Er zijn tal van boeken en artikelen geschreven over de gevolgen van militaire interventies op de psyche van de militair. Tot aan de Kosovocrisis in 1999 heeft de Belgische krijgsmacht de ogen gesloten voor al die wetenschap. Het Belgische leger stortte zich vanaf 1992 in het avontuur zonder het welzijn van de manschappen preventief te bewaken.
...

Er zijn tal van boeken en artikelen geschreven over de gevolgen van militaire interventies op de psyche van de militair. Tot aan de Kosovocrisis in 1999 heeft de Belgische krijgsmacht de ogen gesloten voor al die wetenschap. Het Belgische leger stortte zich vanaf 1992 in het avontuur zonder het welzijn van de manschappen preventief te bewaken. Vanaf het midden van de jaren negentig had het leger nochtans een internationaal bekend expert psychosociale ondersteuning en traumaverwerking in huis. In de hele wereld wordt commandant Erik De Soir, psycholoog en psychotherapeut, uitgenodigd om workshops, voordrachten en opleidingen te geven over de psychologische hulp aan de vredeshandhaver. De Soir noemde de professionele bijstand het 'Belgische model voor psychosociale ondersteuning', vooruitlopend op wat nu bekendstaat als 'mentale operationaliteit'. In het buitenland werd dit voor zijn tijd revolutionaire model met veel enthousiasme onthaald en zelfs geheel of gedeeltelijk gerealiseerd. Zo maakten psychologen van de vroegere 'potentiële vijand' - uit Tsjechië, Polen en Bulgarije - gretig gebruik van De Soirs inzichten. Het Belgische leger heeft het model nooit officieel ingevoerd. Voor de Belgen bleef de psychologische ondersteuning van de blauwhelm beperkt tot een aantal geïsoleerde projecten. Gedreven en idealistisch, luid aangemoedigd door een handvol progressieve chefs, heeft Erik De Soir met een team losse vrijwilligers een aantal missies psychologisch begeleid. Op eigen initiatief stapte hij regelmatig het militair vliegtuig in om in de operatiezone militairen - onder meer vaders van jonge kinderen - te coachen in de omgang met operationele en psychofamiliale stress. De weerstand tegen deze 'psychologische begeleiding' was aanvankelijk groot, maar De Soir gaf niet op en stichtte na verloop van tijd binnen de Koninklijke Militaire School het Steunpunt voor Militaire Gezinswerking. Hij bleef voor zijn ideeën vechten. Zijn boodschap is duidelijk: vredeshandhavers en de mensen in hun naaste omgeving hebben voor, tijdens en na langdurige operaties ontegensprekelijk psychologische en sociale begeleiding van multidisciplinaire teams nodig. Als dat niet gebeurt, kunnen in de gezinnen sociale drama's ontstaan: echtscheidingen, leerproblemen bij de kinderen, familiaal geweld, zelfmoorden. De verstarde generatie 'anciens' aan de top van het leger bleef echter blind voor deze risico's, een houding die typisch is voor de machosfeer in het leger. Echte mannen hebben geen problemen. In zijn scriptie voor zijn majoorsexamen schrijft De Soir: Het organiseren van voorbereidende trainingen ten voordele van het sleutelpersoneel dat zou deelnemen aan Belbat ii werd door de krijgsmachttop niet opportuun geacht. Een frequent aangehaald voorwendsel was dat de opleiders, in casu psychologen, zelf eerst de ervaring van zes maanden afwezigheid moesten hebben opgedaan vooraleer ze geloofwaardig konden worden met betrekking tot hun ideeën in verband met stressmanagement en psychosociale ondersteuning. Alsof begeleiders van zelfmoordpatiënten zelf eerst een zelfmoordpoging achter de rug zouden moeten hebben om zelfmoordpatiënten oordeelkundig te kunnen ondersteunen, of oncologen zelf eerst kankerpatiënten moeten zijn [...].De militaire en politieke bonzen hebben de vredeshandhavers zonder enige psychologische en sociale begeleiding maandenlang een andere wereld ingestuurd. Een aantal veteranen kan de aldaar opgedane ervaringen niet verwerken en loopt rond als een levende tijdbom. Het door Erik De Soir uitgewerkte 'Belgische model voor psychosociale ondersteuning' gaat uit van een stevige voorbereiding. Twee maanden voor de missie moet er samen