Zo ver is het dus gekomen met Congo: als de president daar in levensgevaar verkeert, kan hij niet eens ter plekke worden behandeld, maar is het nodig om hem naar Zimbabwe over te brengen. Veel verschil maakte het echter niet meer. Al van toen hij was neergeschoten, vorige week dinsdagnamiddag, verkeerde president Laurent-Désiré Kabila buiten bewustzijn en viel zijn leven niet meer te redden.
...

Zo ver is het dus gekomen met Congo: als de president daar in levensgevaar verkeert, kan hij niet eens ter plekke worden behandeld, maar is het nodig om hem naar Zimbabwe over te brengen. Veel verschil maakte het echter niet meer. Al van toen hij was neergeschoten, vorige week dinsdagnamiddag, verkeerde president Laurent-Désiré Kabila buiten bewustzijn en viel zijn leven niet meer te redden.Het gebeurde in het Palais de Marbre ('marmeren paleis'), het paleisje in de keurige wijk Binza even buiten het centrum van de Congolese hoofdstad Kinshasa. Het werd door de vorige president, de dictator Mobutu Sese Seko, meestal als gastenverblijf gebruikt; de toenmalige premier Wilfried Martens (CVP) heeft daar indertijd nog geslapen. Bij zijn machtsovername in mei 1997 viel het echter zozeer bij Kabila in de smaak, dat hij er zijn permanente verblijf van maakte. President Kabila, gekleed in een groen safaripak met korte mouwen, was dinsdagnamiddag in de ontvangstkamer van zijn residentie in een discussie verwikkeld met Emile Mota, zijn economische adviseur, blijkbaar ook de enige directe getuige van de aanslag. Onderwerp van gesprek was de Frans-Afrikaanse top die 's anderendaags van start zou gaan in Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen. Tijdens het gesprek kwam een lijfwacht onaangekondigd het zaaltje binnen. Kasereka Rachidi, een twintiger uit de oostelijke provincie Kivu, was door Kabila zelf nog in 1996 gerekruteerd voor het leger dat doorheen heel Congo trok en Mobutu van de macht verdreef. De president meende dat Kasereka hem een bezoeker kwam aankondigen en koesterde geen argwaan. Tot de soldaat naderbij kwam en aanstalten leek te maken om de president iets in het oor te fluisteren. Hij trok evenwel een pistool en schoot Kabila een kogel door het hoofd. Terwijl de president in zijn zetel wegzakte, repte Kasereka zich weer naar de deur waarlangs hij was binnengekomen en schoot Kabila nog twee kogels in de buik. Hij trachtte weg te vluchten maar werd achternagezeten door lijfwachten die, gealarmeerd door de schoten en het gegil van Mota, van binnen het paleis kwamen aangelopen. Kasereka raakte niet ver meer. Hij vuurde nog twee schoten op zijn achtervolgers af, werd zelf in het been getroffen en dan meteen doodgeschoten. Van het Palais de Marbre werd de al zieltogende Kabila, wellicht pas geruime tijd na de aanslag, naar het nabije Ngaliema-ziekenhuis overgevlogen met de helikopter waarmee de president zich de jongste tijd placht te verplaatsen. Het was om veiligheidsredenen dat Kabila zich liever niet meer in de hoofdstad per auto liet rondvoeren. Zijn toestand bleek uitzichtloos, maar toch werd hij nog naar Harare gevlogen, de hoofdstad van Zimbabwe, Congo's belangrijkste bondgenoot in de oorlog die het land al ruim twee jaar verscheurt. Maar toen de presidentiële Boeing 707 daar arriveerde, wellicht woensdag in de vroege ochtend, was Kabila volgens Zimbabwaanse bronnen al dood. Die officiële, later in Kinshasa en Harare tegengesproken mededeling had wellicht te maken met wat er de avond tevoren in Brussel was gebeurd. Daar had de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL) immers Kabila's overlijden al met grote stelligheid - en volgens sommigen niet zonder enige voortvarendheid - publiek gemaakt. En dat was Zimbabwe niet goed uitgekomen: president Robert Mugabe had Kabila's