De Vlaamse en vooral Waalse jongeren grijpen almaar sneller naar geneesmiddelen. Dat leerden we van onze ouders, zeggen ze zelf.
...

De Vlaamse en vooral Waalse jongeren grijpen almaar sneller naar geneesmiddelen. Dat leerden we van onze ouders, zeggen ze zelf. HET verschil met vier jaar geleden valt op. Jongeren zoeken nu beduidend vaker hun heil in het medicijnkastje dan toen. Het algemeen verbruik is in die tijdspanne met een derde toegenomen. Dat blijkt uit een onderzoek over jongeren en gezondheid, dat de Universiteit Gent in 1994 uitvoerde onder leiding van Lea Maes en onder onder auspiciën van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De enquête bestreek scholen in 24 regio's en ze klopte daarbij aan bij 10.414 Vlaamse jongeren. Een vergelijking met 1990, toen 4.207 leerlingen van het secundair onderwijs inlichtingen verschaften over hun geneesmiddelengebruik, toont aan hoe het innemen van hoestmiddelen bij jongeren van veertien tot zeventien jaar met 77 procent steeg ; hoe 70 procent van die jongeren vaker dan vier jaar geleden naar slaapmiddelen grijpen ; hoe respectievelijk 60 en 34 procent synthetische farmaceutica aanwendt om verkoudheden of buikpijn te overwinnen. Ook de consumptie van anti-stressmiddelen klom, zijn het onvoldoende significant. Dat geldt alvast niet voor medicijnen tegen hoofdpijn, waarvan het verbruik met 40 procent groeide, terwijl de Vlaamse jongeren in 1990 al abnormaal veel pijnstillers tegen hoofdpijn innamen : toen slikte een kwart van de jongeren pillen tegen hoofdpijn, nu één op drie. Bij de meisjes tussen vijftien en zeventien jaar steeg het gebruik zelfs spectaculair. Het Vlaamse totaalverbruik van geneesmiddelen door jongeren ligt niet eens zo ver achter op Wallonië, de trieste koploper van de 24 onderzochte regio's in deze materie. In de andere categorieën houdt Vlaanderen ongeveer het midden, meldt de Health Behavior Study of School Aged Children (HBSSC). Het zit eronder voor medicatie tegen buikpijn, bevindt zich precies in het middenveld op het vlak van geneesmiddelen tegen slaapstoornissen en stijgt net boven het gemiddelde uit in het geval van hoest- en verkoudheidweerders. Parallel met groeiende verbruik van geneesmiddelen schoten ook de reclamebudgetten van de farmaceutische industrie de hoogte in : van 298 miljoen frank in 1991 tot 740 miljoen in 1995, het jaar waarin ook de deuren naar het televisiemedium voor farmareclame open zwaaiden. ?De wetgeving blijft weliswaar streng,? vindt Luk Joossens van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO), ?maar de reclameblokjes sturen toch altijd een simpele boodschap door : geneesmiddelen worden voorgesteld als een makkelijke oplossing.? Deze simpele uitleg deugt volgens Joossens niet. Hij stelt naar jongeren toe, een schrijnend gebrek aan evenwichtige informatie over geneesmiddelen vast. Terwijl er in deze problematiek juist nood aan een goede voorlichting is. ?In de onderwijswereld zijn alleen documenten van Research en Leven aanwezig en die worden gesponsord door de farmaceutische industrie. In die documenten wordt het geneesmiddel per definitie als puur positief en edel. Er bestaat een dringende nood aan neutraal educatief materiaal.? OIVO pleit ook voor bewustmaking van de ouders en voor een gerichter onderzoek. Luk Joossens : ?De verschillende onderzoeken zijn vaak niet vergelijkbaar noch complementair. Bovendien wordt er onvoldoende gepeild naar de omstandigheden waarin jongeren hun toevlucht nemen tot medicijnen.? Dat houdt onder meer in, dat er naar misbruiken gezocht zou worden. De onderzoeken zouden de zware gebruikers kunnen ontmaskeren, een profiel van de gebruikers moeten schetsen en bekijken op welke manier de consument zijn farmaceutische producten toegeleverd krijgt. Die vragen blijven voorlopig open, want de huidige onderzoeken zijn puur kwantitatief. Ze wijzen wel uit dat, samen met het medicijnenverbruik, ook het aantal gezondheidsklachten vermeerderde. Gezondheidsklachten vormen, logischerwijs, de belangrijkste aanleiding om naar geneesmiddelen te grijpen. Meisjes klagen over het algemeen meer dan jongens. Vooral de groep van meisjes van vijftien en zestien jaar lijkt bijzonder kwetsbaar. Duizeligheid, slaapstoornissen en rugpijn komen het meeste aan bod. Bij jongens daalt hoofdpijn omgekeerd evenredig met de leeftijd, maar bij meisjes doet zich een stijgende trend voor. Eén op drie meisjes van zeventien en achttien jaar ondervindt wekelijks last van hoofdpijn, zes procent zelfs dagelijks. De omgekeerde evolutie geldt in het geval van zenuwachtigheid. Daar komen de meeste klachten voor bij jongeren uit het beroepsonderwijs. WALLONIE.De geneesmiddelenconsumptie ligt in Vlaanderen merkelijk