Het was een werkelijk intrigerend vraagstuk, onlangs in het vakblad Proceedings of the Royal Society B. Waar is het penisbeentje gebleven? Het bestaat wel degelijk: het penisbeentje bezorgt nogal wat zoogdieren extra stevigheid. Het ding ontstond minstens 95 miljoen jaar geleden en speelt vandaag nog een belangrijke rol in de voortplanting van veel zoogdieren, zoals carnivoren en vleermuizen. De lengte van het been is uitzonderlijk variabel, ook binnen onze apenfamilie. Bij sommige makaken is het verhoudingsgewijs lang: een apensoort van 10 kilogram heeft een penisbeentje van meer dan 5 centimeter. Bij chimpansees is het gekrompen tot minder dan een centimeter.
...

Het was een werkelijk intrigerend vraagstuk, onlangs in het vakblad Proceedings of the Royal Society B. Waar is het penisbeentje gebleven? Het bestaat wel degelijk: het penisbeentje bezorgt nogal wat zoogdieren extra stevigheid. Het ding ontstond minstens 95 miljoen jaar geleden en speelt vandaag nog een belangrijke rol in de voortplanting van veel zoogdieren, zoals carnivoren en vleermuizen. De lengte van het been is uitzonderlijk variabel, ook binnen onze apenfamilie. Bij sommige makaken is het verhoudingsgewijs lang: een apensoort van 10 kilogram heeft een penisbeentje van meer dan 5 centimeter. Bij chimpansees is het gekrompen tot minder dan een centimeter. Mensen hebben geen penisbeentje meer. Wij moeten het vanaf zo'n 2 miljoen jaar geleden geleidelijk aan kwijtgespeeld zijn, omdat het niet meer nodig was voor onze voortplanting. Een penisbeen is vooral nuttig voor soorten met een polygame levensstijl, waarbij mannen lang in een vrouw blijven zitten om de kans te verhogen dat zij voor de bevruchting zorgen, en niet een eventuele concurrent die vlak na hen tot paring zou overgaan. Een beentje geeft een penis de kracht die zo'n langdurige penetratie mogelijk maakt, want met alleen de zwellichamen waarmee de mensenman het moet stellen, kom je er dan niet. De eerste mensachtigen, met de Homo erectus op kop, evolueerden van een polygame naar een monogame levensstijl, met seriële monogamie als regel: je had in je leven een aantal exclusieve relaties na elkaar. Dat bevorderde ons succes, want het creëerde de mogelijkheid dat vader en moeder samen zorgen voor het grootbrengen van baby's (bij de meerderheid van de zoogdieren draagt de man niet bij tot de kinderzorg). Het hield ook de optie open van genetische variatie in het nakomelingschap, door na een aantal jaren (als de baby kleuter geworden was) van partner te veranderen voor het volgende kind. In een monogame omgeving is de concurrentie van andere mannen voor de bevruchting beperkt, waardoor de noodzaak tot lang copuleren wegvalt. Belgische onderzoekers toonden vorig jaar in Trends in Ecology and Evolution aan dat alvast de jongste eeuwen het aandeel 'koekoekskinderen' bij de mens (kinderen van een andere vader dan de officiële), minder dan 1 procent bedraagt en dus niet in de grootteorde van 10 procent ligt, zoals lang werd aangenomen. In zo'n sfeer is een penisbeentje overbodig. Aangezien de natuur niet makkelijk investeert in iets zonder nut, is het beentje uit ons anatomische gamma verdwenen. Een ander aspect van de studie kreeg minder aandacht: de vaststelling dat bij zoogdieren zonder penisbeentje de coïtus doorgaans minder dan drie minuten duurt. In tegenstelling tot de gangbare gedachte van uitgesponnen seksuele activiteit bij de mens, is dat ook bij ons het geval: de gemiddelde duur van een penetratie ligt rond de twee minuten. Het oeverloze geneuk in slechte pornofilms is, zoals het meeste wat in pornofilms te zien is, allesbehalve conform de realiteit. Een volledige vrijpartij duurt gemiddeld maar zes minuten (en verbruikt amper 20 calorieën aan energie, waardoor seks niet per se bijdraagt tot een gezonde fysieke conditie). Wat we waarschijnlijk nooit met zekerheid zullen weten, is of de Homo erectus en andere prehistorische mensen plezier beleefden aan seks. We kunnen er wel over speculeren. Een van de essentiële verschillen tussen moderne mensen en chimpansees is dat bij onze soort