Reizen in de oerwouden van Centraal-Afrika is vermoeiend. Niet het minst omdat de mensen er andere slaapgewoonten hebben dan wij. Meestal gaan ze vrij vroeg slapen, maar is er midden in de nacht een wakkere periode waarin ze het vuur opstoken en luidruchtig verhalen vertellen.
...

Reizen in de oerwouden van Centraal-Afrika is vermoeiend. Niet het minst omdat de mensen er andere slaapgewoonten hebben dan wij. Meestal gaan ze vrij vroeg slapen, maar is er midden in de nacht een wakkere periode waarin ze het vuur opstoken en luidruchtig verhalen vertellen. Volgens het vakblad American Historical Review moet dat tweehonderd jaar geleden in Europa ook het geval zijn geweest. Toen sliepen de mensen over het algemeen in twee periodes van vijf uur elk. Kort na middernacht zouden ze een uurtje wakker geweest zijn en elkaar onder meer over hun dromen onderhouden hebben. Nu slapen Europeanen gemiddeld nog maar een uur of zeven per nacht. Lampjes allerhande veranderden in de eerste helft van vorige eeuw onze leefgewoonten. Tegenwoordig houdt de televisie veel mensen lang wakker. In vergelijking met twee eeuwen geleden impliceert dit een terugval in de slaaptijd met dertig procent. Dat is anderhalve maand minder slapen per jaar. Vorig jaar verscheen een veelbesproken studie in het vakblad Archives of Gen-eral Psychiatry, waarin werd gesteld dat mensen gemiddeld langer slapen dan goed voor hen is. In de resultaten van een grootschalige enquête dook een verband op dat uitwees dat mensen die meer dan acht uur sliepen 15 procent meer kans hadden om vrij snel te sterven dan mensen die zeven uur sliepen. Een verklaring kon niet worden gegeven. Misschien heeft een ongezond lichaam meer slaap nodig. De conclusie druiste in tegen de gangbare visie dat mensen voor een gezond bestaan minstens acht uur slaap per nacht nodig hebben. Het vakblad Occupational and Environmental Medicine meldde dat mannen die gemiddeld slechts vijf uur sliepen twee keer zoveel kans op een hartaanval hadden als mannen die acht uur in bed lagen. Anderzijds werkt slapen natuurlijk 'verslavend'. Net als mensen zich chronisch kunnen over-eten, kunnen ze ook chronisch te veel slapen. Dat zwakt hun alertheid af. Slaapdeskundigen leggen graag een verband tussen moderne leefgewoonten en het groeiend aantal mensen met slaapproblemen. Het heet dat mensen die systematisch een tweetal uurtjes per nacht te weinig slapen uiteindelijk aan dezelfde euvels lijden als iemand die veertig uren ononderbroken wakker is geweest. Concentratieverlies, prikkelbaarheid en verminderende prestaties zijn enkele van de problemen die dan opduiken. In statistieken van verkeersongevallen prijkt een tekort aan slaap prominent op de lijst van bezwarende factoren. Het vakblad New Scientist heeft een overzicht gepubliceerd van experimenten waarin bestudeerd werd wat er gebeurt als slapeloosheid extreem lang gerekt wordt. In de jaren zestig werden twee proeven gedaan waarbij een man respectievelijk acht en elf dagen lang ononderbroken wakker bleef. Na vier dagen begonnen de problemen. Moeilijkheden om zich banale dingen te herinneren, hallucinaties en paranoïde gedachten werden steeds frequenter. Toch bleven de proefpersonen zelfs op het einde nog in staat om (af en toe) geconcentreerd uit de hoek te komen. En na één lange nacht van normale slaap reageerde het lichaam weer min of meer normaal. Tijdens de lange waakperiode waren de alfagolven van de hersenen, die overdag dominant zijn, geleidelijk zwakker geworden en vervangen door de golven typisch voor een lichte slaap. De hersenen begonnen te slapen hoewel het