INFO : 'In de greep van de angst: de Europese sociaal-democratie en het rechtspopulisme', Rinke Van den Brink, uitgeverij Houtekiet. Informatie over publicaties van René Cuperus en over de Wiardi Beckman Stichting is te vinden op http://:www.wbs.nl.
...

INFO : 'In de greep van de angst: de Europese sociaal-democratie en het rechtspopulisme', Rinke Van den Brink, uitgeverij Houtekiet. Informatie over publicaties van René Cuperus en over de Wiardi Beckman Stichting is te vinden op http://:www.wbs.nl.In heel Europa zijn (extreem-) rechts-populistische partijen sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw aan een opmars bezig. Ook in Nederland, waar de politieke elite zich lange tijd immuun waande voor het democratische ziektebeeld zoals (extreem-) rechts-populisten dat onder meer in Oostenrijk of Vlaanderen voor het voetlicht hebben gebracht. Maar in 2002 schoot de excentrieke would-be politicus Pim Fortuyn met zijn eenmansformatie LPF (lijst Pim Fortuyn) in de peilingen vanuit het niets als een komeet omhoog. Pims zelfverklaarde oorlog aan de islam kreeg bij grote groepen kiezers de handen op elkaar. Na de moord op Fortuyn barstte het integratiedebat in Nederland in alle hevigheid los. De gevestigde politieke partijen zaten daarbij in de beklaagdenbank. Zij zouden multiculturele spanningen jarenlang met de mantel der liefde hebben toegedekt. Het politieke terreinverlies trof aanvankelijk vooral de sociaal-democratische PvdA, de Nederlandse zusterpartij van onze SP.A. De Nederlandse schrijver en journalist Rinke van den Brink, auteur van een aantal boeken over extreem-rechts, laat zien dat Nederland op dit vlak geen uitzondering is. 'Overal in Europa halen (extreem-) rechtse populistische partijen hun hoogste score in steden die traditioneel rode bolwerken waren. Dat geldt in Wenen, Kopenhagen, Rotterdam, Hamburg, Marseille, Lille en ook in Antwerpen en Charleroi', schrijft Van den Brink in zijn nieuwe boek In de greep van de angst, de Europese sociaal-democratie en het rechts-populisme. De stelling dat bij uitstek de socialisten veel kiezers hebben verloren aan (extreem-)rechtse populisten, wijzen veel vooraanstaande SP.A'ers krachtig van de hand. Niet ten onrechte, want het Vlaams Belang heeft kiezers weggezogen uit álle partijen. 'Maar het kiezerskorps dat de extreem-rechtse pomp echt in beweging heeft gezet, was wel degelijk het electoraat dat op haast natuurlijke wijze bij de socialistische partij hoorde', zegt politicoloog Kris Deschouwer in het boek van Rinke van den Brink. Zo komt het dat vandaag ook in Nederland de sociaal-democraten zich het hoofd breken over manieren om de verloren schapen terug te halen. Hoewel dat een haast onmogelijke opdracht is. Dat is althans de ervaring in Vlaanderen tot dusver. Kiezers die de gevestigde politiek de rug hebben toegekeerd, keren zelden naar de oude stal terug. In het tijdschrift Ons Erfdeel brak de Nederlander René Cuperus kort geleden een lans voor een linkse vorm van populisme, om het rechtse populisme te counteren. Cuperus is wetenschappelijk medewerker van de Wiardi Beckman Stichting (WBS), de denktank van de PvdA. 'Willen sociaal-democratische volkspartijen de voedingsbodem ontnemen aan het riskante rechtse populisme', aldus Cuperus in Ons Erfdeel, dan moeten ze 'met grote urgentie, wat hun programma, stijl en communicatie betreft, een links populistische kniebuiging maken voor hun constituency van lageropgeleiden'. In het mooie pand aan de Amsterdamse grachten waar de WBS kantoor houdt, verduidelijkt René Cuperus dat hij bij populisme is aanbeland 'in de verwerkingssfeer, het wonden likken na de opstand van Fortuyn, en wat dat betekent voor de PvdA'. Cuperus was namelijk een van de secretarissen van de beruchte commissie-De Boer, die in de nasleep van de zware verkiezingsnederlaag van de PvdA de taak