De familie De Vlieger streek in Oost-Vlaanderen neer toen vader De Vlieger brouwer werd in Wieze, en moeder De Vlieger een kledingzaak in Sint-Gillis-Dendermonde opende. Daar werd de kleine Geert geboren. Hij had een broer van anderhalf jaar ouder, en zou er nog een krijgen van anderhalf jaar jonger. Belangrijk, want symmetrie is het uitgangspunt in het denken van een voetbalkeeper.
...

De familie De Vlieger streek in Oost-Vlaanderen neer toen vader De Vlieger brouwer werd in Wieze, en moeder De Vlieger een kledingzaak in Sint-Gillis-Dendermonde opende. Daar werd de kleine Geert geboren. Hij had een broer van anderhalf jaar ouder, en zou er nog een krijgen van anderhalf jaar jonger. Belangrijk, want symmetrie is het uitgangspunt in het denken van een voetbalkeeper.Geert De Vlieger was een timide en braaf kereltje, behalve in spel en sport, waarin hij zich tot een onvervaarde wildebras ontpopte. Het verhaal gaat dat hij met zijn fietsje ooit bijna verongelukte op het kerkhof van Tielt, kort bij zijn uiteindelijke bestemming. Hij was een verdienstelijke middelbare scholier, en heeft een graduaat boekhouden op zijn diploma. Zijn carrière kwam tot bloei in de tweede helft van de jaren tachtig, toen hij bij SK Beveren plaatsnam in een rijtje topkeepers, waarin ook Jean-Marie Pfaff, Filip De Wilde en Dirk Rosez figureren. De meesten werden gevormd door wijlen Vic Behiels, de vermaarde keeperstrainer die zijn leerlingen een Spartaanse opleiding gaf. Geert kwam in de eerste ploeg in het seizoen '90-'91. De club was toen net naar tweede klasse getuimeld, en koos met trainer Johan Boskamp voor een drastische verjonging. Na een uitstekend jaartje, mede dankzij de Nederlanders Van Ankeren, Van Ham en Van Vossen, stoomde Beveren meteen de eerste klasse weer binnen, en kon De Vlieger zijn talent op het hoogste niveau bewijzen. Twijfel, meer aan hem dan bij hem, zou er de rode draad door zijn leven worden. In '95 werd hij naar Anderlecht getransfereerd, als 'doublure' en op termijn opvolger van Filip De Wilde. Een situatie die voor geen van beide Waaslanders aangenaam was. De extraverte De Vlieger gooide zijn ambities aanvankelijk in de media, de introverte De Wilde zette zich schrap om zijn plaats te verdedigen. De weinige keren dat hij in doel mocht staan, kon De Vlieger zijn waarde niet bewijzen. In '96-'97 vertrok De Wilde naar Sporting Lissabon, en werd De Vlieger tot zijn opluchting nummer één. Hij speelde bijna alle wedstrijden. Anderlecht eindigde vierde, verloor de bekerfinale tegen Germinal Ekeren, en werd in de Uefabeker gewipt door Inter Milaan. Te wijten aan een grove flater van De Vlieger, die weer veel krediet verloor. In de zomer dook een nieuwe belager op: de Serviër Zvonko Milojevic. Afhankelijk van blessures speelde nu eens de ene, dan weer de andere. De Vlieger kreeg tijdens de winterstop een contractverlenging van vier en een half jaar, maar zag kort nadien tot zijn afgrijzen Filip De Wilde uit Lissabon terugkeren. Geert keepte nog één wedstrijd, de rest van het seizoen speelde De Wilde. Voor De Vlieger was de maat vol toen hij in de nieuwe campagne zelfs geen plaats op de bank meer kreeg. Al na de eerste speeldag werd hij verhuurd aan Harelbeke, waar hij het uitstekend deed in een beperkt team. Club Brugge wou hem definitief van Anderlecht overnemen, maar dat liep spaak op een te hoge transferprijs. Tegen zijn zin terug naar Brussel dus, opnieuw in strijd met De Wilde en Milojevic. Door een kwetsuur van De Wilde stond Geert acht weken in de basis, maar hij kon ook de nieuwe Anderlechttrainer Aimé Anthuenis niet overtuigen. Te veel tegengoals en een beschamende 1-4 bekernederlaag tegen tweedeklasser Ingelmunster deden de deur dicht. De Wilde nam zijn plaats weer in, en eind november vertrok De Vlieger voor de tweede keer uit het Astridpark. Nu naar Willem II in Tilburg, een subtopper in Nederland, waar hij inmiddels zeker is van zijn stek. De Vlieger werd 21 keer Rode Duivel, maar botste ook daar op Filip De Wilde. In de kwalificatieronde voor het WK 2002 lijkt hij zich eindelijk tot vaste titularis te hebben opgewerkt, voor zover men dat ooit kan zijn. De voorbije dertig jaar hebben zich voor Geert De Vlieger tussen twee palen afgespeeld, te vaak ook tussen twee stoelen. Hij is een van de weinige voetballers die zich inzetten voor Sporta, de ACV-afdeling voor beroepssporters. Het gaf hem het inzicht dat welvaart en solidariteit niet rechtevenredig zijn. Niet in het voetbal, en niet daarbuiten. Zichzelf troost hij met de gedachte dat voor keepers, net als voor nieuwsmagazines, het leven pas op dertig begint.K.M.