stoffelijke resten liever in stilte het land uit gewild.UGANDESE BETROKKENHEIDDe eerste berichten dat er in Kinshasa iets op til was, circuleerden al dinsdagnamiddag, toen onder andere het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken gewag maakte van een schietpartij in de omgeving van het Palais de Marbre. Het schieten zou overigens volgens meerdere bronnen tenminste een half uur hebben geduurd, wat de vraag doet rijzen wie daar op wie aan het vuren was, zeker als blijkt dat Kasereka al kort na de moord werd gedood. De eerste semi-officiële berichten over de dodelijke afloop van de aanslag waren afkomstig van veiligheidsdiensten in Uganda, het land dat een belangrijk deel van Congo mee bezet houdt. Dat opende al meteen speculaties over een Ugandese betrokkenheid bij de aanslag, hoewel de omstandigheden daarvan - voor zover daarvan iets bekendraakte - al meteen de stellige indruk wekten dat het om een intern-Congolese affaire ging. De eerste vertegenwoordiger van het Congolese regime die Kabila's dood bevestigde, was Godefroid Tchamlesso, adjunct-minister van Defensie en een oude getrouwe van de president, die op bezoek was in de Libische hoofdstad Tripoli. Volgens hem stierf Kabila al twee uur na de schietpartij. Maar hij had te snel gepraat, want de kern van het Kabila-regime wou tijd winnen door de toestand te bevriezen. Het was dus zaak om de dood van de president nog even stil te houden. Officieel stierf Kabila pas op donderdag om 10 uur 's ochtends in Harare, dus wellicht tenminste 36 uur na zijn eigenlijke overlijden. Het was een weinig geloofwaardig, maar toch efficiënt staaltje van crisisbeheersing. Luitenant-kolonel Eddy Kapend, Kabila's vleugeladjudant, riep op televisie de troepen op tot kalmte en discipline, minister van Binnenlandse Zaken Gaëtan Kakudji kondigde aan dat de avondklok was ingesteld, minister van Informatie Dominique Sakombi, die als geen ander de knepen van de public relations onder de knie heeft, ontkende de berichten over Kabila's dood. Om het stoffelijk overschot van Kabila in Harare op te halen, ging de hoofdrol naar Abdoulaye Yerodia Ndombasi, de minister van Onderwijs, die tot eind vorig jaar de portefeuille van Buitenlandse Zaken behartigde, maar in een moeilijke diplomatieke positie verzeilde nadat het Belgische gerecht tegen hem een internationaal arrestatiebevel had uitgevaardigd op verdenking van misdaden tegen de menselijkheid. En toen het tijd werd om de officiële versie van de moord voor de pers uiteen te zetten, was het de beurt aan minister van Justitie Mwenze Kongolo om voor het voetlicht te verschijnen. Met het laten opduiken van al deze figuren had de inner circle van het regime in Kinshasa publiek getoond dat ze de zaken nog altijd onder controle had. Het is vanuit dit kleine groepje - een kliek zo men wil - dat de 31-jarige zoon (en legerbevelhebber) van de vermoorde president, Joseph Kabila, als interim-president naar voren werd geschoven. Een 'onschadelijke' figuur, zo lijkt het wel - nuttig om nog wat extra tijd te winnen. ONBEKENDE ZOONJoseph Zoon Kabila is haast onbekend in het publieke leven, vooral doordat hij een groot deel van zijn leven buiten Congo heeft doorgebracht. Hij groeide op in Tanzania en kreeg vervolgens in Rwanda en Uganda een militaire opleiding, alvorens hij met vader Laurent in 1997 in Kinshasa arriveerde. Grote populariteit geniet Kabila niet. Zijn ervaring of leiderscapaciteiten worden niet hoog ingeschat. Hij spreekt doorgaans Engels en Swahili, maar amper Frans, Congo's officiële taal, of Lingala, de taal die in Kinshasa wordt gesproken en ook de voertaal van het leger is. Bovendien wil een hardnekkig, hoewel officieel tegengesproken vermoeden dat zijn moeder een Rwandese Tutsi-vrouw was en dus deel