met de partner of de ouders een eerste samenkomst worden georganiseerd, zodat het afscheidsritueel kan worden voorbereid. Tijdens de zending worden de militairen bijgestaan door een multidisciplinair psychologisch zorgteam, bestaande uit een speciaal opgeleide psycholoog, een arts en een aalmoezenier. Tegelijk ontvangen partner en/of familie aan het thuisfront steun van degelijk opgeleide gezinsconsulenten, die tweewekelijks partnerbijeenkomsten en één keer per maand familiereünies organiseren. Vooral in de eerste en laatste weken van de zending is de coaching en counseling van uitgestuurde militairen van cruciaal belang. Op die momenten kunnen zij aan 'de aanpassing' werken. De hereniging is doorgaans moeilijker dan het vertrek. Door de ervaringen tijdens de missie is zowel de militair als de familie veranderd. Vaak koestert de militair weinig rea- listische verwachtingen van de gezinshereniging. Het thuisteam heeft zonder de uitgestuurde blauwhelm leren functioneren. Hoe beter het erin is geslaagd een nieuw evenwicht te vinden, hoe moeilijker de hereniging. Na de terugkomst moet de missie van de veteranen worden 'afgewassen'. Hoe meer zij met echte oorlogsomstandigheden geconfronteerd zijn geweest, hoe uitgebreider het aanpassingsprogramma moet zijn. Nederland heeft zijn 'aanpassingsprogramma's' inmiddels gesystematiseerd. Voor sommige activiteiten in deze programma's maken de Nederlanders dankbaar gebruik van Belgische militaire infrastructuur. Over het beheer van zogeheten kritische momenten, emotioneelschokkende en potentieel traumatische ervaringen tijdens operaties bestaat tonnen militaire literatuur. Sinds Vietnam zijn het posttraumatisch stresssyndroom en traumaverwerking uitgebreid bestudeerd. Getuige zijn van gewelddadig gedrag, vooral tegen vrouwen en kinderen, kan een belangrijke bron zijn van stress bij militairen. Tijdens de oorlogen in de Balkan zijn er wreedheden begaan. Belgische blauwhelmen hebben in massagraven te Vukovar gruwelijk verminkte lijken ontdekt. Soms zaten de vredeshandhavers met hun neus op de gevechten. Niet alle militairen slagen erin zulke ervaringen te verwerken. Soms hebben ze achteraf last van intense woede of zijn ze minder alert. Soms leidt het beleven van een kritisch traumatisch gebeuren tot hevige reacties. Het incident kan herhaaldelijk opnieuw worden beleefd in dagdromen, nachtmerries of flashbacks. Militairen die hiermee kampen, kunnen ook last hebben van slaapstoornissen. Ze zijn vlug opgeschrikt of hebben een afkeer van plaatsen, geuren en personen die met het trauma te maken hebben. Traumaslachtoffers kunnen hun emoties niet gemakkelijk kwijt en voelen zich geïsoleerd in de groep. Getraumatiseerde Belgische blauwhelmen bleven met hun verhaal alleen in de kou staan. In 2001 hoorde ik van Belgische veteranen het volgende: Vanuit de bergen hebben hongerige moslims ons bevoorradingskonvooi aangevallen. Toen hebben we verschrikkelijke dingen gezien, zoals kinderen die een loop tegen het hoofd kregen. Die moslims waren uitgemergeld, uitgehongerd. Eigenlijk deden wij die konvooien op gevaar voor ons eigen leven. Franstalige collega's zijn toen eronderdoor gegaan. De psycholoog die de Nederlanders mee hadden, heeft hen geholpen, want wij Belgen, wij hadden niet eens een psycholoog mee. De Belgen wilden koste wat het kost hun verplichtingen tegenover de navo waarmaken. Maar eigenlijk konden we die niet aan. Op alle vlakken hinkten wij de andere landen achterna. Onze buitenlandse collega's hadden een psycholoog, konden gratis naar huis bellen, hadden comfort. Wij hadden dat niet nodig, dachten ze in Brussel. Op een bepaald moment werden we door Arkantijgers [een niet-reguliere Servische militie onder leiding van Arkan, nom de guerre van Zeljko Raznatovic)] gevangengenomen. Urenlang stonden we 'naakt' voor onze ondervragers. Dagenlang hebben ze ons ondervraagd. Al die tijd kregen we amper iets te eten. Na een paar dagen hebben ze ons eruit gegooid, voor een politiekantoor. Denk je dat iemand mij na die toch wel traumatische