Het Antwerpse muziekconservatorium werkt aan een nieuwe generatie muziek- leraars. Robert Groslot legt uit waarom.
...

Het Antwerpse muziekconservatorium werkt aan een nieuwe generatie muziek- leraars. Robert Groslot legt uit waarom.WIE ZICH in muziek wil verdiepen, gaat eerst naar een muziekacademie. Solfège, zeven sleutels, transponeren, de methode is gebaseerd op dezelfde principes als in het begin van de negentiende eeuw in Parijs. Bedoeling was en is nog dikwijls om individuele virtuozen en goede lezers op te leiden. Minder aandacht gaat naar het samenspel. De leerling krijgt dril tot hij perfect weergeeft wat zijn leraar van hem wil. Dat echte muzikaliteit daarbij wel eens wordt versmacht, lijkt bijkomstig. Een vorige hervorming van het Deeltijds Kunst Onderwijs (DKO) (1991) heeft enkele positieve zaken verwezenlijkt, maar fundamenteel veranderde er niets. Daarom wil het Antwerpse muziekconservatorium van volgend academiejaar af in het Aquarius-project leraren opleiden volgens een in de officiële muziekwereld nieuw systeem. Hierover Robert Groslot, samen met Herman Mariën coördinator van de muziekafdeling van het conservatorium : ?Vroeger was het de staat die bepaalde wat wel en niet kon. Nu heeft iedere hogeschool het recht om zijn eigen artistiek en pedagogisch beleid te voeren. Wij hebben die kans aangegrepen om enkele dingen te verwezenlijken waarvan we al lang droomden. Een eerste pijler is louter artisanaal met een zekere voorgeschiedenis. U weet dat de Belgische conservatoria een kopie zijn van het Parijse conservatorium waar lang alleen het bespelen van instrumenten centraal stond. Solistisch en lineair gedacht. Eerst solfège, dan harmonie en daarna dit en dat... We hebben in het begin van de jaren '70 geconstateerd dat er behoefte is aan een pedagogische opleiding, omdat heel wat van onze mensen terechtkomen in het DKO, de muziekacademies. Tegelijkertijd hebben we vastgesteld dat de meeste afgestudeerden niet gewapend zijn om die taak naar behoren te vervullen.? ?Om daaraan te verhelpen, ontstond in de jaren zeventig het Matthijs-plan om het muziekonderwijs het statuut te geven van hoger universitair onderwijs. Men is een aantal nieuwe cursussen gaan bedenken voor een pedagogische afdeling. Dat heeft geleid tot een situatie waarin de studenten werden overbelast. Ze waren te veel bezig met steunvakken en minder met hun hoofdvak.? ?Studenten moeten hoger onderwijs krijgen, voldoende background op een academisch niveau. Ze moeten meer zijn dan louter vakman, maar ze moeten in de eerste plaats vakman zijn. Het heeft geen zin om academici te vormen die geen instrument kunnen bespelen. In de marge kunnen we vaststellen dat onze orkesten meer en meer bevolkt worden door buitenlanders, dat heeft te maken met de kwaliteit van ons onderwijs. In het conservatorium is onze eerste bekommernis dat we het leerplan zo opstellen dat er veel ruimte is voor het instrument, dat de orkestpraktijk een groot deel van het totale curriculum in beslag neemt.? NIVEAU.?Er komt terug een permanente orkestklas, kamermuziek, alle mogelijke ensembles, het instrument zelf uiteraard. En daarnaast een aantal zwaartepunten die het geheel van de studie een echt academisch niveau geven. Om die eerste pijler waar te maken, hebben we de curricula veranderd en een aantal nieuwe professoren aangetrokken. We hadden al een indrukwekkend pantheon van zeer goede artiesten, zoals Jos van Immerseel. Maar toch, naar ons gevoel waren er enkele instrumenten die ontbraken en we hebben dat proberen in te vullen. Volgend jaar komen erbij : Eliane Rodrigues, piano, Yuzuki Horigome, viool, de twee Deneve's, Leo en Guido, altviool en viool, Gaby van Riet, eerste fluit in het orkest van Stuttgart, Guido Segers, eerste trompet in München, Martin van de Merwe, eerste hoorn in Rotterdam en Ben Haemoudts die eerste trombone is in Bamberg.? ?De tweede gedachte, en dat is misschien de meest essentiële, is de vaststelling dat het muziekonderwijs sinds de helft van vorige eeuw, vooral in Frankrijk en in België, in verkeerde banen zit. Er werd in Frankrijk een systeem bedacht waarbij vertrokken werd vanuit de notenleer, solfège. Het lezen gaat vooraf aan het denken, aan het harmonisch bewustzijn. Dat is natuurlijk fout. Een kind dat ter wereld komt, leert eerst praten door imitatie, daarna begrijpt het wat het zegt, dan kan het elementaire begrippen uitdrukken, kan het zinnetjes vormen en dan praten. Pas na zes jaar gaat het over naar lezen en schrijven. In de muziek heeft men de elementaire fout gemaakt om het omgekeerde voorop te stellen.? ?In het DKO zien we duizenden voorbeelden van mensen die een gedichtje voordragen in het Russisch of het Chinees, en dat min of meer behoorlijk tot heel slecht doen, maar die niet in staat zijn om Russisch of Chinees te begrijpen. Ze apen iets na zonder de echte betekenis van de woorden, de noten, van de muziek te kennen. Dat is een evidente fout. Om dat te veranderen, heb je een nieuwe generatie leraars nodig die het op een andere manier aanbrengen. We vinden dat jonge mensen die aan de academies met muziek in contact komen eerst melodietjes moeten nabootsen, zingen, gewoon op hun gehoor.? ?De tweede stap kan zijn hetzelfde melodietje spelen met een andere beginnoot, een volgende stap zal zijn op het gehoor een bijbehorende onderstem, een baslijn te bedenken. En dan overschakelen naar een heel eenvoudige vorm van improvisatie. Vertrekkend vanuit baslijn, vanuit harmonische concepten. Dus de ontwikkeling van het gehoor in het klankvoorstellingsvermogen van de eigen creativiteit moet centraal staan. Om dat te kunnen verwezenlijken, heb je natuurlijk een nieuwe generatie leraars nodig en daarom beginnen wij hier in het conservatorium. Er moet eerst een nieuwe generatie leraars afstuderen vooraleer er in de academies iets fundamenteel kan veranderen.? Lukas Huybrechts Orkestklas Conservatorium Antwerpen : wachten op een nieuwe generatie leraars.