Na ?de recente gebeurtenissen? zoeken de Belgische instellingen naar een nieuw even- wicht. Wat mag er dan toch gebeurd zijn ?
...

Na ?de recente gebeurtenissen? zoeken de Belgische instellingen naar een nieuw even- wicht. Wat mag er dan toch gebeurd zijn ?DE BELGEN ZIJN geschiedenis aan het schrijven. Volgens het jongste nummer in de reeks Manière de Voir van het gezaghebbende Franse maandblad Le Monde Diplomatique illustreert België op een spectaculaire manier de revolte die in heel Europa smeult en slechts op een aanleiding wacht om tot uitbarsting te komen. De zaak- Dutroux volstond om het vuur aan de lont te steken. In België, aldus directeur Ignacio Ramonet van het tijdschrift, ?hebben de burgers, geschokt door de gruwel van de misdaden van een pedofiel, massaal laten blijken dat ze de buik vol hebben van de corruptie, het manklopende gerecht, de politie en uiteindelijk van een staat die zonder meer de almaar toenemende ongelijkheid, werkloosheid en ellende aanvaardt.? Er moet inderdaad meer aan de hand zijn dan alleen de verontwaardiging over de misdaden van een verknipte seksuele delinquent. Want veel van wat vandaag, soms op het hysterische af, onder geen beding meer wordt getolereerd, veroorzaakte gisteren amper ophef. Kinderen die het slachtoffer worden van seksueel misbruik, al dan niet binnen het gezin, of die door schuldige nalatigheid (bijvoorbeeld van alweer te haastige automobilisten) om het leven komen, het is helaas verre van nieuw. Corruptie en politiek favoritisme zijn dat al evenmin. Politieke benoemingen in administratie en justitie worden al decennia lang publiek beschreven en aangeklaagd. Bij de verkiezingen van 1995 vonden niet weinig SP-kiezers het Agusta-schandaal niet eens ernstig genoeg om er de partij voor af te straffen. Zo'n gift als de twee miljoen frank van het bedrijf Plascobel aan de CVP-studiedienst Cepess, kort na de milieubox-bestelling, kon tot voor kort (en door de CVP nu nog) als volmaakt onschuldig worden voorgesteld. Dit soort verdachte cadeaus aan politieke partijen werd tot voor enkele jaren zelfs fiscaal aangemoedigd. Ook in de zaak-Plascobel heeft de belastingbetaler die gift mee moeten betalen. ONVREDE.Maar een aanzienlijk deel van de nu gerevolteerde bevolking aasde zelf ook op dubieuze persoonlijke faveurtjes. Haast één landgenoot op vijf is immers al eens langs geweest op een zitdag van een dienstbetonende politicus, in de hoop diens ?beschermeling? te worden, zoals de geijkte term voor zo iemand luidt in aanbevelingsbrieven. Of hoe zou VLD-voorzitter Herman De Croo anders aan die hoeveel ? 65.000 dienstbetoondossiers in zijn kelder komen ? Diezelfde De Croo kon deze zomer nog onomwonden eisen dat een VLD'er in het Arbitragehof zou worden benoemd en aankondigen dat zijn partij inzake benoemingen een ?inhaalbeweging? zou uitvoeren eens zij weer tot de regering zou toetreden. Dat alles is voltooid verleden tijd. Wat gisteren best nog te gedogen leek, is vandaag volstrekt onaanvaardbaar. Voor Le Monde Diplomatique reveleert zo'n omslag in het denken een fundamentele en breed verspreide onvrede. En die vloeit volgens het blad dan weer voort uit de druk waaronder de samenleving kwam te staan als gevolg van de vrijemarktlogica, de ongenadige concurrentie en het sacrosancte winstprincipe. Die heeft in een korte tijd een duale samenleving doen ontstaan, waarin de rijken almaar rijker en de armen almaar armer worden, waarin sociale voorzieningen als een onbetaalbaar geworden folietje uit het verleden worden voorgesteld, waarin werkloosheid de schuld van de werklozen is en de kwaliteit van het dagelijkse