De luisteraars reageerden woedend. Toen enkele maanden geleden de belasting op babyartikelen met meer dan 40 procent steeg, riep de radio jonge moeders op om met hun baby's voor het presidentiële paleis te demonstreren. Meer dan duizend moeders gaven gehoor aan de oproep. Vasovic : ?Ze trokken met duizend zuigelingen naar de residentie van Milosevic om hun kinderen symbolisch aan de president te schenken. Zogezegd omdat ze zich hun kroost niet meer konden permitteren. Een dag later bedroeg de babybelasting nog slechts tien procent.? Vasovic en zijn ploeg voelen zich niet bedreigd. ?Dit is Algerije niet, waar de journalisten voortdurend voor hun leven moeten vrezen. De mensen staan achter ons. Dat is het belangrijkste. Ze weten dat we niet manipuleren, dat we in onze reportages vertellen wat zich voor onze ogen afspeelt. We zijn een grote steun, omdat we elk uur aan de tegenstanders van het regime tonen dat ze niet alleen staan.? Als de studentendemonstratie ondanks het betogingsverbod alweer passeert langs de Ulica Makedonska, waar de radio gevestigd is, zwaaien enkele mensen van de ploeg met de blauwe B92-vlaggen vanop vijf hoog. Door de vensters dwarrelen kilo's papiersnippers naar beneden. We rapen er eentje op. Toevallig de kop van Politika, de regeringsgetrouwe krant. De redactie van Politika bevindt zich in een gebouw waarvan de gevel in een eierstruif is veranderd. Waarom eieren ? Milosevic roofde de eieren uit het nest van de oppositie en is voor de studenten de jajara, de eierdief. Maar met eieren wordt allang niet meer gegooid, zegt de populaire schrijver Vladimir Arsenijevic, die de studenten geregeld aanvuurt om vol te houden. ?We verbruikten in het begin zoveel eieren, dat de prijs ervan na een tijdje verdubbelde. Dat konden we niet volhouden in een land waar schaarste is en velen honger lijden. Nu fluiten we alleen nog. Lucht en adem kosten niets. Het karakter van de demonstraties is trouwens grondig veranderd. In het begin sloten de winkeliers hun zaak toen ze ons zagen aankomen. Er sneuvelde toen wel eens een ruit. Ook dat de ruiten van Politika onder een regen van stenen aan diggelen ging, vonden we verkeerd. De regering maakte van die gelegenheid gebruik om ons voor vandalen te schelden. Maar sinds enige tijd verlopen de demonstraties heel rustig. Je ziet het resultaat : de winkels blijven open, de mensen steken hun licht aan en overal zwaaien ze vriendelijk naar ons.? Piet de Moor In Belgrado is nooit zo lang en massaal tegen het regime betoogd, zonder dat de ordemacht ingreep. Milosevic vreest duidelijk het buitenland.President Milosevic speelt verarmde plattelandbewoners in betogingen uit tegen demonstranten van Belgrado. Een dodelijk manoevre.Een nationalistenmuts en de ortodoxe groet. De oppositie kreeg de kerk wel mee, maar ze blijft een allegaartje dat aan mekaar klik zolang het protest duurt.