lichaam nog wakker was. Maar als slapeloosheid te lang aanhoudt, loopt het mis. Dan komen er patronen in de hersengolven die de voor-bode zijn van een beroerte. Ratten die kunstmatig wakker gehouden worden, sterven na 21 dagen. Ze houden het zonder slaap amper enkele dagen langer uit dan wanneer ze het zonder eten of drinken moeten doen. Slapen is even belangrijk voor een lichaam als eten en drinken. Het vakblad Science News vatte vorige herfst een aantal studies samen, waarin werd nagegaan wat het effect van een chronisch tekort aan slaap was. De capaciteit van een lichaam om de suiker glucose te verwerken vermindert, wat dus een daling van de energieproductie impliceert. Er komen hormonale veranderingen, vergelijkbaar met die verbonden aan ondervoeding. Er worden meer stress-hormonen geactiveerd, en in heel het lichaam kunnen plaatselijk quasi permanente lichte ontstekingen opduiken. Vorige maand leverde het vakblad Psychosomatic Medicine het bewijs dat goed slapen gezond is. Bijna tweehonderd gezonde bejaarden werden dertien jaar lang gevolgd. Meer dan een derde stierf een natuurlijke dood tijdens de studie. Daarvan had 51 procent last gehad van veelvuldig wakker worden, en 38 procent van moeilijk in slaap vallen. Bij de 'overlevenden' was dat beduidend minder: respectievelijk 31 en 19 procent. Slaap moet dus een functie hebben. De hamvraag is: welke? Mogelijk zijn er twee in het spel, want er zijn twee algemene types van slaap. Er is de 'normale' slaap, waarin vier stadia van geleidelijk diepere slaap onderscheiden worden. En er is de REM-slaap (een acroniem van het Engelse rapid eye movement, naar de wilde oogbewegingen die ermee gepaard gaan) tijdens dewelke de hersenen een grote activiteit vertonen - het is ook het slaaptype waarin gedroomd wordt. Elke normale slaapbeurt kent vijf korte, maar intense periodes van REM-activiteit, die langer worden naarmate de ochtend nadert. Ongeveer 15 procent van de nachtrust bestaat uit REM-slaap. Tijdens de REM-slaap lijken de hersenen zich van de buitenwereld af te sluiten om dingen te doen waar ze niet te veel afleiding bij kunnen verdragen, zoals bruikbare informatie opslaan en nutteloze gegevens afvoeren. Ze hebben het lichaam daarbij als het ware verlamd. Slaap brengt iemand in een toestand van bijna-bewegingsloosheid, wat een belangrijke energiebesparing kan opleveren. De hypothese van energiebesparing vindt onder meer steun in de vaststelling dat mensen meer slapen naarmate ze minder te eten hebben. Anderzijds wezen berekeningen uit dat een slaper slechts 15 procent minder energie verbruikt dan iemand die lui in een zetel ligt. Over een periode van acht uur wordt dat het equivalent van een boterham. Dat lijkt wat weinig om een systeem te verantwoorden dat een lange semibewusteloosheid impliceert. Er wordt dus steeds meer scherp gesteld op de noodzaak van slaap om een optimale activiteit van de hersenen te garanderen. Wetenschappers hebben slapen al vergeleken met het wissen van een volgeschreven bord: af en toe moet er tijd genomen worden om met een propere lei te kunnen beginnen. Dat slaap de hersenwerking stimuleert, blijkt uit meerdere studies. Het vakblad Neuron meldde dat jonge katjes veel moeten slapen om een normale ontwikkeling van de hersenen mogelijk te maken. Tijdens de slaap werden veel zenuwverbindingen in het visuele deel van de hersenen herlegd, ongetwijfeld in functie van wat de beestjes zagen toen ze wakker waren. Bij diertjes die wakker gehouden werden, ging de informatie die ze hadden vergaard verloren. Eind 2001 publiceerde het topvakblad Science een vijftien