De brievenbus van Vladimir Poetin heeft de Duitse schrijver Marcel Beyer niet meer teruggevonden, maar zijn zoektocht naar de sporen die de Rus in Dresden heeft achtergelaten was toch niet helemaal tevergeefs. Toen Vladimir Poetin in 1985 met zijn gezinnetje in het wooncomplex Marchlewski Strasse 101 (nu de Radeberger Strasse) arriveerde, was de slanke KGB'er 32 jaar. Dochtertje Marija was kort voor de verhuizing in Leningrad geboren. Poetins echtgenote Ljoedmila Sjekrebneva, lerares Duits, zes jaar jonger dan haar man, beviel in 1986 in Dresden van Jekaterina. De Poetins woonden op de derde verdieping, rechts. Ze waren aangekomen in de DDR, een land dat nog vijf jaar zou bestaan. Dresden was geen kwade plek voor een Russisch agent, maar zeker niet zo prestigieus als een post in West-Duitsland, waar de zwaargewichten van de Sovjetinlichtingendiensten zaten.
...

De brievenbus van Vladimir Poetin heeft de Duitse schrijver Marcel Beyer niet meer teruggevonden, maar zijn zoektocht naar de sporen die de Rus in Dresden heeft achtergelaten was toch niet helemaal tevergeefs. Toen Vladimir Poetin in 1985 met zijn gezinnetje in het wooncomplex Marchlewski Strasse 101 (nu de Radeberger Strasse) arriveerde, was de slanke KGB'er 32 jaar. Dochtertje Marija was kort voor de verhuizing in Leningrad geboren. Poetins echtgenote Ljoedmila Sjekrebneva, lerares Duits, zes jaar jonger dan haar man, beviel in 1986 in Dresden van Jekaterina. De Poetins woonden op de derde verdieping, rechts. Ze waren aangekomen in de DDR, een land dat nog vijf jaar zou bestaan. Dresden was geen kwade plek voor een Russisch agent, maar zeker niet zo prestigieus als een post in West-Duitsland, waar de zwaargewichten van de Sovjetinlichtingendiensten zaten. Poetin was werkelijk een stille. Misschien was dat de reden waarom er bijna dertig jaar later zo weinig anekdoten over hem te rapen vielen in Dresden, aldus Beyer in zijn essay over Poetins brievenbus. Veel meer dan wat Poetin later aan zijn biografen heeft prijsgegeven, heeft Beyer niet opgedolven over die vijf jaar dat het kleine gezin in de Saksische hoofdstad heeft doorgebracht. Maar toch: Poetin was er lid van een hengelvereniging die niet bijzonder op de Rus gesteld was. Poetin zou er door zijn 'onuitstaanbare pedanterie' geschitterd hebben. Beyer: 'Hij zou zich stoïcijns aan zijn opvattingen hebben vastgeklampt, bijvoorbeeld hoe je het aas op een correcte manier aan de haak moet bevestigen of hoe je de vislijn in een heel bepaalde hoek moet uitwerpen, zodat zijn collega's van de club hun plezier begonnen te verliezen in de toch al niet buitengewone vreugde die het hengelen voor hen betekende.' In 2000 verscheen in Rusland het boek Uit de eerste hand. De publicatie, gepresenteerd als een autobiografie, is in feite een lang gesprek dat drie journalisten van de Russische krant Kommersant kort voor zijn verkiezing tot president van Rusland (2000) met Poetin hebben gevoerd. Over de jaren in Dresden vertelt Poetin dat hij in het weekend graag uitstapjes maakte met zijn vrouw, bij voorkeur naar het nabijgelegen Radeberg, dat befaamd is om zijn pils. Daar vulde hij graag de drielitermaat, een gigantische kuip, met schuimend gerstenat. Van al dat bier nam zijn lichaamsgewicht gevoelig toe. In Dresden dook hij ook geregeld op in een zaak die nog altijd bestaat: herberg Am Thor, Poetins stamcafé op de Albertplatz, die tot voor de implosie van de DDR Platz der Einheit heette. De Poetins woonden op vijf minuten lopen van de Angelikastraat. In die straat staat nog altijd de villa - nu een antroposofisch centrum, straatnummer 4 - waar het KGB-kantoor gevestigd was. Welke opdrachten majoor Poetin daar precies heeft uitgevoerd is niet erg duidelijk, wat natuurlijk met de aard van de activiteiten samenhangt. Volgens de gekuiste versie van zijn biografie was hij directeur van het Sovjetcultuurcentrum. In werkelijkheid maakte hij deel uit van de vijfde afdeling van de KGB, een team dat