INFO / Meer inlichtingen over het Vlaamse Netwerk voor Zakenethiek op www.ethiekenonderneming.com. Het Business Ethics Center dat wordt geleid door Zsolnai, vindt u terug op http://ethics.bkae.hu.
...

INFO / Meer inlichtingen over het Vlaamse Netwerk voor Zakenethiek op www.ethiekenonderneming.com. Het Business Ethics Center dat wordt geleid door Zsolnai, vindt u terug op http://ethics.bkae.hu.Het is geen voorspelling, geen kwestie van hoop. Het is, zegt hij, een enorm krachtige beweging, die al volop aan de gang is, van Zurich tot Californië: de 'spiritualisering' van het zakenleven. 'En de belangrijkste oorzaak daarvan ligt bij de topmanagers zelf', legt Laszlo Zsolnai uit. 'De grote business leaders bevinden zich in een diepe spirituele crisis. Ze beseffen dat ze het meest gehate beroep ter wereld uitoefenen. En dus beginnen sommigen aan zelfreflectie te doen. Ze zoeken naar manieren om hun bedrijf op een andere, duurzamere manier vorm te geven en te leiden. Als econoom geef ik les aan de topmanagers van morgen, dus hen kan ik nog waarschuwen: in de Verenigde Staten zit de ene helft van de topmanagers momenteel in de gevangenis na allerlei schandalen, en de andere helft voelt zich niet lekker in z'n vel.' Laszlo Zsolnai is directeur van het Business Ethics Center aan de University of Economic Sciences in Boedapest, en doceerde onder meer in Oxford, Wenen en Californië. Vorige week was hij te gast aan de KU Leuven, waar hij op uitnodiging van het Vlaams Netwerk voor Zakenethiek, dat een brug probeert te slaan tussen academische theorie en economische praktijk, een lezing gaf met als titel Beperkingen aan de groei: naar een boeddhistische economie?Een boeddhistische economie? Zsolnai pleit voor een 'radicaal andere' economie, die zoekt naar 'spiritueel evenwicht', niet naar 'welvaart'. Geen onbegrensde 'groei', maar 'zuinigheid'. Zijn inspiratie haalt hij bij economen zoals Fritz Schumacher, die in 1973 Small is beautiful publiceerde; bij Arne Naess, de vader van de Noorse deep ecology-beweging; en bij Hans Jonas, de Duits-Amerikaanse filosoof bij wie 'de imperatief van de verantwoordelijkheid' centraal staat. In de boeddhistische vertaling van Zsolnai betekent 'ethisch zakendoen': rekening houden met het belang van de natuur, de samenleving en de toekomstige generaties. 'Ik gebruik het boeddhisme als een algemene spirituele achtergrond, omdat het de grootste uitdaging vormt voor onze westerse economie', zegt hij. 'In het boeddhisme wordt het concept van het 'zelf' onder vuur genomen, de kern van alle westerse deugden. Die smalle, egocentrische visie ligt aan de basis van ons economisch denken. Het boeddhisme is een prachtig alternatief, omdat het veel ethischer en ecologischer is. Het is een inspiratiebron die we, ook in de economie, heel serieus moeten nemen.' LASZLO ZSOLNAI: Heel veel. (lacht) Maar eerst en vooral is er slecht nieuws: niet elk bedrijf is compatibel met de boeddhistische waarden. Wie de pech heeft dat hij bijvoorbeeld een wapenfabriek leidt, moet daar natuurlijk onmiddellijk uitstappen. Er zijn andere mogelijkheden genoeg. Een goed voorbeeld is organische voedselproductie. Maar ook dán moet je je rekening zorgvuldig maken: wegen de ecologische voordelen van de productie op tegen de ecologische kost van de distributie? Vrienden van mij begonnen tien jaar geleden met de productie van hoogwaardige organische producten. Ze waren zo succesvol dat ze begonnen te exporteren naar Nederland en Duitsland. Maar op die manier verloren ze natuurlijk elk ecologisch voordeel. Dus hebben ze een paar jaar geleden besloten om alleen nog maar klanten te bedienen in een straal van zestig kilometer rond Boedapest. Een gemeenschap binnen zekere grenzen bedienen, is vanuit ecologisch oogpunt wél verantwoord. ZSOLNAI: Ja. Maar je hebt diepere wortels in de plaatselijke samenleving, en dat is ook een duidelijk economisch voordeel, op lange en zelfs op korte termijn. Winst maken is maar een deel van de puzzel. Als je met een zaak begint, moet je ook rekening houden met sociale, ecologische en politieke risico's. Wie sterk verbonden is met de gemeenschap die hij bedient, vermindert dat soort risico's. Je kunt de band met die gemeenschap nog versterken door op een eerlijke manier