ervaringen heeft gevraagd of ik psychologische begeleiding nodig had? Noppes. Dit soort opvang kende ons leger niet. Je bent enkele weken van slag. Dan ga je dapper door alsof er niets is gebeurd. Niemand geeft zich graag bloot in het leger, dus hou je de hele zaak voor jezelf. Onlangs werd ik ineens uitgenodigd voor een gesprek met een psycholoog in Brussel. Maar negen jaar later hoeft dat voor mij niet meer. Gelukkig verliepen niet alle missies zo dramatisch. Als je een chef had die dicht bij zijn manschappen stond, was het anders. In Kosovo hadden wij zo'n luitenant. Hij deed alles voor zijn mensen, zorgde voor de veiligheid. Maar hij heeft het achteraf mogen bekopen. Het staat niet goed in het leger als een chef dicht bij zijn mensen staat. Als het op zending tegenzit met de chef, is dat een groot probleem. Je welzijn ligt in de handen van de chef. Je bent dan helemaal weerloos. Een verschrikkelijk gevoel. Heel wat blauwhelmen hadden last van stress door een gevoel van onveiligheid. Vooral tijdens de eerste zendingen hebben veteranen gevaarlijke situaties meegemaakt. Sommige blauwhelmen, zo vertellen ze me in 2001, voelden zich zo goed als weerloos tussen strijdende partijen die een vuile oorlog voerden: In het midden van een oorlog rondlopen zonder dat je jezelf kan verdedigen, zorgt natuurlijk voor stress. De Belgen hielden zich strikt aan de regels. Iedereen had een machinegeweer en tien kogels. De rest van de wapens was centraal opgeslagen. Ik mag er niet aan denken wat er zou zijn gebeurd als iemand er een handgranaat op had gegooid. En dan die tien kogels. Als je gezicht hen niet aanstond, konden ze je neerknallen zonder dat je je kon verdedigen. Toen ik in 1996 in de Balkan was, hadden we iets meer munitie, maar toen zaten de wapens in een container. Het nettoresultaat bleef dus hetzelfde.De strijdende partijen lachten ons gewoon uit. In de buurt van Darda lag de weg naar de frontlinie. Daar mocht niemand op. Ik herinner me het nog heel levendig. Op een bepaald moment kwam een bus weekendschutters aan om de wacht van de rsk [Republika Srpska Krajina] over te nemen. Wij lagen klaar. De weekendschutters liepen gewoon door het veld naast de weg. We konden alleen machteloos toekijken hoe ze wat verderop terug in de bus klauterden en hoe de hele groep ons uitlachte. Een missie waarvan de aard ambigu is, roept bij militairen spanningen op. Het is belangrijk blauwhelmen vooraf over de doelstellingen en de inhoud van hun opdrachten te informeren. Ze moeten precies weten of ze aan een peace making, peace keeping of peace implementation-missie deelnemen. Als dit niet gebeurt, lopen uitgestuurde militairen een grote kans op frustratie. Door militairen specifieke en accurate informatie over hun missie te verstrekken, kunnen stressreacties worden voorkomen. De krijgsmacht kampt met een communicatieprobleem. Voor hun vertrek wisten tal van Belgische blauwhelmen niet wat er van hen werd verwacht. Enkele citaten uit in 2001 gevoerde gesprekken: We dachten dat we als vredeshandhavers de nood mochten lenigen van de plaatselijke bevolking. Maar niets was minder waar. Terwijl die mensen daar crepeerden, mochten wij alleen toekijken. Het was verboden voedsel uit te delen. Stiekem deden we het toch. We smokkelden voedsel naar buiten en probeerden de hoogste nood te lenigen, zo goed en kwaad als we konden.Het was spannend, eindelijk wat anders dan de doelloze oefeningen die we jaren hadden gehouden. Achteraf komen de vragen. Drie dagen hebben we aanvallen van de moslims op de Kroaten meegemaakt, op een paar honderd meter van ons kamp. Dagen later hebben we door onze verrekijkers Kroatische aanvallen gezien en hoe nadien de doden werden opgeruimd. Ze trokken van straat tot straat. [... ] Vluchtende burgers stonden in paniek voor onze deur. We mochten ze niet binnenlaten. We mochten ons niet mengen in het conflict. Op het moment zelf hou je het hoofd koel. Nadien vraag je je af wat we daar in hemelsnaam kwamen doen. Hoe vredelievend waren de vredelievende missies? Hebben de