bevoegd was voor de ideologische strijd tegen andersdenkenden, niet tegen Duitsers, wel tegen Russen. Het was Poetins taak om Russische studenten en Sovjetburgers die op dienstreis onderweg waren te bespioneren en daarover bij zijn chefs verslag uit te brengen. Of Poetin in Dresden ook spionnen aangeworven heeft, is twijfelachtig. Wel staat vast dat Poetin zelf in Dresden het slachtoffer werd van een West-Duitse agent. Dat was een enorm debacle, waarover de gedupeerde in Uit de eerste hand natuurlijk niets loslaat. Wat was er gebeurd? In Dresden had Vladimir Poetin kennisgemaakt met de DDR-Stasi-agent Klaus Zuchold (°1956), met wie de KGB'er graag sportte en een biertje dronk. Eind 1989, toen de DDR als een kaartenhuis in elkaar stortte, kwam aan het licht dat Zuchold al die tijd een dubbelagent was geweest. Terwijl de argeloze Poetin meende dat hij met een agent van een broederstaat van gedachten wisselde, was Zuchold in werkelijkheid een medewerker van de West-Duitse buitenlandse inlichtingendienst BND, de Bundesnachrichtendienst. Dubbelagent Zuchold gaf aan de West-Duitse BND de namen van vijftien geheime Sovjetagenten prijs die hij van niemand anders dan van Poetin gekregen kon hebben, aldus Stanislav Belkovski in Wladimir, die ganze Wahrheit über Putin, ondanks de pretentieuze titel de recentste en best geïnformeerde Russische Poetin-biografie tot nog toe. Dat Poetin toen niet in de gehaktmolen van zijn eigen KGB terechtkwam, had hij te danken aan de chaos die met de collaps van de instortende Sovjet-Unie gepaard ging. Maar aangebrand was hij wel. Poetin kreeg een marsbevel richting Leningrad, waar de KGB'er opnieuw van nul moest beginnen. Hij werd aangeworven als bediende aan de universiteit van Leningrad, waar hij assistent werd van een prorector. Daar begon hij aan zijn steile klim. Maar nog voor hij weer in Leningrad belandde, werd Poetin in Dresden geconfronteerd met een andere traumatische gebeurtenis. Op 5 december 1989, kort na de val van de Berlijnse Muur, trokken duizenden woedende burgers van Dresden naar de Bautzner Strasse, waar het hoofdkwartier van de Stasi gevestigd was. Onderweg passeerden ze ook de Angelikastrasse, waar het KGB-kantoor het mikpunt van de heetgebakerde demonstranten dreigde te worden. Poetin, die zich op straat, oog in oog met de massa, in zijn beste Duits als 'vertaler' presenteerde, probeerde de gemoederen te bedaren. In de KGB-centrale werd intussen naar de dichtstbijzijnde Sovjetkazerne getelefoneerd met het verzoek om versterking te sturen. Maar de KGB'ers kregen nul op het rekest. Vanuit de kazerne werd gemeld dat de Sovjetsoldaten alleen maar op bevel van Moskou tussenbeide konden komen. En Moskou zweeg in alle talen. Niemand bekommerde zich om de Sovjetagenten die in de Angelikastraat in het nauw gedreven werden en die slechts op het nippertje een gewelddadige confrontatie konden voorkomen. Toen, aldus Poetin in zijn 'autobiografie' drong het pas goed tot hem door dat zijn land ziek was, doodziek, 'het was alsof het al niet meer bestond'. Het lijkt erop dat Poetin door die Russische agonie is geobsedeerd en later, aan de hoofd van de Russische Federatie, niet meer heeft opgehouden geopolitiek onder etnische voorwendsels te bedrijven: in Georgië, Moldavië, Transnistrië, Oekraïne en de Krim. Op die vijfde en zesde december 1989 verbrandden de KGB'ers in hun villa in de Angelikastrasse alles wat niet in handen van de demonstranten mocht vallen. In haar bijzonder rancuneuze biografie De man zonder gezicht beschrijft de Russische journaliste Masha Gessen Poetin als de man die in het belegerde KGB-gebouw alle papieren in de houtkachel propte 'tot die in tweeën spleet door de extreme hitte. Hij vernietigde alles wat hij en zijn collega's hadden verzameld: alle contacten, persoonsdossiers, surveillancerapporten en, waarschijnlijk, eindeloos veel krantenknipsels'. Poetins echtgenote ervoer de daaropvolgende terugkeer naar Rusland als een ramp. Vergeleken