Pelham Grenville Wodehouse werd geboren in 1881, liep school aan het Dulwich College, werkte twee jaar bij de Hongkong & Shangai Bank en verliet deze instellingen met armengezwaai en vreugdekreten uitstotend.
...

Pelham Grenville Wodehouse werd geboren in 1881, liep school aan het Dulwich College, werkte twee jaar bij de Hongkong & Shangai Bank en verliet deze instellingen met armengezwaai en vreugdekreten uitstotend.Toen nam Wodehouse de schrijverspen op en legde ze niet meer neer tot hij 92 jaar geworden was en evenveel boeken had geschreven. Hij behaalde geen enkele prijs. Hij was een humorist. Daartegenover staat Camille Flammarion, geboren in Montigny-le-Roi in 1842. Na zijn studies werkte hij bij de sterrenwacht van Parijs en trad voor vier jaar in dienst van het ?bureau des longitudes pour les calculs de la connaissance des temps?. Na ernstige berekeningen en veel wikken en wegen nam hij ontslag, greep naar de pen en zette die slechts terug in de koker toen hij 83 jaar was en zesentwintig turven ter verheffing van het volk geschreven had. Hij behaalde de Montyonprijs, hij was astronoom. Deze Montyonprijs zegt natuurlijk niets als men hem nu voor de voeten gooit, ik weet trouwens niet of hij nog bestaat. Belastingen allerhande, heffingen en eenmalige aanslagen zullen deze schat wel uitgeput hebben en onder de armen verdeeld, de ene helft onder de linkerarm, de andere helft onder de rechterarm zoals het volkstoneel dat onder woorden brengt. Baron Jean-Baptiste-Antoine Auget de Montyon (1733-1820) was eigenaar van een immens fortuin. Hij hoorde tijdig het toeten van de revolutie en vluchtte met zijn louis d'or om in triomf, in het bezit van zijn hoofd en zijn goud, in 1814 terug te keren als alle plooien gladgestreken waren. Dan begon hij potten geld uit te zetten, als prijzen die zijn naam droegen. Camille Flammarion was er één die met zo'n prijzenpot ging lopen. Flammarion en Wodehouse hebben dus van alles en niets gemeen en toch. IN ZIJN ZEER LATE BOEKJE ?Wodehouse versus Wodehouse? beschrijft de auteur een scène uit het leven van William Shakespeare. De dramaturg zit na de noen een dutje te doen als de eigenaar van het Globe Theatre met de deur in huis valt en roept : ?Hoho, wat slaapt gij daar, uitverkoren bard van Britanje ? Voorwaar aan het werk, want morgen als de zonne zinkt wil het volk vertier !? ?Wat !? schrikt de geniale schrijver die diep in 's mensens ziele peilt wakker, hen heb ik toch slechts gisteravond Hamlet, een meesterwerk voor oog, oor en voet geworpen ?? ?Gisterens Hamlet is vandaag kouwe koffie ?? wedervaart de toneeldirecteur. ?Aan de slag man, een losse medewerker kan zich geen pauze permitteren !? Shakespeare werpt zich op zijn schrijftafel en krast erop los dat de inktspatten in het rond vliegen. Uitgeput valt hij terug in een prachtig gebeeldhouwde stoel van eikenhout waarvoor de olie- en vastgoedkoningen nu hun dollars en ponden te grabbel gooien. Niet zodra de dichter zich in deze stoel teruggetrokken heeft of daar barst de eigenaar van het theater het vertrek weerom binnen. Hij grijpt het manuscript en begint het gulzig te lezen, maar zijn oog verdoft. ?Hola,? zegt hij, zijn lage afkomst verradend. ?Wat betekent dit woord banion ?? ?Een banion,? zucht Shakespeare de ogen op oneindig stellend, ?dat is iets dat studenten meedragen als zij tegen een of ander willen protesteren.? ?En a spangle,? vraagt de opdrachtgever. ?A spangle,? antwoordt het genie dromend, ?dat is... iets wat jonge meisjes in het haar dragen.? Tot zover Wodehouse. Deze Shakespeare-scène vond ik wel het einde en was ervan overtuigd dat dit soort van tweegesprek geheel ontstaan was in het hoofd van de oude Wodehouse. Alweer had ik me vergist. Ik ben namelijk de gelukkige eigenaar van vier der turven die Camille Flammarion geschreven heeft en bladerend in zijn ?Astronomie populaire, description générale du ciel? ontdekte ik toevallig een gelijkaardig tweegesprek. DE WOORDKUNSTENAAR EN TONEELSPELERBaron (1653-1729) kwam jammerend bij Corneille binnengevallen met diens tekst uit ?Titus en Bérénice? : Faut-il mourir, Madame, et si proche du terme !Votre illustre inconstance est-elle encor si fermeQue les restes d'un feut que j'avais cru si fortPuissent dans quatre jours se promettre ma mort !?Meester,? klaagde hij, ?hoe zal ik deze tekst brengen ?? ?Zijt ge zeker dat ik dit geschreven heb ?? vroeg de Olympiër. ?Op mijn eer en mijn uitspraak,? wedervoer de acteur. ?Ik durf er mijn stembanden voor in het vuur steken !? ?Ik weet niet meer wat ik juist bedoelde toen ik deze vermaledijde versregels schreef,? sprak Corneille. ?Maar een goede raad, draag ze edel voor, zodat ook zij die ze niet verstaan ze bewonderen !? Tranen van dankbaarheid plengend, verliet de grote toneelspeler de grote toneelschrijver. Tot hier kon de wiskundige Flammarion nog lachen, maar bij het gedicht van Corneille ter ere van Maria : Adore et loue à pleine voix,Qui gouverne et remplit le ciel, la terre, et l'onde,Marie en soi l'enferme et l'y porte neuf mois !?schreeuwde hij : ?Zelfs de stoutmoedigste wetenschappelijke theorieën zijn niet in staat om zulke enormiteiten uit te kramen, de subliemste ontdekkingen kunnen op een eenvoudige manier worden uitgelegd.? Flammarion was duidelijk een zuigeling van de pas opgerichte godin van de rede. Gommaar Timmermans