militairen wel aan vredelievende missies deelgenomen? Of waren ze nietsvermoedende pionnen in een vredesverstorend proces? Militairen die dieper op de dingen ingaan, kunnen in elk geval nog maar moeilijk met een argeloze blik naar de actua- liteit kijken. Als je nadacht over de dingen, was het zeer frustrerend. Waarom hebben ze tijdens de onderhandelingen over de Akkoorden van Dayton niet aan conflictpreventie gedaan? Waarom hebben ze op dat moment het probleemKosovo niet op tafel gelegd? Invloedssferen en olie, de transkaukasische oliepijplijn. Nu hebben de Amerikanen in Kosovo en Albanië, vlak bij Rusland, in de achtertuin van Europa, een gigantisch grote basis, misschien zelfs de grootste ter wereld. Zonder de oorlog was het nooit zover kunnen komen. Die hele oorlog werd duidelijk ondersteund door een mediaoorlog. Fanatieke moslimstrijders werden in de Amerikaanse media plots 'de vrijheidsstrijders van het uçk' genoemd. Het probleem is hoe ver je in zo'n samenwerking met fanatiekelingen kunt gaan.Joegoslavië was een van de voortrekkers van de niet-gebonden landen. Het had geen banden met het Warschaupact en niet met de navo. Het had een sterk leger. Die macht moest ten koste van alles gebroken worden. Terwijl het voor de buitenwereld leek alsof de Serviërs, de Kroaten en de moslims onder elkaar een burgeroorlog uitvochten, werd er achter de schermen duchtig aan de touwtjes getrokken. Terwijl iedereen dacht dat wij daar als vredesduiven zaten om de vijandelijkheden af te remmen, heeft het Westen sluiks de tegenstanders van de Serviërs volop bewapend én getraind. De zware bewapening van het Kroatische leger kwam van de Duitsers. Zij hadden veel materieel uit de voormalige ddr. De Duitsers wilden hun vroegere invloedssfeer in de Balkan terug. De hulp aan de Kroaten ging veel verder dan wapenleveringen. Aan het Kroatisch commando werden op verschillende niveaus in de hiërarchie gepensioneerde Amerikaanse en Duitse militairen als experts toegevoegd. Dat waren mensen van mpri, een Amerikaans huurlingenbedrijf dat trouwens ook moslimstrijders heeft gecoacht. Charles Gérard was voor zijn pensionering werkzaam bij de militaire inlichtingendienst SGR. Hij heeft met zijn eigen ogen MPRI aan de slag gezien en vertelde me hierover in 2001: De medewerkers van mprihebben de Kroaten actief gecoacht. Het waren vooral voormalige Amerikaanse topmilitairen. Zij hadden toegang tot alles, tot en met de gegevens van de onbemande Amerikaanse spionagevliegtuigjes. Voor mij was het toen al duidelijk: de Serviërs hadden geen schijn van kans. Achter de schermen kreeg ook het door moslims aangevoerde Bosnische leger Amerikaanse steun. In strijd met het wapenembargo hebben de Amerikanen voor wapenleveringen gezorgd, onder meer vanuit Iran. Zij hebben er actief toe bijgedragen dat de mosliminvloed in de achtertuin van Europa sterk is gegroeid. Bij de zogenaamde vrijheidsstrijders zaten ook extremisten die een heuse training achter de rug hadden in de Afghaanse opleidingskampen. Later is in Kosovo hetzelfde gebeurd. uçkstrijders werden zelfs door de Amerikanen getraind. De Amerikanen hebben ook wapens geleverd aan het Macedonische leger. Beide partijen werden, met andere woorden, door de Amerikanen bevoorraad, mét toestemming van het Amerikaanse Congres. Het conflict had alles te maken met de nakende oprichting van het Europese leger. Begin jaren negentig waren de Amerikanen er als de dood voor. Hoe vaak hebben ze mij hier niet heel voorzichtig over gepolst? Europa werd te machtig! Ze zagen het met lede ogen aan. De navowerd een overbodig militair instituut. De campagne in Kosovo moest de navoeen nieuwe bestaansreden geven. De ultieme doelstelling was het creëren van een GrootAlbanië. De Amerikanen verkozen dat boven een GrootJoegoslavië. Veteranen die anoniem wensen te blijven, deelden me in diverse gesprekken in 2001 mee: Als waarnemer heb ik heel de Balkan doorkruist. Vredelievende missies? Laat me niet lachen. Operatie Storm, het Kroa- tisch offensief, 4 augustus 1995. In amper 36 uur liepen