In 2007 is in het Nederlands geen betere biografie verschenen dan die van Joris Van Parys over Cyriel Buysse, Het leven, niets dan het leven. Meer dan terecht heeft hij er de ABN Amro Bank Prijs voor het beste non-fictieboek 2007 voor gekregen.
...

In 2007 is in het Nederlands geen betere biografie verschenen dan die van Joris Van Parys over Cyriel Buysse, Het leven, niets dan het leven. Meer dan terecht heeft hij er de ABN Amro Bank Prijs voor het beste non-fictieboek 2007 voor gekregen. Van Parys heeft een schat aan gegevens over Buysse verzameld en adequaat geordend. Maar ook de nevenfiguren komen uitvoerig aan bod, zonder dat ze de aandacht van de hoofdfiguur afleiden. Nooit heb ik zoveel randnieuws vernomen over Stijn Streuvels, de gezusters Loveling, Louis Couperus en vooral Maurice Maeterlinck als in de biografie van Van Parys. Ook de achterbakse manipulaties tegen Buysse van vooral de rechterzijde, maar bij momenten ook van links, komen ter sprake. Heerlijk is bijvoorbeeld het hoofdstuk waarin de geboorte en de eerste levensjaren van Het Gezin Van Paemel worden geschetst. Het toneelstuk was van bij de eerste voorstelling een groot succes, niet zozeer zoals men zou denken in het socialistische maar in het sociaal geëngageerde liberale milieu. Een van de oorzaken was de moeizame samenwerking met de rode baronnen: het klikte niet tussen Edward Anseele en Buysse. Naast die nuchtere informatie heeft Van Parys als een goudzoeker de juiste citaten uit brieven en persartikels gehaald. Ze versieren het levensverhaal op de meest strategische plaatsen. Zoals dit: Mensen die in Vlaanderen wonen maar blijven weigeren Vlaams te leren, ondervinden daar, ook al willen ze 't niet toegeven, steeds meer nadeel van. Het recht op Frans te spreken wil ik die mensen geenszins ontzeggen, maar dat ze dan ook de taal spreken van het volk waartussen ze leven! En dat ze die taal behoorlijk spreken; dat is toch niet te veel gevraagd. (CB, Interview in L'Indépendance Belge, 26. 08.1929)Maar wat maakt van een levensbeschrijving een goeie biografie? Je hebt ze in drie soorten. Eén: die waarin het levensverhaal verteld wordt, zonder noemenswaardige ontleding van het werk. Kwalitatief ondermaats. Twee: een beschrijving van het werk met verwijzing naar het leven van de kunstenaar, politicus, industrieel, wetenschapper. Hier valt de klemtoon op het gepresteerde werk. Kan boeiend zijn, maar een volwaardige biografie is het allerminst. Drie: een boek dat de verbinding weet te leggen tussen leven en werk. Dat zijn de interessantste. Omdat werk en leven niet van elkaar te scheiden zijn en elkaar bevruchten. Dat verband tussen mens en werk levert ons de sleutel om een kunstenaar te kunnen begrijpen en is absoluut noodzakelijk om van een meesterwerk te kunnen spreken. Wanneer je de schrijver volgt in zijn artistieke ontwikkeling kom je namelijk veel dichter bij de man zelf dan wanneer je de archieven napluist op onbekende levensfeiten. Als voorbeelden van geslaagde biografieën gelden Arthur Rimbaud van Graham Robb, Stalin van Simon Sebag Montefiore, James Joyce van Richard Ellmann en Multatuli van Dirk van der Meulen. De eerste drie zijn Britten, een volk dat de beste biografen ter wereld heeft voortgebracht. Komt het doordat ze van nature gravers zijn? Waar ze ook neerstreken, staken ze een spade in de grond en gingen ze op zoek naar ruïnes en olie. Op de vraag van prins Feisal, in de film Lawrence of Arabia, waarom de Britten zo geïnteresseerd zijn in het Midden-Oosten, antwoordt de Britse ambassadeur: 'Om wat er onder het zand zit.' Joris Van Parys heeft een uitstekende schop. Van Britse makelij, ongetwijfeld.