de boer die kocht een schol.
...

de boer die kocht een schol. Dit onschuldig kinderlied over hoe een landbouwer ter markte trekt om er zich een exemplaar van de platvissoort aan te schaffen, leerde ik nu ruim 63 jaar geleden in de kleuterschool. Wij zaten in de bankjes met onze zwarte stofjassen aan, de zon scheen en de non die vooraan in de klas op een verhoog stond, sloeg met een lineaal de maat en wij zongen dus uit volle borst: do re mi fa sol, de boer die kocht een schol. Wat dit te betekenen had of waar dit gebeuren op sloeg, wist niet een van de dertig of oneven kleuters die toen en daar verzameld waren en de stembanden deden trillen. Maar geduld, het leven zou het ons en nog veel andere dingen leren. Hoewel ik hier meteen moet aan toevoegen dat ik met mijn eigen ogen de handeling zich nog nooit heb zien voltrekken. Op zichzelf is dit al raar, want het kopen van een schol door een boer is geen uitzonderlijke gebeurtenis. Het doet zich meer dan waarschijnlijk elke dag ettelijke malen rondom mij voor en toch zijn er 63 jaren voorbij gevloden zonder dat ik oog in oog heb gestaan met een landman die een schol kocht. Misschien geschiedt het nog in de jaren die mij resten, misschien word ik tot de vaderen verzameld zonder getuige te zijn geweest van het tafereel. Misschien meldt er zich na het verschijnen van dit stukje iemand aan mijn voordeur die zegt: "Ik ben een boer en ik heb een schol gekocht". Zoals wij allemaal weten, de toekomst is onvoorspelbaar. We zullen wel zien. Maar ik wijk af.WAT IK WILDE AANTONEN, is dat niet alle muziek de zeden verzacht. Het liedje over de boer en zijn aankoop bracht het bloed in onze jeugdige aderen niet aan het koken, wij sloegen niet aan het muiten of staken het klaslokaal in brand. De tekst was er ook niet naar om naar sabel en vaan te grijpen en het land op stelten te zetten. Maar wat gezegd over het "Amour sacré de la Patrie" uit "De Stomme van Portici"? Of het officiële strijdlied dat speciaal gecomponeerd werd voor de spionkop der Rode Duivels en waarvan de aanvang, naar ik verneem, als volgt gaat: Het gaat niet altijd zonder slag of stoot, Wij zullen vechten tot ter dood, Wij geven alles voor onze club. Ik kan me niet inbeelden hoe het verder moet, want ik ken geen enkel woord dat rijmt op "club". Sterker nog vuurt het strijdlied "Colin en Liese", dat gezongen werd tijdens de Brabantse Omwenteling van 1789, tot geweld aan. De laatste strofe die Colin voor zijn rekening neemt, liegt er niet om: Met dit stael, ô schone Liese/Moet het vreedste vyands hert/Tot zijn laatste bloed verliesen/Eer het ingesteken werd:/Zoo zal men vast konnen hechten/Onze dierbaar Libertyd,/Onzen Gods-Dienst, onze Rechten,/Die wy anders waeren kweyt. Akkoord, zal u nu zeggen, maar deze voorbeelden waren niet getoondicht door componisten die met het hoofd in de nek en gesloten ogen romances en nocturnes uit de piano toverden. Het waren muziekmaarschalken die met laarzen, sporen en een sabel aan de zij voor hun lessenaar gingen staan. Tot mijn spijt moet ik u hierin teleurstellen. Mij is een document in handen gevallen dat het bewijs levert dat lieve musicerende nimfen ook hard uit de militaire hoek kunnen komen. Het document is wat men noemt "papieren muziek". Het dateert van voor de fonograaf en als je van een air wilde genieten, dan moest men die zelf uit de viool sleuren of uit de piano hameren. Het stuk draagt als titel: "Marche Soudanèse", is getoonzet door ene May Osterle en opgedragen aan Lord Charles Beresford, bevelhebber van de marinebrigade, die zich onderscheidde tijdens de expedities van 1884-1885 tegen de Mahdisten van Sudan. En wat zien we, deze May Osterle, die de charmante Clytie Waltz en de Ariadne Waltz op haar palmares heeft staan, voelt zich plots geroepen om de gevechten aan de Opper Nijl op muziek te vereeuwigen. Zij begint bij het begin, want boven de eerste notenbalk staat duidelijk "Dawn of day". Tien maten heeft de zon om te klimmen en dan klinkt het "Réveille". We bevinden ons nog in het moederland want May kondigt aan "Villagers, prey for safety of the troops"; "Religioso" raadt ze de muzikanten aan, ja zelfs "Lento religioso". De kanonnen beginnen te bulderen. Dan geeft lord Beresford een bevel en de muziek begint te marcheren, een bladzijde lang. Maar dan horen wij Arabische muziek in de verte. De bugel roept ten aanval en de Araben hun tom-toms tomtommen. Het leger van de Mahdi valt aan. "Furious battle" staat er en "gun" en nog eens "gun". Dan klinken de trompetten, de Britse versterking komt eraan. "Consternatie in het rebellenkamp", "welkomgeroep der Engelsen", en daar komt dan lord Beresford met zijn Naval Brigade. Nu is het "gun" en "drum" over heel de lijn, alle andere instrumenten zwijgen. De Arabieren vluchten in wanorde weg en dan, dan blazen de overwinningstrompetten en de band van de Royal Irish Regiment doet er een laatste schepje bij.WAT MAY NATUURLIJK ONTBREEKT, zijn ophitsende teksten. Om daaraan tegemoet te komen, heeft de uitgever brokken uit de officiële legerberichten tussen de notenbalken gesmokkeld, zoals: "Ons succes was compleet, we hebben tien standaards genomen, het is moeilijk om de gedode opstandelingen te tellen, want hun doden liggen met hopen tussen de rotsen, of verdronken in de rivier." En om de soldaten en de luisteraars in de stemming te brengen, is er nog een soldatenliedje ingelast dat gaat: "Knock a man down, boys, knock a man down boys, knock a man down, yes, oh knock a man down, kick a man over, give me some time to knock a man down". Is May Osterle na deze bloeddorstige escapade terug naar de wals en de polka en de galop gegaan? Wij zullen het nooit weten.Gommaar Timmermans