de vruchtbare momenten van de vrouw verborgen zijn. Chimpanseevrouwen adverteren hun vruchtbare periodes, waardoor ze zó veel mannelijke aandacht krijgen dat het onaangenaam en zelfs ongezond kan worden - het risico van ongevallen als gevolg van mannelijke opdringerigheid is vrij groot. Door hun vruchtbare periodes te verbergen, omzeilen onze vrouwen alvast die ellende. Maar om in zulke omstandigheden het voortbestaan van de soort niet in het gedrang te brengen, moest de natuur - via het passieve proces van darwiniaanse natuurlijke selectie - een oplossing uitdokteren voor het feit dat je niet meer wist wanneer je moest paren om je voort te planten. Daar is het in de dierenwereld uitzonderlijke verschijnsel van frequente seksuele activiteit uit voortgevloeid: als je niet meer weet wanneer je kunt bevruchten, moet je zó vaak seksueel actief zijn dat de kans klein is dat je de vruchtbare momenten systematisch mist. Om frequente seksuele activiteit in de hand te werken, heeft de natuur seks plezierig gemaakt. Meer zelfs: ze heeft het plezierig gemaakt op het moment van de (poging tot) bevruchting: de zaadlozing. Het orgasme van de man is daar het evolutionaire gevolg van. Het heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat de mensheid niet is uitgestorven nadat de vruchtbare periode van de vrouw gecamoufleerd werd. Het verhaal wordt een stuk complexer als je naar de rol van de vrouw kijkt. Was het oorspronkelijk de bedoeling dat vrouwen plezier beleefden aan seks, of was het voor hen gewoon een kwestie van kinderen krijgen? Het is een moeilijke vraag, vooral omdat de wetenschap zich het hoofd breekt over de rol van het orgasme bij de vrouw. Het is nog altijd onduidelijk of het een functie heeft in het verzekeren van de voortplanting, dan wel of het een actieve rol speelt in de koppelvorming, bijvoorbeeld door aangename seks te koppelen aan een aangename relatie (wat trouwens ook voor mannen kan spelen). De neiging bestaat om vrouwelijk seksueel genot te koppelen aan de meest onbiologische uitvinding van de mens: de ontwikkeling van efficiënte anticonceptiepillen in de tweede helft van de vorige eeuw. Die maakten het mogelijk dat vrouwen niet langer bijna automatisch zwanger of zogend waren (of onvruchtbaar), tenzij ze extreem goed oppasten met wat ze deden - en dat is zelden bevorderlijk voor goede seks. Tegelijk werden vrouwen mondiger en kwam er een seksuele revolutie, waardoor seks veel meer op genot gericht werd en minder een zaak van voortplanting werd. Die evolutie zie je ook in de manier waarop tieners zich seksuele beleving eigen maken. Eerst komen er de voorzichtige aanrakingen, dan de intieme strelingen, vervolgens de geslachtsgemeenschap en pas daarna de orale seks, bij uitstek gemikt op het verschaffen (of krijgen) van seksueel plezier. Toch zijn er oude geschriften waaruit blijkt dat seks ook lang geleden aangenaam kon zijn, ook voor vrouwen. Bij het begin van onze jaartelling werd in India de Kama Sutra geschreven, met uitgebreide handleidingen voor de beleving van seksualiteit voor mannen en vrouwen. In dezelfde periode voerde de Griekse mythologie de blinde ziener Tiresias op. Volgens één versie van zijn verhaal werd hij blind gemaakt door de oppergodin Hera, omdat hij op een vraag van haar eega Zeus geantwoord had dat vrouwen meer plezier beleefden aan seks dan mannen - hij kon het weten, want hij was zowel man als vrouw geweest. Het lijkt er dus op dat mensen, op z'n minst zodra ze de tijd hadden om iets anders te doen dan elementair overleven, seksualiteit als méér beschouwden dan een pure voortplantingstechniek. Hoe vaak krijgen vrouwen een orgasme? Er bestaan weinig bruikbare historische gegevens over. Volgens het vakblad Socioaffective Neuroscience & Psychology, dat teruggreep naar een uitgebreide gegevensbank uit Finland, is daar de laatste vijftig jaar weinig verandering in gekomen, ondanks de seksuele revolutie met al haar openheid en experimenteerdrift. De frequentie waarmee ze masturbeerden nam wel toe, net als het gemiddelde aantal seksuele partners dat ze hadden, onder meer