uitmaakt van de heersende etnie in aartsvijand Rwanda, wat hem nog minder geliefd zal maken. Maar met Kabila junior kon vooreerst het leger rustig gehouden worden. Ondanks zijn jonge leeftijd had zijn vader hem al benoemd tot bevelhebber van de landstrijdkrachten, een niet onaanzienlijke job. Zijn aanstelling diende vooral politieke doeleinden. Hoewel het op het eerste gezicht die schijn kan hebben en bij de Congolese bevolking ook die indruk wekt, was het gremium in Kinshasa er zeker niet op uit om een Kabila-dynastie te creëren. De jongeman moet vooral de continuïteit van het regime onderstrepen - en diens naam is zowat het enige wat daarvoor kan dienen. Ironisch detail: in ruime kring wordt veronderstelt dat Joseph niet eens een biologische, maar een geadopteerde zoon van de aflijvige president is. Kabila liet immers na om wat dan ook aan institutionele structuur op te zetten, laat staan dat hij een procedure had laten uitwerken die een machtsopvolging regelt. Een 'basis' heeft de president nooit gehad, behalve het simpele feit dat hij over de macht beschikte, die hij op een zo breed mogelijke manier wenste uit te oefenen en waarvoor hij de middelen gebruikte die hem ter beschikking stonden. Het verklaart mee waarom hij er niet over piekerde om een politieke dialoog te beginnen in zijn land, laat staan met de door Uganda en Rwanda gesteunde rebellen die een groot deel van Congo controleren. Zoals de boutade het wou: als hij dan toch moest kiezen, dan verkoos hij een gedeeld land boven de gedeelde macht. Het militaire conflict dat zijn land beheerst, kwam hem in die zin goed uit. Om te beginnen, bood het hem een permanent excuus waarmee hij de almaar belabberder wordende sociale en economische toestand van het land kon verklaren. Maar vooral: zo lang de prioriteit van het land naar de oorlog moet uitgaan (al slorpt die bijvoorbeeld 80 procent van de staatsuitgaven op), moeten andere politieke kwesties maar op de achtergrond blijven. Daarom profileerde Kabila zich in de staatspropaganda ook het liefst als de nationalistische leider die van zijn volk, jammer maar helaas, grote opofferingen moest vragen ten behoeve van het herstel van 's lands nationale eenheid en vrijheid. In de bezette gebieden in Oost- en Noord-Congo genoot hij dan ook een opvallende populariteit; hij was nu eenmaal de tegenpool van het verachte lokale regime van rebellen en buitenlandse troepen, die niet als bevrijders, maar als bezetters worden ervaren. Het soort op absolute macht gestoelde bewind van Kabila had één voordeel, in vergelijking met het vorige, al even autoritaire Mobutu-regime. Het werkt veel minder in onderaanneming. Het kent niet de feodale structuur die de lokale leenheren de vrijheid verschafte om handeltjes op te zetten en voor eigen inkomsten te zorgen. Dat perkt bijvoorbeeld de corruptie in. Zo worden ook soldaten en ambtenaren iets minder onregelmatig betaald, zodat ze het minder in hun hoofd halen om de bevolking af te persen.ALLE MACHT IN EEN PERSOONBehalve de rechtsstaat, had Kabila ook geen alternatief dan het verenigen van alle macht in zijn persoon. De alliantie die hem in 1997 aan de macht bracht, de AFDL, was hoe dan ook al weinig meer dan een tijdelijk instrument waarvan Rwanda en Uganda gebruikmaakten om Mobutu omver te werpen. Ze kende achteraf ook geen enkel politiek verlengstuk. Door de absoluut autocratische regeerstijl, ongetwijfeld de voortzetting van de manier waarop Kabila het maquis leidde, vormde zich rond de president al evenmin een kring van 'vrienden', medestanders, compagnons de route of geestesgenoten, met Yerodia misschien als enige uitzondering. Daardoor gingen tijdelijke, door belangen bepaalde persoonlijke relaties zwaar doorwegen in de manier waarop het regime bij elkaar