bladzijden lang overzicht van de beschikbare kennis, waaruit onomstotelijk kon worden afgeleid dat tijdens de slaap de hersenen over een sterke plasticiteit beschikken. Volwassen hersenen hebben slaap nodig voor een normaal functioneren van leer- en geheugenprocessen. Zonder slaap verliezen de hersenen hun greep op de wereld, gaan ze de mist in. En als de hersenen in de knoei raken, wordt ook de rest van een lichaam ontregeld. Er bestaat zelfs een aantrekkelijke hypothese die zegt dat de hersenen zich af en toe van de rest van een lichaam moeten loskoppelen om weinig gebruikte, maar voor overleving in onverwachte omstandigheden essentiële zenuwbanen te 'oefenen'. In principe worden weinig gebruikte hersenverbindingen geleidelijk afgebouwd. Nachtelijke oefening tijdens de REM-slaap zou dat kunnen voorkomen. Deze hypothese zou verklaren waarom we überhaupt bewusteloos moeten zijn voor een efficiënte slaap, en waarom luieriken die de godganse dag voor de televisie zitten evenveel slaap nodig hebben als mentaal hyperactieve mensen. Ze zou ook het bestaan van bizarre droombeelden kunnen uitleggen. Foetussen brengen de helft van hun tijd in een REM-slaaptoestand door. Bij pasgeboren baby's duurt de REM-slaapfase vier keer langer dan bij volwassenen. De verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat de hersenen in zo'n jong lichaampje veel meer hersenverbindingen moeten oefenen dan bij volwassenen. Voor een jong wezen is alles natuurlijk nieuw, en kan er zelfs voor de stockage van de banaalste prikkel veel hersenactiviteit nodig zijn. In ieder geval blijkt slaap zo belangrijk dat de natuur een lichaam een reeks mechanismen meegaf om te kunnen slapen. Vorige zomer presenteerde dat andere topvakblad, Nature, daarover een stand van zaken, vol complexe diagrammen. Want zoals vele fysiologische processen wordt ook de slaap gereguleerd door een ingewikkeld patroon van reacties op allerhande niveaus die elkaar versterken of afremmen. Het begint met lichtgevoelige genen en eiwitten in de suprachiasmatische kern van de hersenen die de biologische klok regelen. Die interageren met slaapinducerende kernen in het achterste stuk van de hypothalamus - te beschouwen als de stuurhut van de hersenen. Deze 'slaapschakelaar' staat in permanent contact met kernen vooraan in de hypothalamus die het ontwaken sturen. Verder is er voortdurend interactie met een specifiek stukje in de hersenen dat het alterneren van REM-slaap en de andere slaapfasen regelt. De biologische klok heeft zo zijn eigenaardigheden. De meeste mensen zijn fysiologisch op hun alertst een uurtje voor ze gewoonlijk gaan slapen, omdat een lichaam zich dan harder moet inspannen om wakker te blijven. En ze zijn op hun slaperigst vlak voor ze moeten opstaan, want dan moet een lichaam meer moeite doen om niet te ontwaken. Daarom is een uurtje vroeger opstaan dan normaal meestal een nachtmerrie. En daarom zijn voor veel mensen de maandagen een ramp, omdat het lichaam van het rustige weekendsfeertje naar dat van de werkweek moet overschakelen. De hersenactiviteit vertaalt zich in boodschappen voor de rest van het lichaam. Een belangrijke neurotransmitter (een chemische stof die informatie van de ene zenuwcel naar de andere overdraagt) is hypocretine, dat waarschijnlijk verantwoordelijk is voor het omgooien van de slaapschakelaar van slaap naar wakker. Omgekeerd zou het hormoon melatonine dat in de pijnappelklier van de hersenen geproduceerd wordt, slaperigheid in de hand werken. In totaal zouden minstens vijftig stoffen slaap uitlokken. Dit complexe systeem moet al heel oud zijn, en