aan liefdadigheid te doen. Dus niet de berekende filantropie die je aan de Harvard Business School leert, maar echte en integere betrokkenheid bij de plaatselijke gemeenschap, de stakeholders die belang hebben bij wat je bedrijf allemaal doet. Vrijgevigheid is duurzaam. Een ander principe van een boeddhistische economie is het idee dat een bedrijf zich moet concentreren op basisbehoeften. Het boeddhisme leert dat we onze verlangens moeten beheersen. Een bedrijf dat alleen maar luxegoederen produceert, is niet duurzaam. ZSOLNAI: Helemaal niet. Ik ben niet tegen globale handel, als het eerlijke handel is. Maar om echt van fair trade te kunnen spreken, moeten we ook de ecologische gevolgen in aanmerking nemen. In sociaal en politiek opzicht kan het een erg aantrekkelijk en vooruitstrevend idee zijn, maar ik denk niet dat globale handel altijd duurzaam is. Internationale relaties kunnen worden gebruikt om ideeën en technologie uit te wisselen. Tegen dat soort globalisering heb ik geen bezwaar. Maar de productie van voedsel om te voorzien in onze basisbehoeften moet bijvoorbeeld niet geglobaliseerd worden. Vanuit een boeddhistische invalshoek zoek ik naar het juiste evenwicht tussen lokalisatie en globalisatie. Niet álles moet lokaal blijven, helemaal niet. Maar we moeten rekening houden met de draagkracht van de aarde. Het boeddhisme zegt dat we de materiële doorstroming van alle globale economische activiteiten moeten terugschroeven. Niet dat we terug moeten naar het Stenen Tijdperk. We moeten creatief zijn. Boeddhisme is hightech, daarom is het ook zo populair in Californië, bijvoorbeeld. ZSOLNAI: Nee. Er is geen enkel argument denkbaar om zoiets goed te praten. Onze ethiek moet gebaseerd zijn op strikte deontologische principes. ZSOLNAI: Dat weet ik, op korte termijn heeft die kinderarbeid wellicht positieve gevolgen. Maar de indirecte gevolgen op lange termijn zijn verwoestend. Ik vergelijk het met de film Indecent Proposal, waarin een jong echtpaar het voorstel krijgt van een rijke zakenman: hij biedt één miljoen dollar voor één nacht met de vrouw. Dat is precies dezelfde ethische structuur. Een miljoen dollar voor maar één nacht! Zelfs haar echtgenoot zegt: waarom niet? Maar er is natuurlijk geen verschil tussen één nacht en honderd nachten: als je op zo'n voorstel ingaat, is dat prostitutie. Er zijn een aantal fundamentele waarden die we in acht moeten houden: net zoals prostitutie is kinderarbeid ethisch niet aanvaardbaar. ZSOLNAI: Nee, zelfs met dat argument komen we er niet uit. Ik ken de situatie in Vietnam erg goed: Nike helpt inderdaad met de organisatie van onderwijs, doet aan liefdadigheid... En toch is het niet de juiste manier. Er is ook nog zoiets als het Kantiaanse perspectief: kunnen we die situatie generaliseren? Dat is de juiste ethische vraag: wat als alle bedrijven hetzelfde zouden doen? Dat zou geen goede zaak zijn. Ik neem aan dat zelfs die Vietnamese gezinnen kinderarbeid niet zouden willen institutionaliseren. In een beschaafde wereld moeten we bepaalde fundamentele waarden hoog houden. ZSOLNAI: We moeten creatieve oplossingen zoeken. Kinderarbeid is een slechte zaak. Er zijn al behoorlijk wat economische papers geschreven over implicaties voor de zakenethiek van De Gebroeders Karamazov. De fundamentele vraag die Dostojevski daarin stelt, is: kunnen uit slechte dingen goede dingen voortkomen? Het antwoord is: nee. ZSOLNAI: Helemaal niet. Zelfs als een puur theoretisch concept is 'vrije' handel zeker geen eerlijke handel. Omdat de sociale en ecologische kosten nooit worden verrekend in de prijs. Het concept 'vrijheid' is heel belangrijk op het individuele niveau, maar je kunt het niet zomaar gebruiken voor multinationale bedrijven. ZSOLNAI: Absoluut, maar het is maar de helft van het verhaal. Adam Smith heeft ook over ethiek geschreven, over waarden. Natuurlijk bakt de bakker brood uit eigenbelang, maar óók omdat hij een missie heeft, omdat hij iets wil doen voor zijn medemens, en omdat hij van zijn vak houdt. Elk vak heeft, behalve de mogelijkheid om toegevoegde waarde en winst op te leveren, ook een aantal intrinsieke waarden. Zonder een motivatie vanuit intrinsieke waarden gaat een bedrijf op termijn kapot. Een bedrijf dat alleen maar voor zoveel