Info : De auteur is hoogleraar sociolinguïstiek aan de Universiteit Gent.
...

Info : De auteur is hoogleraar sociolinguïstiek aan de Universiteit Gent.Vlak voor nieuwjaar, te midden van de verhalen over miljoenen daklozen in Zuidoost-Azië, was er iets interessants te horen op de radio. Een Antwerpse sociale huisvestingsmaatschappij maakte in het puurste Antwerps wereldkundig dat allochtonen een bewijs van kennis van het ' Standoard Neiderlàns' zouden moeten leveren, om in aanmerking te komen voor een sociale woonst. Marino Keulen, onze Vlaamse minister van onder andere Inburgering, voegde er meteen aan toe dat hij dat een interessante denkpiste vond. Het was immers goed voor de allochtonen dat ze Nederlands zouden spreken, het zou hun sociale kansen opmerkelijk verhogen. Een degelijk dak boven hun hoofd heeft wellicht hetzelfde effect. Of omgekeerd: ik kan me moeilijk inbeelden dat géén onderdak de integratie van onze allochtone medemensen bevordert. Nu is de situatie zo dat allochtonen al oververtegenwoordigd zijn op de markt van de lage-kwaliteitswoningen. Marktmechanismen en structurele discriminaties zijn daarbij allang bewezen oorzaken. Een sociale woning is vaak de best mogelijke woning in de best mogelijke buurt voor die mensen. Het is dus een middel tot integratie, geen resultaat ervan, en nog minder kan het als een soort beloning gelden. Als men de huidige problemen absoluut wil verergeren, dan is dit wel de manier. Door de invoering van een zoveelste discriminerend criterium û 'toalkennis' û zal men zwakke gezinnen dwingen hun toevlucht te nemen tot de markt van de krotwoningen of de huisjesmelkers, waar de grofste vormen van uitbuiting heersen. Wie ook daar niet terechtkan, staat op straat. Hoe dat dan te rijmen valt met de doelstellingen van een sociale huisvestingspolitiek mag men mij altijd eens komen uitleggen. Een dergelijk beleid zou de zwaksten moeten helpen. Het kan niet dienen om de illegale woningmarkt te stimuleren, en zeker niet om de zwaksten dakloos te maken. Marino Keulen zei nog iets merkwaardigs. Sociale huisvestingsmaatschappijen opereren autonoom û we zijn een 'liberaal' land û en een gevolg daarvan is dat men moet aanvaarden dat die onafhankelijke partners vrij hun eigen maatstaven bepalen. In dit geval mogen huisvestingsmaatschappijen dus politieke criteria hanteren û allochtone identiteit, de kennis van het Nederlands, integratiewil en -graad: allemaal speeltuintjes van 'rechts'. En ik die dacht dat de afslanking van de overheid, en de toenemende samenwerking met andere autonome ondernemers û de public-private partnerships in het jargon û gingen resulteren in depolitisering, objectivering en verhoogde efficiëntie in de dienstverlening! Wat we hier zien, is een verregaande politisering van de sociale huisvesting. Een politisering met een vies geurtje. Het criterium is hier niet de partijkaart of de lidkaart van een vakbond of ziekenfonds, maar de identiteit. De geviseerde groep is duidelijk: de allochtonen, en dan nog allochtonen van een bepaald 'soort' û tenzij ik me zeer sterk vergis, gaat het wellicht niet over Japanners, Amerikanen, Scandinaviërs of Israëli's, wel over Marokkanen, Turken, Albanezen, Georgiërs en andere marginale groepen. De gedepolitiseerde sociale huisvesting heeft plots dus weer een kleur: geen û politiek û rood, blauw of iets anders, maar een huidskleur. Onder het mom van partnerships met de privé-sector sluipen allerlei nieuwe politieke discriminaties binnen. En onze minister van Inburgering knikt instemmend: discriminatie op grond van afkomst is immers bevorderlijk voor de sociale kansen van de gediscrimineerde groepen. Onze overheid moet dringend begrijpen dat partnerships met privé-ondernemingen haar niet ontslaan van haar taak om discriminaties te bestrijden. Het gaat hier om een grondwettelijke plicht, afwijkingen ervan zijn dus geen interessante denkpistes. Wat de autonome partners betreft: zij mogen er ook wel eens aan herinnerd worden dat hun opdracht niet enkel bestaat uit groeicijfers en verhoogde winsten. En de Antwerpse sociale huisvesters: dat ze zelf ' Standoard Neiderlàns' leren. JAN BLOMMAERT