omdat ze makkelijker experimenteerden met onenightstands en 'tegenvallende' partners sneller dumpten. De databank begon in 1979, drie jaar na de publicatie van het geruchtmakende rapport over vrouwelijke seksualiteit van de Duits-Amerikaanse seksuologe Shere Hite. Een ander verslag uit hetzelfde nummer van het blad ging dieper in op de mogelijke biologische functies van het vrouwelijk orgasme. Er zijn vooralsnog geen solide aanwijzingen dat het de kans op bevruchting bevordert, hoewel er al ijverig naar werd gezocht. Vrouwen kunnen probleemloos zwanger raken zonder orgasme. Vroeger, toen ook de wetenschappen nog een echte machowereld waren, werd het vrouwelijk orgasme soms geïnterpreteerd als iets om mannen te plezieren (hoe geweldig waren ze toch wel), of om vrouwen na seks te doen blijven liggen, zodat het zaad van de man er niet te makkelijk uit liep. Vandaag durft vrijwel niemand zoiets nog te verdedigen. Er blijven twee mogelijke verklaringen over. De eerste is dat het een biologisch overbodig gebeuren is, zonder concrete functie, wat in de natuur zeldzaam is maar niet onmogelijk. Er circuleren twee varianten op die optie. De eerste gaat al een tijdje mee: het vrouwelijk orgasme is een neveneffect van het feit dat de natuur seks voor de man plezierig maakte om het voortbestaan van de soort te verzekeren. Omdat de penis en de clitoris - het orgaan waar het vrouwelijk orgasme bij uitstek aan gekoppeld is - uit hetzelfde embryonale weefselblokje groeien, zou het vrouwelijk orgasme een equivalent kunnen zijn van het mannelijke. Eigenlijk is het even 'nutteloos' als de tepels die mannen hebben. De tepels van mannen zijn echter minder opvallend dan die van vrouwen - 'regressie' van een orgaan of een functie wordt als een essentieel kenmerk van nutteloosheid gezien. Er woedt een discussie over de vraag of dat laatste ook voor het vrouwelijk orgasme geldt: er zijn veel meer vrouwen die niet makkelijk tot een orgasme komen dan mannen, maar andere komen dikwijls klaar. De jury is onbeslist. Het is ook niet uitgesloten dat het oorspronkelijke 'neveneffect' later een eigen functie kreeg, zoals het bevorderen van een relatie of de kans een goeie partner te vinden. Maar er komt druk op de stelling, onder meer met het argument dat de genotsfactor pas tot uiting zou komen nadat de mannelijke hormonen zich beginnen te roeren, en dan is de embryonale ontwikkeling van de man al een andere weg ingeslagen dan die van de vrouw. Met andere woorden: het zou onmogelijk zijn dat een vrouwelijk orgasme gekoppeld is aan het mannelijke, omdat de timing van de ontwikkeling van het genotselement er niet mee spoort - het duikt pas op nadat de mannen hun eigen weg zijn gegaan. Sommigen counteren die redenering dan weer met de stelling dat de genotsfunctie niet uitsluitend aan hormonen te wijten is, maar in de genen verankerd zit. Daardoor zou het minder uitmaken wanneer de eigenschap tot expressie komt, want de genetische samenstelling verandert niet in de loop van de ontwikkeling. Een tweede optie, in het licht van de 'nutteloosheid', is dat het vrouwelijk orgasme een relict is uit een ver verleden, toen het nuttig zou zijn geweest in het stimuleren van hormonen die ovulatie in de hand werken. In veel zoogdieren wordt de ovulatie uitgelokt door hormonen die vrijkomen tijdens de paring, maar vanaf ongeveer 75 miljoen jaar geleden zou dat concept in een aantal evolutionaire lijnen - inclusief degene die naar de mensheid leidde - vervangen zijn door een spontane ovulatie. Een element dat voor deze theorie zou pleiten, is dat de clitoris in de loop van de evolutie geleidelijk weggeschoven is van de vagina, zodat een orgasme losgekoppeld werd van de voortplantingsdaad. Een basisuitgangspunt van de studie, die verscheen in The Journal of Experimental Zoology, was dat slechts een derde van de vrouwen regelmatig een orgasme heeft tijdens de coïtus. De resultaten worden echter niet in alle kringen even ernstig genomen. Sommige analisten hebben het er moeilijk mee dat zo'n oud mechanisme zo lang bewaard zou blijven als het zijn functie heeft