leven wordt ondermijnd door onzekerheid over werk en dus inkomen of door de dwang tot flexibiliteit. Dit is de keerzijde van ?het einde van de geschiedenis? dat door de Amerikaanse publicist Francis Fukuyama is geproclameerd. De Muur is in 1989 inderdaad geen seconde te vroeg gevallen, maar daarmee kreeg alleen de tot ideologie, haast tot religie verheven vrijemarktlogica vrij spel. Zo ontstond een pensée unique, een vorm van ideologische eenheidsworst. Het mondiale concurrentiebeginsel is tot een heuse heilsleer verheven en de Europese Commissie laat niet na om daar dagelijks aan te herinneren. Een alternatief ervoor is niet meer denkbaar, zelfs niet meer toegelaten. Dat is het wat mensen berooft van hoop, omdat het hen een perspectief op verandering, op beterschap ontneemt. Want de geschiedenis is echt gestopt, maar ze blijkt nogal tegen te vallen. Daarom kon wat met een eufemisme ?de recente gebeurtenissen? is gaan heten, de katalysator van al die onvrede en angst worden. Er is geen gerechtigheid meer, mensen voelen zich niet meer beschermd of geborgen. De meest kwetsbaren, kinderen, kunnen door de eerste de beste gek van de straat worden geplukt, misbruikt en vermoord. En niemand die wat doet, niemand die zich in ?gewone mensen? interesseert. Nog pijnlijker wordt het wanneer blijkt dat het lijden van de ontvoerde kinderen nu zelfs vermijdbaar blijkt te zijn geweest : de schurk had niet vervroegd moeten vrijkomen, zijn voorwaardelijke invrijheidstelling had meer dan eens kunnen worden ingetrokken, de politiediensten hadden beter hun krachten gebundeld in plaats van elkaar te bestrijden, onderzoeksrechter zus of zo had beter haar werk gedaan in plaats van naar de kastelen aan de Loire af te reizen, de reeks is eindeloos. AGENDA.Daarmee ontdekten al die verontruste burgers ook hun machteloosheid. Want de klassieke politiek heeft nooit op een oprechte verdieping van de democratie aangestuurd, ze wou ?de burger? niet echt als een volwaardige en mondige medespeler laten participeren in het politieke proces. Ze moedigde integendeel de politieke apathie zelfs aan. Mensen werden behandeld als onmondig, passief kiesvee dat moest worden verleid met gadgets, glanzende kleurenfolders en de foto van de kandidaat op affiches van twintig vierkante meter groot. De kiezer werd niet participatief aan de politiek verbonden, maar cliëntelistisch. Hij werd verslaafd aan onder meer via het dienstbetoon verstrekte kleine voordeeltjes als hij de politici maar met rust liet. Politici verdedigen dit dienstbetoon als een manier om de vinger aan de pols van de bevolking te houden ; in de praktijk kregen ze echter altijd mensen over de vloer die een gunst te vragen hadden, in een haast feodaal verband van onderwerping. Naarmate de staat steeds meer onder budgettaire druk kwam te staan, vielen er natuurlijk ook steeds minder snoepjes te verdelen. Belangrijker is dat in die wachtkamers ?de kloof met de burger? nooit tot uiting kon komen. Vandaar wellicht ook dat de democratische vraag vanuit de bevolking nooit de politiek kon bereiken. Want de politieke agenda werd steeds gedomineerd door eerst de staatshervorming en vervolgens budgettaire ingrepen, niet door wat nu als ?de echte problemen? wordt ontdekt. En wat, tussen twee haakjes, de communautaire tweespalt betreft, valt het op dat de Witte Woede van nu zich even sterk benoorden als bezuiden de taalgrens manifesteert. Dat zegt wat over de reële staat van de Belgische natie. Op zeer pijnlijke wijze toonde het pedofilieschandaal dat dit systeem alleen onrecht genereerde. Met de Witte Revolte als resultaat ; de Belgen, zo