Hadden we nog maar mammoetenmest
...

Hadden we nog maar mammoetenmest Fosfor is in diverse verbindingen cruciaal voor het leven. Het zit in het DNA - letterlijk - en in de systemen die zorgen voor de energievoorziening van lichamen. Ook planten hebben het nodig om te groeien. De kunstmeststoffenindustrie steunt voor een groot deel op fosfor uit de paar gigantische fosfaatmijnen die de aarde rijk is. Een intrigerend artikel in Nature Geoscience stelt nu dat de ecosystemen van Noord- en Zuid-Amerika en Europa nog altijd lijden onder de recente verdwijning van gigantische planteneters, zoals mammoeten en reuzenluiaarden. Die dieren zouden op grote schaal fosforverbindingen verspreid hebben, via de mest die ze achterlieten op hun zwerftochten. Berekeningen wezen uit dat ze fosforverbindingen vijftig keer verder verspreidden dan de kleinere graseters van vandaag. Wat impliceert dat de verplaatsing van fosforhoudende voedingsstoffen met liefst 98 procent verminderd zou zijn sinds veel grote dieren zo'n 15.000 jaar geleden van de aardbol begonnen te verdwijnen, als gevolg van een combinatie van klimaatveranderingen en zware bejaging door de mens. De fosfordistributie werd vergeleken met het bloedvatensysteem dat levensnoodzakelijk bloed door ons lichaam pompt. De mens heeft ondertussen de rol van fosforverdeler overgenomen, maar op een totaal andere manier: hij concentreert grote hoeveelheden fosfor op kleine oppervlakken, via de kunstmeststoffen die nodig zijn om de landbouw rendabel te maken: planten moeten sterker groeien om meer mensen in leven te kunnen houden. Daardoor is er in regio's met veel kunstmeststoffengebruik te veel fosfor. Bioloog Jeroen Van Wichelen van de Universiteit Gent werkte mee aan een studie in Journal of Applied Ecology, waarin de besmetting van Europese meren met een te hoge fosforconcentratie in kaart werd gebracht. Een teveel aan fosfor kan via het proces van eutrofiëring leiden tot onder meer een opstoot van potentieel giftige blauwbacteriën. In Nederland en Duitsland vormde ongeveer de helft van de onderzochte wateren een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. België stond op de derde plaats, met een derde van de vijvers met een te hoge concentratie, maar Van Wichelen benadrukt dat er in ons land niet intens genoeg gemeten wordt om de problematiek volledig te kunnen vatten. Andere waarnemers beginnen zich zorgen te maken over een mogelijke fosforschaarste in de toekomst, want de mijnen zijn niet onuitputtelijk. Volgens berekeningen zouden er zonder intensief gebruik van kunstmeststoffen maximaal 2 miljard mensen op aarde kunnen leven.