mogelijk winst gaat, verliest elke legitimiteit. Je kunt rotzooi produceren, media en politiek en klanten manipuleren, maar er zijn grenzen. ZSOLNAI: Natuurlijk. Maar ook on- economisch. Dat is uitvoerig bestudeerd in de psychologie. Te weinig geld is niet effectief, want geld is inderdaad een krachtige motivator. Maar te veel geld is slecht voor de motivatie. Dat lijkt tegenintuïtief, maar het klopt wel degelijk. Kijk naar David Beckham, die man is compleet verwoest door al dat geld. Hij is alleen nog maar bezig met zijn geld en zijn merknaam, met alle gevolgen van dien voor Real Madrid en de Engelse nationale ploeg. (lacht) Er is zoiets als de fair wage hypothesis, de Zwitserse econoom Bruno Frey heeft zelfs een nogal schokkend voorstel gedaan: topmanagers zouden moeten worden betaald zoals bureaucraten. Waarom moet een topmanager meer verdienen dan een eerste minister? Betaal ze hetzelfde loon. Niet uit ethische, maar uit economische overwegingen. Dat is consistent met een boeddhistische invalshoek. Managers zeggen voortdurend dat werknemers niet te veel betaald mogen en kunnen worden. Dat geldt ook voor henzelf. ZSOLNAI: Dat is absoluut waar. Maar te veel geld vreet op den duur aan de motivatie. Wat heeft Gandhi betekend voor de toekomst van Indië? In hoeveel miljarden moeten we dat uitdrukken? ZSOLNAI: Nee, maar zelfverrijking is niet heilzaam, ook niet voor de managers zelf. Zoals ik al zei: velen van hen zitten in een diepe persoonlijke crisis. Als de baas duizend keer zoveel verdient als zijn werknemers, is het niet geloofwaardig wanneer hij mensen ontslaat om de kosten te drukken. De ideale loonspanning is misschien één op tien, of één op twintig. Maar zeker niet één op duizend. Denkt zo iemand dat hij duizend keer beter is dan zijn werknemers? ZSOLNAI: Ja, ik heb dat nieuws de afgelopen dagen een beetje gevolgd. ZSOLNAI: Om te beginnen hou ik niet van die verwijzing naar werkgelegenheid, omdat het een ideologie is geworden. De echte vraag wordt vaak niet gesteld: om wat voor jobs gaat het precies? Van een half jaar? Vijf jaar? Of gaat het om duurzame jobs, die echt een gemeenschap ten goede komen? En wat die nachtrust betreft: de Belgische samenleving moet beslissen of ze een activiteit zoals die van DHL nodig heeft. En zo ja, op welke schaal? Zulke vragen kun je onmogelijk overlaten aan de markt, omdat de hele samenleving er belang bij heeft. De markt is geen goed mechanisme om democratische beslissingen te nemen. Als u een miljoen dollar hebt en ik heb maar één dollar, dan hebt u in de markt een miljoen stemmen en ik maar één. Een beslissing zoals die over DHL moet op basis van gelijkheid worden gevoerd. In Hongarije hebben we tien jaar lang gedebatteerd over de toekomst van de Donau. Welnu, we hebben uiteindelijk beslist dat we de Donau graag in de natuurlijke staat willen behouden, omdat we dat belangrijk vinden voor het land. Daarom zal de Donau niet worden geëxploiteerd om bijvoorbeeld elektriciteit te produceren. De discussie over DHL is daarmee vergelijkbaar: het gaat over de toekomst van uw land. Als DHL had mogen uitbreiden, zou heel België over twintig jaar misschien ingenomen zijn geweest door dat bedrijf. En dat zou de hele natuurlijke en sociale omgeving van uw land compleet veranderen. ZSOLNAI: Over belangrijke kwesties moet de overheid een publiek debat organiseren. Daarnaast moeten politici nadenken over creatieve alternatieven. Neem Siemens in Duitsland. Als de Duitse overheid niet snel een goed plan ontwikkelt, blijft ze gegijzeld. Als Siemens dreigt om naar het buitenland te verhuizen, moet de overheid naar creatieve oplossingen zoeken. De bondskanselier vindt dat Siemens patriottisch moet zijn. Hij zou beter zélf patriottisch zijn, want dat is zijn taak, niet die van Siemens. Als je het op een boeddhistische manier bekijkt, luidt de conclusie dat Siemens in zijn huidige vorm te groot is. En dat is op lange termijn niet houdbaar. Wel, de Duitse overheid zou plannen kunnen uittekenen om kleine bedrijven te stimuleren alternatieven voor Siemens te bieden. Duitsland heeft niet één grote Siemens, maar vijftig kleine Siemensjes nodig. (lacht) Maar goed, ik houd mij niet bezig met politici, ik geef les aan toekomstige bedrijfsleiders. Dat lijkt mij