2016 is 'een grand cru voor de werkgelegenheid', verklaarde gouverneur Jan Smets vorige week bij de voorstelling van de economische vooruitzichten van de Nationale Bank. Dit jaar kwamen er 55.000 banen bij, hoewel de economische groei bescheiden is. En in de periode 2017 tot en met 2019 zullen er ongeveer 120.000 extra jobs gecreëerd worden, of gemiddeld 40.000 per jaar. Vooral de privésector zorgt voor die aangroei. 'De sterke jobcreatie is onder meer te danken aan de matiging van de loonkosten, waardoor arbeid minder vervangen wordt door bijvoorbeeld computers', zei Smets. De taxshift van de regering-Michel - de verschuiving van belastingen op arbeid naar belastingen op consumptie, vervuiling en vermogen - draagt bij tot die lagere loonkosten.
...

2016 is 'een grand cru voor de werkgelegenheid', verklaarde gouverneur Jan Smets vorige week bij de voorstelling van de economische vooruitzichten van de Nationale Bank. Dit jaar kwamen er 55.000 banen bij, hoewel de economische groei bescheiden is. En in de periode 2017 tot en met 2019 zullen er ongeveer 120.000 extra jobs gecreëerd worden, of gemiddeld 40.000 per jaar. Vooral de privésector zorgt voor die aangroei. 'De sterke jobcreatie is onder meer te danken aan de matiging van de loonkosten, waardoor arbeid minder vervangen wordt door bijvoorbeeld computers', zei Smets. De taxshift van de regering-Michel - de verschuiving van belastingen op arbeid naar belastingen op consumptie, vervuiling en vermogen - draagt bij tot die lagere loonkosten. PROBLEEM IS: de taxshift is geen budgetneutrale operatie. Hij slaat een gat in de begroting. Daardoor is het begrotingstekort nog altijd even groot als het deficit dat de regering-Di Rupo achterliet: 3 procent van het bruto binnenlands product. De Nationale Bank verwacht van 2017 tot 2019 een tekort van telkens 2,3 procent. Maar dat is volgens Jan Smets 'alleen te danken aan de vermindering van de rentelasten'. En dus niet aan het beleid van de regering-Michel. Die spreekt nog altijd van een structureel begrotingsevenwicht in 2018. Dat betekent wel dat een extra sanering van pakweg 8 miljard nodig zal zijn. HALVERWEGE haar legislatuur is de onvoldoende gefinancierde taxshift het enige wat de regering-Michel op financieel-economisch vlak heeft bereikt. De beslissing om de vennootschapsbelasting te verlagen, waar de N-VA zo hard voor ijvert, is uitgesteld tot volgend jaar, en het tarief van 33,99 procent zal ten vroegste in 2018 zakken. Zelfs dat is niet zeker, omdat de CD&V in ruil een meerwaardebelasting eist, maar de coalitiepartners van meer belastingen niet willen weten. Van de Open VLD-voorstellen om meer spaargeld in onze economie te pompen, is niets meer vernomen. En het MR-plan om studiejaren af te kopen, waardoor je later een iets hoger pensioen ontvangt, stuit ook al op verzet van de andere regeringspartijen. DE REGERING slaagt er de laatste maanden niet meer in om ook nog maar één belangrijke beslissing te nemen. Zelfs over de opvolging van NMBS-baas Jo Cornu ruziet ze al maanden. De regering strompelt, en almaar luider weerklinkt de twijfel of ze de rit wel zal uitzitten. Vervroegde verkiezingen liggen niet voor de hand. Valt de regering, dan zouden we de volgende drie jaar telkens weer verkiezingen hebben: in 2017 vervroegde federale verkiezingen, in oktober 2018 gemeente- en provincieraadsverkiezingen, en in juni 2019 Europese en Vlaamse verkiezingen. De federale verkiezingen laten samenvallen met de gemeente- en provincieraadsverkiezingen, zoals sommigen opperen, zou betekenen dat de huidige regering nog twee jaar blijft aanmodderen. EIGENLIJK is van een échte federale regering geen sprake meer sinds vicepremier Kris Peeters (CD&V) op maandag 10 oktober de begrotingsonderhandelingen verliet en niet terugkeerde. Premier Charles Michel (MR) reageerde toen te zwak om nog als leider te worden gerespecteerd. Sindsdien zien we geen bewindsploeg meer, maar een verzameling ministers die nog meer met elkaar bekvechten dan voorheen. Het fenomeen van de hangjongeren kenden we al. Nu hebben we in de buurt van de Wetstraat te maken met hangministers. Ze houden vooral van kletsen, stoer doen en coalitiepartners schofferen. Dat er ondertussen geen beslissingen worden genomen en dat de noodzakelijke hervormingen uitblijven, deert hen blijkbaar niet. WIE WAT verder terugkijkt, moet vaststellen dat de jansalieachtige regering-Michel aanknoopt bij een lange traditie van gammele bewindsploegen. De regering-Di Rupo (2011-2014) bestuurde maar anderhalf jaar. Voordien waren de regeringen-Leterme (2008 en 2009-2011) en de regering-Van Rompuy (2008-2009) schoolvoorbeelden van krachteloze beleidsploegen. De interim-regering-Verhofstadt III (2007-2008) stelde niets voor en Verhofstadt II (2003-2007) was zeker aan het einde van haar legislatuur uitgeleefd. De voorbije tien jaar hebben we het moeten doen met ontstellend zwak federaal bestuur. De vraag is: kan het wel anders, in een land dat zich kapot heeft hervormd? Ewald Pironet is senior writer van Knack.Op financieel-economisch vlak heeft de regering-Michel nog maar één ding bereikt: de onvoldoende gefinancierde taxshift.