met Leningrad was Dresden immers een stad die in luxe baadde. Hetzelfde gevoel zal zich ook wel van Vladimir Poetin meester hebben gemaakt. De DDR, hoe onvolkomen ook, zou een onuitwisbare indruk maken op de man die er in 1990 nog geen flauw benul van had dat hij tien jaar later als president van de Russische Federatie over de rode loper in het Kremlin zou schrijden. In de DDR was Poetin gaan beseffen wat een zootje ongeregeld het Russische volk eigenlijk was, meent de Russische biograaf Stanislav Belkovski. Die vindt dat hij het gedachtegoed van de KGB'er en latere president goed samenvat als hij met een cynische pen Poetins afkeer van de Russen beschrijft: 'Hij neigt lichtjes naar misantropie in het algemeen en naar russofobie in het bijzonder. In zijn relatief jonge jaren, in de eerste helft van de jaren tachtig, had hij een vreselijke ervaring. Toen hij voor zijn beroep in de DDR verbleef, ontmoette hij daar onverwachts echte Duitsers. Dat was voor hem een openbaring. Eensklaps daagde het hem dat er menselijke wezens bestaan die in staat zijn te werken zonder dat de loop van een geweer op hen is gericht, die een prestatie kunnen leveren zonder dat ze daar dagelijks zeven keer aan herinnerd moeten worden en die er zelfs in slagen om tijdens de werktijd nuchter te blijven. Deze antropologische ontdekking bracht Poetin in grote verlegenheid. En blijkbaar kwam hij tot de conclusie dat de macht - niet alleen in Rusland, maar überhaupt - indien mogelijk, net als de filosofie, Duits moet zijn.' Later is het president Poetin bij zijn staatsbezoeken aan Berlijn niet ontgaan dat de Duitse kanselier Angela Merkel het borstbeeld van de Russische tsarina Katharina de Grote, geboren als de Duitse prinses Sophie Auguste Friederike von Anhalt-Zerbst-Domburg, op haar bureau in de Berlijnse kanselarij heeft staan. Merkel is een bewonderaarster van de Russische keizerin. Hoe dan ook, in Dresden heeft Poetin de grondslag gelegd voor wat zijn Duitsland-connectie zou worden. In de financiële en business-sector behoort Matthias Warnig (°1955), bijgenaamd 'de econoom', tot die wereld die Poetin altijd associeerde met efficiëntie en betrouwbaarheid. Warnig is een in de DDR opgeleide deskundige in de economie. Na de Wende is zijn Stasi-dossier door The Wall Street Journal (23 februari 2005) doorgelicht. Daaruit bleek dat Warnig, die destijds met Poetin op vertrouwelijke voet verkeerde, in DDR-tijden de Dresdner Bank in Düsseldorf had bespioneerd onder de dekmantel van een handelsvertegenwoordiging. Maar die activiteit werd hem na de Duitse vereniging in 1990 helemaal niet kwalijk genomen. Integendeel, Warnig, die ook over uitstekende contacten met Moskou beschikte, werd door de Dresdner Bank aangeworven om de Oost-Europese en Russische markt te bewerken. In 1991 reisde Warnig naar Sint-Petersburg om daar de opening van een filiaal van de Dresdner Bank voor te bereiden. Daar stuitte hij weer op Poetin, die inmiddels in de stedelijke administratie promotie had gemaakt als voorzitter van het comité voor de buitenlandse betrekkingen. Dat comité was bevoegd om te beslissen over de vestigingen van buitenlandse firma's in Petersburg. Later maakte ex-Stasi-man Warnig onder president Poetin een schitterende carrière in de Russische energiesector. Zo is Warnig sedert 2006 zaakvoerder van Nord Stream, de Russische aandeelhoudersmaatschappij die sedert 2011 via een pijpleiding op de bodem van de Oostzee Russisch gas via Greifswald zonder omwegen diep in Duitsland pompt. Bovendien vinden we Warnig terug in de raad van bestuur van de Russische banken Rossija en VTB, van de aluminiumfabrikant Rusal en van Transneft, het Russisch staatsbedrijf dat de aardoliepijpleidingen beheert. Poetins Duitse connectie werd eind 2013 weer in alle duidelijkheid zichtbaar toen de president clementie verleende aan Michail Chodorkovski, de vijftigjarige oligarch en oliemagnaat die het in 2003 met Poetin had verbrod. De baas van het olieconcern