ook veel zinvoller, want de politiek is inderdaad in hoge mate machteloos. De echte macht ligt bij de grote bedrijven. De bereidheid om op een creatieve manier naar gunstige oplossingen te zoeken, is bij bedrijven momenteel ook veel groter dan bij politici. Greenpeace en Shell hebben na vijf jaar van enorme strijd nu een partnership gesloten. Dat soort ontwikkelingen zijn erg positief en hoopgevend. ZSOLNAI: Er moet helemaal niet gekozen worden. Je kunt mensen niet redden door het milieu te vernietigen. Want als je het milieu vernietigt, ga je dood. (lacht) Dat zegt het boeddhisme: wie de natuur beschadigt, beschadigt zichzelf. Niet alleen metaforisch, maar heel letterlijk. Als je de Donau vernietigt, vernietig je Hongarije en de toekomst van de Hongaren. ZSOLNAI: Wij zijn helemaal niet rijk. Rijkdom is niet alleen een kwestie van geld. De ecologische kostprijs van onze materiële welstand is gigantisch. ZSOLNAI: We moeten niet terug, we moeten vooruit. Terugschroeven betekent niet teruggaan in de tijd. Een matig niveau van consumptie is ook vandaag perfect haalbaar. Ik heb een tijd in Californië gewoond en ik had niet eens een auto. Ik moest voortdurend afspreken met collega's en vrienden, maar dat is natuurlijk erg positief. Het enige wat ik nu nog zou moeten doen om mijn ecologische voetafdruk te verkleinen, is wat minder vliegen. (lacht)ZSOLNAI: Nee, dat hoeft niet. Het boeddhisme is niet alleen een religie, het is een filosofie. In ons hart moeten we allemaal boeddhisten worden. Eigenlijk is zelfs het boeddhisme niet belangrijk. Het gaat om de spiritualisering van ons leven, van de economie. Ik zie in Europa toch al veel positieve ontwikkelingen: de slow food-beweging in Italië bijvoorbeeld, die op een aantal plaatsen de lokale economie revitaliseert. Ook Danone is een goed voorbeeld van een bedrijf dat op een ernstige manier in dialoog treedt met alle mogelijke stakeholders. Er is duidelijk een trend naar een meer ecologisch en ethisch georiënteerde maatschappij. ZSOLNAI: Het is een van de belangrijkste principes die ik ken. ZSOLNAI: Absoluut. ZSOLNAI: Natuurlijk moeten we die kinderen helpen. Maar niet op die manier. Wie ggo's wil introduceren, zal eerst moeten bewijzen dat ze absoluut onschadelijk zijn voor mens en milieu. ZSOLNAI:(lacht) Precies. Daarom mogen we ook niet verder gaan met ggo's. Wij moeten toch niet bewijzen dat ze wél schadelijk zijn? Dat is de wereld op z'n kop. Nee, laat Monsanto eerst maar eens aantonen dat ze niet schadelijk zijn. Ondertussen moeten we natuurlijk wel die kinderen helpen. Maar niet door onverantwoorde risico's te nemen. Nogmaals: uit iets slechts kan nooit iets goeds voortkomen. Anders geformuleerd: je kunt jezelf onmogelijk naar de waarheid liegen. U zult begrijpen dat ik daar als Hongaar sterk van overtuigd ben. Wij hebben als voormalig communistisch land de nodige ervaring met een logica die zegt dat negatieve maatregelen wél gunstige gevolgen kunnen hebben. Het doel kan nooit de middelen heiligen. Dat vind je ook terug in het boeddhisme: de ethiek van je intentie is het belangrijkste. Het gaat om de middelen, niet om het doel. ZSOLNAI: Dat kan helpen. Een voldoende grote minderheid van ethisch bewogen consumenten kan grote veranderingen in een samenleving teweegbrengen. Maar ik richt mijn aandacht op de bedrijfswereld zelf. Ik probeer de leiders van de toekomst ervan te overtuigen dat winst niet het enige is, dat duurzaam en heilzaam ondernemen ook een kwestie is van intrinsieke waarden, van generositeit. Er zijn veel hoopgevende signalen, maar er is nog werk aan de winkel. Neem aids. De grote farmaceutische bedrijven hebben de middelen om miljoenen kinderen te redden. Maar ze doen het niet. Ze hebben het geld, de competentie en zelfs de ethische plicht om dat te doen - het is toch hun missie om mensen te genezen, niet? En dat bedoel ik nu: het gaat niet alleen om de winst, het gaat ook om de intrinsieke waarden die je als bedrijf wil belichamen. In de VS heeft een farmaceutisch bedrijf onlangs geweigerd om een miljoen dollar vrij te maken om een paar duizend kinderen te helpen. In plaats daarvan hebben ze de Chicago Philharmonic gesponsord. Door Joël De Ceulaer'Waarom moet een topmanager meer verdienen dan een eerste minister?'