Auschwitz is ook een soort school waar de gevangenen zich gedragen als kinderen die dankbaar zijn voor elk gebaar dat begrepen kan worden als een teken van mildheid van de "meesters" die hen terroriseren. De SS'er waarmee gevangene Marian af te rekenen heeft, is een ploert, maar zijn ogen van staal verzachten zich soms wanneer hij verpoost bij de plaatwerkers die de roosters voor de ovens gieten: "Op zo'n dag boden wij hem als reactie het gladde gezicht van kinderen op het schoolplein: vandaag is onze juf niet boos." Als de "kinderen" stout zijn, worden ze gestraft en naar het "machientje" gestuurd, een woord dat even onschuldig klinkt als zeg maar een "speelgoedtreintje". Maar wie naar het machientje gaat is al dood, want het gaat om fusilleren. Auschwitz is niet alleen de school van de dood, het is ook een planeet, een rui...

Auschwitz is ook een soort school waar de gevangenen zich gedragen als kinderen die dankbaar zijn voor elk gebaar dat begrepen kan worden als een teken van mildheid van de "meesters" die hen terroriseren. De SS'er waarmee gevangene Marian af te rekenen heeft, is een ploert, maar zijn ogen van staal verzachten zich soms wanneer hij verpoost bij de plaatwerkers die de roosters voor de ovens gieten: "Op zo'n dag boden wij hem als reactie het gladde gezicht van kinderen op het schoolplein: vandaag is onze juf niet boos." Als de "kinderen" stout zijn, worden ze gestraft en naar het "machientje" gestuurd, een woord dat even onschuldig klinkt als zeg maar een "speelgoedtreintje". Maar wie naar het machientje gaat is al dood, want het gaat om fusilleren. Auschwitz is niet alleen de school van de dood, het is ook een planeet, een ruimte waar de "leerlingen" door de aard van de omstandigheden - om de Roemeens-Duitse dichter Paul Celan te parafraseren - hun "geborgenheid" ontlenen aan een vorm van compliciteit met de "meesters", de beulen. Gedetineerden die trachten te ontsnappen aan de school ("het amateurtoneel") van de dood zijn arrogante lastposten en rustverstoorders die door hun medegevangenen verbeten worden gehaat, want omwille van hen "moeten we, in plaats van de dag des Heren rustig te beëindigen, stokstijf in de regen blijven staan, en de SS'ers met ons". Marian Pankowski (°1919), de auteur van De planeet Auschwitz - lotgevallen, zorgt ervoor dat we ontwend raken aan de stompzinnige Hollywood-versies van wat Auschwitz was. Het transport naar een ander kamp is een kwellende vorm van onzekerheid voor diegenen die, zoals de schrijver, in Auschwitz de toekomst hebben afgezworen, want geloof in wat komt, is "even absurd als de hoop dat de zware zegelringen die de SS'ers droegen op een dag zouden terugkeren tot de staat van gouden tanden in de mond van de joden". Marian Pankowski (geen jood, maar een Poolse verzetsstrijder die later in Brussel belandde waar hij nu nog altijd Poolse letteren doceert) zegt van zichzelf dat hij nooit kampherinneringen van anderen leest en dat hij nooit reageert op enquêtes over de Duitse concentratiekampen. Naderhand begrijp je die weigering uitstekend. DAUWDRUPPELS OP HET PRIKKELDRAADWat zouden de enquêteurs moeten doen met een man die geïrriteerd reageert op al diegenen "die in zorgvuldig gestreken kamppakken voor de foto poseren en hun medailles laten rinkelen"? Wat te doen met deze bewoner van het "Eiland der Vlammen" die langs zijn neus weg bekent: "Overigens was ik, meer dan voor een reis naar het onbekende, beducht voor het verlies van mijn burgerschap van Auschwitz, mijn status van oud nummer. Ik wist dat ik in een ander kamp weer een Zugang zou zijn, een nomade die opnieuw de vernederingen van de ontgroeningstijd zou moeten ondergaan." Liever vertoeven in de vertrouwde omgeving van het "hoofdstedelijke" Auschwitz dan op transport te worden gesteld naar een concentratiekamp dat niets anders dan een vervloekt gat, een provinciaal nest zou blijken te zijn. Zelfs de naoorlogse boutade van de Frankfurter Schule dat na Auschwitz geen poëzie meer mogelijk was, wordt weerlegd door de gevangene in het kamp zelf: "Zo kregen de dauwdruppels op het prikkeldraad de schittering van regenboogkleurige ballen van een kerstboom." En de wrede christelijke God en zijn vertegenwoordigers op aarde worden opgenomen in Pankowski's lyrische pandemonium, want als er sigaretten worden verdeeld en er een woud van handen in de hoogte gaat "als op een fascistische bijeenkomst", vraagt een priester om ze in de naam van God aan hem te geven: "Maar dat moment van menselijke zwakheid los van alle priesterlijke ethiek staat me al een halve eeuw lang duidelijk voor de geest. Hij die onze voorspraak was bij de Zwarte Maagd zond uit de diepte van het Lager zijn smeekbede naar een troon waarop, te midden van wolken sigarenrook, met gespreide benen een rossige hoer zat: Nicotine." De planeet Auschwitz behoort tot de schitterende, verontrustende kampliteratuur, en Pankowski behoort tot de groten die daarover beklijvend hebben geschreven: Semprun, Kertesz en Levi. Marian Pankowski, "De planeet Auschwitz - Lotgevallen", Van Gennep, Amsterdam, 78 blz., 498 fr.Piet de Moor