Literaire Lente 2005 Bruno Mistiaen, 'In het land van de kersen', De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 206 blz., euro 16,95
...

Literaire Lente 2005 Bruno Mistiaen, 'In het land van de kersen', De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 206 blz., euro 16,95Nee, met deze personages is het niet goed kersen eten. Bruno Mistiaen (°1959) die oorspronkelijk videokunstenaar was en nu nog steeds theaterman is, houdt van sterke verhalen in felle kleuren. De vijf verhalen uit In het land van de kersen, Mistiaens debuut, dompelen de lezer onder in een wrede wereld waar de mensen elkaar de duvel aandoen. In hun dromen worden vrouwen er gevild door de knecht terwijl de knecht in het echte leven een konijntje de keel oversnijdt en er nog een kick van krijgt ook. Om maar te zeggen dat Mistiaen die eerder Onze Lievevrouw van Pijn (1994), een toneeltekst, publiceerde, geobsedeerd is door de grenservaring bij uitstek: het moment waarop afgrondelijke pijn in opperste lust omslaat. Daarbij is niet steeds duidelijk welke ervaring primeert, de pijnprikkel of de lustbeleving. Welkom dus in de wereld van Jeroen Bosch: het sadistisch universum volgens Mistiaen. 'Hoeveel razernij er uit de voren dampte.' Niet direct een zin waar je levensblij van wordt of die je doet uitkijken naar de lente. Mistiaen bakt het op het eerste gezicht erg bruin, in de beste naturalistische traditie van Speeltie uit Hard Labeur van Reimond Stijns. Alleen zijn de personages geen Vlaamse proletariërs, maar marginalen uit de Joegoslavische burgeroorlog, zoals in het titelverhaal. Suzy, de Joegoslavische, die bezig was een nationalist naar de verdommenis te helpen, wordt opgeschrikt door onverwacht bezoek. Twee vrouwelijke militairen uit de Piesfors, de vredesmacht van de VN-blauwhelmen, hadden per ongeluk haar hond Rex neergeschoten. Tot zover de opmaat voor een helletocht die eindigt met de degustatie van een teelbal van het oorlogsslachtoffer. Moeten er nog kersen zijn? Toch slaagt Mistiaen er hier in om de valkuil van de karikatuur te vermijden. Hij zit dicht op en vooral onder de huid van zijn personages. Aanvankelijk weet Mistiaen in zijn verhalen een existentialistische, gesloten wereld op te roepen die de lezer naar lucht doet happen. Maar naar het einde van de bundel verliest hij de trappers en ontaarden zijn claustrofobische parabels in een literaire namaakstudie van de film noir van Quentin Tarantino. Op zijn best is hij in het opvoeren van een oud vrouwtje met een apart trekje, 'een barst in haar manier van zijn', aldus de verteller in ' Twee van één slag'. Deze keer gaat het opnieuw om een moordenares die haar man in de garage had gekeeld en met de misdaad is kunnen wegkomen. Ze wordt het hof gemaakt door een jonge man die haar huissloof wordt. Tot er onweer dreigt en alles toch nog een onverwachte wending krijgt. 'Ze was een soort chutney. Ze combineerde peper met zoetigheid.' In 'Uit de film geknipt', het derde verhaal, maken twee oude vrijsters de dienst uit. Althans een van hen, want de andere vrouw is al die tijd afwezig. Ze beleefde ooit haar gloriemoment in een film van de bekende nouvelle vague-regisseur Jean-Luc Godard. Een jonge drugsverslaafde trekt bij beiden in en wordt gefascineerd door de manier waarop Victorine nu eens cassant (peper) en dan weer attent (zoet) uit de hoek komt. Ook deze keer zit er een serieus addertje onder het gras. Daar zorgt het chutney-proza van Mistiaen voor. In de laatste twee verhalen verliest Mistiaen zijn zin voor dramatische spanning en authentieke inhoud. Het wordt zo aberrant dat het niet langer overtuigt: een zoon sleept zijn vader mee in een nummertje 'nazi spelen'. In het slotverhaal glijdt een potentieel explosieve beginsituatie weg in fantastische, al te fantastische visioenen van een directeur die door zijn personeel wordt ontvoerd en vernederd. Mistiaen is honderd procent theaterman. En dat speelt hem als proza-auteur parten. Zijn enscenering van bepaalde taferelen, vooral confrontaties tussen een dominante vrouw en een serviele man, komt sterk uit de verf. Maar de literaire uitwerking mist natuurlijke souplesse. Het wordt iets te veel opera, geciteerde kunstmatige gebaren waardoor de echtheid van de opgevoerde emotie wordt onderuitgehaald. Dat kan allemaal wel de bedoeling zijn, maar dan ben je als schrijver hooguit een alibikunstenaar die slechts doet alsof. Schmieren heet zoiets. Soms heb je inderdaad de indruk dat Mistiaen zijn teksten naar de bühne toe heeft geschreven. Maar poppenkast of marionettentheater is nog geen literatuur. Frank Hellemans