Frank Vandenbroucke (SP.A), minister van Onderwijs sinds 2004, is begonnen aan zijn laatste schooljaar van deze ambtsperiode. Eind augustus richtte Knack daarom een enquête aan 2000 leerkrachten in het middelbaar onderwijs. Daarin werd hen gevraagd de minister en zijn beleid te evalueren, in een cijfer op tien, voor vijf verschillende onderdelen: (1) zijn beleidsvisie; (2) zijn onderwijsvernieuwing en experimenten; (3) de decreten en richtlijnen voor de scholen; (4) zijn communicatie; en (5) de ...

Frank Vandenbroucke (SP.A), minister van Onderwijs sinds 2004, is begonnen aan zijn laatste schooljaar van deze ambtsperiode. Eind augustus richtte Knack daarom een enquête aan 2000 leerkrachten in het middelbaar onderwijs. Daarin werd hen gevraagd de minister en zijn beleid te evalueren, in een cijfer op tien, voor vijf verschillende onderdelen: (1) zijn beleidsvisie; (2) zijn onderwijsvernieuwing en experimenten; (3) de decreten en richtlijnen voor de scholen; (4) zijn communicatie; en (5) de financiering, met als speerpunt het in juni 2008 goedgekeurde financieringsdecreet voor het basis- en het secundair onderwijs. Daardoor worden middelen voortaan niet meer toegekend op basis van het net waartoe een school behoort, maar houdt men rekening met de sociaaleconomische achtergrond van de leerlingen. De enquête leverde 252 ingevulde antwoordformulieren op. De resultaten daarvan zijn niet representatief, maar ze zijn wel een aardige indicatie van hoe het lerarenkorps aankijkt tegen de minister en zijn bewind. Op de vijf domeinen samen krijgt Vandenbroucke van zijn onderdanen 5,9 op 10. Geslaagd dus, maar zonder glans. Voor zijn decreten en richtlijnen krijgt hij een onvoldoende (4,8 op 10). Het meest te spreken zijn de leerkrachten over de financiering. Dat Vandenbroucke meer middelen vrijmaakte voor de werking van de scholen wordt kennelijk geapprecieerd: 6,4 op 10. Opvallend is dat leerkrachten uit het katholieke net Vandenbroucke positiever beoordelen dan die uit het gemeenschapsonderwijs. Voorts zijn leraren uit het beroeps- en kunstonderwijs milder dan hun collega's uit het algemeen secundair. Mannen en vrouwen hebben geen significant andere mening, leert de enquête nog. De leerkrachten beargumenteerden hun appreciatie ook in enkele woorden. Dat levert, niet onverwacht, een vrij diffuus beeld op, gaande van 'de beste minister van Onderwijs uit de naoorlogse periode' tot een snerend ' come to the field and get real!' Hoewel doorgaans minder boud geformuleerd, komt die laatste suggestie vaak terug. Vandenbroucke wordt geprezen om zijn gedrevenheid, dossierkennis en langetermijnvisie, maar 'hij lijkt soms te rap te willen lopen zonder dat wij kunnen volgen'. 'Zijn plannen zijn mooi in theorie, niet evident in de praktijk.' De teneur is dat de minister meer zou moeten praten met de basis, met mensen met ervaring in het veld. Een ander punt van kritiek is de toenemende werkdruk en planlast. Hoewel het tegendeel was aangekondigd neemt de papierberg alleen maar toe, zeggen de leerkrachten, en dat trekt hen weg van hun pedagogische taak. Jan Jagers