wordt gehouden. Kakudji, Kongolo, Kapend en uiteraard zoon Joseph behoren tot de directe familie van Kabila. Nog tal van andere 'neven' - een term die in de Congolese context niet te smal mag worden begrepen - kregen topfuncties toegewezen. Tribale verbanden zijn al veel moeilijker aan te wijzen, al hebben Katangezen, afkomstig uit dezelfde provincie als Kabila, behoorlijk wat sleutelposities in handen. Maar verder verkoos de president vooral scheep te gaan met wie hij dacht te kunnen gebruiken. Het verklaart mee waarom hij er zich bijvoorbeeld niet voor schroomde om in zijn oorlog een beroep te doen op ongeregelde milities, onder meer de uit Rwanda verjaagde interahamwe, Hutu-extremisten wier aanwezigheid in het toenmalige Zaïre de reden was waarom de Rwandezen Mobutu weg wilden. Omdat hij de institutioneel georganiseerde politieke macht schuwde, verleende Kabila nooit enige macht aan prominente oppositiefiguren uit de Mobutu-tijd. Nog liever ging hij in zee met ex-Mobutisten. Zijn vice-minister van Defensie, Dieudonné Kayembe (die eerst werd verdacht van medeplichtigheid in de aanslag op de president), zijn minister voor Wederopbouw Denis Kalume Numbi, zijn opperbevelhebber Sylvestre Lwetcha of zijn marinecommandant Liwanga Mata zijn oud-officieren van het leger van Mobutu. En niet te vergeten, Dominique Sakombi was Mobutu's propagandachef. De afwezigheid van enige solide staats- of politieke structuur betekent dat de restanten van het machtscentrum dat zich rond Kabila had gevormd - een half dozijn mensen, waarschijnlijk niet meer - nu onderling moeten uitmaken hoe het verder moet. Wat hen vooralsnog samenhoudt, is het perspectief van de macht, ook om te beletten dat anderen van het vacuüm gebruik zouden maken om de macht te grijpen. Zoals te voorspellen viel, zijn de intriges al begonnen. Eddy Kapend is er al zijn positie in de kerngroep bij verloren. De inzet van de intriges is de vraag wie een rol speelde in de aanslag op Kabila - want dat het niet om een moord met voorbedachten rade ging, mag wel duidelijk zijn. Die machtsverhoudingen aan de top vormen absoluut geen garantie op stabiliteit in Congo. En daar zijn niet alleen België of de Verenigde Staten, maar ook de bij de Congolese oorlog betrokken buurlanden voor beducht. Angola, dat steeds meer blijk geeft van de ambitie om een regionale grootmacht te worden (en dat daarvoor over de nodige financiële en militaire middelen beschikt), permitteerde het zich zelfs om alvast honderden soldaten naar Kinshasa te sturen om daar orde en rust te helpen bewaren. Het verdwijnen van Kabila herschikt vooral de kaarten in de zoektocht naar een oplossing voor de oorlog. De Congolese president, die uit was op het bewaren van het status-quo, vormde daarvoor meer en meer een obstakel. Zijn bondgenoten Angola en Zimbabwe hebben bovendien geen belang bij de aanhoudende onzekerheid van de huidige impasse, en vooral niet bij de hoge kostprijs van de oorlog. Dat geldt ook voor Kabila's opponenten Rwanda en vooral Uganda. De niet eens discrete contacten van de voorbije weken tussen Angola en Uganda enerzijds en Zimbabwe en Rwanda anderzijds, passen in de idee dat, nu Kabila de zaak niet meer kan ophouden, een momentum is ontstaan waarin ernstig over vrede kan worden gesproken. Dat is ook de reden waarom Louis Michel, na het bijwonen van de begrafenis van Laurent Kabila, deze week een blitztournee langs een half dozijn Afrikaanse landen maakt. Het is niettemin nog altijd niet uitgesloten dat de situatie kantelt en uitloopt op een chaos die de Congolese eenheidsstaat fataal kan zijn. Maar als er inderdaad een reëel uitzicht op vrede ontstaat, zal het een vrede zijn waarover de Congolezen zelf alweer nauwelijks wat in de pap te brokkelen krijgen.Marc Reynebeau