De oorlogen van de nabije toekomst zullen niet langer om politiek of olie uitgevochten worden, maar om water.
...

De oorlogen van de nabije toekomst zullen niet langer om politiek of olie uitgevochten worden, maar om water.Secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali van de Verenigde Naties was de eerste die het idee lanceerde dat grote oorlogen om water kunnen worden gevoerd. In 1988 stelde hij dat de volgende oorlog in het Midden-Oosten om de Nijl zou gaan. Als Egyptenaar is hij goed geplaatst om het belang van de stroom in de regio te kennen. Meer dan 97 procent van het zoet water voor de Egyptenaren komt uit de Nijl. Die vloeit door tien landen, waarvan een aantal Sudan, Kenya, Ruanda, Burundi en Zaïre niet bekend staat om zijn stabiliteit. De stelling van Boutros-Ghali was gevoed door strubbelingen tussen Turkije, Syrië en Irak over de aanwezigheid van dammen op de Eufraat. Zowel Turkije als Syrië bouwden dammen voor irrigatieprojecten. De Irakezen zagen amper een vijfde van de normale hoeveelheid zoet water op hun grondgebied toekomen. De lont kon tot dusver uit het kruitvat worden gehouden, zij het met veel moeite. ?De oorlogen van de volgende eeuw zullen niet om politiek of olie gaan, maar om water,? zei onderdirecteur Ismail Serageldin van de Wereldbank vorig jaar. ?Nu al hebben tachtig landen een schrijnend watertekort, dat hun economie en de gezondheid van hun bevolking hypothekeert. Veertig procent van de wereldbevolking kan niet over zuiver water beschikken. De industrieel, de landbouwer en de individuele consument willen allemaal meer water. De spanningen nemen toe.? Water is al vijfduizend jaar lang het voorwerp van schermutselingen. ?Maar nu is het ook een potentiële bron van internationaal conflict geworden,? stelde professor Norman Myers van de universiteit van Oxford in zijn vorig jaar verschenen boek ?Ultimate Security?. ?Landen als Botswana, Bulgarije, Cambodja, Congo, Gambia, Sudan en Syrië putten meer dan driekwart van hun zoet water uit rivieren die voor een groot deel over het grondgebied van andere landen stromen, die hen niet altijd goed gezind zijn. Op wereldschaal is veertig procent van de mensen afhankelijk van water uit rivieren die meer dan een land bevloeien. Stromen als de Niger, de Tigris, de Mekong en de Indus vloeien door vele landen met vele belangen. Dat moet moeilijkheden opleveren.? Bovendien slinken de watervoorraden snel, en neemt de bevolkingsdruk toe. Binnen tien jaar zal de hoeveelheid beschikbaar water per inwoner in Egypte met 30 procent verminderd zijn, in Nigeria met 40 procent en in Kenya met 50 procent. In grote delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika zal de volgende generatie het met 80 procent minder water moeten doen dan nu. ?De competitie om de verminderende voorraden wordt zo scherp,? schreef Myers, ?dat de beschikbaarheid van water binnenkort niet in de eerste plaats een kwestie van economisch voordeel zal zijn, maar van elementaire overleving en dat op internationale schaal. Water is een explosief gegeven geworden.?