kreeg de inhoudelijke koers van de partij tegen het licht te houden. Naast vele andere tekortkomingen constateerde de commissie dat ook in Nederland de sociaal-democraten machteloos en sprakeloos reageerden op het 'multicultureel onbehagen', dat in heel Europa een overheersend verkiezingsthema is geworden 'Ja, het was een heel zelfkritisch rapport, waarna toenmalig partijleider Ad Melkert is afgetreden, en via het eerste partijledenreferendum Wouter Bos als nieuwe partijleider werd verkozen, die zich inhoudelijk meer op het spoor van dat populisme heeft geplaatst', zegt Cuperus. Is populisme dan niet gevaarlijk, antidemocratisch, volksverlakkerij? Ja, maar niet alleen, zegt Cuperus. Populisme is voor hem 'een Dr. Jekyll and Mr. Hide-begrip' met een negatieve, zwarte gedaante en een positieve(re) gedaante. In zijn negatieve gedaante staat populisme inderdaad voor 'redeloze emotie', voor 'het bespelen van angsten en het manipuleren van onderbuikgevoelens'. Het gaat ook over de opstand van het volk tegen de elite die het volk zou hebben verraden, en over de roep om sterke, autoritaire leiders. 'En dan zijn associaties met fascisme nooit ver weg.'Maar de kern van Cuperus' betoog is dat populisme zowel een bedreiging van de democratie kan zijn, als een (heilzame) democratische kritiek op de werking ervan. In die zin functioneert populisme als een alarmsignaal voor dreigend maatschappelijk noodweer, en als een dwingend appèl van het volk aan de falende politieke elites, 'met name waar het gaat om immigratie en het multiculturele vraagstuk'. Populisme als democratische rookmelder dus, die waarschuwt voor uitslaande brand. Populisme als correctie ook op het 'totaal geprofessionaliseerde en vertechnocratiseerde politieke bedrijf, met name in Nederland'. Oorzaak van al dit ongeluk is de 'fundamentele kloof' die Cuperus ziet ontstaan 'qua wereldbeeld, stijl en programma' tussen hoogopgeleiden en lageropgeleiden. 'Dat is voor linkse volkspartijen, die een brugfunctie wil vervullen tussen laag- en hoogopgeleiden, tussen migranten en niet-migranten, een heel bedreigende ontwikkeling.'De hogeropgeleide technocratische beleidsklasse, die bij de PvdA veel meer nog dan bij de SP.A, de partij heeft overgenomen, is het contact met de gewone man kwijt, aldus Cuperus. 'En daarom is een correctie in populistische richting nodig, een omwenteling van politieke cultuur én van programmapunten, tegen een stroom in die dat allemaal platvloers en ordinair vindt. Concreet betekent dat veel serieuzer naar de dagelijkse zorgen van mensen kijken dan we tot nu toe doen.'In de prachtige gotische zaal van zijn Leuvense stadhuis betwijfelt Louis Tobback, 'de grand old man van de Vlaamse socialisten', of linkse partijen van populisme profijt kunnen trekken. Het begrip alleen al. 'Hebben we het over een stijl, een methode, of over een inhoud, een politieke leer?' Laten we het maar op een methode houden, want inhoudelijk is het populisme niet veel soeps, vindt Louis Tobback. 'Want wat was Pim Fortuyn au fond? De perfecte illustratie van the medium is the message. Welke boodschap hij bracht, dat weet tot op heden nog altijd niemand. Het programma van Fortuyn was een hutspot van vaak zelfs tegenstrijdige dingen, maar die allemaal goed lagen bij het publiek dat voor hem moest stemmen.' Haal gerust de beschikbare propagandatechnieken uit de kast om je politieke boodschap aan de man te brengen, maar zorg ervoor dat ze op solide ideologische funderingen steunt: 'Toen de socialisten de slogan 'driemaal acht' lanceerden, was dat dan populisme? Misschien wel. Maar het sprak de hoopvolle mensen aan, de mensen die uitgingen van een betere toekomst, van een vooruitgangsideaal. Het populisme dat Cuperus bedoelt, spreekt alleen de losers aan, degenen die vrezen voor de toekomst. Het appelleert aan de onderbuik, niet de