Multiculturalisme is onverbrekelijk deel gaan uitmaken van ons westers liberaal denken. We moeten openstaan voor andere culturen, want de onze is niet beter. Het ideaal van een politiek geheel dat verschillende culturele tradities frictieloos verenigt, lijkt binnen handbereik. Maar in hoeverre houden we onze wensen voor waarheid? Zijn wij werkelijk multiculturalisten? Of doen we maar alsof om ons geweten te sussen?
...

Multiculturalisme is onverbrekelijk deel gaan uitmaken van ons westers liberaal denken. We moeten openstaan voor andere culturen, want de onze is niet beter. Het ideaal van een politiek geheel dat verschillende culturele tradities frictieloos verenigt, lijkt binnen handbereik. Maar in hoeverre houden we onze wensen voor waarheid? Zijn wij werkelijk multiculturalisten? Of doen we maar alsof om ons geweten te sussen? Zolang het om folklore gaat, om een zigeunerfilm of rai-muziek, loopt alles gesmeerd. Maar zijn we nog even enthousiast wanneer we de echte cultuur leren kennen, en vrouwenbesnijdenis en gearrangeerde huwelijken ter sprake komen? Ons liberalisme blijkt daar zijn grenzen bereikt te hebben, wat voor vele oosterse culturen voldoende bewijs is dat het fel geprezen multiculturalisme in feite niet meer is dan oude wijn in nieuwe zakken: aan de basis ervan ligt dezelfde imperialistische houding van weleer. Hoe ver we nog verwijderd zijn van de multiculturele droom, mocht Salman Rushdie tien jaar geleden ondervinden. Niet alleen zorgden "De Duivelsverzen" in Pakistan, India en zelfs Engeland voor rellen waarbij het boek werd verbrand, Ayatollah Khomeini sprak ook nog de fatwa over Rushdie uit. Van het islamitische front was er opvallend weinig respect voor de wereldse cultuur waarin Rushdie schreef, maar ook omgekeerd was dit zo. De Britse autoriteiten weigerden bijvoorbeeld in te gaan op de vraag van zowat alle imams om het boek te verbieden wegens godslastering. In het Westen worden boeken niet verboden, zo werd gezegd, en Rushdie kreeg meteen een paar bodyguards. Hoe heikel het multiculturalisme als literair onderwerp nog altijd is, mocht David Caute onlangs nog ondervinden. Met "Fatima's Scarf" schreef hij een grandioze sleutelroman. Caute start bij de Rushdie-affaire en vervolgt met de hoofddoekenrellen in Frankrijk, Duitsland en ook bij ons, de wreedheid van de traditionele islamitische slachtpraktijken, de racistische kant van de internationale sportwereld, het intellectuele verraad van een politica als Benazir Bhutto en de schijnheiligheid van de politiek. Caute, auteur van meer dan twintig boeken, zowel fictie als non-fictie, vond echter geen uitgever. Het manuscript werd altijd zonder commentaar teruggestuurd. Uiteindelijk gaf hij zijn roman in eigen beheer uit. Maar daarmee was de strijd nog niet gestreden. Tot zijn verbazing weigerden heel wat boekhandels het boek op hun tafels te leggen. De Rushdie-rellen waarbij brandbommen werden gegooid naar boekhandels die "De Duivelsverzen" verkochten, waren blijkbaar nog niet vergeten. TOLERANTIE, EEN ARROGANT BEGRIP"Fatima's Scarf" speelt in het denkbeeldige stadje Bruddersford, een samentrekking van de post-industriële zooi waartoe Noord-Engelse steden als Bolton, Bradford, Huddersfield en Blackburn herleid zijn: torenhoge werkloosheid en evenredige criminaliteit, verloederde centra en een angstwekkende migrantenconcentratie. Ene Gamal Rahman publiceert een roman met als titel "The Devil: an Interview". Daarin wordt onder meer beweerd dat Mohammed een dertiende vrouw had, wat door de islamieten van Bruddersford als een belediging wordt gezien. Het boek zorgt voor rellen en net dan besluit tiener Fatima dat ze niet langer bij de schoolpoort haar hoofddoek wil afleggen. Het schoolreglement is echter strikt en de stijfkoppige Fatima wordt naar huis gestuurd. Nog geen week later heeft ze een twintigtal sympathisantes rond zich verzameld. Ook het plein voor de school is voortaan een demonstratieplaats. De weigering van de centrale leiding van de Labour Party - sinds mensenheugenis de partij van de immigranten - om Rahmans boek te veroordelen, is voor enkele "jonge Turken" voldoende om een eigen partij op te richten. In de woorden van Mustafa: "Gedurende twintig, dertig jaar hebben wij, arme immigranten, braafjes het westerse politieke model aanvaard. Maar nu heeft de Ayatollah Khomeini de corruptie van het pluralisme ontmaskerd. Pluralisme leidt tot Gamal Rahmans beledigingen. God is niet pluralistisch. Alleen de moskeeën en de grote leermeesters vormen de partij van de islam." Aangezien de islamieten samen met de hindoes zowat de meerderheid vormen in Bruddersford, wordt de lokale Labourleiding behoorlijk zenuwachtig bij het idee van een nieuwe partij. Polarisatie dreigt tot versplintering te leiden. Maar ook de islamieten trekken niet allemaal aan hetzelfde zeel. Ook daar ontstaan scheuren in het sociale weefsel. Sommigen vrezen terecht dat een strakkere houding van hun kant de interraciale relaties niet ten goede zal komen. Dit verhaal wordt in het midden onderbroken door een lang intermezzo dat als Rahmans apologie kan worden gelezen. Daarin vertelt hij zijn levensverhaal, van bij zijn geboorte als zoon van de Egyptische schrijver Mahmoud, zijn verwevenheid met het corrupte regime van Fawzi al-Sharaf, een dubbelganger van Sadat, en zijn Engelse ballingschap. De duivel, waarnaar zijn roman genoemd is, blijkt zijn vader te zijn, een figuur waarvoor Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz duidelijk model stond. Deze duivel verdedigt wereldse waarden als vergiffenis en respect: "Vervolg nooit degenen die een ander geloof aanhangen. Men heeft het over 'tolerantie', maar ik verkies 'bescheidenheid'. Tolerantie is een arrogant begrip, vol neerbuigendheid. Het zijn wij allemaal die getolereerd moeten worden." Maar hij beseft dat hij tegenwoordig aan de verliezende hand is. God wordt weer gevaarlijk populair, in en buiten Egypte. David Caute, "Fatima's Scarf", Totterdown Books, Londen, 560 blz.Marnix Verplancke