AL IN DE MIDDELEEUWEN viel met literatuur ook al geen geld te verdienen. Het heeft zelden iemand belet om literair te volharden. Hadewijch had er al over te mopperen en ook het Gruuthuuse-handschrift een collectie teksten van allerlei aard, genoemd naar de latere bezitter ervan, Lodewijk van Gruuthuuse bevat een tekst die begint met : ?Ik kan het niet laten : ik moet dichten, al brengt het mij weinig op.? De teneur van deze tekst is curieus ; het is een waarschuwing aan opscheppers en kwaadsprekers, onder het motto ?Beter gezwegen d...

AL IN DE MIDDELEEUWEN viel met literatuur ook al geen geld te verdienen. Het heeft zelden iemand belet om literair te volharden. Hadewijch had er al over te mopperen en ook het Gruuthuuse-handschrift een collectie teksten van allerlei aard, genoemd naar de latere bezitter ervan, Lodewijk van Gruuthuuse bevat een tekst die begint met : ?Ik kan het niet laten : ik moet dichten, al brengt het mij weinig op.? De teneur van deze tekst is curieus ; het is een waarschuwing aan opscheppers en kwaadsprekers, onder het motto ?Beter gezwegen dan door spreken schande gekregen?. De auteur lijkt te weten waarover hij spreekt maar het spreken kan hij dus niet laten. Die auteur zou wel eens Egidius kunnen zijn van het gelijknamige lied, van wie men zich afvroeg : ?waer bestu bleven ?? Deze eventuele Egidius-tekst is opgenomen in de door Corrie de Haan en Johan Oosterman samengestelde bundel ?Is Brugge groot ??, een verzameling teksten uit en over het laatmiddeleeuwse Brugge. Dit boekje is opgenomen in de (bij ons te weinig bekende) Griffioen-reeks, een collectie in hedendaags Nederlands omgezette (?vertaalde?) teksten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis van vóór 1850. VERSTEKELING.Deze door de Nederlandse overheid ondersteunde reeks brengt voor het grote publiek weinig bekende historische teksten onder de aandacht. Teksten die in hun functie doorgaans beperkt blijven tot (vaak moeilijk toegankelijk) bronnenmateriaal voor historici en literatuurhistorici, worden ermee geherwaardeerd tot wat ze in principe zijn : literaire teksten, graag met plezier te lezen ter lering en vermaak. Natuurlijk verschilde de functie van de literatuur in het verleden wel in aanzienlijke mate van wat daar vandaag over wordt gedacht, met alle gevolgen vandien voor de aard van deze teksten, maar dat neemt niet weg dat veel teksten uit de voorbije eeuwen er niet minder lezenswaardig door blijven. Dat laatste geldt zeker voor ?Is Brugge groot ??, een bloemlezing uit de literaire productie in het vijftiende-eeuwse, Bourgondische Brugge, toen, in deze ?gouden eeuw?, een van de meest prominente handelssteden van Europa, met een rijke, kosmopolitische ingestelde adel en burgerij, die hun grandeur graag ook artistiek uitgestraald zagen. Ook de literatuur kreeg daarin een plaats. De belangrijkste auteur, wiens naam bekend is gebleven, is ongetwijfeld de rederijker Anthonis de Roovere. Toch was het literaire bedrijf in Brugge in belangrijke mate Franstalig, terwijl de Nederlandstalige schrijvers sterk onder Franse invloed stonden. Daartussen lijkt bijvoorbeeld het nu vermaarde Gruuthuuse-handschrift slechts ?een armzalige verstekeling?, aldus De Haan en Oosterman. Het boekje wil een zo breed mogelijke staalkaart van de toenmalige Middelnederlandse tekstproductie tonen, waarin ook een rijk geschakeerd beeld van het dagelijkse leven naar voren komt. Een ontdekking. M.R. Corrie de Haan en Johan Oosterman, ?Is Brugge groot ??, Querido, Amsterdam (Griffioen), 188 blz., 250 fr.