In een Brusselse gevangenis wacht Jean-Pierre Bemba al een maand op zijn uitlevering aan het Internationaal Strafhof in Den Haag. Daar zal hij zich moeten verantwoorden voor de wandaden van zijn Mouvement de Libération du Congo (MLC), die zich in 2002 ging mengen in de machtsstrijd in de Centraal-Afrikaanse Republiek. De MLC-troepen zouden zich schuldig gemaakt hebben aan grootschalige plunderingen, verkrachtingen en folteringen. 'We kunnen de misdaden niet uitwissen. We kunnen wel gerechtigheid bieden', zegt openbaar aanklager Luis Moreno-Ocampo.
...

In een Brusselse gevangenis wacht Jean-Pierre Bemba al een maand op zijn uitlevering aan het Internationaal Strafhof in Den Haag. Daar zal hij zich moeten verantwoorden voor de wandaden van zijn Mouvement de Libération du Congo (MLC), die zich in 2002 ging mengen in de machtsstrijd in de Centraal-Afrikaanse Republiek. De MLC-troepen zouden zich schuldig gemaakt hebben aan grootschalige plunderingen, verkrachtingen en folteringen. 'We kunnen de misdaden niet uitwissen. We kunnen wel gerechtigheid bieden', zegt openbaar aanklager Luis Moreno-Ocampo. Het Strafhof biedt niet alleen gerechtigheid aan de slachtoffers, het geeft ook het signaal dat niemand boven de wet staat. Dat moet militieleiders in Afrika en elders twee keer doen nadenken vooraleer ze nog misdaden tegen de menselijkheid begaan. Zoals de beruchte genocidewet aantoont, werpt ons land zich graag op als voorvechter van die strijd tegen de straffeloosheid. Mooi op papier, maar toch roept een en ander ook vragen op. Bemba is naast een voormalig rebel ook de leider van de oppositie in Congo. Hij is veruit de populairste politicus in Kinshasa. Ongetwijfeld heeft hij bloed aan de handen, net zoals de andere partijen in Congo. Maar evenzeer heeft hij het gewaagd in het vredesproces te stappen. Daardoor was hij van 2003 tot 2006 een van de vier vicepresidenten. In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen van 2006 moest hij het uiteindelijk afleggen tegen president Joseph Kabila. Met enige moeite legde hij zich daarbij neer. Sinds maart 2007 trok de senator zich terug in ballingschap in Europa. Welk signaal geeft de internationale gemeenschap nu door hem voor de rechtbank te slepen? Gaan andere militie-leiders zoals Laurent Nkunda in Oost-Congo, daardoor twee keer nadenken over hun misdaden? Zullen ze niet eerder twee keer nadenken vooraleer ze ook eens in een vredesproces stappen? Zullen staatshoofden als president Robert Mugabe in Zimbabwe niet twee keer nadenken alvorens het verdict van de stembus te aanvaarden? Want het pluche van de macht blijkt de beste manier om zich tegen vervolging te beschermen, zoals ook de Ugandese president Yoweri Museveni of de Rwandese president Paul Kagame maar al te goed weten. Hoe eerlijk is internationale rechtspraak als ze alleen verliezers kan treffen? In de beste der werelden gaan gerechtigheid en verzoening hand in hand. De praktijk is weerbarstiger. Eind maart stond Joseph Kony, de leider van het Lord's Resistance Army (LRA) in Noord-Uganda op het punt een vredesakkoord te aanvaarden. Hij deed dat uiteindelijk niet, omdat hij geen garantie heeft voor zijn persoonlijke toekomst. Ook hem hangt immers vervolging door het Internationaal Strafhof boven het hoofd. Het lijdt geen twijfel dat het LRA onnoemelijke wreedheden bedreven heeft. Daaronder het ontvoeren van duizenden kinderen die als kindsoldaten werden opgeleid. Iedere amnestiegedachte voor Kony lijkt daarom onverteerbaar. Maar wat als de prijs daarvoor de opflakkering van de oorlog en de wreedheden is? Ik kan niet anders dan denken aan Alfonso Dhlakama. De eens beruchte leider van de Renamo-rebellen in Mozambique is sinds het vredesakkoord van 1992 een gerespecteerd oppositieleider, die meermaals zijn nederlaag bij de verkiezingen aanvaardde. Is de spons over het verleden soms geen terechte prijs voor nationale verzoening? JAN DE VOLDER IS REDACTEUR BIJ HET CHRISTELIJK OPINIEWEEKBLAD TERTIOdoor Jan De Volder