dus heel cruciaal, want het komt (bijna) overal in het dierenrijk voor waar slaap, zoals wij die kennen, bestaat. Er zijn natuurlijk variaties op het algemene schema mogelijk, die bijvoorbeeld verklaren waarom sommige mensen het met een paar uurtjes slaap per dag kunnen stellen, of waarom anderen midden in een zin in slaap kunnen vallen (een aandoening bekend als narcolepsie). Iedereen heeft zijn 'slaaparchitectuur': zijn typische patroon van opeenvolging van REM- en diepeslaapfasen, dat bijvoorbeeld met de leeftijd aangepast kan worden. Het is vreemd dat iets zo fundamenteel als slaap lange tijd als vanzelfsprekend is beschouwd. Daardoor werden gevolgen van slaapstoornissen lang onderschat of toegeschreven aan mentale problemen zoals een depressie. Bij sommige mensen is het lichaam niet helemaal verlamd tijdens het slapen, zodat ze bijvoorbeeld hun dromen in de praktijk gaan brengen. Bij anderen loopt de biologische klok niet synchroon met het 24-uursritme. Een ernstige aandoening is slaapapneu. Patiënten worden 's nachts honderden keren wakker omdat de spieren van hun mond en keel zo sterk ontspannen dat hun luchtwegen afgesloten raken en ze met ademhalingsproblemen te kampen krijgen. Ze moeten wakker worden om opnieuw te ademen, zodat ze een chronisch slaaptekort hebben. Volgens de American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine ligt er aan de basis van deze ziekte een letsel in de hersenen dat ook tot stotteren aanleiding kan geven. Kinderen die stotteren, hebben een hoger risico dan normaal om later slaapapneu te ontwikkelen. Een kwaal van onze moderne tijd lijkt slapeloosheid te worden. Een gevolg van ons hectisch leven, van stress, van hersenen die tot vlak voor ze een lichaam tot slaap aanzetten nieuwe prikkels te verwerken krijgen, zodat ze 's nachts niet alles kunnen verwerken. Te weinig diepe slaap verhindert een uitgerust gevoel 's ochtends. Zelfs goede slapers worden 's nachts tussen 15 en 35 keer wakker. Maar meestal vallen ze weer in slaap voor ze zich bewust zijn van hun ontwaken. Dat geldt echter niet voor iedereen. Een groeiend aantal mensen raakt niet (of niet meer) in slaap. Tien procent lijdt zelfs aan een extreme vorm van slapeloosheid, zodat ze constant moe zijn. Chronische slapeloosheid lokt daarenboven andere aandoeningen uit, zoals problemen met hart en bloedvaten, astma en depressie. Schaapjes tellen, helpt niet om de slaap te vatten - dat is wetenschappelijk aangetoond in het vakblad Behaviour Research and Therapy. Als het echt niet anders kan, zijn slaapmiddelen aangewezen. Maar ook hier bestaan geen wonderen. De klassieke middelen, benzodiazepines, werken goed zolang ze af en toe in kleine dosissen genomen worden. Maar mensen kunnen eraan verslaafd geraken, de lage dosissen worden inefficiënt, en daarenboven induceren de pillen dikwijls een 'abnormaal' slaappatroon: de diepste slaapfasen worden nogal eens overgeslagen. Er wordt koortsachtig gezocht naar natuurlijke middelen die het lichaam aanmaakt om slaap artificieel te induceren. Voorlopig vruchteloos. Het probleem is dat het lichaam zelden één stof aanmaakt voor één specifieke functie. Hormonen hebben meestal verschillende taken, zodat het heksenwerk wordt om een middel zo te stroomlijnen dat het alleen op de gewenste activiteit - in casu de slaap - ingrijpt. Daarenboven is slaap zo'n complex proces, met zoveel natuurlijke regulerende factoren, dat ingrijpen op één mechanisme gemakkelijk gecompenseerd wordt door verhoogde (of verlaagde) activiteit van een ander. Je zou als slaaponderzoeker van minder wakker liggen. Dirk Draulans