de Kroa- ten de Krajina onder de voet en verdreven ze tienduizenden Serviërs. Wie heeft de Kroatische president Tudjman hiervoor gedecoreerd? Medewerkers van mpri, een Amerikaanse privéorganisatie die militaire knowhow verkoopt. mpri heeft de operaties begeleid. Wanneer de Kroaten de Krajina onder de voet hebben gelopen, hebben niet-geïdentificeerde toestellen het communicatiecentrum van de Serviërs in Gracac platgebombardeerd. In 1995 heeft een vriend in de moslimenclave Bihac de schok van zijn leven meegemaakt. Toen daar een niet-geïdentificeerde C130 landde, zag hij hoe een zwarte bemanning hele containers vol dollars en wapens leverde. Plots kreeg hij een loop tegen zijn hoofd, samen met de boodschap dat hij zich onmiddellijk uit de voeten moest maken. Zeer schrijnend was ook de mediaoorlog. cnnheeft honderdduizenden dollars geïnvesteerd om met de neus op de feiten te zitten. In Bihac zag ik zo'n beroemd cnngezicht een moslimvader honderd dollar geven. In ruil moest die man z'n kinderen een pak rammel verkopen, zodat de journaliste de situatie van de moslims zo aandoenlijk mogelijk kon voorstellen. Terwijl de oorlog werd 'gespeeld', zagen we de burgers creperen. Toen ik in 1994 in het voormalige Joegoslavië als waarnemer actief was, had Slobodan Milosevic, afgeschilderd als de duivel in persoon, amper vijftien procent van de bevolking achter zich. De bevolking van het land werd zwaar door het VN-embargo getroffen. Niemand begreep hoe die mensen met een gemiddeld maandloon van 300 dinar rondkwamen. Maar nooit heb ik in een stad zoveel Rolls-Royces in zoveel verschillende kleuren zien rondrijden als in Belgrado. De nouveaux riches waren rijk geworden van de oorlog. Belgrado was de draaischijf geworden van drugshandel, witwasoperaties, vrouwenhandel en prostitutienetwerken. Via de Kroatische havenstad Split kwam veel het land binnen, ook drugs. Er was totaal geen controle. De reis naar de 'andere wereld' blijkt ook een reis naar de wereld 'achter de dingen'. De stress zindert na de zending door. De ervaringen veranderen zelfs het wereldbeeld van de veteraan. Luitenantkolonel Paul T. Bartone, voormalig onderzoeker van de US Army Medical Research UnitEurope en tegenwoordig werkzaam als docent en onderzoeker aan de Amerikaanse Militaire Academie te Westpoint, en Erik De Soir publiceerden hierover een eigen theorie. Militairen die als blauwhelm onder het bevel van de Verenigde Naties een langdurige missie vervullen en maandenlang de vertrouwde leefsfeer missen, kunnen alleen mentaal ontsnappen door een proces van zingeving en motivering. Als ze de missie als nutteloos en zinloos ervaren, beschikken ze niet over de nodige (mentale) kracht en vertonen ze na verloop van tijd een emotioneel, cognitief en fysiologisch tekort. Het flagrante gebrek aan stresspreventie vreet, zo blijkt, van binnenuit het militaire apparaat aan. Twee veteranen lieten me in het voorjaar van 2001 weten: Militair zijn, ik was er fier op. Ik was zeer geëngageerd en gemotiveerd. Nu hou ik niet meer van het leger. Er zijn in de Balkan serieuze fouten gemaakt. Fouten die bij voorkeur niet aan het licht komen, want dan rollen er aan de top koppen. Ik ben maar de kleine man en de kleine man telt niet mee. Met dit soort praktijken kan ik niet leven. Ik heb mijn vertrouwen in het militaire apparaat verloren. Tijdens de missies hebben we ons totaal ingezet, we hebben alles gegeven. Wat krijgen we nu we ziek zijn? Nu onze carrière en gezondheid gebroken is? Onbegrip van de chefs, totale onverschilligheid van onze politici en kritiek van mensen die nooit als militair naar de Balkan zijn geweest. Natuurlijk kunnen wij niet bewijzen dat we onze klachten in de Balkan hebben opgedaan. Maar waarom hebben ze dat bewijs nodig? Is dat de erkenning die wij verdienen? marleen teugelsMarleen Teugels, 'Met stille trom', Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam/Antwerpen 2002, 350 pag., a 19,95. 'Er zijn in de balkan serieuze fouten gemaakt.''Terwijl die mensen crepeerden, mochten wij alleen toekijken.'