schrijft Ignacio Ramonet nog, ?hebben hun leiders herinnerd aan een oud republikeins principe : de burgers ( citoyens) verkiezen de wanorde boven het onrecht.? Het eerste ?signaal? dat nota bene wel degelijk als een signaal van de kiezer werd herkend kwam al op Zwarte Zondag, vijf jaar geleden. Maar veel heeft het kennelijk niet geholpen. De wanorde is een andere manier om te stellen dat ?de straat? zich manifesteert. Zij wil weer greep krijgen op haar eigen bestaan, maar doet dat op een ?wilde? manier, omdat ze het gevoel heeft dat de klassieke kanalen, de gevestigde instellingen, daarvoor niet meer volstaan. In zijn essay ?De politiek voorbij? (1994) had de Leuvense socioloog Luc Huyse al gewezen op de noodzaak om democratische systemen van verantwoording en tegenspraak te organiseren in de cenakels die, in rechte of in feite, mee de publieke zaak, en dus de politiek bepalen. En dat zijn niet alleen de klassieke politieke instellingen zoals partijen, regering en parlement, maar ook het gerecht, de media, het bedrijfsleven of de wisselmarkten. EVENWICHT.Er is ook sprake van wanorde omdat de revolte niet georganiseerd is, alle richtingen uitkan en tot nu toe weinig meer dan een vacuüm heeft gecreëerd. Dat vacuüm heeft alvast in het bestaande politieke systeem voor een paniekreactie gezorgd. Daar beseft men zeer goed dat de politiek in de publieke perceptie meer dan ooit als een milieu van onbekwame zakkenvullers en sjoemelaars wordt beschouwd. En iedereen weet wel zeker dat er tal van ?hooggeplaatsten? zullen opduiken op de Dutroux-video's. In dat vacuüm kunnen ongecontroleerde geruchten en anonieme aanklachten vrijelijk de ronde doen. Het risico van persoonlijke afrekeningen maar ook maffiose manipulaties is daarin zeer groot. Een Vervierse magistraat is al volstrekt ten onrechte van pedofilie beschuldigd. Mogelijks is ook het dossier rond vice-premier Elio Di Rupo (PS) niet meer dan een manipulatie. En het volstond dat een hoge ambtenaar van het Hoog Comité van Toezicht het vermoeden uitte dat een dossier tegen Karel Pinxten (CVP) niét was behandeld, waarbij bepaalde vermoedens dus niet eens waren gecontroleerd, opdat de minister van Landbouw nu als een BTW-fraudeur bekend zou staan. Dat ondankbare klimaat verplicht de instellingen om op zoek te gaan naar een nieuw evenwicht. Dat iedereen iedereen van wereldvreemdheid en gebrek aandeontologie beschuldigt, is daar tekenend voor. Dat justitie en politiek elkaar niet langer ontzien, evenzeer. Toch is de verleiding groot om, zoals CVP-voorzitter Marc Van Peel vorige zaterdag op zijn congres in Gent, de eigen onschuld staande te houden. Want iedereen beweert graag ?het? begrepen te hebben. Zeker een strak gehiërarchiseerd, door duizenden bladzijden aan reglementen (de wetboeken) omringd en via starre procedures georganiseerd instituut als de justitie heeft heel wat te bewijzen. De meest archaïsche aller Belgische instellingen vertoont dan nog de grootste slagvaardigheid : de dynastie. In diverse publieke optredens maakte koning Albert II zich, via de recht eisende ouders van de vermiste kinderen, de tolk van het volkse ongenoegen, onder meer door kritiek uit te brengen op de werking van het gerecht en door te opperen dat de regering niet de juiste prioriteiten diende. In dat licht krijgt de intrede van prinses Astrid in de Senaat plus de toespraak die ze daarbij hield een bijzondere betekenis. Als dit koninklijke initiatief de andere instellingen tot een democratisch gewetensonderzoek kan aansporen, is dat meegenomen. Marc Reynebeau Prinses Astrid als senator : instellingen moeten de democratie dienen.