verloren. De meeste auteurs in het overzicht in SocioaffectiveNeuroscience & Psychology verdedigen daarom de stelling dat het vrouwelijk orgasme nuttig is bij het kiezen van een geschikte partner. Ze borduren daarmee voort op een eerste studie die daarover in 2012 verscheen in Archives of SexualBehavior. Een cruciale vaststelling was dat de mate waarin vrouwen tot een orgasme komen mee bepaald wordt door hun partner. Soms lukt het, soms niet, soms gaat het makkelijk, soms moeizaam. Onder meer de aanloop naar de seksuele beleving, de romantiek en het voorspel, zou een rol spelen - niet onbegrijpelijk, omdat het vrouwelijk orgasme meestal helemaal losgekoppeld is van de coïtus. In 2009 had een studie van een Chinese gegevensbank in Evolution and Human Behavior, onder impuls van een Belgische bioloog, de conclusie getrokken dat vrouwen makkelijker klaarkwamen als ze seks hadden met een rijke man. Dat besluit moest herroepen worden nadat bleek dat er een ernstige statistische fout in de analyse was geslopen. Het verhaal ging wel de wereld rond en leeft nog altijd voort, vooral in kringen van bemiddelde mannen. De recentste inzichten wijzen echter uit dat vrouwen makkelijker tot een orgasme komen wanneer ze vrijen met een man die ze omschrijven als 'aangenaam', wat concreet in te vullen is als: grappig, creatief, trouw en aangenaam ruikend. Het zijn dezelfde kenmerken die vrouwen noemen in enquêtes over wat ze aantrekkelijk vinden aan mannen. Puur fysieke aspecten, zoals een sportief lichaam of goede looks, bleken minder doorslaggevend in het bepalen van de verschillen in klaarkomen. Dat zou impliceren dat het vrouwelijk orgasme functioneel zou zijn in het sturen van de partnerkeuze: de vrouw zou mikken op zorgzame mannen die een goede partner en vooral een goede vader zullen zijn. Een beduidend aantal vrouwen heeft trouwens geen orgasme nodig om seks aangenaam te vinden. Duitse cijfers wijzen uit dat 16 procent van de vrouwen nooit een orgasme heeft bij hun partner, en 22 procent slechts zelden. Seksuologen waarschuwen dat er te veel nadruk wordt gelegd op klaarkomen bij vrouwen. Het blijft in alle omstandigheden minder dwingend dan voor mannen, bij wie het een bijna reflexmatige zaak is. Een recente studie in Evolution and Human Behavior illustreerde dat seks instrumenteel kan zijn in het onderhouden van een goede relatie, en dus niet uitsluitend een kwestie van het nastreven van genot is - in het onderzochte geval ging het vooral om penetratie en niet orale seks of al dan niet wederzijdse masturbatie. Intrigerend was dat de manier waarop vrouwen die relatiebestendigende seksuele activiteit invulden mee bepaald werd door het type anticonceptiepil dat ze namen (vooral de hormonensamenstelling ervan). Vrouwen in langdurige relaties verliezen geleidelijk hun seksuele verlangen, maar dat betekent niet dat ze per se minder seksueel actief zijn of minder orgasmes krijgen. Ze zien seks dan vooral als iets om een goeie band met de partner te onderhouden. Het is in elk geval glashelder dat er meer onderzoek komt naar de vrouwelijke aspecten van de seksualiteitsbeleving, die lang onderbelicht is gebleven. De Nederlandse hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Seksuologie schreef dat er 'op het terrein van onderzoek naar vrouwelijke seksualiteit opmerkelijk veel positieve ontwikkelingen zijn', onder meer door de verhoogde aandacht voor het effect van psychologische variabelen op het seksueel functioneren. Maar wat de mannen betreft, overheerst 'somberheid'. 'Staan mannen in feite niet in de kou, nu hun enige seksuologische winst van de afgelopen decennia bestaat uit de ontdekking van de stikstofmonoxide-uitwisseling in het zwellichaam van de penis?' vroeg hij zich af. Waarop hij meteen weer een link naar de vrouwelijke seksualiteitsbeleving legde: 'Mannen zijn er niet beter door gaan beminnen.' Terwijl dat net is waar steeds meer vrouwen om vragen. Door DIRK DRAULANSHoe grappiger een man, hoe makkelijker een vrouw klaarkomt. 16 procent van de vrouwen krijgt nooit een orgasme bij hun partner, 22 procent zelden.