ratio. Dat is dus het fundamentele verschil tussen een boodschap met een ideologische basis, die voor mijn part op demagogische wijze wordt verkocht, en aan de andere kant, het inspelen op loze praat, op de paarse puinhopen, op je wordt van alle kanten genaaid.' Kortom: voor Louis Tobback is er geen goede kant aan populisme. En toch noem(d)en socialistische voormannen als Steve Stevaert en Wouter Bos zichzelf nadrukkelijk populisten, precies vanwege de aangename electorale bijwerkingen van zulke anti-elitaire houding. Er was een tijd dat iemand omschrijven als populist een manier was om hem politiek monddood te maken, maar dezer dagen kan men zich maar beter aan de zijde van het volk scharen. 'Linkse partijen hebben een anti-establishmentcomponent nodig - met ideologie alleen kom je er niet', zegt Stevaert daarover bij Rinke Van den Brink. Ter linkerzijde in Nederland werd weleens met jaloerse blik naar het volkse appeal van Steve Stevaert gekeken. René Cuperus: 'Dat zat heel slim in elkaar. Stevaert kon zich veroorloven populist te zijn naast professoren als Vande Lanotte en Vandenbroucke. Hij liet zien dat het Vlaams Belang niet het monopolie heeft op gewone mensentaal. Aan de andere kant, het populisme van Stevaert was wel aardig, maar helemaal niet spannend. Hij was doodsbang om multiculturele vraagstukken te benaderen, liep daar met een enorme boog omheen. Dat was dus een heel gemakkelijk populisme wat hij bedreef: niet ingaan op de echte harde vragen in onze hedendaagse steden, criminaliteit, problemen met integratie, daar hoor je de SP.A veel te weinig over. De SP.A maakt de fout ook een politiek-intellectueel cordon sanitaire rondom de thema's van het Vlaams Belang te hebben gelegd, dus rondom reële zorgen en angsten van mensen in een wereld op drift. Ik vind het een laf soort populisme wat dat betreft: wel de stijl, maar niet de voor links netelige vragen. Vandaag is Wouter Bos daar in Nederland toch verder mee.'Overigens draagt het hoofdstuk dat journalist Rinke Van den Brink in zijn boek aan België wijdt de ondertitel 'linkspopulisme kon het Blok niet keren'. Sommige waarnemers gaan er dus van uit dat de door Cuperus bepleite remedie bij ons al is uitgeprobeerd, zonder succes weliswaar. Hoogleraar sociologie en huisideoloog van de SP.A Mark Elchardus onderzoekt al vele jaren de groeiende afstand tussen lager- en hogeropgeleiden waarover linkse denkers als Cuperus zich zorgen maken. En hij is ook vertrouwd met de redenering dat links een stevige injectie populisme nodig heeft om opnieuw te kunnen aansluiten bij de leefwereld van de man in de straat. Elchardus is het daar zelfs gedeeltelijk mee eens. 'Wezenlijk bij populisten is dat ze zonder intermediaire overlegstructuren, en zonder zich op een specifieke ideologie te beroepen, rechtstreeks de wil van het volk in beleid willen vertalen. Met die kant van het populisme mogen we geen compromissen sluiten: dat is de vijand. Linkse partijen moeten het durven opnemen voor de vertegenwoordigende democratie.' Maar anderzijds: 'De thema's die (extreem-)rechtse populisten behandelen, die moeten linkse partijen wél overnemen. Niet hun concrete programmapunten, wel hun politieke agenda.' En die agenda heet angst, driewerf angst: angst voor het verdwijnen van de welvaartsstaat, angst voor de Europese eenwording, angst voor steeds meer conflicten met moslims. Geen enkele politieke partij, zegt Elchardus, maar zeker de socialistische niet, mag zichzelf ernstig nemen als ze niet op die drie issues - verzorgingsstaat, Europa en immigratie - een overtuigend antwoord klaar heeft. 'Zo niet trivialiseert ze zichzelf.' 'Ja, linkse partijen hadden al veel vroeger moeten inzien dat de mensen in de oude stadswijken problemen hadden met vreemdelingen, maar toegeven aan racisme is nog wel iets anders. Noem Stevaert voor mijn part een populist - ik heb hem nooit horen zeggen: alle zwarten buiten.' Louis Tobback is zelf nooit een stap achteruitgegaan voor wat hij 'het politiek correcte overschot van mei '68' noemt. 