lager dan in het Waalse landsgedeelte. Franstalig België vertoont zelfs binnen een Europese context een ongewoon hoog medicijnverbruik. Waalse jongeren zijn zonder meer de grootste geneesmiddelenverbruikers van Europa. De stijging van het geneesmiddelenverbruik typeert niet louter de jongere generatie. Die curve loopt minder steil dan tussen 1952 en 1972, toen het aantal verpakkingen in België bijna verdrievoudigde, maar de stijging blijft algemeen. De 70 miljoen verpakkingen van 1952 zijn er inmiddels 285 miljoen geworden. De stijging voor het afgelopen lustrum bedraagt 36 miljoen verpakkingen. Daarmee hoort België bij de koplopers in Europa. De verkoop van kalmeermiddelen, bijvoorbeeld, ligt hier 2,5 keer hoger dan in Nederland en overtreft zelfs vijfvoudig het Britse peil. Trouwens, het medicijnenbudget van de Britten lag, globaal genomen, in 1992 bijna de helft lager dan dat van de Belgische bevolking en de Nederlanders trokken slechts 65 procent van het Belgische jaarbedrag uit. Bij de Duitsers en de Fransen overtrof de geneesmiddelenkost die van de Belgen : zij besteedden respectievelijk 24 en 38 procent méér aan geneesmiddelen. ?We moeten de cijfers wel een beetje nuanceren, want verkoopsstatistieken zijn nog geen verbruiksstatistieken,? zegt Luk Joossens, die namens OIVO een literatuuroverzicht over de problematiek samenstelde. ?Aangekochte geneesmiddelen, bijvoorbeeld, worden soms onvolledig of zelfs totaal niet verbruikt.? Vanzelfsprekend correleert het gebruik van geneesmiddelen manifest met de leeftijd : het soort medicijn verandert, maar ook de intensiteit van inname. Een enquête, die het Centrum voor Informatie over de Media (Cim) voor België uitvoerde in 1994, wijst uit dat 60 procent van de Belgen (67 procent van de Walen en Brusselaars, 55 procent van de Vlamingen) pijnstillers gebruikt. Het gros van de verbruikers bevindt zich in de leeftijdscategorie tussen 35 en 44 jaar, maar regelmatig gebruik neemt toe naarmate de leeftijd vordert. Met uitzondering van de anticonceptieve pil, waarmee meisjes volgens een Sobemap-studie gemiddeld op hun zestiende beginnen (en waarmee ze vaak slordig omspringen), slikken jongeren dus minder dan volwassenen. VOORBEELDFUNCTIE.Uit diverse onderzoeken leidt Luk Joossens af dat jongeren en meisjes nog dubbel zo veel als jongens vooral pijnstillers slikken. Kalmerende middelen komen minder aan de orde, dat blijft zelfs in examenperiodes vrij beperkt. Jongeren geraken lang niet altijd langs de geijkte weg aan hun medicatie. De dokter blijft evenwel de meest geraadpleegde bron bij geneesmiddelengebruik. 87 procent van de consultaties loopt uit op een geneesmiddelenvoorschrift, zo leert een rondvraag bij 340 Vlaamse huisartsen. In de meeste landen tonen dokters zich voorzichtiger met het voorschrijven van geneesmiddelen : Nederland (56 procent), de Verenigde Staten (67 procent), het Verenigd Koninkrijk (74 procent), Spanje (79 procent) en Frankrijk (85 procent) scoren op dat vlak beter. Alleen Italië doet slechter dan België : daar wandelt 95 procent van de patiënten na een bezoek van de dokter met een voorschrift naar buiten. Maar jongeren passeren lang niet altijd langs de dokter om aan hun gerief te komen. Een Limburgs onderzoek wees uit, dat bijna 80 procent van de jonge gebruikers van lichte pijnstillers zelden of nooit voorafgaand een dokter raadpleegt. Zestien procent van de Groot-Antwerpse schoolgaande gebruikers klopte bij de ouders aan voor pijnstillers. Ook een kwart van de kalmeermiddelen en stimulantia komt uit het medicijnkastje van de ouders. 35 procent van de stimulerende middelen kopen ze dan weer van een vriend. Luk Joossens wil vooral de voorbeeldfunctie van de ouders niet minimaliseren. ?Wanneer de moeder nooit pijnstillers inneemt, is de kans heel groot dat ook zoon of dochter dat niet doet. En bestaat een duidelijk verband tussen het familiaal geneesmiddelengebruik en het gedrag van jongeren op dat vlak.? Naarmate de jeugd opgroeit, stelt ze zich ook op dit niveau zelfstandiger op. Dan neemt automedicatie toe. Vooral financiële redenen wegen daarin door : jongeren willen per se een doktersrekening uitsparen. Maar automedicatie leidt gemakkelijk tot een verkeerd of onnauwkeurig gebruik. ?Vele hoestsiroopjes zijn lapmiddeltjes die de hoest onderdrukken en de symptomen verdrijven maar niet echt genezen,? vertelt een arts. ?Dat probleem genereren de medische en farmaceutische industrie. Ze kweken een mechanisme van geneesmiddelengebruik en hebben de gewoonte om problemen langs medische weg toe te dekken. Maar naar de echte problemen gaan ze niet op zoek.? Frank DemetsJonge Belgen slikken meer en meer medicijnen : de schuld van de ouders en de farmaceutische industrie.