De nieuwe aanpak van jonge leerlingen die minister van Onderwijs Luc Van den Bossche wil, vraagt eerst een grondige nieuwe aanpak van de opleiding voor leraren.
...

De nieuwe aanpak van jonge leerlingen die minister van Onderwijs Luc Van den Bossche wil, vraagt eerst een grondige nieuwe aanpak van de opleiding voor leraren. Het hoge percentage zittenblijvers in België wel zeventien procent van de lagere schoolpopulatie blijft ergens steken zit minister van Onderwijs Luc Van den Bossche (SP) duidelijk dwars. Sinds enkele jaren probeert hij daaraan te remediëren door ettelijke miljoenen vrij te maken voor extra leerkrachten ?zorgverbreding? in de laatste kleuterklas en de eerste twee jaren van de lagere school. Voor het volgend schooljaar trekt hij daar opnieuw 657 miljoen frank voor uit. Bovendien kunnen leerkrachten van het type-8-onderwijs gespecialiseerd in leerproblemen deeltijds uitbesteed worden aan het gewone onderwijs. Volgens een omzendbrief van het ministerie aan de scholen, die de collega's van het type 8 overigens niet aankregen, is de bedoeling drievoudig. Ten eerste, minder kinderen oriënteren naar het buitengewoon onderwijs. Ten tweede, kinderen voor wie een overstap onontbeerlijk is, minder laattijdig oriënteren. Ten derde, meer kinderen vanuit het buitengewoon onderwijs laten terugkeren naar het gewoon lager onderwijs. Zetten de nieuwe initiatieven zoden aan de dijk ? Drie meningen vanuit de praktijk. Een lagere schoolleerkracht : ?Van den Bossche wil dat wij kinderen meer individueel gaan volgen. Kindvolgsysteem heet dat, waarbij wij geregeld moeten noteren wat wij vaststellen aan gedrag bij een leerling, zodat wij meer gedifferentieerd kunnen inspelen op de noden van leerlingen. Maar onze leraaropleiding heeft ons daar niet op voorbereid. Dat creëert heel wat onzekerheid en weerstand bij het onderwijzend personeel. We hebben net de eindtermen gehad, en nu is het alweer wat anders.? In de normaalschool kreeg deze onderwijzer in totaal tien uren introductie tot leerstoornissen. Chris weet als taakleerkracht drommels goed dat alle extra hulp welkom is voor moeilijke lerende kinderen. Een gedifferentieerde aanpak vergt dat zeker. ?Maar dat verkrijg je niet door een aantal uren een extra leerkracht in de klas te zetten. Leermoeilijkheden vormen een heel specifieke materie, die in de leraarsopleidingen veel te weinig aan bod komt. Niet alleen komt driekwart van de scholen niet aan het project van Van den Bossche toe, omdat er te weinig geld is om alle scholen te voorzien. In de extra tijd die de klastitularis hierdoor vrij krijgt, zou hij een degelijke opleiding en begeleiding kunnen krijgen. Meer dan een decennium geleden heeft men dat wel gedaan voor het vernieuwd lager onderwijsproject (VLO). Ambulante teams van leerkrachten vervingen klastitularissen, die ondertussen een grondige vorming, begeleiding en navolging kregen in de nieuwe aanpak. Dat vraagt natuurlijk om een financiële inspanning van enkele jaren. Maar Van den Bossche wil op enkele jaren tijd een nieuwe aanpak in het leven roepen zonder degelijke begeleiding en zonder op lange termijn aan de klasnormen te raken. Dat gaat niet zo snel. Het detacheren van personeel van het type-8-onderwijs om leerkrachten in het gewone circuit bij te staan in het herkennen en aanpakken van leerproblemen, heeft meer kans op resultaat. Ouders van kinderen die behoefte hebben aan type 8, moeten ook gesensibiliseerd worden om die stap tijdig te zetten. Een ander initiatief in de goede richting zou zijn : het loskoppelen van taakleerkrachten van het totaal lesurenpakket. Nu moeten scholen kiezen tussen een klas splitsen, meer uren taakleerkracht of een turnleraar. Dat is geen manier om mensen met veel ervaring en vakkennis aan te trekken en te behouden, want ze blijven altijd onzeker over hun aantal uren.? Ook Etienne Loots, directeur van een lagere school van het type 8 in de Kempen, heeft kritische kanttekeningen bij het zorgverbredingsbeleid van minister Van den Bossche. ?Ik heb moeite met het arbitraire karakter ervan, de oeverloze administratie die er bij komt kijken, en het gebrek aan continuïteit. Over de intenties van de beoogde samenwerking met type 8 heb ik ook vragen. Als het de bedoeling is de deskundigheid in het gewoon onderwijs te vergroten, dan kan je dat niet doen zonder abstractie te maken van de lerarenopleidingen. Het klinkt natuurlijk mooi om kinderen met leermoeilijkheden en handicaps zoveel mogelijk te integreren in het gewone onderwijs, maar in Zuid-Europa heeft het al geleid tot het ontstaan van aparte klasjes, waar een mongooltje en een kind met ernstige leerstoornis naast elkaar zaten. Dan zijn we terug waar we enkele decennia geleden waren. Scholen een nieuwe aanpak aanprijzen en hen dan verder aan hun lot overlaten, is zeker niet wat we nodig hebben. Bruggen bouwen van type 8 naar het gewoon onderwijs iets wat wij al lang vrijwillig doen door inhoudelijke samenwerking met gewone scholen, taakleerkrachten, zorgverbredingsleerkrachten en PMS-centra juich ik toe. Een vernieuwde lerarenopleiding lijkt mij noodzakelijk. Maar waar ons onderwijs vooral nood aan heeft voor de moment, is rust en duidelijkheid.?