'Maar het is niet omdat een zekere linkerzijde zich nu pas bewust wordt van de zorgen van de mensen waarvoor wij horen te staan, dat ik mijn toevlucht moet zoeken tot methodes die mij zuur gaan opbreken.' Want met dit soort 'methodes' is het voortdurend balanceren op het slappe koord. 'Iemand als Fortuyn, en Fortuyn was bijlange Dewinter niet, stelde terecht een aantal zaken aan de orde. Maar op een gegeven moment zei hij toch maar: Nederland is vol. Of: de islam is cultureel minderwaardig. En hij mengde het multiculturele vraagstuk en het terrorisme tot een volstrekt incoherente, maar infernale cocktail. Ik zeg u: links kan zich dat soort onsamenhangende prietpraat niet veroorloven.'Een voorbeeld uit de lokale praktijk moet dat verduidelijken. 'Neem de sociale huisvestingssector. Ik weet ook wel dat mensen zeggen: al die vreemdelingen gaan voor en wij staan op de wachtlijst. Stel dat ik sociaal dienstbetoon zou doen, en iemand komt daarover zijn beklag maken. Dan zal ik hem moeten uitleggen dat de volgorde afhankelijk is van het belastbare inkomen, en dat Marokkanen vaak lage belastbare inkomens hebben, ook al omdat ze veel kinderen hebben. Overigens, het waren niet op de eerste plaats de socialisten die vonden dat kinderrijkdom moet leiden tot het niet betalen van belastingen. 'Maar Cuperus suggereert dat ik moet zeggen: ik begrijp het, je hebt gelijk. Want die man, he justs wants yes for an answer. Maar ik ben niet bereid dat te doen. Overigens, niemand is in staat om in een westerse democratie te zeggen: jij komt er niet in omdat je een bepaalde kleur hebt. Als dat populisme is, en ik geloof het wel, dan is dat door en door verwerpelijk. En wat erger is, het is een methode die in het gezicht van linkse politici móét ontploffen. Daarvan kunnen inderdaad alleen rechtse zakken zich met succes bedienen. Bijgevolg: nee bedankt.' Wat niet wegneemt dat die rechtse zakken met de exploitatie van diepgeworteld maatschappelijk ongenoegen een electorale goudader hebben aangeboord, en aldus de oude volkspartijen van socialisten en christen-democraten dwingen tot een tegenoffensief. René Cuperus: 'Ik ben vrij somber over de komende decennia, ook al mag dat nooit in de politiek, pessimisme. Ik denk dat we in gevaarlijke tijden leven en ik zie politici daar niet naar handelen. Ik was een van de tegenstemmers in het Nederlandse referendum over de Europese grondwet. Ik ben ook als een van de weinigen in de PvdA tegen Turks lidmaatschap. Dat heeft te maken met die analyse dat we leven in tijden van enorme maatschappelijke turbulenties, die op een nieuwe manier winnaars en verliezers maken. En dat het beleid, dat gemaakt wordt door de winnaars, de band met de verliezers, de Modernisierungsverlierer ('verliezers van de modernisering', nvdr), om het met een fraai Duits woord te zeggen, is kwijtgeraakt. Heel fundamenteel doordat de klassieke volkspartijen de ideologie en de taal zijn kwijtgeraakt om die verliezers met vertrouwen en hoop aan te spreken. En als de huidige politieke elites blijven doorgaan met het niet tegengaan van gevoelens van onzekerheid, maar met het vergroten ervan, dan is dat rechtspopulisme a la Fortuyn misschien nog maar een voorzichtige waarschuwing van wat we kunnen krijgen. 'Neem nu globalisering. Daarover hoor je de beleidsklasse alleen maar praten in heel bedreigende termen, niet voor zichzelf, maar voor de mensen die anders zijn dan zijzelf. Over de kenniseconomie, over permanent leren. En China moet maar de handenarbeid doen, wij doen wel de hoofdarbeid. Maar je zult maar niet tot die universitaire klasse behoren. Je zult maar je hele leven een hekel hebben gehad aan onderwijs, of het niet kunnen. Dan is die kenniseconomie enorm bedreigend. 