Yukos had het toen gewaagd om in het Kremlin, het hol van de leeuw, de president te tarten met provocaties over corruptiepraktijken waarmee Chodorkovski na de ineenstorting van het Sovjetimperium zelf schatrijk geworden was. Chodorkovski verdween achter de tralies en zou daar waarschijnlijk de rest van zijn leven gesleten hebben als de Duitse vrienden van Poetin zich niet voor de gevangene hadden ingezet met het argument dat de president met de Olympische Winterspelen van Sotsji in het vooruitzicht zijn imago moest oppoetsen. In de loop van 2013 hadden al geruchten de ronde gedaan dat behalve Poetins boezemvriend Silvio Berlusconi ook de Duitse sociaaldemocratische ex-bondskanselier Gerhard Schröder de zaak van Chodorkovski bij Poetin had bepleit. Meer nog, Schröder zou zich garant hebben gesteld dat de in ongenade gevallen oligarch in het geval van zijn vrijlating geen privéoorlog tegen Poetin zou voeren, maar een heel lange vakantie in het buitenland zou nemen. Gerhard Schröders invloed op Poetin is onbetwist. In Duitse politieke kringen was de verbolgenheid groot toen enkele weken na Schröders verkiezingsnederlaag in 2005 uitlekte dat hij een belangrijke functie in het al genoemde Nord Stream had aanvaard. Nord Stream was immers een project dat Schröder ondanks de tegenwerking van Polen en de Baltische staten als bondskanselier had gefavoriseerd. RadoslawSikorski, die toen Pools minister van Defensie was, verweet de Russen dat ze de Europese Unie wilden splijten en hekelde Duitsland omdat het de belangen van Polen en de Baltische staten niet zou behartigen. Maar ook in Duitse politieke kringen was de ontstemming groot omdat Schröder een jaar eerder, toen hij nog regeringsleider was, Poetin in een talkshow een loepzuivere democraat had genoemd. Tot in zijn eigen politieke rangen werd Schröder verweten dat hij direct na het beëindigen van zijn politieke loopbaan op de betaalrol van Poetins staatsconcern Gazprom was gaan staan. Volgens de critici was dat Schröders beloning voor zijn steun aan Poetins Nord Streamproject. Bij de vrijlating van Chodorkovski in december 2013 is Gerhard Schröder niet op de voorgrond getreden. Hij liet de eer aan de gepensioneerde liberale politicus Hans-Dietrich Genscher, die als bemiddelaar in de schijnwerpers trad en die sindsdien doorgaat als de man die Poetin overhaalde om zijn privégevangene te laten gaan. Genscher bespeelde alle registers. Chodorkovski werd in Rusland afgehaald door een privévliegtuig van de zakenman Ulrich Bettermann, een goede vriend van Genscher. Bij de begroeting van Chodorkovski op de Berlijnse luchthaven Schönefeld verkeerde Genscher in het gezelschap van de 54-jarige Duitse Ruslandexpert Alexander Rahr, een historicus en publicist die zich geroepen voelt om achter de schermen aan buitenlandse politiek te doen. Hij heeft achttien jaar voor de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik gewerkt en adviseert de voorzitter van de Deutsch-Russische Auslandshandelskammer. In mei 2012 had Rahr in Duitsland opzien gebaard met een interview in het Russische miljoenenblad Komsomolskaja Pravda, waarin hij zo hard van leer trok tegen de Amerikanen en de Duitse politici, dat zijn aanval, aldus Der Spiegel, net zo goed uit de pen van een ghostwriter uit het Kremlin had kunnen komen. Rahr verweet de Duitse politici die zich kritisch tegenover Poetin opstelden dat hun hersenen door de Amerikanen waren geamputeerd. Achteraf voelde Rahr zich verkeerd begrepen en misbruikt, maar zijn uitval ontkende hij niet. Hij zwakte zijn kritiek alleen maar af door erop te wijzen dat hij met de journaliste van het gewraakte Russische blad een gesprek off the record had gevoerd. Dat Rahr, een zoon van Russische immigranten en echtgenoot van een Russische vrouw, een rabiate pleitbezorger van Poetin is, is echter voor niemand in Duitsland een geheim. Rahr loopt bij wijze van spreken het Kremlin in en uit. Hij is lid van de in 2004 opgerichte Valdai