In de chique kamer van de Rothschildbank in Londen fixen een half dozijn handelaars twee keer per dag de goudprijs. Hopelijk staat hun inkomen niet in verhouding tot de richtprijs die zij vastzetten, want die schommelt dezer dagen rond 260 dollar per ons. Een kleine 12.000 frank voor 31,1035 gram lijkt veel geld, maar het is bitter weinig in vergelijking met de 835 dollar die de markt op het hoogtepunt in de jaren tachtig voor een troy ounce betaalde. De goudprijs is ingezakt, er heerst crisis op de markt. Op de recente goudconferentie van de Financial Times in Rome klonk niets dan pessimisme. Dat die bijeenkomst van de goudgemeenschap weinig of geen indruk maakte op de financiële markten bewijst dat de rol van het edelmetaal uitgespeeld is.
...

In de chique kamer van de Rothschildbank in Londen fixen een half dozijn handelaars twee keer per dag de goudprijs. Hopelijk staat hun inkomen niet in verhouding tot de richtprijs die zij vastzetten, want die schommelt dezer dagen rond 260 dollar per ons. Een kleine 12.000 frank voor 31,1035 gram lijkt veel geld, maar het is bitter weinig in vergelijking met de 835 dollar die de markt op het hoogtepunt in de jaren tachtig voor een troy ounce betaalde. De goudprijs is ingezakt, er heerst crisis op de markt. Op de recente goudconferentie van de Financial Times in Rome klonk niets dan pessimisme. Dat die bijeenkomst van de goudgemeenschap weinig of geen indruk maakte op de financiële markten bewijst dat de rol van het edelmetaal uitgespeeld is. Goud is een nogal nutteloze grondstof. De elektronische industrie heeft een bescheiden hoeveelheid nodig, tandartsen verwerken een wel wat grotere hoeveelheid in blinkend nieuwe kiezen. Olie is veel belangrijker om de wereld draaiende te houden. En dat zwarte goud heb je maar uit grote ondergrondse reserves op te pompen, terwijl de meest moderne goudmijnen uit één ton erts niet meer dan enkele grammen goud halen. Goud is schaars en daar heeft het zijn - historische, zo lijkt nu wel - waarde aan te danken. Vanaf de prehistorie al werd het goud vereerd. Later vormde het de basis van het geldwezen, tot niet zo lang geleden zelfs. De Bretton-Woodsakkoorden, die van 1935 tot 1968 het monetaire doen en laten van de wereld regelden, steunden op een onveranderlijke goudprijs van 35 dollar per ons. Toen dat niet meer werkte en de Amerikaanse president Richard Nixon een paar jaar later bovendien de omwisselbaarheid van de dollar in goud ophief, had het edelmetaal zijn toekomst achter de rug. Goud is een fossiel in het monetaire systeem.CENTRALE BANKIERSAls onderpand voor hun nationale munt hadden centrale banken overal ter wereld grote goudvoorraden aangelegd. Die slapende reserves, die nooit enige rente opbrachten, hadden ze nu niet meer vandoen en dus begonnen ze die te verkopen. Voormalig gouverneur Fons Verplaetse van de Nationale Bank van België was een van de eersten die een deel van de reserves op de markt brachten, in zijn geval om de beroerde financiële toestand van het land wat op te krikken. Velen hebben zijn voorbeeld gevolgd, tot het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland toe. Nu Europa zijn eenheidsmunt kreeg, hadden de centrale banken van de lidstaten zelfs geen reserves tegenover elkaar meer nodig. Gevolg was dat de centrale bankiers in sommige periodes meer goud op de markt brachten dan de goudmijnen. Samen zitten zij vandaag nog op 33.000 ton goud, wat overeenstemt met de mijnproductie van dertien jaar. De Europese centrale banken doen het nu rustiger aan met hun goudverkopen, maar dat 'goede nieuws' had weinig blijvend effect op de prijs. Gelukkig voor de goudwereld zijn de Amerikanen conservatief. Zij blijven vasthouden aan hun goudreserves. Dat kost niet weinig geld. De marktprijs van de 8600 ton in Fort Knox is sinds 1980 met tweederde gedaald, afgezien nog van de gemiste rente op de opbrengst van de verkoop. Indien de Verenigde Staten hun reserves zouden verkopen, wordt het goud een doodgewone grondstof. De goudgemeenschap is die bankenconcurrent grondig beu. Met hun goudverkopen verhogen de centrale banken het aanbod en drukken ze de prijzen. Op haar conferentie in Rome riep de goudgemeenschap de centrale bankiers dan ook op hun goudverkopen te