'Als je Frank Vandenbroucke hoort, hij bedoelt het allemaal nobel, alleen, voor de mensen die niet in de materie zijn ingewijd, klinkt het als sociale afbraak. Het is heel ingewikkeld om mensen te doen geloven dat je hervormingswerk uiteindelijk een sociale doelstelling voor ogen heeft. De modernisering en de hervorming van de verzorgingsstaat in de jaren 1980 in Europa heeft heel fundamenteel het vertrouwen geschaad tussen de laagopgeleiden, de constituencies van de sociaal-democratie, en de linkse professionals aan de top van die partijen. En daar is het populisme op ingebroken, ook het Vlaams Belang in Vlaanderen.' René Cuperus gelooft dat socialistische partijen alleen met radicale programmabijsturingen het verbroken verbond met hun natuurlijke achterban kunnen herstellen. 'Ik denk dat er heldere grenzen gesteld moeten worden aan het gebrek aan prudentie van onze hedendaagse elites. Grenzen aan de achteloosheid ten opzichte van immigratie en de enorme multiculturele integratieproblemen waaronder onze steden momenteel gebukt gaan. Grenzen ook aan de megalomanie van het Europese project. Ik ben een stuk aan het schrijven voor een seminarie bij Tony Blair binnenkort op Downing Street 10; een snoeiharde waarschuwing tegen het laconieke denken in termen van een Europese Superstaat tegenover de VS, China en India. Alsof mensen het leuk vinden om hun eigen land op te geven voor een fictieve Europese eenheid. Dat is een pure kosmopolitische elite-misvatting. Turkije, dat wordt een drama. De bevolking wil Turkije er helemaal niet in. Maar hoeveel impopulaire dossiers kun je de bevolking laten accepteren? Vijf, drie, twintig, honderd?'De onverstoorbare Louis Tobback vindt dan weer dat zulke redeneringen bol staan van de 'irrationele begrippen'. 'Dé bevolking, wie is dat? Hier in Vlaanderen zijn dat 23 procent christen-democraten, 8 procent N-VA'ers, 20 procent socialisten, enzovoort. Dus wat betekent dat: de bevolking wil Turkije er niet in? We hebben nog nooit zo veel Vlaamse toeristen gezien in Turkije. Nogmaals: dit soort betoogtrant kunnen linkse partijen zich niet veroorloven. Het is irrationeel en onsamenhangend.'Blijft dat, zoals Mark Elchardus terecht aanstipt, de klassieke politieke partijen - op straffe zichzelf tot randverschijnsel te reduceren - wel een antwoord móéten formuleren op heel het moeilijke multiculturele vraagstuk. 'Wie nu nog durft te beweren dat de multiculturele samenleving een feest is, die is goed gek', aldus Elchardus. 'Tijd dus om met oplossingen voor de dag te komen.' Overigens staat niet alleen de SP.A in dit debat met lege handen, vindt de socioloog. 'Geen enkele democratische partij in Vlaanderen heeft op dit moment een overtuigend verhaal.'De redenen daarvoor laten zich gemakkelijk raden. Bang voor de kiezer, die altijd het origineel boven de kopie schijnt te verkiezen, bang om de geest uit de fles te laten. Ook de media gaan niet vrijuit. 'Wie in het verleden een kanttekening durfde te maken, werd er meteen van beschuldigd het Blok achterna te lopen. De media moeten hun eigen bijdrage aan de groei van het Vlaams Belang ook eens onder de loep nemen', aldus Elchardus. Maar inmiddels hebben de vroegere bewakers van het politiek correcte denken zich vol overgave naar de tijdsgeest gevoegd. Van het vroegere geloof in harmonieus samenleven tussen autochtonen en allochtonen is nog maar weinig te merken. Wie in Nederland culturele diversiteit alleen nog als een verrijking durft aan te prijzen, wacht de schandpaal. Ook René Cuperus ziet daar de gevaren van in. 'Het klimaat in Nederland is nu zover opgeschoven, het Vlaams Belang valt hier bij wijze van spreken niet eens meer op.'Door Han RenardPopulisme kan ook een democratische rookmelder zijn, die waarschuwt voor uitslaande brand.