Club, waarin westerse Rusland-experts, onder wie Hans-Dietrich Genscher, Poetin tenminste één keer jaarlijks ontmoeten. Al in 1993 - in tempore non suspecto - heeft Rahr in Petersburg met Poetin kennisgemaakt. Rahr heeft een aantal publicaties op zijn naam - Wladimir Putin, der Deutsche im Kreml, Russland gibt Gas, Putin nach Putin en Der kalte Freund - waarin Poetin met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Bondig samengevat is Alexander Rahr ervan overtuigd dat Duitsland onder de regeringen Merkel de uitgestoken hand van Poetin systematisch heeft afgewezen omdat Berlijn niet begrijpt dat stabiliteit en een sterke hand bij de meerderheid van de Russen in hoger aanzien staan dan democratie. Als germanofiel politicus heeft Vladimir Poetin al altijd toenadering tot Duitsland gezocht. Respons kreeg hij daar zeker ook. Klaus Mangold, voormalig lid van de raad van bestuur van Daimler-Benz AG, sleet ooit via de oligarch Boris Beresovski (die in 2001 voor Poetin naar Londen vluchtte, waar hij in 2013 zelfmoord pleegde) zijn Mercedessen aan de Russische nouveaux riches. Mangold was als voorzitter van het Ostausschuss der deutschen Wirtschaft (het oostcomité van de Duitse economie) een bemiddelaar tussen Poetin en de sociaaldemocraat Gerhard Schröder. Via zulke contacten heeft Poetin midden jaren negentig ook de bankiersvrouw Irene Pietsch leren kennen, een Hamburgse die door haar inzet voor de partnerstad Petersburg in 1997 uiteindelijk in de datsja van president Poetin in Archangelskoje belandde, zeg maar als gezelschapsdame van Poetins verwaarloosde echtgenote. In 1998 braken de contacten af, volgens Pietsch omdat na Poetins benoeming tot chef van de geheime dienst, met een bureau in het Kremlin, de vertrouwelijke omgang tussen Ljoedmila en Pietsch niet langer werd getolereerd. In 2001 publiceerde Irene Pietsch haar insidersboek Heikle Freundschaften. Mit den Putins Russland erleben. Haar vuistdikke relaas baarde enig opzien wegens de intimiteiten die Poetins echtgenote Ljoedmila erin debiteerde. Poetins vrouw beschreef haar 'Volodja' enerzijds als een goede echtgenoot die haar niet sloeg, maar anderzijds schilderde ze hem ook af als een vampier die haar al in Dresden van al haar krachten had beroofd. Pietsch citeerde ook vertrouwelijke uitspraken van Poetin waarvan men mag aannemen dat ze de Russische president deerlijk hebben geïrriteerd. Zo had Poetin de Hamburgse bankiersvrouw toevertrouwd dat ze een decoratie voor dapperheid verdiende omdat ze het drie weken met Ljoedmila onder één dak had uitgehouden. Er staan ook een paar echte wetenswaardigheden tussen de kletspraatjes van Pietsch. Ljoedmila flapt er op een bepaald moment uit dat Volodja altijd naar Finland reist als hij iets belangrijks te bediscussiëren heeft, 'want hij is van mening dat je in Rusland niets kunt bespreken zonder te worden afgeluisterd'. Maar dat is intussen allemaal verleden tijd. Feitelijk leefden de Poetins al vijftien jaar gescheiden van tafel en bed toen Vladimir Poetin op 6 juni 2013 samen met zijn vrouw in het Kremlinpaleis verscheen om er de balletvoorstelling Esmeralda bij te wonen. Natuurlijk stond daar 'puur toevallig' een televisiecamera van de staatszender Rossija opgesteld. Na het ballet maakte Poetin van dat 'toeval' gebruik om met een ernstige blik in de lens te verklaren dat hij en zijn echtgenote uit elkaar zouden gaan. Nog maar kort daarvoor had patriarch Kyrill in het openbaar verklaard dat een fatsoenlijke Russisch-orthodoxe mens het recht niet had om van zijn wettige vrouw te scheiden. Op die woorden is de leider van de Russisch-orthodoxe kerk weliswaar niet teruggekomen, maar in het penibele geval van Poetin koos hij voor de weg van het verstand: hij hield zijn mond. DOOR PIET DE MOORIn de DDR was Poetin gaan beseffen wat een zootje ongeregeld het Russische volk eigenlijk was. 'Hij is van mening dat je in Rusland niets kunt bespreken zonder te worden afgeluisterd.' (Ljoedmila Poetin)