temperen. Die boodschap was demagogisch verpakt; alsof het rijke Westen de mijnwerkers in de ontwikkelingslanden hun schamele loon niet gunt. Het maakt geen indruk, temeer daar de producenten mede oorzaak zijn van de laagste prijs in bijna een kwarteeuw. De grote mijngroepen als Anglo Gold, Barrick en hun Australische collega's ontwikkelden een techniek om met speculatie in plaats van met goud geld te verdienen. Zij lenen goud bij de centrale banken, tegen een of twee procent, verkopen dat meteen en beleggen de opbrengst tegen een hogere rente. Met hun toekomstig gemijnd goud betalen zij de banken terug. Op die manier beschermen zij hun productie tegen een daling van de goudprijs. Maar aangezien nagenoeg iedereen aan die hedging doet, komt er zoveel goud op de markt dat een prijsherstel niet mogelijk is. GOUD LIGT TE BLINKENTerwijl het aanbod hoog blijft, kwakkelt de vraag. Zowat alles zit het goud tegen. Het ligt daar maar te blinken in de kluis, brengt geen rente op en met de huidige prijsevolutie verliest het zelfs waarde. Zijn reputatie, dat het in tegenstelling tot geld zijn waarde behoudt, is het gele metaal allang kwijt. Een goudklomp heeft een negatieve return. Investeerders vinden het metaal enkel aantrekkelijk bij crisismomenten. Na de Grote Crash in de jaren dertig, bij de fenomenale geldontwaarding na de oliecrisis in de jaren zeventig, tijdens de Golfoorlog van 1990 en in 1993 nog toen de rentevoeten gingen pieken. Hoewel de aandelenbeurzen vandaag blunderen, heeft de belegger zijn vertrouwen nog niet verloren. De wereldeconomie verzwakt, maar ze draait niet in het honderd. De inflatie, die de koopkracht van het geld aanvreet, is onder controle. Investeren in goudmijnaandelen is stukken interessanter dan het metaal zelf kopen. De aandelen hebben een hefboomeffect en de goudmijnen hebben een traditie van blinkende dividenden. Maar ook die beurshandel taant, de voorbije drie jaar zijn de koersen van de goudmijnaandelen 77 procent omlaag getuimeld. Veel betekenen die beleggingen niet, in totaal nog geen 1350 miljard frank (33 miljard euro). Op z'n hoogste koers was de e-boekhandel Amazon.com in zijn eentje anderhalve keer zoveel waard. De rek is uit de markt van participaties in goudfondsen, goudrekeningen en goudcertificaten.JUWELEN VAN GROOTMOEDERRest de magische kracht van het goud. Het grootste deel van het goud in de wereld wordt verwerkt in juwelen. Maar ook in deze sector laat de klant het afweten. In het Westen vindt de jeugd goud niet hip. Goud smaakt een tikkeltje vulgair, de nouveaux riches verkiezen het koele platina. Gouden juwelen, dat droegen hun grootmoeders. De juweliers leggen trouwens geen al te grote creativiteit in hun juweelontwerpen aan de dag - in de etalage zien de sierraden er in vergelijking met tien jaar geleden nauwelijks anders uit. De consumentenmarkt is bijgevolg zwak en er is een bijkomende dreiging: het familiegoud wordt te gelde gemaakt. Azië is traditioneel de sterkste motor van de goudhandel - gouden juwelen zijn er een verzekering. India is 's werelds grootste koper, China volgt. Maar ten gevolge van de voorbije monetaire crisissen is het continent verarmt. De World Gold Council, de organisatie van de goudproducenten, wil het tij doen keren. Later op het jaar lanceert zij een marketingcampagne om het goud zijn glans terug te geven. Uiteraard met de bedoeling de vraag te stimuleren en de prijs de hoogte in te duwen. En zelfs de Council heeft ontdekt dat de campagne niet moet focussen op de geldelijke waarde van zijn product, maar op de spirituele en emotionele dimensie ervan. Het is evenwel niet allemaal kommer en kwel. De verzwakking van het goud is goed nieuws voor het milieu. De goudwinning vervuilt de rivieren, doodt vissen en vergiftigt het drinkwater. In januari verleden jaar vervuilde een lek in het opvangbekken van een Roemeense goudmijn honderden kilometers van de Donau en zijn zijrivieren. Het drinkwater van twee miljoen mensen was gecontamineerd. Niet-gouvernementele organisaties protesteren er ten slotte ook tegen dat de goudindustrie in Afrika, Latijns-Amerika en zelfs Australië de plaatselijke gemeenschappen ontreddert. Goudmijnen hebben inderdaad niet zo'n beste sociale reputatie.Guido Despiegelaere