De waarde die aan het privé-leven wordt gehecht, is relatief recent. Ze past in het wereldbeeld van de Verlichting, waarin het individu een centrale plaats is gaan innemen. Die evolutie loopt tot op heden door. Vooral in de ontwikkelde landen worden inbreuken op de privacy steeds meer als traumatiserend en onduldbaar ervaren.
...

De waarde die aan het privé-leven wordt gehecht, is relatief recent. Ze past in het wereldbeeld van de Verlichting, waarin het individu een centrale plaats is gaan innemen. Die evolutie loopt tot op heden door. Vooral in de ontwikkelde landen worden inbreuken op de privacy steeds meer als traumatiserend en onduldbaar ervaren. De fundamentele principes staan in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (art. 12), in het VN-Verdrag Burgerlijke en Politieke Rechten (art. 17) en in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 8). De beste garanties biedt het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Europees Hof in Straatsburg heeft op dit terrein een indrukwekkende rechtspraak opgebouwd. In de Belgische grondwet vindt men reeds een aantal artikelen die de privacy van de burger moeten beschermen. Art. 22 vermeldt uitdrukkelijk dat "eenieder het recht heeft op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven..." In onze wetgeving heeft de bescherming van de private levenssfeer gestalte gekregen in een aantal wetten die elk een aspect regelen. Zo voegde de wet van 30 juni 1994 een aantal artikelen toe aan het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, die de burger moesten beschermen tegen het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-communicatie. Goed drie jaar later zijn een aantal bepalingen reeds aan een grondige aanpassing toe. Dit vooral op vraag van de politiediensten, die zich door de wet van 1994 te veel beperkt voelden in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Ook in de wet op het Politieambt vindt men bepalingen die tot doel hebben de privacy maximaal te waarborgen bij een politie-optreden. Een andere bescherming vindt de burger in de wet van 8 december 1992 op de verwerking van persoonsgegevens. Die wet regelt de gegevensinzameling en -verwerking. De opslag en verwerking via databanken, met andere woorden. Het recht van eenieder om kennis te krijgen van een registratie van gegevens die betrekking hebben op zijn persoon, het recht op toegang tot bestanden en op verbetering van gegevens, is in de praktijk door talrijke uitzonderingsbepalingen beperkt. Ook de Rijksregisterwet mag niet in dit rijtje ontbreken. De evolutie van de techniek zet de wetgever ertoe aan versneld op te treden. Zo is een wetgeving in de maak op de videobewakingssystemen.RECENTE SPANNINGSVELDENDe razendsnelle evolutie van de techniek maakt het steeds makkelijker gegevens te verzamelen, op te slaan en uit te wisselen. Een evolutie waarmee de wetgever nauwelijks gelijke tred kan houden. Denken we maar aan de problematiek van de privacy en de "nieuwe media". Er is de spanning tussen de noden van een efficiënte bestrijding van de georganiseerde misdaad enerzijds en het recht op privacy anderzijds. "Bijzondere politietechnieken" - die vaak diep ingrijpen in het privé-leven - worden gemeengoed, zonder een duidelijke wettelijke onderbouw. Ten behoeve van de strijd tegen de misdaad worden bovendien grensoverschrijdende netwerken opgezet, waarop de burger geen enkele greep meer heeft zoals Europol, het Schengen Informatiesysteem. Voor de burger lijkt de Big Brother-maatschappij akelig dichtbij.Frans Geys, Liga voor de Mensenrechten Deze reeks is een gemeenschappelijk initiatief van de Liga voor Mensenrechten, Amnesty International Vlaanderen, Artsen zonder Grenzen, Oxfam-Solidariteit en de uitgever van Knack."Eenieder heeft het recht op de bescherming van zijn privé-leven."